Donderdag 22/04/2021

onderwijs

Onderwijs: keuzestress voor ouders neemt toe

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

Secundaire scholen kunnen vanaf 2018 in het nieuwe hervormde onderwijsstelsel stappen, maar ze kunnen ook beslissen om alles bij het oude te laten. Het compromisvoorstel lijkt het onderwijsaanbod dan ook vooral complexer te gaan maken, met extra keuzestress voor ouders en kinderen.

Goede punten verdient de hervorming van het secundaire onderwijs voor... de veranderingen in het basisonderwijs. Onderricht in andere talen krijgt een prominentere plek. Vanaf het eerste jaar komen er initiaties in Frans, Engels of Duits, vanaf het derde jaar worden dan taallessen georganiseerd. Vakleraars techniek, muziek of talen krijgen hun plaats in de lagere school.

Vanaf het vijfde studiejaar kan er ook gedifferentieerd worden, met ruimte voor bijlessen voor leerlingen die dat duwtje extra nodig hebben. Op die manier wordt een van de kernproblemen in het huidige onderwijs - te veel uitstroom van jongeren zonder kwalificaties, te veel zittenblijvers - bij de bron aangepakt. Na het basisonderwijs krijgen alle kinderen een getuigschrift met het advies de A- dan wel de B-stroom te volgen. Die schotten zijn niet waterdicht, maar de oude terminologie blijft dus wel bestaan voor wie dat wil.

De veelbesproken 'brede eerste graad' komt er zoals verwacht niet. In het eerste jaar is er 27 uur algemene vorming, en vijf uur keuzevakken om te "verkennen, versterken en verdiepen." Ook dat verandert weinig ten opzichte van wat er al is. In het tweede jaar vergroot het keuzegedeelte tot zeven uur in de A-stroom en twaalf uur in de B-stroom. Hier kan de leerling een eerste keuze maken, bijvoorbeeld Latijn of techniek. In de tweede en derde graad worden de 29 studiegebieden samengebald in acht studiedomeinen, zoals economie of sport. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wil een derde van de in totaal 150 richtingen schrappen of fuseren, maar de onderhandelingen daarover moeten nog starten.

Scholen mogen kiezen of ze in de hervorming stappen of niet. Ze kunnen zich profileren als domeinschool (door bijvoorbeeld alle richtingen met wetenschap en techniek te combineren, zoals nu al op technische instituten gebeurt), of juist als campusschool (door oude aso en tso-richtingen op één campus aan te bieden als doorstroomopleidingen).

Of ze kunnen beslissen helemaal niks te doen. Dit biedt met name voor een bepaald type colleges en lycea vrijheid om zich nog scherper te profileren als elitescholen. Scholen krijgen wel een financiële bonus als ze in de hervorming stappen.

Voor ouders en kinderen wordt de keuze van de juiste school bijgevolg nog crucialer en complexer. Ook al zegt de regering schotten weg te nemen, in de praktijk wordt het wellicht nog moeilijk om over te stappen van de ene school naar de andere.

Die vrijblijvendheid is het grootste risico in de hervorming, meent Raymonda Verdyck, hoofd van het Gemeenschapsonderwijsnet. "Als je als samenleving beslist dat een versterking van het secundair onderwijs een absolute prioriteit is, is het een beetje vreemd dat scholen zelf de vrijheid krijgen om niet te bewegen." Lieven Boeve van het vrije katholieke net nuanceert. "Basisvoorwaarde is dat de opleiding in alle scholen dezelfde is, ongeacht welke organisatievorm ze kiezen."

De 'big bang' die voormalig minister Pascal Smet (sp.a) voor ogen had, komt er dus niet. Er komt een nieuwbouw vanaf schooljaar 2018-19, maar ook de oude structuren blijven overeind. Dat is amper nog nieuws na twee jaar moeizaam onderhandelen. Minister Crevits kan trots zeggen dat zij tenminste een akkoord uitvoerbaar heeft gekregen.

Pedro De Bruyckere, pedagoog Arteveldehogeschool: "Er verandert niet zo veel"

"Op het eerste gezicht blijft het meeste bij het oude", zegt pedagoog Pedro De Bruyckere. "Al gaan scholen onderling wel feller verschillen."

De Bruyckere: "Wat de gevolgen zullen zijn van deze modernisering? Dat valt moeilijk in te schatten. Op het feit na dat de schotten (aso/tso/bso, ra) kunnen blijven bestaan, voert de Vlaamse regering het uit 2014 stammende masterplan uit. Dit akkoord is vooral een compromis. De grootste verandering is de basisgeletterdheid, minimumdoelen die elke leerling moet bereiken. Daar staan ook financiële en digitale kennis bij, iets waar ouders vragende partij voor waren. Ook het vreemdetalenonderwijs, voortaan al mogelijk vanaf het eerste jaar basisonderwijs, is een zeer duidelijke keuze."

Er zitten volgens De Bruyckere elementen in die het watervalsysteem en de stigma's ten opzichte van het beroeps- en technisch onderwijs kunnen verminderen. "Denk bijvoorbeeld aan de remediëring in de eerste graad, waardoor leerlingen op systematische wijze extra steuntjes in de rug zullen krijgen. Ook zullen het bso en tso opgewaardeerd worden, al weten we wel nog niet hoe de Vlaamse regering dat precies wil doen. Als daar onvoldoende investeringen mee gepaard gaan, bestaat altijd het gevaar dat de kloof tussen de sterkst en zwakker presterende leerlingen juist weer groter wordt en de vooroordelen blijven bestaan.

"Uiteindelijk krijgen de scholen enorm veel vrijheid. Het zal mogelijk worden om het perfecte onderwijs voor een kind te vinden. Maar het kan ook juist moeilijker worden om daarin als ouder en leerling je weg te vinden. Een goede school- en studiekeuze wordt belangrijker dan ooit, vooral omdat de scholen onderling feller van elkaar kunnen gaan verschillen. En de sociaal-economische status van ouders kan in die keuze een rol spelen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234