Maandag 27/01/2020

Onderwek naar de Cinematek

Zal ik u eens iets volkomen oninteressants vertellen dat bovendien veertig jaar geleden waar gebeurd is? Nee? Ik doe het toch.

Veertig jaar geleden bezocht ik in de Naamsestraat te Brussel een toneelschool met als enige twee bedoelingen later de nieuwe Peter Brook te worden en tegelijk ook een wijde schare aspirant-actrices in mijn toen nog erg smalle bed te krijgen.

Een 'twijfelaar' heette dat meubelstuk toen, al kon die beschrijving evengoed op mij slaan. Ik wist, zoals zovele ex-teenagers, in het geheel niet wat ik met mijn leven wilde doen. Maar dat het iets zou zijn waarbij wiskunde, fysica of scheikunde geen enkele rol van betekenis zouden spelen, dat wist ik al wel.

Ik had zin in film, maar tussen de zevende kunst en mij stond het komische duo Optica en Fotografische Scheikunde en dus werd het toneel.

Een keuze die ik mij uiteindelijk niet écht beklaagd heb, behalve op de dag dat ik een balletwinkel moest binnenstappen om er op last van de docent fysieke training een zogenaamde zwarte 'collant' te gaan kopen. Ik hoop dat u net als ik weinig verbeelding hebt, maar ik zeg u: ik in een malle kousenbroek, het is geen zicht.

Zoals het hoorde, woonde ik in die dagen samen met zeven andere wannabe's in een gemeenschapshuis waar een algehele sfeer van lof + pis heerste tot er een volgend vuistgevecht uitbrak over hoe het kwam dat de laatste vier sneetjes grof gesneden brood altijd uit de collectieve trommel verdwenen waren. Omdat dat het goedkoopst was, hielden wij ons toen vooral met dromen bezig.

Een maatje van mij wilde Fellini worden en zocht koortsachtig een onderwerp voor zijn afstudeerfilm. Het zou "een heel gewone ongewone film" moeten worden over mensen zoals hij en ik.

Terwijl wij van ons huis in de Toulousestraat, door het Warandepark, naar het Filmmuseum liepen, vertelde hij altijd breed gesticulerend en een soort bijna-Hollands pratend over dat geweldige project, maar zodra het iets concreter moest worden, viel hij stil.

Ik zei: "Maak gewoon een film over twee jongens, zoals gij en ik, gespeeld door gij en ik, en laat die lopen van de Toulousestraat naar het Filmmuseum, door het Warandepark heen, en als ze daar bij die fontein aankomen, lopen ze niet om dat vijvertje heen, zoals wij altijd doen, maar lopen ze er gewoon door."

"En hoe moet die film dan heten?", vroeg hij benieuwd.

"De kortste weg naar het filmmuseum", was mijn antwoord.

Dat vond hij een goed idee. Hij ging die film zeker maken. En ik was ervan overtuigd dat hij dat ook ooit zou doen. Alleen: hij ging even later zomaar dood, die arme Maurits, uit Begijnendijk.

Ik moest opnieuw aan die verre dagen zonder vast lief denken toen ik vorige week op een bitterkoude avond opnieuw die trappen bij Cantersteen afdaalde om naar het geheel vernieuwde Brusselse Filmmuseum te trekken, dat vanaf nu, wellicht in het kader van Arthur Rimbauds lijfspreuk "Il faut absolument être moderne", door het leven zal moeten gaan als 'Cinematek'. Eerlijk gezegd was het even slikken toen ik daar aankwam.

Het Filmmuseum en het hele zeer Koninklijke Archief dat daarbij hoort, nemen een ruime plek in ter hoogte van mijn hartstreek en de soms erg pijnlijke overlevingsstrijd die die internationaal vermaarde instelling al bijna een halve eeuw moet voeren, heeft mij als filmmaker en cinefiel al die tijd ook wel een beetje pijn gedaan.

De oude, sentimentele gek die diep in mij huist, was zeer verknocht aan de zwarte dozen die binnenhuisarchitect Corneille Hannoset er bij wijze van modern museum uitgetekend heeft, lang geleden, op vraag van stichter Jacques Ledoux.

Ik vond het design van die zalen veertig jaar geleden al honderd jaar vooruit op hun tijd, dus hadden ze wat mij betreft nog rustig zestig jaar kunnen meegaan.

Maar de Cinematek is nu deel van Bozar (ja, ergens zitten er mensen die veel geld verdienen met het bedenken van rare woorden) en daar is gekozen voor een duidelijke architecturale lijn die, zeggen kenners mij, helemaal in het verlengde ligt van hoe Horta zijn kunstpaleis voor ogen had.

Ik wil het gaarne geloven en zeg ook met veel plezier dat het heel comfortabel zitten is in de nieuwe zetels van de zalen 'Ledoux' en 'Plateau'.

Maar de publieke ruimte die nu als buffer dient tussen de rest van Bozar en Cinematek doet me voorlopig toch eerder denken aan een wat chic aandoende kunstgalerij in een mindere wijk van Knokke Le Zoute dan aan een écht filmmuseum.

Tot slot wil ik de briljante Fien Troch nog graag feliciteren met haar maandag verdiende Cultuurprijs Film en er haar langs deze onsympathieke weg aan herinneren dat ze me in geval van winst op een half dozijn oesters zou trakteren.

Van mij mogen het platte zijn, het liefst uit Colchester, Jozefien.

Ik hoop dat u net als ik weinig verbeelding hebt, maar ik zeg u: ik in een malle kousenbroek, het is geen zicht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234