Donderdag 19/09/2019

Ondernemen zonder geld

Microkredieten ontstonden als financieringsinstrument voor ondernemers in de derde wereld. Ook in het Westen vinden ze steeds meer hun weg naar minder bemiddelden. Maar de resultaten van de KB-stichting zijn niet helemaal bemoedigend.

Brussel

Van onze medewerkster

Annette Schlatmann

Bijna dertig jaar geleden ontwikkelde de Bengaalse economieprofessor Muhammad Yunus een revolutionaire vorm van kredietverlening voor de allerarmsten. Solidaire leningen naar het voorbeeld van Yunus' Grameenbank worden inmiddels overal ter wereld verstrekt. Ook in Europa.

Het concept van Yunus druppelt langzaam door in Europa. Banken zijn nog wat wantrouwig en complexe regelgeving voor startende bedrijfjes maakt het er niet gemakkelijker op. Ook ondervinden instellingen die de leningen verstrekken problemen. Maar er zijn lichtpuntjes.

"De kosten van het creëren van een zelfstandige baan met behulp van microkrediet liggen tussen een tiende en een vijftiende van de kosten om een werkloze jaarlijks te ondersteunen", zegt Maria Nowak, voorzitster van l'Association pour le Droit à l'Initiative Economique (ADIE), een microkredietinstelling in Parijs. Microkredieten, ofwel solidaire leningen, worden verstrekt aan armen in derdewereldlanden en ook in toenemende mate aan armen in geïndustrialiseerde landen.

Microkredietinstellingen verstrekken hen kleine, makkelijk aflosbare leningen, waardoor ze zich kunnen ontworstelen aan hun armoede door zelfstandig een economische activiteit uit te bouwen. Naast krediet krijgen de leners gedurende een paar jaar intensieve begeleiding.

Frédéric Raes (30) was vier jaar werkloos voor hij in Schaarbeek zijn winkel Biologic opende. Hij kreeg een microkredietlening van de Koning Boudewijnstichting van 6.250 euro, en leende daarbij wat geld van ouders en vrienden. "Banken lenen niet aan werklozen", zegt hij. "Maar inmiddels gaat het beter met mijn zaak dan destijds werd voorspeld bij de Koning Boudewijnstichting."

Toen Raes nog werkloos was, bezocht hij eigenaren van biologische winkels in heel Europa om te zien hoe deze hun zaken aanpakten. Raes en zijn vriendin wilden bovendien meer dan een winkel met gezonde voeding en milieuvriendelijke producten. Het moest een ouderwetse buurtwinkel worden, waar je nog gezellig een babbel kunt slaan. En het moest betaalbaar blijven. "Het duurde lang om de papieren in orde te krijgen bij de Koning Boudewijnstichting", zegt Raes. "Gelukkig hadden we een sympathieke verhuurder, we hoefden een paar maanden lang geen huur voor de winkel te betalen."

Inmiddels hebben Raes en zijn vriendin een baby en vindingrijk als ze zijn, verkopen ze nu ook babydraagdoeken, het soort dat vrouwen in de derde wereld vaak dragen.

Aanvankelijk weigerden zo ongeveer alle conventionele banken deze kleine leningen aan niet bemiddelde mensen om verschillende redenen. Armen hebben doorgaans geen onderpand, waardoor ze als risicogroep worden bestempeld. Kredietverlening aan armen past niet in de filosofie van doorsneebanken, die werken met ingewikkelde procedures, die voor arme mensen, met name analfabeten en ongeschoolden, onbegrijpelijk zijn.

Daarnaast willen ze winst maken en interesseren ze zich vooral voor grote ondernemingen. Ook vinden ze het verlenen van kleine kredieten aan een grote groep armen tijdrovend en hebben ze weinig interesse om de begeleiding van startende ondernemers mee te helpen financieren. Ten slotte zouden niet-gouvernementele organisaties een rol kunnen spelen als financiële bemiddelaars bij microkredietverlening, maar bankwetten verhinderen dat. Inmiddels is een aantal banken tot inkeer gekomen, maar de situatie is nog verre van ideaal. Van echt succes kan pas gesproken worden wanneer, in de woorden van Muhammad Yunus, "niet de vraag wordt gesteld of mensen kredietwaardig zijn, maar of kredietinstellingen menswaardig zijn".

Traditionele banken hebben het bij het verkeerde eind, vinden vertegenwoordigers van microkredietinstellingen. Het is gebleken dat armen doorgaans aan een hoog aflossingspercentage voldoen. Bij ADIE schommelt dat percentage rond de 93 procent. Dat komt omdat arme mensen niets te verliezen hebben, een solidaire lening is meestal hun laatste toevlucht, en arme leners helpen elkaar vaak uit de brand.

Niet alleen banken verhinderen een snelle opname van solidaire leningen als een adequaat middel om armoede te bestrijden. Ook de politiek, vakbonden en van allerlei verzekeringsinstanties liggen dwars. De angst voor het onbekende speelt een grote rol bij politici en vakbonden. Zeker in economisch slechte tijden klampen mensen zich vast aan loonarbeid en vakbonden verdedigen het sociale verzekeringsstelsel en loonarbeid met hand en tand. "Microkredieten hebben het voordeel zowel linkse als rechtse politici aan te spreken. Linkse politici, omdat solidariteit een belangrijke rol speelt bij het verlenen van de kredieten, rechtse politici omdat eigen initiatief en motivatie speerpunten zijn bij de kredietverlening", zegt Maria Nowak.

Een ander obstakel voor het integreren van solidaire leningen in het kredietwezen is het feit dat er grote maatschappelijke vooroordelen ten aanzien van armen bestaan. Ze krijgen vaak het etiket 'asociaal' opgeplakt, "die mensen willen gewoon niet werken". Toch zijn het vaak langdurig werklozen die met behulp van een solidaire lening een bloeiend bedrijfje opbouwen. Bij ADIE neemt dertig procent van de microkredietondernemers na verloop van tijd zelfs personeel aan.

Ongeveer vijftig procent werkt samen met een (huwelijks)partner en doet het redelijk. Twintig procent kampt met grote problemen. Bij de Koning Boudewijnstichting zijn de cijfers minder rooskleurig. De stichting begon in 1997 met het verlenen van microkredieten, als onderdeel van haar missie om een meer solidaire samenleving te creëren. Sinds 1997 heeft de stichting 170 leningen met een totaal van een miljoen euro verstrekt. Microkredieten waren een onderdeel van een pilot study en de cijfers tonen aan dat er hier inderdaad nog veel ervaring opgedaan moet worden. Het percentage terugbetalingen bedraagt gemiddeld per jaar slechts 54 procent en slechts een kwart van de microkredietondernemers kan spreken van succes. Nog een kwart overleeft met grote problemen en de helft legt na verloop van tijd het loodje.

Een paar belangrijke lessen zijn getrokken uit de pilot study. Een werkloze aan krediet helpen, alleen bedoeld om hem uit zijn bestaansonzekerheid te helpen, is onvoldoende. Ondernemers moeten echt gemotiveerd zijn en houden van hun product, en hun economische activiteit moet rendabel zijn. Verder heeft de Koning Boudewijnstichting te veel een sociaal imago en wordt ze niet zozeer gezien als een zakelijke kredietverlener, maar eerder als een charitatieve instelling. Daardoor is er onvoldoende druk op de lener om in moeilijke tijden de terugbetalingen vol te houden. Bovendien kampt de stichting met te hoge kosten, omdat het aantal leningen te klein is en daardoor de hele operatie niet rendabel is. Om die redenen heeft de stichting het project overgedragen aan het Participatiefonds, een staatsinstelling die nauwer gaat samenwerken met banken, meer kredieten kan beheren en ook de noodzakelijke begeleiding van de leners in de aanloopperiode kan blijven garanderen.

De lener zelf kan ook roet in het eten gooien. Jean-Pierre Goor van de Koning Boudewijnstichting: "Soms zijn beginnende microkredietondernemers enorm koppig. Ze volgen niet altijd de raad van de begeleiders op."

In België verlenen naast het Participatiefonds ook CREDAL (Wallonië) en Société Regional Bruxellois d'Investissements microkredieten. Steun aan microkredieten wordt bovendien gegeven door Céraction (Brussel), Job'in (Luik), UCM-Henegouwen, Cofiges (Waals-Brabant), Kanaal 127 (Kortrijk), Hefboom (Brussel), NOA (Antwerpen) en VIZO.

Credal doet het aardig met een terugbetaalpercentage van 87 procent. De kleine organisatie heeft sinds 1995 vijftig solidaire leningen verstrekt. Op dit moment richt ze zich in toenemende mate op buurtprojecten in grote Belgische steden en het legaliseren van economische activiteiten in de informele sector. Klusjes in het zwart worden daarbij vaak omgesmeed naar legale arbeid. Het Franse ADIE had beduidend minder aanloopproblemen dan haar Belgische zusterorganisaties, zoals de cijfers tonen. Sinds haar oprichting in 1997 heeft ze 17.000 mensen in heel Frankrijk aan solidaire leningen geholpen, in samenwerking met een aantal banken. Abdelaziz Mourad (27) was ook een tijd lang werkloos voor hij een microkredietlening kreeg van ADIE. Hij ging twee jaar lang bank na bank af maar kon nergens een lening lospeuteren om een winkel met Marokkaanse cadeauartikelen te beginnen. "Ik geloofde niet meer in de goede dingen in het leven", zegt hij. "En nadat ik ADIE gevonden had ging alles nog niet van een leien dakje. Ik werkte twee jaar lang in een restaurant, van vijf uur 's ochtends tot drie uur 's middags en na het werk ging ik zoeken naar bedrijfsruimte. Uiteindelijk vond men bij ADIE een ruimte voor me."

Nathalie Grelin (34) ontwerpt hoeden, juwelen en kleding. Ze runt een kleine boetiek in het pittoreske Montmartre in Parijs. Erg zakelijk was ze aanvankelijk niet: ze ondertekende een contract voor een bedrijfsruimte in de veronderstelling dat een willekeurige bank haar zonder problemen een lening van 5.000 euro zou toekennen. Maar de bank weigerde, en na deze banken volgden nog vijf andere banken. Nathalie: "Via een opendeurdag kwam ik in aanraking met ADIE. Ik maakte samen met een van hun begeleiders een ondernemersplan en kreeg uiteindelijk mijn lening. Regelmatig komt een begeleidster bij me langs om te kijken of de zaken goed lopen. Ik laat haar mijn omzetcijfers zien en iedere maand los ik een vast bedrag van mijn lening af, plus een rente van ongeveer zeven procent."

Jean-Pierre Goor: "Zelfs zij die hun zaakje zien mislukken, ondanks de vakkundige begeleiding, ervaren de aan hen geboden kans vaak als positief. De starter krijgt een beter beeld van zichzelf en vindt dat belangrijker dan het feit dat zijn levensomstandigheden, in puur economische zin, erop vooruitgegaan zijn."

Muhammad Yunus: 'Van echt succes kan pas gesproken worden als niet de vraag wordt gesteld of mensen kredietwaardig zijn, maar of kredietinstellingen menswaardig zijn'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234