Woensdag 10/08/2022

InterviewOVSG-topman Patriek Delbaere

‘Onderwijs is sinds de jaren 90 steeds meer gepolariseerd. Dat heeft ons geen deugd gedaan’

Patriek Delbaere, hoofd van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs, gaat half januari op pensioen. 'De leermethodes in handboeken zijn niet kwalitatief.' Beeld Tim Dirven
Patriek Delbaere, hoofd van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs, gaat half januari op pensioen. 'De leermethodes in handboeken zijn niet kwalitatief.'Beeld Tim Dirven

Hij zag het Vlaamse onderwijs geboren worden maar trekt er zich na nieuwjaar uit terug. Als hoofd van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs schuwt Patriek Delbaere vlak voor zijn pensioen de klare taal niet. ‘Er is een impliciete machtsstrijd bezig tussen overheid en koepels.’

Pieter Gordts

Het Vlaamse onderwijs kent een paar eigenaardigheden. Met 20 lesuren werken leerkrachten in het secundair voltijds. Officieel hebben er in de eerste graad secundair nooit aso-, tso- en bso-richtingen bestaan, toch duiken ze vaak op in scholen. En het Vlaams Parlement spijkert alle regels rond onderwijs elk jaar bij via een nieuw, genummerd decreet. Aan nummer 32 zitten we dit jaar. “Ze vallen naadloos samen met mijn carrière”, zegt Delbaere. “Ik heb 32 jaar voor het onderwijs gewerkt.”

Toen Delbaere voor de vereniging van steden en gemeenten begon te werken, was dat nog een Belgische vereniging. Vlak nadien werd Vlaanderen alleen verantwoordelijk voor het onderwijs, in 1989. “Vrijwel meteen hebben we toen een vliegende start gemaakt met een aantal belangrijke decreten. Die bestaan vandaag au fond nog, al hebben ze natuurlijk een ontwikkeling meegemaakt.”

Inhoudelijk is de grootste verandering misschien dat kwaliteit centraal is komen te staan in het publieke debat over onderwijs. Vindt u dat een goede zaak?

“Dat heeft zich opgedrongen naar aanleiding van de aanhoudende negatieve resultaten op diverse internationale rankings. Op vakken als taal, wiskunde en wetenschappen doen we het beduidend minder dan tien tot twintig jaar geleden. Dat signaal kan je niet negeren.”

“Het probleem is dat we eigenlijk onvoldoende onderzoek hebben over wat de oorzaak is en vooral, hoe we dat kunnen oplossen. Ik wil het kwaliteitsdebat zeker niet uit de weg gaan, maar het plaatsen van een bijkomend knipperlicht via centrale toetsen zal geen meerwaarde zijn.”

U verwijst naar de Vlaamse toetsen die onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) wil invoeren. Wat is uw probleem daarmee?

“We hadden gehoopt dat de minister verder zou bouwen op wat er al is. We beschikken vandaag over peilingsproeven en zowel wij als het katholiek onderwijs hebben eigenlijk al centrale toetsen (respectievelijk de OVSG-toetsen en interdiocesane proeven in het zesde leerjaar, PG). We hadden gehoopt dat die verrijkt zouden worden zodat we doorheen de tijd kunnen vergelijken – dat kunnen we vandaag niet. Door per se te willen vertrekken van een leeg blad, mist men een kans.”

“We krijgen te veel de indruk dat de huidige doelstelling van de centrale toetsen is om een controle in te bouwen. Niet alleen naar de kwaliteit van het systeem, maar ook die van de school en de leerling. De overheid moet beseffen dat ze de kwaliteit kan controleren, maar dat ze niet bevoegd is om ook nog eens het hele proces daarboven te controleren. Dan gaan we naar een staatspedagogiek die men in 1830 niet wilde. Als dat echt is wat de politiek wil, dan moet ze de grondwet veranderen. Op dat vlak blijf ik heel kritisch.”

“Waarom wil men centraal toetsen en hoe moet dat gebeuren? Die vragen zijn noch politiek, noch maatschappelijk bediscussieerd. Als de toetsen er komen zoals ze nu voorliggen, zal dat niet tot kwaliteitswinst leiden.”

Wat dan wel? Laat het ons concreet maken: drie jaar geleden toonde pedagoog Jan Van Damme (KU Leuven) samen met collega’s dat scholen van uw koepel er doorheen de jaren inderdaad op achteruitgingen. Bent u er al achter hoe dat komt en wat hebt u daaraan gedaan?

“We doen al jarenlang inspanningen om conclusies te trekken op basis van elke OVSG-toets. Zo maken we vergelijkingen tussen scholen. Zo gaan we na waar er hiaten in de leerplannen zitten. Het kan dat een bepaald domein van wiskunde niet goed gekend is in het zesde jaar, maar dat het knelpunt in het derde jaar zit. Naast dat globale rapport zijn we recentelijk gestart met een schoolfeedbackrapport voor elke school. Daarmee stapt de pedagogische begeleiding naar een school en zegt ze: ‘Hier is een probleem, daar kan je zo aan werken.’ Ook stappen we over op digitale toetsen waardoor we per leerling bekijken waar er problemen zijn.”

“Kortom, we hebben gebouwd aan onze eigen systemen. We hebben nu de mogelijkheid om te detecteren, te analyseren en remediëren. Maar dat moeten we doen met eigen middelen. Eigenlijk is onze vraag: steun ons daarin zodat we dat adequater kunnen doen.”

“Maar dan komen we terecht bij de volgende stap: de leermethodes in handboeken die leerkrachten gebruiken om leerlingen iets aan te leren. Die maken wij niet: ze zijn in commerciële handen. Ik denk dat ze onvoldoende kwalitatief zijn. Ze zijn te veel gericht op eindtermen – en dus minimumdoelen. Onlangs zaten we samen met Nederlandse collega’s over begrijpend lezen. Wat blijkt? Er is voldoende wetenschappelijke kennis over wat werkt en wat niet om leerlingen begrijpend te leren lezen. Als we dan bekijken of deze methodes ingebouwd worden in de handboeken die scholen gebruiken, is het antwoord: neen.”

Patriek Delbaere: ‘Als de centrale toetsen er komen zoals ze nu voorliggen, zal dat niet tot kwaliteitswinst leiden’
 Beeld Tim Dirven
Patriek Delbaere: ‘Als de centrale toetsen er komen zoals ze nu voorliggen, zal dat niet tot kwaliteitswinst leiden’Beeld Tim Dirven

Corona heeft heel wat pijnpunten van het onderwijs blootgelegd. Welke zijn die volgens u?

“Ze liggen voor de hand. Het heeft eerst en vooral het lerarentekort geaccentueerd. We hebben geen enkele reserve en leerkrachten zijn overbevraagd. Het wordt zelfs een directeurentekort.”

“Het tweede is de infrastructuur: we hebben te lang met te weinig middelen gezeten. Dat is nog altijd zo. We hebben het onlangs zelf berekend: om ons patrimonium om de vijftig jaar te vernieuwen hebben we 500 euro nodig per leerling, per jaar. We krijgen vandaag 100 euro. We slagen er dus niet in ons regulier patrimonium te renoveren. Dat breekt ons zuur op tijdens corona: het onderwijs heeft veel verouderde gebouwen die niet voldoen voor luchtkwaliteit. Een derde is het digitale waar we veel meer op moeten inzetten.”

“Die drie werven móéten we aanpakken. Maar kijk dan naar de relancemiddelen die we krijgen van de Europese Unie: daarvan gaat 500 miljoen euro naar onderwijs. Vergelijk dat eens met Nederland: daar krijgt onderwijs 8 miljard euro. We moeten veel meer in cijfers redeneren in onderwijs, minder vanuit principes en dogma’s.”

BIO

• 62 jaar
• studeerde af als maatschappelijk werker en bestuurskundige
• werkte op de jeugddienst van Deinze
• werd in 1989 juridisch adviseur bij de Vereniging van Belgische Vlaamse Steden en Gemeenten (later VVSG)
• stapte in 1990 mee over naar de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG)
• werd daar in 2004 algemeen directeur

Dat het lerarentekort een van de grote problemen was, wisten we al lang op voorhand.

“We wisten inderdaad dat we afstevenden op een lerarentekort. Bovendien wisten we dat het zich zou manifesteren op een moment dat alle economische sectoren op zoek zijn naar personeel. En we weten dat het niet evident is om leerkrachten uit het buitenland te halen. Dat alles komt nog eens boven op de grootste gezondheidscrisis die ons nu treft.”

“De eerste zorg is dus: de scholen openhouden en voorzien in voldoende leerkrachten zodat iedereen genoeg les heeft. Dat is de essentie. Alle respect voor de debatten rond de kwaliteit van ons onderwijs, maar ik zou zeggen: eerst de boterham, dan het beleg.”

Waarom is er dan niets ondernomen om het lerarentekort op te vangen?

“Ik moet tot eigen scha en schande bekennen dat we er jaar na jaar niet in geslaagd zijn het lerarenloopbaanpact – dat begonnen is onder Pascal Smet (minister van onderwijs van 2009 tot 2014, toen sp.a, nu Vooruit; PG) – tot een goed einde te brengen. Er was altijd wel een reden of een obstructie om het niet te doen.”

“Daardoor zitten we vandaag met de handen in de haren. We – ik spreek ook in mijn naam – hebben nagelaten om daar met een open vizier en een wit blad naar te kijken. Als we dat gedaan hadden, was dat gelukt. Maar onderwijs wordt gemaakt door verschillende partners.”

Het ligt volgens u aan de vakbonden?

“Er zijn toch voldoende voorstellen van ons gekomen om hier iets aan te doen. Maar als een bepaalde kant blokkeert en als het beleid de handdoek in de ring gooit, valt het debat stil. Dan zitten we waar we nu zitten.”

“Wat ik vind van de plannen van de minister (Weyts neemt verschillende maatregelen, zoals extra anciënniteit voor zij-instromers of de mogelijkheid voor leerkrachten om extra uren op te nemen, PG) om het lerarentekort op te vangen? Ze zijn een blauwdruk van de zaken die wij zelf hadden voorgesteld. Maar die maatregelen gaan pas in op 1 september volgend jaar. De vraag is: wat doen we na de kerstvakantie? Bovendien brengt het geen soelaas voor het bredere probleem: er zitten te weinig mensen in de lerarenopleidingen. Dat is trouwens een probleem dat veel Europese landen hebben. Dus moeten we veel meer zij-instromers aanspreken.”

U schuwt de harde analyse niet. Toch komt u daar als kleinere koepel niet vaak mee aan bod in de media. Heeft u dat nooit gestoord?

“Neen. Je moet je plaats ook kennen. Het draait niet om mij. Wanneer morgen de schepen van Onderwijs van Antwerpen iets zegt, kan dat heel anders zijn van wat de schepen in Zuienkerke zegt. Daarom moet ik altijd de gulden middenweg zoeken. Dat is een heel andere stellingname dan andere koepels.”

“Daarnaast denk ik dat debatten in de publieke opinie niet altijd bijdragen aan de oplossing. Ook dat is een van de evoluties die ik heb opgemerkt: onderwijs is vanaf de jaren 90 tot nu in een polarisering terechtgekomen. Dat heeft het geen deugd gedaan.”

Patriek Delbaere: ‘Kijk naar de relancemiddelen die we krijgen van de EU: daarvan gaat 500 miljoen euro naar onderwijs. Vergelijk dat eens met Nederland: daar krijgt onderwijs 8 miljard euro.’
 Beeld Tim Dirven
Patriek Delbaere: ‘Kijk naar de relancemiddelen die we krijgen van de EU: daarvan gaat 500 miljoen euro naar onderwijs. Vergelijk dat eens met Nederland: daar krijgt onderwijs 8 miljard euro.’Beeld Tim Dirven

Een polarisatie tussen welke kampen dan?

“Het hele debat tussen kennis en vaardigheden bijvoorbeeld. De tegenstelling tussen controle en vertrouwen, tussen het centrale en het lokale niveau. Er zijn een heleboel spanningsvelden. Dat tussen de overheid en de netten is een ander. Er is een impliciete machtsstrijd bezig tussen de overheid, die meer wil ingrijpen op onderwijs, en onderwijsverstrekkers, die hun pedagogische bewegingsvrijheid willen behouden.”

“We moeten veel meer proberen het poldermodel van Nederland na te streven waarbij politiek, vakbonden en werkgevers samen aan tafel gaan zitten. Dat gemeenschappelijke doel, gedragen door politiek en sociale partners, hebben we nodig.”

Wat is daarbij volgens u essentieel?

“Think globally, act locally. Er is volgens mij te veel door het beleid op microchirurgisch vlak ingegrepen op scholen. Terwijl men vanuit Brussel de lokale verschillen niet helemaal kan inschatten. Ja, je moet doelen uitzetten. Maar geef het lokale niveau ook voldoende ruimte om dat in te vullen. Ook in onderwijs zitten verstandige en geëngageerde mensen.”

“Dat heeft Vlaanderen vanuit een zekere ambitie verkeerd gedaan. Nu is er nood aan reculer. Bijvoorbeeld door het decreet over de rechtspositie van leerkrachten af te stoffen. Het is de werkgever, de school, die het hr-beleid moet kunnen bepalen, niet Brussel. Waarom kunnen we bijvoorbeeld niet zeggen dat een leerkracht ook 38 uur per week moet werken? Dat is de evidentie zelve, en toch kunnen we dat niet op papier krijgen.”

Waarom zou iemand na dit alles te horen nog kiezen voor het onderwijs?

“We moeten dat verhaal inderdaad positief krijgen. Ik denk nog altijd dat er voldoende engagement in de maatschappij zit om mensen naar onderwijs te krijgen. Maar dan moet het onderwijs zichzelf ook fundamenteel in vraag stellen als systeem. Het moet creativiteit en engagement toelaten. Het mag niet gebetonneerd worden in allerlei regels, statuten of eindtermen.”

“Je moet ruimte geven aan het initiatief van leerkrachten. Dan kan je andere profielen aantrekken én behouden. Zorg dat ze dat kunnen doen in een gebouw dat adequaat is en dat ze kunnen werken met de nodige digitale tools. Pas als die grondzaken er zijn, de boterham, kunnen we aan het beleg beginnen.”

Vindt u het niet jammer dat u daar nu zelf niets meer aan kan veranderen?

“Neen. Je moet kunnen loslaten. Ik ben daar rationeel in. Ik heb de voorbije jaren een aantal zaken bewust losgelaten en kan het OVSG in goede handen achterlaten. Ik word in maart 63 en kan dus op vervroegd wettelijk pensioen. Sinds 2004 ben ik algemeen directeur. Dat is toch een ferme periode. Ik vond ook dat het tijd was voor mezelf om andere zaken te gaan doen. Wat dat juist wordt, weet ik nog niet. Ik ben niet van plan in het onderwijs te blijven en schoonmoeder te spelen. Misschien doe ik wel vrijwilligerswerk of jaag ik mijn oude droom na en ga ik geschiedenis studeren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234