Zondag 08/12/2019

Onderwijs

Onderwijskwaliteit blijft maar dalen. Wat nu?

Beeld Sven Franzen

De nieuwste PISA-resultaten zijn opnieuw een tegenslag voor het Vlaams onderwijs. Ze tonen dat onze 15-jarigen weer achteruitgaan, vooral voor leesvaardigheid. Wat moet er gebeuren om die dalende trend van de afgelopen jaren om te keren?

Wat zijn de resultaten?

Ondanks zijn (methodologische) beperkingen blijft de PISA-test van de OESO de meest toonaangevende test om uitspraken te doen over onderwijskwaliteit op de lange termijn. De nieuwe resultaten voor Vlaanderen liggen in de lijn van de verwachtingen: onze 15-jarigen blijken voor alle drie de geteste vaardigheden minder te scoren dan drie jaar geleden. Vooral voor lezen is die daling aanzienlijk: een op de vijf leerlingen haalt het minimumniveau om in de samenleving te functioneren niet. “Dat is verontrustend”, zegt onderzoeker Inge De Meyer (UGent). “Vlaanderen slaagt er maar niet in die laagste groep op te tillen, ook al hameren we daar al jaren op. In andere landen lukt dat wel.”

De resultaten liggen in lijn met de PIRLS-test die peilt naar de leesvaardigheid bij Vlaamse 10-jarigen. Een vaak gehoorde verklaring was toen dat Vlaamse leerlingen in het vijfde en zesde leerjaar meer begrijpend lezen zouden krijgen en nog een inhaalbeweging moesten maken. Die verklaring kan nu de vuilnisbak in, zo blijkt uit vervolgonderzoek. We hebben de achterstand niet ingehaald.

Ook wat betreft wetenschappelijke en wiskundige geletterdheid dalen de resultaten. In vergelijking met de vorige PISA-resultaten is die daling minder uitgesproken. Maar over de lange termijn, sinds het begin van de testen in 2003, zien we wel een onmiskenbare trend naar beneden. Ook opvallend: nog maar eens blijkt dat zowel sociaal-economische status als migratieachtergrond sterke voorspellers zijn voor de resultaten bij ons. Meer dan in andere landen scoren arme leerlingen of leerlingen met migratieachtergrond minder sterk dan rijke leerlingen of leerlingen zonder migratieachtergrond. 

Wat legt de Vlaamse regering op tafel?

“De nieuwe PISA-resultaten moeten Vlaanderen wakker schudden.” Dat zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Weyts ziet drie grote werven waar het beleid zich op moet enten. “Ten eerste moeten we focussen op Nederlands. Ten tweede moeten we de lat hoger leggen, met aangescherpte eindtermen die focussen op Nederlands en wiskunde. Ten derde moet ons onderwijs meer in de spiegel kijken, met in heel Vlaanderen dezelfde proeven die meten of we erin slagen om leerwinst te boeken.”

Vooral op taal legt Weyts een sterke nadruk. “Ik denk dat dat geen slechte zaak is”, zegt De Meyer. “We zien toch dat de thuistaal sterk samenhangt met de resultaten op de test.” Iedereen schaart zich achter beter taalonderwijs, maar de manier waarop zorgt voor discussie. Dat bleek vorige maand toen Weyts voorstelde een bindende taaltest af te nemen bij kleuters. Vooral het jaar in de taalbadklas dat hij als stok achter de deur hield, deed heel wat stof opwaaien. “Stop die discussie nu over wat we allemaal niet moeten doen en laat ons focussen op wat wel mogelijk is”, zegt Weyts daarover.

Ten slotte heeft Weyts aan de Belgische OESO-topman Dirk Van Damme gevraagd om een internationaal team van experts samen te stellen die suggesties moeten doen om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Tegen volgend najaar moeten zij daarover een rapport afleveren.

Wat moet er nu in het Vlaamse onderwijs gebeuren?

“Dat is de vraag van 1 miljoen”, zegt De Meyer. Van zodra de resultaten van de PISA-testen bekend zijn, ontstaat een mallemolen aan reacties over wat we nu moeten doen. Daardoor ontstaat de indruk dat oplossingen aanreiken eenvoudig is. Niets is minder waar. Eerst en vooral meet de OESO verbanden en geen causale relaties. Vaak hebben de onderzoekers het raden naar de concrete reden voor een stijging of daling. “Er is met andere woorden geen eenvoudige fix voor onze dalende cijfers”, zegt professor onderwijskunde Jan Vanhoof (UAntwerpen).

Deskundigen pleiten vooral voor meer onderzoek. Zo vermoeden ze dat de recente daling in prestaties bij de toppresteerders voor wiskunde te wijten is aan een hervorming uit 2002-2003. Toen werden enkele richtingen met een focus op wiskunde, zoals Grieks-wiskunde, afgeschaft. Daarnaast daalde ook het aantal uren wiskunde. Dat de onderzoekers naar een hervorming van zeventien jaar geleden verwijzen als mogelijke verklaring, hoeft overigens niet te verbazen. De oorzaken voor een bepaald resultaat moeten altijd ver in de tijd gezocht worden. “We moeten onder andere kijken naar beleidskeuzes die we sinds 2000 of zelfs vroeger maakten”, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool/Universiteit Leiden). “Het is geweldig frustrerend voor zowel voormalig onderwijsminister Crevits (CD&V) als haar opvolger Weyts dat de invloed van hun beleid wellicht nauwelijks merkbaar zal zijn in de nieuwste resultaten.”

Meer onderzoek dus. Volgend jaar volgen alvast de resultaten van TIMSS 2019, dat focust op wiskunde en wetenschappen, en in 2022 de resultaten van de nieuwe PIRLS 2021. Maar om bijkomend onderzoek te kunnen doen, vragen wetenschappers al jaren om meer instrumenten. Een deel van de oplossing zal liggen in meer gestandaardiseerde en genormeerde proeven, zoals ook Weyts op tafel legt. Door leerlingen systematisch meer op dezelfde manier te gaan toetsen, krijgen leerkrachten een beter zicht op de vorderingen van hun klas. Ook kunnen deskundigen betere vergelijkingen maken en bijvoorbeeld slechte scholen identificeren. “Het monitoren van leerresultaten is in elk geval een voorwaarde voor effectief onderwijs”, zegt Vanhoof. “Maar het is ook maar een onderdeel van de oplossing.” Een ander deel is volgens hem een terugkeer naar de basisvaardigheden. “Als het curriculum overladen wordt met extra onderwerpen, is het logisch dat er minder tijd is voor bijvoorbeeld technisch lezen.” Ook onderwijsonderzoeker Tim Surma (Thomas More) sluit zich daarbij aan. “Al geruime tijd worden leraren en scholen overspoeld met impliciete boodschappen dat leren – en dus het verwerven van basiskennis en vaardigheden – niet meer op de eerste plaats staat.”

Beeld Sven Franzen

Kunnen we iets leren uit het buitenland?

“We kunnen zeker wat leren uit het buitenland, al was het door niet dezelfde fouten te maken”, zegt De Bruyckere. Hij verwijst naar Nederland, waar de 15-jarigen nog een diepere val maakten voor leesvaardigheid. “Nu is het zaak goed in het oog te houden wat daar de verklaringen voor zijn en dat zelf te vermijden.”

Kunnen we geen lessen trekken uit de succesrecepten? Dat een doorgedreven aandacht voor taal en leesvaardigheid kan werken, bewijst bijvoorbeeld Engeland. Zij leggen zich sinds een tijd sterk toe op leren lezen en mogen daar nu de vruchten van plukken. Ook Estland en Polen tonen dat beterschap mogelijk is: zij voerden tien jaar geleden een hervorming door en kunnen zich nu bij de top van Europa rekenen.

Al zal het niet mogelijk zijn hun hervormingen zomaar over te nemen. Kijk maar naar Finland: tot enkele jaren geleden gold dat land als hét Europese gidsland voor onderwijs. Maar ook daar zakken ze nu stelselmatig met elke nieuwe PISA-ronde. “Elke hervorming antwoordt dan ook op een specifiek probleem”, zegt De Meyer. “In Polen merkte men bijvoorbeeld problemen op met één onderwijsvorm. Die heeft men afgeschaft en de leerlingen ervan elders laten invoegen. Die pikken het hogere niveau op, wat de betere resultaten verklaart.” 

Wat zijn de reacties op PISA?

Wie een mening heeft over onderwijs, staaft die maar wat graag door te verwijzen naar de PISA-resultaten. “De resultaten liggen in lijn van de verwachtingen”, zegt parlementslid Loes Vandromme (CD&V). “We hebben net daarom de voorbije jaren al heel wat hervormingen in de steigers gezet, zoals de modernisering van het secundair onderwijs of de nieuwe eindtermen. Het is nu zaak die goed uit te voeren.”

Daar sluiten alle koepels en netten zich bij aan. Zowel Katholiek Onderwijs Vlaanderen, het Gemeenschapsonderwijs (GO!) als Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) geven aan hun eigen leesdidactiek al een tijdje kritisch onder de loep te nemen. Daarnaast pleit Boeve voor meer onderzoek: PISA meet het symptoom, niet de oorzaak. De discussie daarover gaat vele kanten op, wat gericht actie ondernemen niet vergemakkelijkt.”

Voor oppositiepartij Groen is naast de afkalvende leesvaardigheid ook de sociale ongelijkheid een aandachtspunt. “Er moet een echt gelijkekansenbeleid worden uitgewerkt dat op meer dan op Nederlands alleen focust”, zegt parlementslid Elisabeth Meuleman. “Maar dan moet de Vlaamse regering niet teruggrijpen naar conservatieve, niet-wetenschappelijk onderbouwde recepten, zoals het taalbad.”

Het is kritiek die bij parlementslid Koen Daniëls (N-VA) in het verkeerde keelgat schiet. “Ik hoop dat de relativering stopt.” Hij hamert zelf op het aandeel toppresteerders wiskunde dat op 15 jaar tijd gehalveerd is. “Dat is hallucinant. We halen niet meer het maximum uit onze leerlingen. We moeten grondig bestuderen hoe wiskunde werd onderricht in Vlaanderen vóór 2003 – toen de scores nog top waren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234