Maandag 18/10/2021

Ondernemingen en ngo's beginnen aan gezamenlijk avontuur

Voorzitter Fons Verplaetse noemt CFP zijn grootste uitdaging

Een avontuur dat nog alle kanten uitkan. Zo omschrijven bedrijfswereld en ngo's het Corporate Funding Programme, waarin beide partijen elkaar hopen te vinden.

Liefhebbers van taalkundige verscheidenheid kunnen we geruststellen: het verplaetsiaans - het taaleigen van Alfons Verplaetse, voormalig gouverneur van de Nationale Bank - is nog steeds intact. Dat bleek deze week, toen Verplaetse als kersvers voorzitter van de vzw Corporate Funding Programme (CFP) uitlegde wat dat samenwerkingsverband tussen zes ontwikkelings-ngo's en zeven ondernemingen beoogt. "Dat nieuwe filiaal wil de emotieve wereld van de ngo's en de rationele wereld van de bedrijven samenbrengen. Ik hoop dat de emotieven wat rationeler worden en de rationelen wat emotiever", heette het. Zoals eerder al in deze krant gesignaleerd werd, wil het CFP - liefst massaal - geld uit het Belgische en later zelfs Europese bedrijfsleven aantrekken om het te besteden aan ontwikkelingsprojecten in het Zuiden, die door een zestal Belgische ngo's (Broederlijk Delen, Oxfam-Solidariteit, Vredeseilanden, ACT, Wereldsolidariteit en FOS) worden voorgesteld.

De zeven stichtende bedrijven (Bekaert, Union Minière, Koramic, Corona-Lotus, Interbrew, Sidmar en Siemens), die elk 800.000 frank startkapitaal inbrachten, willen echter meer doen dan enkel geld geven: ze willen betrokken worden bij de selectie en evaluatie van de projecten en tevens een brede dialoog aangaan met de ngo's.

Verplaetse liet alvast verstaan dat hij een behoorlijk pak geld hoopt bijeen te brengen, al ontkende hij dat het CFP de kloof die België van de mythische 0,7 procent van het bnp - die rijke landen worden geacht aan ontwikkelingssamenwerking te besteden - zou dichten: die kloof bedraagt immers 40 miljard frank en dat leek Verplaetse wat hooggegrepen. Aan welke criteria de CFP-projecten moeten voldoen, ligt nog niet geheel vast maar de beslissingen erover worden genomen door ngo's en bedrijven samen.

Even belangrijk noemde Verplaetse 'de afgeleide effecten' van het CFP, de gevolgen van de dialoog tussen twee groepen die elkaar tot nu toe vooral als tegenstanders zagen. Hij doelde daarmee onder meer op het feit dat de betrokken bedrijven in een principeverklaring beloven de akkoorden van de Verenigde Naties omtrent bedrijfsethiek na te leven. Dat klinkt behoorlijk wollig maar volgens Verplaetse gaat het concreet om de vijf sociale basisnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) die elk stichtend én elk toetredend lid moet eerbiedigen: het verbod op kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie, het recht op vereniging (syndicale vrijheid dus, JV) en collectief overleg. Wie weet hoe moeilijk multinationale kleding- of sportschoenenproducenten het hebben om dat hard te maken bij hun vele toeleveraars in het Zuiden, kan er niet omheen: dat is feitelijk een ernstig engagement. De vraag is ook hoe je kunt weten of het al of niet wordt waargemaakt als je dat niet onderzoekt. Verplaetse ontkende het niet: "Dit is wellicht de grootste uitdaging van mijn leven. Als alle betrokkenen zich pragmatisch en open opstellen, heeft dit project betekenisvolle mogelijkheden." Hij riep de ngo's op niet terug te keren naar de tijd van Adam en Eva als ze de praktijk van de betrokken bedrijven evalueren - een verwijzing naar het feit dat sommige van de stichtende bedrijven in de ngo-wereld werden bekritiseerd wegens hun vroegere optreden in de ontwikkelingslanden.

Staaldraadproducent Bekaert verkeerde in dat geval en stoorde zich aan de in deze krant geventileerde kritiek als zou het "prikkeldraad hebben geleverd aan het Chili van Pinochet". Bedrijfssecretaris Willy Snaet: "Dat soort verhalen gaat heel snel een eigen leven leiden. We hadden in Chili een fabriek die is blijven produceren toen Pinochet aan de macht kwam. Die vestiging heeft echter nooit iets met Pinochet te maken gehad. Het ging in hoofdzaak om producten die in de landbouw werden gebruikt. Ik denk niet dat dat een probleem is." Dat Heineken nu door ngo's onder druk werd gezet om Birma, waar de mensenrechten zwaar met de voeten worden getreden, te verlaten, vindt Snaet een andere zaak. "Wij hebben ons verkoopkantoor in Zuid-Afrika ook gesloten toen we vonden dat het met die apartheid echt zo niet verder kon."

Ethibel, een gerenommeerd instituut voor het screenen van bedrijven op hun duurzaamheid en sociale verantwoordelijkheid, neemt Bekaert in verdediging. Herwig Peeters: "Over de feiten in Chili zeg ik niets want ik ken ze onvoldoende, maar ik vind het niet ernstig twintig jaar terug te gaan bij de evaluatie van een bedrijf. Het huidige Bekaert is niet meer hetzelfde bedrijf als toen: er is een ander management en een andere cultuur. We hebben het huidige Bekaert grondig onderzocht en we waren verrast in positieve zin." Snaet stelt dat Bekaert altijd zijn sociale verantwoordelijkheid heeft opgenomen. "Weet u dat Bekaert het allereerste bedrijf was dat heeft geïnvesteerd in een bedrijvencentrum? We hebben daarin kapitaal gestoken en nooit iets in de plaats verwacht. Weet u dat we ook het sociale bedrijvencentrum Kanaal 127 in het Kortrijkse steunen? Vroeger konden we zelf meer marginale mensen aan het werk zetten. Ooit sorteerden blinden bij ons ponskaarten. In de huidige context kan dat niet meer en dus zoeken we op een andere manier onze verantwoordelijkheid op te nemen. Toen men ons dus vroeg toe te treden tot het CFP hebben we niet lang moeten nadenken. We willen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Ook voor ons eigen personeel is dat een signaal." Snaet vindt de vijf genoemde sociale basisnormen haast een evidentie. "Dat betekent echter niet dat je daarin zomaar een dikke zwarte lijn kunt trekken. Zaken liggen soms complex. Anderzijds heeft het CFP het recht om het geld van een bepaald bedrijf terug te storten, indien we vinden dat dat bedrijf heeft gezondigd tegen de CFP-principes. Het CFP is echt een ideaal discussieplatform voor die materie."

Dat laatste vinden ze bij 11.11.11. eigenlijk ook wel. Toch is de organisatie, die de koepel is van de Vlaamse ontwikkelings-ngo's, niet toegetreden tot het CFP. Vooral de 'basis' vond dat dat vooralsnog niet kon, onder meer omdat niet duidelijk genoeg is welke vereisten aan de meewerkende bedrijven worden gesteld.

Afgesproken is dat 11.11.11. als koepel hoe dan ook zal worden betrokken bij de CFP-dialoog met de bedrijven, net zoals trouwens ook het VBO dat initiatief volgt. Nationaal secretaris van 11.11.11. Jozef De Witte: "Twee van de zeven stichtende bedrijven hebben een screening bij Ethibel achter de rug. Zo'n screening leidt dan tot een rapport waarin wordt gewezen op sterke punten en punten waaraan moet worden gewerkt. Kijk, dat vind ik interessant, want op dat moment kunnen bedrijven en ngo's concreet praten over hoe je tot verbetering komt, op een ernstige manier: we weten allemaal dat je het probleem van de kinderarbeid niet oplost door simpelweg kinderen te ontslaan in filialen of bij toeleveraars van westerse bedrijven." De vraag naar screening van de deelnemende bedrijven leeft bij nogal wat ngo's. Iemand uit de wereld van de screeningbureaus: "Als het CFP niet oplet, zal het langs links ingehaald worden door andere instellingen. Men verliest uit het oog dat het ethische en duurzame beleggen en ondernemen een steeds hogere vlucht neemt."

Oxfam-Solidariteit - niet hetzelfde als Oxfam-Wereldwinkels - behoort wél tot de stichtende ngo's van het CFP. Nochtans noemde datzelfde Oxfam, in de aanloop naar de manifestatie in Praag tegen de jaarlijkse bijeenkomst van het Internationaal Muntfonds, de corporate power, de macht van ondernemingen, de grote tegenstander. Staat dat niet haaks op het samenwerkingsverband CFP? Algemeen secretaris Stefaan Declercq: "In Praag hadden we een dubbele boodschap: er moet een andere bedrijfspraktijk komen in Noord en Zuid, en de politiek moet opnieuw primeren op het economische. Dat belet ons niet tegelijkertijd in een complementair netwerk een samenwerking en een dialoog op gang te brengen met de bedrijfswereld. Met de overheid zitten we in dezelfde ambigue verhouding: sinds 1976 worden we door de staat gefinancierd, maar dat heeft er ons nooit van weerhouden kritiek te uiten op het overheidsoptreden." Oxfam wil niet te afhankelijk worden van de bedrijven en neemt zich voor niet meer dan 10 procent van de eigen fondsen bij het CFP te halen. Verder wil de ngo dat de syndicale delegaties van de betrokken bedrijven bij het initiatief worden betrokken. Toch speelt ook daar de kwestie van de screening: "Bij sommige CFP-leden is het verleden zeker bezwarend maar eerder dan te blijven stilstaan, lijkt het ons beter de bedrijfspraktijk van vandaag te screenen. Een netwerk van vakbonden, ngo's of onderzoeksbureaus als Ethibel kunnen daarin een rol spelen. Ik verwacht dat in een partnership open kan worden gesproken over het financiële, sociale of ecologische beleid. Duiken er problemen op, dan moet er een procedure bestaan over hoe die dan kunnen worden aangepakt." Declercq vindt dat het CFP voor alle betrokkenen een avontuur is dat goed of slecht kan aflopen: "We stonden voor de keuze: begin je de dialoog of blijft iedereen zijn eigen weg gaan? Geven we dit avontuur wat respijt of moet alles vooraf al in orde zijn voor je kunt praten? We hebben gekozen voor het eerste. Ik geloof dat ook de bedrijven aan het bewegen zijn en dat een dialoog met ons hen kan helpen de bedrijfspraktijk te verbeteren."

'Het nieuwe filiaal wil de emotieve wereld van de ngo's en de rationele wereld van de bedrijven samenbrengen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234