Maandag 12/04/2021

Pyschologie

Onderzoek wijst uit: wie zich verveelt, is goed bezig

null Beeld Charlotte Dumortier
Beeld Charlotte Dumortier

De meeste mensen vinden het vreselijk als ze zich vervelen. Toch denken wetenschappers dat het geen kwaad kan als we onszelf weer eens wat meer openstellen voor prikkelarme situaties. "We realiseren ons niet hoe zinvol verveling eigenlijk is."

Daar sta je dan bij de bushalte. Dertien minuten wachten tot de volgende bus. Zucht. Je staart wat naar de felgekleurde posterreclame, maar daar is de lol snel vanaf. De huizen aan de overkant van de straat staan erbij en kijken ernaar. Er fietst een vrouw voorbij. Ze gaat de hoek om. Gááp. Je kijkt op je horloge. Achter het glas sleept de secondewijzer zich met een tergende traagheid voort. Eén minuut verstreken. Wat ongelooflijk sáái.

Als er al een universele karaktertrek bestaat, dan moet het haast wel onze ontiegelijke hekel aan verveling zijn. In de file, tijdens een stomvervelende klus op het werk, bij de dokter in de wachtkamer: vrijwel niemand vindt het prettig om in saaie situaties te belanden. Niet zo gek dat we ons de laatste jaren massaal hebben laten verleiden tot het ultieme entertainment in pocketvorm, de smartphone. Met een wereld aan vermaak in je broekzak behoort de oeverloze verveling definitief tot het verleden. Mooi zo.

Of toch niet? Wie zich in verveling verdiept, merkt al snel dat het onderzoek ernaar bepaald níét saai is. Vervelingswetenschappers vinden dat we ons misschien wel weer wat meer zouden mogen openstellen voor verveling. Waarom is dat zo? Tijd voor een duik in de saaie wetenschap.

Wijnand van Tilburg is misschien wel de Nederlander die het meest enthousiast wordt van saaiheid. Tien jaar geleden besloot hij als pas afgestudeerd psycholoog om onze omgang met verveling onder de loep te nemen. Aan de andere kant van de Skype-verbinding weet Van Tilburg, tegenwoordig psycholoog aan het King’s College in Londen, zijn enthousiasme nog steeds slecht te verhullen. “Het is zo’n alledaags fenomeen, en toch weten we er bijna niets over. Enorm relevant”, klinkt het. En: “Weinig mensen realiseren zich hoe zinvol verveling eigenlijk is.”

Zinvol? Dat behoeft enige uitleg. Van Tilburg vertelt hoe zijn fascinatie met verveling begon met een besef: “De meeste menselijke emoties hebben een evolutionaire functie. Van angst, vreugde en bedroefdheid weten we dat het mensen helpt om te overleven. Ook verveling is evolutionair blijven hangen. Waarom? Er schuilt blijkbaar nut achter jezelf vervelen.”

Het antwoord van die vraag ligt, vermoedt Van Tilburg, in het tegengaan van zinloosheid. Verveling treedt op wanneer je activiteit niet voldoet aan een natuurlijke behoefte aan prikkels. Dat is een signaal, denkt Van Tilburg, om jezelf uit een zinloze routine te halen. “Dus kan verveling je motiveren om een zinvollere activiteit te ontplooien”, legt Van Tilburg uit. Zoals verveling onze vroege voorouders aanspoorde om op saaie momenten op zoek te gaan naar voedsel, zo kan het tegenwoordig een teken zijn dat we ons leven misschien niet hebben ingericht zoals we dat het liefst zouden willen.

Langere celstraffen

Geheel volgens sociaalwetenschappelijke principes heeft Van Tilburg dit idee met experimenten getoetst. Een zinvol bestaan haal je onder meer uit een groepsgevoel, redeneerde hij. Proef­personen zouden daarom waarschijnlijk meer waarde hechten aan het onderdeel zijn van een groep wanneer ze verveeld zijn.

Van Tilburg zette proefpersonen in Ierland aan een met opzet vreselijk saaie taak: het overschrijven van wetenschappelijke referenties over beton. Eén groep proefpersonen hoefde dit slechts even te doen, terwijl de andere groep slechter af was en langdurig aan het werk moest. Vervolgens legde Van Tilburg de proefpersonen een scenario voor waarbij een Ier door een Engels­man was mishandeld. “De meer verveelde proefpersonen eisten langere celstraffen voor die Engelsman”, vertelt hij. “Precies wat we verwachtten. Door de verveling voelden ze zich meer verbonden met hun groepsgenoot, de mishandelde Ier.”

Dit experiment is er een van een groot aantal onderzoeken die laten zien dat verveelde mensen meer waarde hechten aan zingevende ervaringen zoals het onderdeel zijn van een groep. Dat je op zoek moet gaan naar verveling wil Van Tilburg daarmee niet zeggen. “Maar het is goed om het niet helemaal uit de weg te gaan. Realiseer je in elk geval dat verveling een goed moment kan zijn om eens na te denken: is wat je nu aan het doen bent wel echt wat je wilt?”

Maar niet alleen in de zoektocht naar zin­geving is het goed om verveling te koesteren. Ook in het onderzoek naar aandacht worden al langere tijd de pijlen gericht op overmatig smartphone­gebruik. “Het is goed om je brein af en toe even af te sluiten van prikkels”, vertelt psycholoog Stefan van der Stigchel, auteur van het boek Zo werkt aandacht. Uit onderzoek bleek al eerder dat een pauze van het werk in een omgeving zonder veel prikkels, zoals de natuur, goed is voor de concentratie. Van der Stigchel: “In de natuur kan je brein weinig anders dan niks doen, er zijn weinig prikkels om op te reageren. Dat geldt niet voor een drukke stad, en al helemaal niet als je een smartphone erbij pakt.”

Voor de concentratie is die constante stroom van prikkels funest. Je concentratie werkt net als een spier, vertelt Van der Stigchel, die dus ook af en toe rust nodig heeft.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Opvallend genoeg is een brein in rust niet helemaal inactief. Neurologen legden proefpersonen in de MRI-scanner en zagen dat een brein dat niets te doen heeft, toch in bepaalde hersendelen activiteit vertoont. Het default brain network, wordt dit genoemd: het standaardnetwerk. “Het brein schakelt dan over op dagdromen en introspectie”, vertelt Van der Stigchel. “Maar daar is geen inspanning voor nodig, waardoor je concentratievermogen zich kan herstellen.”

Pijnlijke schokken

Dat dagdromen van het standaardnetwerk heeft een leuke bijkomstigheid: je wordt er vinding­rijker van. In 2014 lieten Amerikaanse onderzoekers een groep proefpersonen net zolang nummers uit een telefoonboek overschrijven tot ze zich dood verveelden. Vervolgens voerden ze tests uit om creativiteit te meten, zoals het bedenken van manieren hoe je twee plastic cups zou kunnen gebruiken. De verveelde proefpersonen, zo bleek, bedachten veel meer creatieve manieren om de cups te gebruiken dan een niet-verveelde controlegroep. “Blijkbaar gaat een verveeld brein zo hard op zoek naar prikkels dat er vanzelf creatieve gedachten opkomen”, zo concludeerde hoofdonderzoekster Sandi Mann in Amerikaanse media. Je brein kan op verrassende gedachten komen, zolang je het maar af en toe de kans geeft om af te dwalen.

Af en toe de saaiheid opzoeken is, kortom, goed voor je. Er is alleen één probleem: mensen houden niet van verveling. Sommigen dienen zichzelf nog liever een pijnlijke schok toe dan verveeld te zijn. Letterlijk. Psycholoog Timothy Wilson van de Universiteit van Virginia beschreef in 2014 in Science hoe hij 42 proefpersonen een kwartier lang alleen liet in een lege kamer. Het enige wat de proefpersonen hadden om zich mee te ‘vermaken’, was een knop waarmee ze zichzelf een ongevaarlijke maar pijnlijke schok konden toedienen. Het kwartier wachten was voor achttien proefpersonen zó saai, dat ze zichzelf uit pure verveling een schok toedienden. Zelfs pijn vinden mensen minder erg dan verveling, concludeerde Wilson.

Overschakelen op ons standaard­breinnetwerk lijken mensen over het algemeen niet prettig te vinden. In 2010 publiceerde Science een studie met als titel: ‘A wandering mind is an unhappy mind’ – een dwalend brein is een ongelukkig brein. Met behulp van een iPhone-app verzamelden Amerikaanse onderzoekers gegevens van duizenden Amerikanen over hun omgang met saaie situaties, waarin het brein overschakelt op het standaardnetwerk. Uit de resultaten bleek dat de respondenten zich slechter voelden wanneer hun brein in rust was en afdwaalde, dan wanneer ze hun brein met prikkels bezighielden.

Van der Stigchel: “Mensen vinden het over het algemeen niet fijn om te gaan dagdromen. Je gaat over jezelf nadenken, aan introspectie doen. Dat kan confronterend zijn.”

Los van verveling zit het dus in onze aard om op zoek te gaan naar prikkels. Zolang het brein maar bezig blijft, en niet met allerlei moeilijke gedachtes op de proppen komt, voelen we ons lekker.

Vijf soorten verveling

Verveling an sich is dan ook helemaal niet waar we naar op zoek moeten, vindt John Eastwood. Hij leidt aan de York Universiteit in Toronto het boredom lab, het vervelingslab, waar een team psychologen zich over het fenomeen buigt. “Ik denk niet dat er iets goed is aan verveeld zijn”, peinst Eastwood. “Af en toe een stap terugzetten uit de schreeuwende, altijd om aandacht vragende wereld, dat kan geen kwaad. Maar dat is wezenlijk iets anders dan verveeld zijn.”

Eastwood kan het weten: hij en zijn collega’s schreven pagina’s van wetenschappelijke vak­bladen vol over de precieze definitie van verveling. In 2013 deed een Duits-Amerikaans onderzoeksteam nog een behoorlijk wanhopige poging, door maar liefst vijf soorten verveling op een rijtje te zetten. Overdreven, vindt Eastwood. “Als je het begrip zo breed gaat definiëren, kun je er niets mee. Verveling is gewoon verveling, in wat voor situatie je haar ook plaatst.”

Volgens Eastwood verwijst verveling in essentie naar het onvermogen om uit te drukken wat je precieze behoeftes zijn, waar je zin in hebt. Dat heeft dus weinig te maken met hoe actief je met iets bezig bent. Wie in bad met de ogen dicht lekker ligt te dagdromen is niet verveeld, wie zich op kantoor tijdens een saaie taak laat afleiden door Facebook wel.

Net als Van Tilburg schaart Eastwood verveling als nuttige prikkel in het rijtje met pijn, verdriet en angst: niet fijn, wel handig. “Zodra je alles op alles zet om pijn te vermijden, raak je in de problemen”, aldus Eastwood. “Hetzelfde geldt voor verveling. Je moet jezelf toestaan af en toe verveeld te raken, anders heb je nooit in de gaten dat wat je doet zinloos is, of niet in lijn ligt met je eigenlijke behoeftes.”

Oftewel: als je elk greintje verveling verjaagt met Candy Crush, heb je misschien niet door dat je op zoek moet naar een andere baan.

Eastwood haalt een metafoor aan van de bekende Duitse socioloog Georg Simmel om uit te leggen hoe het gebruik van technologie als de smartphone ons leven beïnvloedt. “Vergelijk het met een snel stromende rivier. Daarin kun je je heerlijk mee laten voeren. Maar als je te lang blijft meedrijven, vergeet je hoe je moet zwemmen. Op dezelfde manier is het eenvoudig om je verveling met technologie te verdrijven, terwijl je daarbij wellicht vergeet hoe je op saaie momenten na kunt denken over wat je met je leven wilt, en hoe je dit gaat aanpakken.”

Of je de saaiheid nu opzoekt of niet, voor de één zal het makkelijker zijn om hiermee om te gaan dan voor de ander. Mensen verschillen namelijk in hun aanleg voor verveling. Al in 1986 ontwikkelden wetenschappers een schaal voor het meten van boredom proneness – de neiging tot verveling. Mensen die hoog scoren op de schaal raken sneller verveeld door weinig prikkelende situaties. Deze neiging tot verveling blijkt in wetenschappelijke onderzoeken keer op keer samen te hangen met allerlei naars: gokgedrag, drugsgebruik, overmatig eten.

Het is dan ook niet per se verstandig om verveling na te streven – eerder moeten we leren om beter om te gaan met verveling. “Installeer bijvoorbeeld een creatieve teken-app op je smartphone”, suggereert Van Tilburg. “Daarmee stimuleer je je eigen creativiteit. Dat is al een stuk betere manier om om te gaan met verveling dan Candy Crush.”

Eastwood en Van der Stigchel zien meer in het opzoeken van een prikkelarme omgeving, zoals de natuur. “Het menselijke aandachtssysteem is ontstaan in de natuur en is daar uiteindelijk het beste op aangepast”, aldus Eastwood. “Je zult wel moeten leren om een omgeving met zo weinig prikkels te tolereren. Dat is vergelijkbaar met afkicken van een verslaving. Eerst voel je een sterke behoefte aan prikkels, maar uiteindelijk blijk je die snelle behoeftebevrediging in te hebben geruild voor iets veel beters: kunnen genieten van saaiheid, zonder te zwichten voor verveling.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234