Maandag 18/10/2021

Onderweg naar zichzelf

Een karikatuur van het Russische volk, een pointillistisch portret van het verscheurde Bosnië, een cynisch boek van een Poolse balling, en een aangrijpende verhalenbundel van een Russische enigmatische schrijver, voor u gewikt en gewogen door Joseph Pearce.

Zalotoecha is een echte satiricus, hij bekritiseert niet om af te breken maar om op te bouwen

Toen Alexandre Dumas van een reis naar Rusland was teruggekeerd, concludeerde hij dat het Russische volk een kind was dat meer dan één revolutie zou doormaken om volwassen te worden. Valeri Zalotoecha geeft de Franse schrijver gelijk. In De laatste communist zijn de Russen nog altijd kinderen. Vladimir Petsjonkin speelt voor weldoener, zijn zoon Ilja speelt voor communist zoals een kind voor rovertje speelt. Staat Rusland na de kapitalistische revolutie van het einde van de twintigste eeuw nóg een revolutie te wachten? Zalotoecha vermoedt van wel. "We zijn nu tweehonderd jaar verder. De Russen zijn wel ouder geworden, maar nog niet volwassen. Rusland is een oud kind dat tot nieuwe revoluties is gedoemd." Hoewel Zalotoecha daarom somber gestemd zou moeten zijn, roert hij met kinderlijk enthousiasme in de heksenketel van de eeuwenoude ondeugden van zijn volk. Russen kennen slechts twee kleuren: zwart of wit. "Ik heb maar één ideologie", zegt vader Petsjonkin. "Werken! Buffelen! De beuk erin!" De juryvoorzitter van de Russische Booker Prize noemde het boek van Zalotoecha een voorbeeld van klassiek socialistisch realisme. De spijker op de kop, want het absurde is in De laatste communist dagelijkse kost. Ilja Petsjonkin is zeventien en rebelleert tegen zijn steenrijke vader, een lokale potentaat met fabrieken en landbouwbedrijven, banken en scheepswerven, een privé-jet en een jacht, een eigen wodkamerk, boerse manieren en een zwangere maîtresse. Ilja, die zes jaar Zwitserse privé-school achter de rug heeft, sticht de Nieuwe Orde der Communisten. Hij vindt twee kameraden, een donkerhuidig tienermeisje en een Koreaanse jongen. Samen met deze roetmop en spleetoog predikt hij de communistische revolutie. Tot meer dan geroep van holle slogans en citaten van Lenin en andere topbolsjewieken komt het niet. Het karikaturale verhaal wordt gered door een plot die na een aarzelend begin als een vuurwerkpijl de lucht inschiet en de gekste capriolen maakt. Wanneer een rijke Amerikaan zijn steun aan de nieuwe Russische orde komt betonen, heet de man natuurlijk George Misery, een verwijzing naar de beursgoeroe en filantroop George Soros. Niet alles is even doldwaas of kinderachtig. Zalotoecha kan in een flits de rampzalige toestand van Ruslands armen of de gevaren van een opkomend fascisme belichten. Bovendien vallen er ook zware klappen in de familie Petsjonkin en blijft de plot onvoorspelbaar tot aan het verrassende slot. Zalotoecha is een echte satiricus. Hij bekritiseert niet om af te breken maar om op te bouwen. Kapitalisten noch communisten hebben een antwoord op de meest essentiële vragen en behoeften van de mens. Is dat niet het begin van de wijsheid? En het mogelijke einde van de Russische revolutionitis?

Valeri Zalotoecha

De laatste communist

Oorspronkelijke titel: Posljednii Kommunist, Vertaald door Otto Boele, Prometheus, Amsterdam, 256 p., 17,50 euro.

Radojcic-Kane deinst er niet voor terug om met blote handen in de stront van de Bosnische zeden en gewoonten te woelen

Halid Vejzagic is na vier jaar strijd in en rond Sarajevo op weg naar zijn geboortedorp in Bosnië. Hoewel de moslim Halid als overwinnaar van de oorlog terugkeert, wil hij niet direct naar huis, want in zijn soldatenransel zitten zowel oude als verse geheimen. Waarom loopt hij eerst langs bij Mira, zijn geliefde die met zijn boezemvriend Momir getrouwd was? Waarom is hij bang om zijn moeder te bezoeken? Waarom heeft hij zoveel geld? Heeft hij schuld aan de dood van Momir? Natasha Radojcic-Kane onthult de geheimen zonder talmen. Dat past in haar strategie. Bosnië is weliswaar een complexe maatschappij waar moslims, christenen, zigeuners en joden zo goed en zo kwaad mogelijk bij elkaar leven, maar de mensen zijn er recht voor de raap. Leugenaars en bedriegers worden er meteen ontmaskerd, stiekeme plannen gaan als een lopend vuurtje rond. "Geruchten gaan nog sneller dan een Scud", zegt Halid. Een eerlijkheid die tegelijk oplucht en verschrikking zaait, want niemand ontsnapt aan zijn lot. Radojcic-Kane slaagde daar gelukkig wel in. In 1989 verliet deze dochter van een christelijke vader en een moslimmoeder haar vaderland en vestigde zich in New York. Twee jaar later brak de burgeroorlog in Joegoslavië uit. Terug naar huis is een debuut. Maar op beginnersfouten kan je Radojcic-Kane nauwelijks betrappen. Haar stijl is sober maar nooit schraal, haar dialogen zijn levendig en rauw. Met een pointillistische eenvoud schildert ze de verhoudingen tussen de mensen en in de politiek. In een simpele trek tekent ze de dwaasheden van het fascisme, communisme en nationalisme of de onhebbelijkheden en zwakheden van de menselijke natuur. Bosnië is een verscheurd land. De voorouders van Halid regeerden wel drie eeuwen lang met wijsheid en zachte hand over hun christelijke onderdanen, maar er was niet meer nodig dan een caféruzie tussen de twee lokale voetbalploegen om de lont in het kruit te werpen. Radojcic-Kane deinst er niet voor terug om met blote handen in de stront van de Bosnische zeden en gewoonten te woelen. Goklust, dronkenschap, grootspraak, machismo, inertie en afzetterij, de lijst van ondeugden is ellenlang. Maar Radojcic-Kane verliest nooit haar sympathie en begrip voor haar personages. Ondanks een ontgoochelende slotzin overtuigt Terug naar huis. Geen poespas of bellettrie, maar een eerlijk en eenvoudig portret van eigenzinnige mensen in een wereld die hun in de steek gelaten heeft.

Natasha Radojcic-Kane

Terug naar huis

Oorspronkelijke titel: Coming Home, Vertaald door Frank Lekens, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 175 p., 17,90 euro.

Hlasko heeft aan een speldenprik genoeg om de pijn tot op het bot te doen voelen

Robert en Jacob zijn twee Polen die in Israël vrouwen op een meesterlijke manier oplichten en er met hun geld vandoor gaan. Robert is de coach, Jacob de verleider. Vanzelfsprekend, want Robert voelt zich een regisseur, terwijl Jacob ooit acteur had willen worden. Hun bureau voor eenzame harten werkt telkens een onfeilbare strategie uit. Vrouwen zijn immers makkelijke slachtoffers. "Al die vrouwen die oud worden en nog een keer willen trouwen. En dat geld dat ze hun leven lang opzij hebben gelegd." Van alle verhalen van Marek Hlasko (1934-1969) is De tweede hondendood het meest cynische en meest geslaagde. Marek strooit met memorabele uitspraken zoals een gulle sinterklaas met pepernoten. Na de dood van Stalin was Hlasko ontzettend populair in Polen. De literaire dooi duurde niet lang. Toen zijn werk werd gecensureerd, koos Hlasko voor ballingschap en zwierf hij tot aan zijn dood door de hele wereld. Illusieloos, verbitterd, wanhopig. De tweede hondendood is een spiegel van die radeloosheid. Het verhaal is tegelijk ongemeen grappig, treurig en schokkend, een osmose van grote teleurstellingen en nog grotere verwachtingen. "Ik houd niet eens van licht", zegt Jacob, "ik houd van donker, want het donker verlost ons van onze gezichten en onze schaduwen." Hoewel Jacob dapper meedoet aan het lijmen van de vrouwen, begrijpt hij dat hij een loser is. "Waarom heb ik nooit gezegd en geschreven dat er geen groter ongeluk bestaat dan leven zonder godsbesef, dan leven in strijd met Zijn geboden." Zijn eerlijkheid haalt niets uit. Wanneer hij zijn slachtoffer vertelt dat hij haar bedriegt en haar geld wil lospeuteren, gelooft ze hem niet. Waarheid of leugens, wat is het verschil? Bijzonder knap is de manier waarop Hlasko de existentiële twijfels van Jacob door het verhaal van de versiertruc mengt. Zo vermijdt hij enerzijds moralistische bespiegelingen en verdiept hij anderzijds het tragische contrast tussen de cynische oplichterij en de zoektocht naar zelfkennis en verlichting. Af en toe is er een glimp van de omgeving, nu en dan een blik in het verleden. "In Israël heb je om de twee kilometer een gekkenhuis", zegt Jacob. Of: "De Duitsers hebben na elke oorlog spijt." Hlasko heeft aan een speldenprik genoeg om de pijn tot op het bot te doen voelen. Is Hlasko Jacob? Het heeft er alle schijn van. Is het Hlasko en niet Jacob die van op het balkon van zijn hotelkamer naar de zee kijkt? "Hoeveel dingen zijn er in het leven die je jezelf kunt leren. Niet veel, denk ik; ons geschreeuw... verstikt ons en alles wat echt van ons is voortdurend. We hebben allemaal niet veel dat echt van ons is, maar het is goed dat dat water bestaat, waarnaar je kunt kijken en luisteren. Niemand kan dat ooit veranderen, geen enkele hufter, hoe wijs ook, kan dat nog beter maken. En dat is het goede eraan." De banneling, teruggeworpen op de essentie van het bestaan: een eenzaam eiland door niets dan zee omgeven.

Marek Hlasko

De tweede hondendood

Oorspronkelijke titel: Drugie zabicie psa, Vertaald door Gerard Rasch, Contact, Amsterdam, 125 p., 14,90 euro.

Bakin bouwt zijn verhalen in een taal van mokerslagen, verdrinkt ze in spartelende zinnen

Nu en dan ontmoet je een boek dat in geen enkel vakje thuishoort. De stijl steekt de draak met literaire afspraken, het verhaal trekt zich niets van conventies aan. Redenen om te leven is zo'n boek. Zo het boek, zo de schrijver. Dmitri Bakin is een enigma. Ooit was hij taxichauffeur. De Russische literaire scene laat hem Siberisch koud. Maar in zijn boek laaien de emoties hoger op dan de vlammen bij een uitslaande brand. Wat een magnifieke personages voert hij in zijn zeven verhalen ten tonele. Stuk voor stuk vechten ze voor hun morzel grond, hun flard geluk. Eenzaam, obsessief, hard als staal. Ze zijn mismaakt of armer dan een kerkrat, het zijn zwervers of oud-soldaten, ze drinken zich te pletter of lopen zich te pletter tegen de haat en onwil en het onbegrip van buren, ambtenaren en de staat, en "met de lading woede" die in hen ligt opgesloten kun je bruggen opblazen. Maar bovenal zijn ze zwijgzaam, anders kunnen ze het lawaai van hun innerlijke lawine niet overschreeuwen. Werkelijkheid en waarheid trekken ieder aan een arm, want de personages weten dat de werkelijkheid slechts de helft van de waarheid is. En de andere helft? Die zoeken ze in hun dromen. Vreselijke dromen, nachtmerries uit een leven dat hen voortdurend dreigt voorbij te snellen. "Het leven stinkt naar de dood." Konden ze de tijd maar stoppen! "Je moet even traag denken als je voortbewegen", oppert het personage uit 'Wapens', "anders sterf je vanbinnen veel eerder dan vanbuiten." Intussen bereidt hij zich voor op een vijandelijke bestorming van zijn huis. De aanval zal er nooit komen. Bakin bouwt zijn verhalen in een taal van mokerslagen, verdrinkt ze in spartelende zinnen. Woorden vertellen niet, ze bezweren. Echo's van eeuwenoude toverformules en mysterieuze rituelen. "Hoe en als wat moet ik leven?", vraagt Bedolagin zich in 'Bladeren' af. Bedolagin verkiest het innerlijke leven boven het uiterlijke. Hij leeft net zogoed van zwijgzame liefde als van zwijgzame haat. Net zo willen de woorden binnenblijven. Aan de oppervlakte zouden ze te hol en te voorspelbaar klinken. Maar Bakin verwijst ze naar de diepste diepten van de ziel. Daar ontluikt hun betekenis, daar proef je hun kracht. Maria in 'Land van herkomst' heeft er vijfendertig jaar over gedaan voor ze begrijpt waar het werkelijk om gaat. "Er is maar één waarheid", zegt ze, "en die is dat we hier leven en nergens anders en dat we ons alleen aan die waarheid moeten houden, in die waarheid moeten geloven, al het andere is een leugen, omdat je dat allemaal binnenstebuiten kunt keren." Redenen om te leven is een buitengewoon aangrijpend boek.

Dmitri Bakin

Redenen om te leven

Oorspronkelijke titel: Strana proischozjdenia, Vertaald door Arie van der Ent, Vassallucci, Amsterdam, 143 p., 17,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234