Woensdag 01/02/2023

'Ons brein kan niet nee zeggen'

U vermoedde het al: de wereld, met Amerika op kop, wordt stilaan gek. In zijn nieuwe boek American Mania: When More Is Not Enough ziet psychiater Peter Whybrow opvallende gelijkenissen tussen de hedendaagse samenleving en de symptomen van manische depressie. 'We werken steeds meer, ook al gaan we gebukt onder steeds meer stress. We eten steeds meer, ook al worden we steeds vetter en zieker.' De vraag is: kan de patiënt nog genezen? Door Tom Ronse

Peter Whybrow

American Mania: When More Is Not Enough

W.W. Norton, New York, 338 p., 25 dollar.

Dat Amerika soms ten prooi valt aan extreme gemoedsschommelingen, is bekend. Economische booms wekken er meer euforie, recessies meer wanhoop en doemdenken dan in Europa. Na de 'malaise' van Carter volgde de 'new morning' van Reagan. Tijdens de diepe recessie die de nineties inluidde, vergeleek The Wall Street Journal Amerika met een dronkaard die snotterend aan de toog zijn zelfbeklag deed. Maar de tranen waren snel gedroogd. In de periode die daarop volgde, doorliep Amerika volgens Whybrow de vier fasen van de manisch-depressieve cyclus.

"Een manie begint onschuldig genoeg. In de eerste fase is er optimisme, een gevoel van verwachting en opwinding. De tweede fase, 'hypomanie', is expansief, gekenmerkt door een besmettelijke uitbundigheid en zelfpromotie. Men vindt zichzelf geweldig, gelooft dat men een unieke toekomstvisie heeft, dat men is uitverkoren voor een speciale missie. Die megalomanie voedt zichzelf en leidt tot overmoed en riskant gedrag. Dat escaleert in de derde fase, waarin het vermogen tot objectief denken wegvalt. De euforie maakt plaats voor hebzucht, lichtgeraaktheid, bedrog. In de vierde fase raakt de manische vlucht uitgeput. De golf breekt, de zeepbel spat uiteen en daarna volgt een periode van kwaadheid, beschuldigingen en verwijten, depressieve zelftwijfel. In mijn boek beschrijf ik hoe Amerika in de jaren negentig dat patroon heeft gevolgd, beginnend met het enthousiasme over de internet-boom, de verwachting van een nieuwe gold rush. De helden van de tweede fase waren ondernemers zoals Stephen Case van America Online, een internetbedrijf waarvan de aandelenkoers steeg met 59.000 procent. 'Het gaat niet om het geld', zei Case, 'ik wil de wereld veranderen.' Case en zijn collega's waren de pushers maar al de anderen - de media, het publiek, de investeerders, de politici - maakten de manie mogelijk door, in hun verslaafde drang naar meer, hun oordeelsvermogen opzij te zetten en de messiaanse visie van de 'new economy' te aanvaarden. Amerika leefde in een droomwereld, in de magische verwachting dat het internet iedereen steeds rijker zou maken. Maniakale hebzucht verblindde het publiek voor het bedrog van Enron en andere 'new economy'-reuzen op lemen voeten, dat typisch was voor de derde fase. En dan barstte de internet-zeepbel en Amerika zat met een gemene kater. De aanslag van 11 september en de oorlogen die erop volgden brachten het groeiende onbehagen in focus maar die gebeurtenissen zelf verklaren dat onbehagen niet. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat Amerika ook daarvoor al steeds depressiever, nerveuzer en angstiger werd."

Wat veroorzaakt die manie?

"De ultieme oorzaak is dat wij, door wie we zijn als producten van genetische evolutie, steeds minder passen in de wereld die we gemaakt hebben. We zijn geëvolueerd in een heel andere wereld. De mens bestaat zo'n 200.000 jaar en bijna al die tijd waren we jager-verzamelaars, levend van wat we konden vinden of doden. Pas in de laatste 10.000 jaar leerden we grond verbouwen en sindsdien zijn we genetisch nog nauwelijks geëvolueerd. We zijn dus genetisch gevormd in een periode waarin het onvoorspelbaar was wanneer we ons volgende maal zouden eten. Ons lichaam is dan ook subliem uitgerust om om te gaan met tekorten maar niet met overvloed. Het heeft allerlei controlesystemen om ons te beschermen tegen te weinig maar haast geen tegen te veel, want dat hadden we niet nodig. Als je bijvoorbeeld te weinig suiker in je bloed hebt, val je in zwijm en het bloed blijft naar je hersens stromen. Maar je suikergehalte kan extreem hoog worden zonder dat je wat merkt. Het grootste gevaar voor ons als jagers was gewond worden en bloed verliezen. Dus hebben we allerlei systemen om bloedverlies te beperken maar niets tegen te hoge bloeddruk. Onze voorouders hadden een tekort aan zout en vet maar bleven in leven; gevaar voor hart- en vaatziekten was er niet. Maar wij leiden een zittend leven en onze smaak is nog steeds bepaald door ons vroegere tekort aan en dus verlangen naar vet, suiker en zout. Hoe weten we dat we genoeg hebben? Ons lichaam zegt het ons niet. Onze genen zetten ons ertoe aan naar steeds meer te streven. Als ze een groot dier konden doden, aten onze voorouders zich te pletter, want vlees bewaren konden ze niet en wie weet hoe lang het nog zou duren eer ze nog eens konden eten."

Neurobiologisch zijn we egoïstische genotzoekers, schrijft u. Maar verdwijnt het genot van consumeren niet als we genoeg hebben?

"We hebben een samengesteld brein. Een deel ervan is uniek menselijk, andere delen hebben we gemeen met andere diersoorten. Het genetisch oudste deel, ons reptielenbrein in de hersenstam, controleert onze overlevingsmechanismen. De hersendelen communiceren met elkaar met chemische boodschappers, de neurotransmitters. Een daarvan, dopamine, is genotopwekkend en beloont het reptielenbrein voor het opmerken van nieuwe, ongewone prikkels. Dat was absoluut noodzakelijk: in onze wereld van schaarste signaleerden die een kans om te eten of mogelijk gevaar. Het reptielenbrein geeft die informatie door maar interpreteert ze niet; het vertelt ons niet wat we nodig hebben en wat niet. Dat doet de frontale cortex, ons 'mensenbrein', waar de intelligentie zetelt. Het probleem is dat ons beloningssysteem gekaapt kan worden door een overbelasting van prikkels. Dat is wat drugs zoals cocaïne doen, door serotonine, de neurotransmitter die de dopamine compenseert, te blokkeren. Hetzelfde gebeurt in de manische cyclus. We hebben een wereld gecreëerd van overvloed die ons bombardeert met prikkels, met consumptiewaren, met informatie. Ons aan stimulansen verslaafd brein kan niet nee zeggen. We kunnen niet stoppen. We blijven meer zoeken, ook als dat tegen ons belang ingaat. Het is niet omdat we meer nodig hebben, maar omdat we meer verlangen dat we blijven kopen, ook al zinken we steeds dieper in de schulden. We werken steeds meer, ook al gaan we gebukt onder steeds meer stress. We eten steeds meer, ook al worden we steeds vetter en zieker."

Vooral de Amerikanen dan toch. Dat is wat vele Europeanen hier het eerst opvalt: hoeveel dikker de mensen zijn.

"Dat klopt. In dat opzicht gaat het met Amerika slechter dan met Europa. Het verschil werd vooral in de laatste decennia uitgesproken. Het percentage Amerikanen dat aan obesitas, ziekelijke zwaarlijvigheid, lijdt, bleef in de naoorlogse periode ongeveer constant - zo'n 13 procent van de bevolking - tot het in de jaren tachtig begon te stijgen. Nu lijdt al 27 procent eraan en dat gaat steeds meer gepaard met diabetes. Bijna twee derde van de Amerikanen is te dik. Ook de scherpe toename van stress is relatief recent. Volgens officiële cijfers is het percentage Amerikanen dat aan 'anxiety disorders' lijdt in de jaren negentig bijna verdubbeld tot 33 procent van de bevolking. Amerikanen werken steeds meer; zes tot acht weken meer per jaar dan Europeanen. De Amerikaanse werknemer heeft een slaaptekort van 200 tot 500 uren per jaar. Zelfs de kinderen lijden steeds meer aan stress en oververmoeidheid. In 1980 was Amerika nog de grootste schuldeiser aller landen, nu de grootste schuldenaar. Er staat geen rem op; de schuld van Amerikaanse consumenten is groter dan de BNP's van Rusland en Groot-Brittannië samen en toch blijft de consumptie stijgen en staat de spaarvoet op nul. Al die fenomenen tonen aan dat het overaanbod dat ons dopamine-beloningssysteem kaapt, hier nog groter is dan in Europa, maar ook dat Amerikanen minder in staat zijn om eraan te weerstaan."

Vanwaar dat verschil?

"De oorzaken zijn divers, maar volgens mij is er ook een genetische verklaring. Amerika is anders omdat het een migrantenland is. Migratie is een Darwiniaans selectieproces, een zelfselectie eigenlijk, want slechts een kleine minderheid kiest om te emigreren. Je zult zeggen dat mensen er door omstandigheden toe gedwongen worden maar zelfs tijdens oorlogen en hongersnood had je maar 2 procent emigranten. De rest, 98 procent, bleef liever thuis en accepteerde wat het lot hen bracht. Die minderheid die wel migreert is nieuwsgieriger, avontuurlijker, optimistischer, meer bereid om risico's te nemen, rustelozer en meer gedreven om zich materieel te verbeteren. Dat is typisch voor mensen met een genetische variatie, de D4-7 allele, in hun neurotransmitter-receptoren. Zij hebben een overontwikkeld dopaminesysteem, wat hen enerzijds beter in staat stelt om in een nieuwe, gevaarlijke omgeving te overleven, maar anderzijds gevoeliger maakt voor manie. Het is mijn hypothese dat die genetische variatie typisch is voor migranten en er is research, zij het voorlopig op nog te kleine schaal, die dat bevestigt. Maar dat legt enkel uit waarom Amerika als eerste heeft ontdekt wat andere ontwikkelde landen nu ook ervaren: dat wij mensen in staat zijn om een omgeving te bouwen die zo verslavend is dat we er letterlijk ziek van worden."

Europa gaat dus dezelfde weg op?

"De manische levensstijl is in opmars in Europa. Langer werken, meer stress, meer fastfood, meer pillen slikken, vervetting... vooral in Groot-Brittannië is de trend duidelijk. De modale Brit werkt een uur per dag langer en spaart drie keer minder dan een Duitser of Fransman. Hij eet meer fastfood en wordt vetter; obesitas is in Engeland verviervoudigd sinds 1980. We kunnen het overaanbod niet aan en dat maakt ons ziek en ongelukkig. De overvloed aan keuze - van voedsel, informatie, bezittingen - verwart ons. De reactie van ons instinct is bang zijn om een gelegenheid te missen, vechten voor ons part. Mijn boek is een waarschuwing voor Europeanen om zich niet nog meer te laten meeslepen."

Vanwaar de versnelling van het fenomeen in de jaren 1990?

"Door de stijging van de productiviteit, het internet en de globalisering steeg het overaanbod, terwijl de sociale rem op zelfzuchtig, manisch gedrag verminderde. Egoïstisch gedrag is ons aangeboren en wordt aangedreven door ons dopamine-beloningssysteem. Als ons reptielenbrein voortdurend gestimuleerd wordt, sleept het ons mee in hebzucht, obsessief verlangen naar geld, consumptie of macht. Empathie en zelfbeheersing zijn niet aangeboren maar aangeleerd, zoals taal. Dat zijn functies van het nieuwere deel van ons brein, de frontale cortex. Ze zijn cultureel bepaald en dus fragieler. Zij vormen het psychische immuunsysteem van de samenleving. De negentiende-eeuwse economist Adam Smith, de patroonheilige van het kapitalisme, begreep dat intuïtief. Hij zag de markteconomie als het natuurlijke product van het aangeboren egoïsme van de mens, getemperd door de moraliteit die voortvloeit uit ons gemeenschapsgevoel. Een dynamisch evenwicht dus tussen commerciële vrijheid en sociale structuren. Maar deze laatste staan onder zware druk in de geglobaliseerde economie. De banden van familie en lokale gemeenschap verliezen hun vermogen om de zelfzucht in te tomen. In Amerika nog meer omdat het migrantentemperament die banden zoal verzwakt heeft. Elk jaar verhuist een vijfde van de bevolking in dit rusteloze land."

Volgens uw analyse is Amerika's manie gecrasht en zit het land in een depressieve fase. Zoeken naar een zondebok is daar typisch voor. Past de oorlog in Irak in die analyse?

"Het ongeduld van de Bush-regering met de diplomatie, het bedrog dat zij gebruikte om de zaak te forceren en haar optimistische verwachting dat de klus snel geklaard zou worden zijn typisch voor de manische fase. Ik vermoed dat de regering nog achter hinkt op de bevolking."

Staan we nu aan het begin van een nieuwe manische cyclus?

"Mijn hoop is dat mensen stilaan wijzer worden en zich beginnen te realiseren dat de manische manier van leven hen ongelukkig maakt. Dat ze de kloof tussen rijk en arm onaanvaardbaar breed maakt en dat zich dit vroeg of laat zal wreken tegen Amerika. Dat het ook anders kan. Dat is een mogelijkheid. Maar de kans lijkt groter dat we ons verder laten meeslepen tot een economische depressie ons doet crashen."

In de San Francisco Chronicle had Michael Roth lof voor uw inzichten maar hij vond ook dat u geen strategie aangeeft om een niet-manische maatschappij op te bouwen. Ik kan hem geen ongelijk geven. Het laatste deel van uw boek, waarin u uitlegt wat we kunnen doen, leest als een anticlimax. Terwijl de problemen die u aanwijst sociaal zijn, geeft u enkel recepten voor wat mensen in hun eigen leven kunnen doen en ze klinken bovendien wat afgezaagd: onthaasten, onze appetijt intomen, meer bewegen...

"Natuurlijk moet de maatschappij veranderen maar dat kan toch maar als de mensen begrijpen wat er misgaat. Als ze zich realiseren wat het probleem is, zullen ze wel weten wat er sociaal moet veranderen, daarvoor zijn ze intelligent genoeg. Maar mensen moeten daarop niet wachten om uit de tredmolen te stappen en hun eigen leven te veranderen. Dat lost niets op, zult u zeggen. Een vriend van me zag een man op het strand. Het was na springtij en er waren massa's kleine visjes aangespoeld; de man schepte ze op en gooide ze terug in de zee. 'Dat maakt toch geen enkel verschil', zei mijn vriend. De man pakte een vis en gooide hem in het water. 'Voor deze vis wel', zei hij."

Maar die vissen spoelden aan door een natuurkracht waaraan we niets kunnen doen. In uw boek benadrukt u dat we de omgeving die ons ziek maakt, zelf gemaakt hebben...

"Dat is waar, we doen het ons zelf aan en zijn dus ook zelf in staat om ons probleem op te lossen. Sommige mensen denken dat ik het enkel over de genen heb en concluderen dat we dus machteloos zijn tot we genetisch evolueren. Dat is onzin natuurlijk. Wij zijn meer dan onze genen. Dank zij onze frontale cortex hebben wij het unieke vermogen om uit onze ervaring te leren en die kennis aan elkaar over te dragen. We kunnen niet wachten op mutaties, we moeten ons leren aanpassen aan onze nieuwe omgeving voor het te laat is."

Is uw stelling, dat er een conflict is ontstaan tussen de wereld van schaarste die ons gemaakt heeft en de wereld van overvloed die wij gemaakt hebben, niet ook van toepassing op onze economische en politieke instellingen? Zoals eten overeten wordt en tot ziekte leidt, wordt produceren overproduceren, wat tot crisis leidt. Vereist het tijdperk van de overvloed niet een economie op andere grondslagen?

"Mijn hoop is dat steeds meer mensen zulke vragen beginnen te stellen, over alle aspecten van de samenleving. Dat we meer en meer tot het collectieve inzicht komen dat onze nieuwe omgeving van ons een nieuwe manier van leven vereist, omdat instant-genot en geluk niet hetzelfde zijn."

Tom Ronse

'De manische levensstijl is ook in Europa in opmars. Langer werken, meer stress, meer fastfood, meer pillen slikken, vervetting'

Peter Whybrow is professor in de psychiatrie en 'bio-behavioral science' aan de Universiteit van Californië en directeur van het Semel Institute of Neuroscience and Human Behavior. Hij is een expert in manische depressie en de endocrinologie van het centrale zenuwstelsel.

Zijn bekendste boeken zijn A Mood Apart: A Thinker's Guide to Emotion and its Disorder over manische depressie en The Hibernation Response over de 'winter-blues'.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234