Vrijdag 06/12/2019

Ongewoon gewoon

In 2000 won het trio An Fonteyne, Jitse van den Berg en Philippe Viérin de ontwerpwedstrijd voor het nieuwe stadhuis van Kortrijk. Het was de start van noA Architecten. Geen groteske bouwsels, geen dolle architecturale capriolen. noA is ongewoon gewoon. deSingel wijdde er een expo aan: Ontmoetingen.

Het zal wel de ironie van de geschiedenis zijn. Kort na de opening van Ontmoetingen bracht Toneelgroep Amsterdam in hetzelfde huis The Fountainhead. Dat stuk hangt een beeld op van de architect als compromisloze hemelbestormer. Die mythe is diametraal tegenovergesteld aan de manier waarop noA over architectuur denkt en ze in de praktijk brengt.

Niet dat zij geen nieuwe vormen en beelden zouden verzinnen. Het zijn zelfs bijzonder knappe constructeurs. Ze krijgen met nieuwe materialen en technieken heel ongewone dingen voor elkaar. Alleen merk je daar op het eerste gezicht niets van. Hun werk ziet er altijd vertrouwd, zelfs een beetje gewoontjes uit. Alsof het er altijd al stond.

Dat komt doordat ze in hun werk niet alleen vooruitkijken naar een grootse toekomst, zoals Roarke, de held van The Fountainhead. Ze houden ook altijd één oog op de achteruitkijkspiegel gericht. Wat staat er al, wat kunnen we er nog mee doen, wat vertelt het ons? Het resultaat raakt je als bezoeker of gebruiker vaak veel dieper dan het rücksichtsloze nieuwe.

Een mooi voorbeeld van die aanpak is het nieuwe stadhuis van Kortrijk (2001-2005). De stad had een saai betonnen bankgebouw uit de jaren zeventig, net naast het historische Stadhuis, verworven als nieuw onderdak voor administratie en publieke diensten. Op het eerste gezicht deden de architecten bijna niets met dat gebouw. In het midden ervan maakten ze enkele openingen in het dak, die ze bekroonden met prefab serres. Zo stroomt er gul licht binnen in de ruimte.

Maar voorts haalden ze vooral veel weg. Alle valse plafonds, nepwanden en tapijten gingen de container op. Zo kwam de wat brute poëzie van de oorspronkelijke betonstructuur met zijn plankenbekisting aan het licht. In de plotse zee van ruimte die zo ontstond beperkten de ontwerpers zich daarna tot het hoogstnodige: her en der plantten ze overmaatse meubels in, als eilanden in één grote ruimte. Het stadhuis als een overdekte marktplaats van diensten.

Labyrint

Publiek en kritiek reageerden meer dan enthousiast. Door dat succes kon noA meedingen naar de opdracht voor de verbouwing van het stadhuis van Menen. Een mijlpaal, niet alleen in hun carrière, maar ook in de Belgische architectuur van de jaren 2000. Het leek nochtans een onmogelijke opdracht. Het stadhuis was gevestigd in een vierkant blok dat een samenklontering was van een oud belfort, een stadhuis uit de 18de eeuw en burgerhuizen uit de 19de eeuw. In de twintigste eeuw hadden dwaze verbouwingen het complex onherkenbaar verminkt. Het werd een waar labyrint.

Geen wonder dat de meeste ontwerpers schoon schip wilden maken met dit gedrocht. noA niet. Het stelde, alweer, voor om alle ballast weg te halen om zo de oorspronkelijke structuur bloot te leggen. Aan wat overbleef voegden ze twee bescheiden structuren toe, één op het binnenplein van het oude stadhuis, één in de binnentuin van de later aangebouwde huizen.

Die twee simpele gebaren volstonden. Alle problemen van het complex smolten als sneeuw voor de zon. Je moet het zien om het te geloven. Elke vleugel van het complex herwon zijn oude glorie, maar toch zijn ze nu intens bij elkaar betrokken. Van het oude oerwoud aan wegwijzers bleef er niet één over. Het gebouw gidst je nu als vanzelf naar de plaats waar je zijn moet.

Het ontwerp werkt als een perfecte scenografie: ze verleidt om te ontdekken in plaats van je hardhandig van hot naar her te sturen. Overal is de centrale buitenruimte het referentiepunt dat gul licht binnenbrengt. noA ontpitte echter niet enkel de structuur. De toevoegingen zijn bijna sensueel in hun details. De aankleding van de ruimtes, o.a. met behangpapier van kunstenaar Benoît Van Innis, is 'state of the art'. Toch bedelt niets hier om aandacht. Het geheel, als optelsom van verleden en heden staat hier in de schijnwerpers. Dat maakt deze architectuur ook zeer menselijk: je voelt je meteen thuis in dit weloverwogen gesprek tussen oud en nieuw.

Niemandsland

noA bracht zo'n gesprek met het verleden nog vaker tot stand, bijvoorbeeld in de 's Hertogenmolens in Aarschot, of, nog maar net, bij de transformatie van een oude gevangenis in Hasselt tot een campus voor de rechtsfaculteit. Maar ze bouwden ook volkomen nieuwe gebouwen, zoals een onderstation voor elektriciteitsdistributie in Petroleum Zuid, de oude petroleumhaven van Antwerpen.

'Petrol' is een utilitaire opdracht waar veel architecten hun neus voor zouden ophalen. Het werd echter een baken voor een buurt waar in de nabije toekomst veel nieuwe woningen komen. Het betonnen gebouw, met een bekisting van planken, speelt een vernuftig spel met de bezoeker. Het staat lichtjes scheef, alsof het verzakt is. De wanden geven hun ware maat maar langzaam prijs door een vernuftig spel met de bekisting. Zo maakt het een niemandsland tot een bijzondere plek.

noA tekende zelf voor de tentoonstelling in deSingel. Het werd een visitekaartje voor hun scenografisch en sensueel talent. De tentoonstelling valt uiteen in twee delen, die precies samenvallen met het hoge en lage deel van de exporuimte. In het hoge deel staan piekfijne modellen op grote schaal van bouwonderdelen uitgestald naast grote foto's. Hier staat de ervaring van bijzondere plekken, materialen en constructiewijzen voorop.

Het lage deel laat je toe dieper in te gaan op de ontwerpen op zich, met uitgebreide documentatieschriften en maquettes. Er staat ook een stalen rek met materialen. Een knipoog naar Josef Beuys' Wirtschaftswerte. Architecten, zo beklemtoont noA hier, zijn bezig met de materie. Maar de manier waarop ze die naar hun hand zetten weerspiegelt en belichaamt een cultuur en een geschiedenis. Daar schrijven zij een nieuw hoofdstuk bij. Maar ze hebben de eerdere hoofdstukken met aandacht gelezen. Dat zouden meer vakgenoten mogen doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234