Zondag 19/05/2019

Sociale media

Ondermijnen Facebook en Twitter de democratie?

Twitter en Facebook. Beeld AFP

Ooit was er groot optimisme over sociale media. Ze zouden zorgen voor kennisverspreiding, transparantie en democratie. Maar er lijkt iets heel erg mis te gaan.

Als Donald Trump weer eens kritiek krijgt op een harde maatregel tegen immigranten, belegt hij, zoals bekend, zelden of nooit een persconferentie. Liever grijpt de Amerikaanse president naar zijn smartphone en vuurt een paar kwade tweets af. Hij prijst dan, gelardeerd met kapitalen en uitroeptekens, ‘de MOEDIGE HELDEN’ van de grensbewakingsdienst, die de Verenigde Staten beschermen tegen ‘wilde bendes’ buitenlanders. Of hij geeft het Congres de schuld van de in zijn ogen veel te slappe immigratiewetgeving. “Onze wetten zijn de stomste ter wereld”, twittert hij dan. ‘REPAREER ONZE GESTOORDE IMMIGRATIEWETTEN NU!”

Ook elders in de wereld maken politici steeds vaker handig gebruik van sociale media als Facebook, Twitter en Instagram om in te spelen op xenofobe instincten en maatschappelijke spanningen. Zo geeft de hindoenationalistische premier Narendra Modi in India ook vrijwel nooit persconferenties. Hij bedient zijn volgelingen liever rechtstreeks via Twitter, waarop hij 43 miljoen volgers heeft.

En hier in Europa kunnen radicalen als Geert Wilders, de Britse nationalist Nigel Farage en de Italiaanse radicaal-rechtse vicepremier Matteo Salvini er ook wat van. Ook zij gebruiken Twitter en Facebook om de vrees voor minderheden aan te wakkeren en zichzelf op te werpen als beschermer van de verontruste burgers. Ze zoeken daarbij vaak met harde oneliners de confrontatie op.

Toen een priester in de Italiaanse provinciestad Spoleto zich verzette tegen het racistische gedachtengoed van Salvini’s radicaal-rechtse partij Lega, kreeg hij meteen lik-op-stuk van Salvini. De geestelijke had het gewaagd een plakkaat op te hangen met de mededeling dat racisten in zijn kerk niet welkom waren. “Misschien prefereert deze priester smokkelaars, slavenhouders en racisten?” twitterde Salvini kwaad. “Heb medelijden met Spoleto en deze kerk, waar deze man zich priester noemt.” 

De rol van sociale media in de politiek groeit duidelijk wereldwijd. Ook mainstreampolitici weten de weg naar Twitter, Facebook en Instagram volop te vinden. En dat roept lastige vragen op. Want ondermijnen de digitale netwerken met al hun nepnieuws, manipulatie en polarisatie onze liberale democratieën misschien? Of versterken ze die juist? En hoe moeten we ermee omgaan? “De revolutie op het gebied van informatietechnologie heeft de voorwaarden waaronder onze democratie moet functioneren volslagen veranderd”, schrijft de gerenommeerde Britse politicoloog David Runciman, hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge, in zijn net gepubliceerde, prikkelende boek ‘How Democracy Ends’. “We zijn afhankelijk geworden van vormen van communicatie en het delen van informatie die we noch beheersen, noch volledig begrijpen.”

Terugblaffen

Optimisten wijzen erop dat sociale media het makkelijker hebben gemaakt voor relatieve outsiders om zich in de politiek te mengen. Politieke ‘opstandelingen’ hebben nog slechts een smartphone nodig om zich, ongefilterd door de ‘poortwachters’ van de reguliere media, direct tot hun aanhangers te richten. En burgers kunnen tegenwoordig dankzij sociale media ook makkelijker ‘terugblaffen’. Trump krijgt op zijn Twitter-account dagelijks een stortvloed aan scheldpartijen over zich heen. Bovendien kunnen sociale media oppositiepolitici in repressieve landen helpen om hun ideeën te verspreiden en om protesten te organiseren. 

Hoe effectief dit kan zijn, bleek laatst in Maleisië. In dat Zuidoost-Aziatische land was al sinds de onafhankelijkheid eind jaren vijftig dezelfde partij, de UMNO, aan de macht. Toen onlinejournalisten enkele jaren geleden een groot corruptieschandaal onthulden rond premier Najib Razak, deed die er alles aan om dit zogenoemde 1MDB-schandaal de kop in te drukken. Hij stuurde het hoofd van het openbaar ministerie de laan uit, liet corruptiebestrijders ontslaan of op een zijspoor zetten en muilkorfde de media. Maar burgers bleven via sociale media onthullingen delen en de onvrede groeide. En tot verbijstering van velen verloor de UMNO in mei bij verkiezingen voor het eerst in zeven decennia de macht.

“Het is de vraag of het 1MDB-schandaal zonder sociale media ook zo’n vat had gekregen op Maleisië”, zegt politicoloog Kris Ruijgrok, die verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam en die in het Zuidoost-Aziatische land uitgebreid onderzoek deed naar het effect van het internet op de politiek. “Ik zag daar door de online-nieuwsvoorziening echt een soort politieke awakening ontstaan. Het corruptieschandaal was de druppel die de emmer deed overlopen. Zelfs in de meest rurale uithoeken wisten mensen van het schandaal. Ouderen die altijd op de UMNO hadden gestemd, lazen op Facebook ineens over de honderden peperdure handtassen van de vrouw van Najib. De premier kon daar niet meer tegen op.” 

Maar autocratische regeringen kunnen de digitale netwerken ook misbruiken om burgers in de gaten te houden en te onderdrukken. Het Chinese bewind is daar een meester in en ook landen als Rusland, Turkije, Iran, Venezuela en Cuba weten van wanten.

Samenzweringstheorieën

Bovendien dreigen sociale media in het Westen de democratieën uit te hollen, omdat ze het makkelijker maken om nepnieuws en samenzweringstheorieën te verspreiden en om kiezers te manipuleren. Het is lastiger geworden om te onderscheiden wat waar en niet waar is, ook omdat de digitale netwerken relatief nieuw zijn, waardoor gebruikers nog niet goed weten hoe ze ermee om moeten gaan. Dit is problematisch, want betrouwbare informatie en politieke koehandel zijn cruciale basisonderdelen van onze democratische politiek. 

Het gescheld door zowel burgers als politici en alle verwarring over zelfs basale feiten maken het lastiger om tot compromissen te komen. “Het is nu nauwelijks meer voorstelbaar, maar zo’n tien jaar geleden heerste er nog groot optimisme over internet”, zegt José van Dijck, hoogleraar digitale samenleving aan de Universiteit Utrecht. “Tijdens de Arabische Lente in 2010 en 2011 werden sociale media door velen nog gezien als een bevrijdende technologie, die mensen kon helpen om van autocratische regimes af te komen. Eigenlijk was dat toen al een beetje een mythe. Maar inmiddels is de stemming helemaal omgeslagen.

De Russische internet-trollen die zich mengden in de Amerikaanse verkiezingsstrijd en het schandaal rond Cambridge Analytica hebben wel duidelijk gemaakt dat sociale media ook ontzettend kunnen worden misbruikt door machtige mensen.”

Volgens Van Dijck hebben sociale media daarnaast geleid tot verslaafdheid aan snelle, intuïtieve reacties en een cultuur van instantbevrediging. Populisten profiteren hiervan, omdat zij met de smartphone in de hand meesurfen op de emoties van het moment. Terwijl sociale media er tegelijk voor zorgen dat mainstream-politici, die zich bijvoorbeeld aan een partijlijn moeten houden of een regeerakkoord moeten verdedigen, nog gemaakter overkomen dan voorheen.

“Iedereen schiet op sociale media uit de heup”, zegt Van Dijck. “Emoties en intuïtie worden verheerlijkt, in plaats van de ratio. Er is geen plek meer voor genuanceerde betogen en goede discussies.”

Niet alle schuld

Wat nu te doen? Dat is de hamvraag. De roep groeit om techreuzen als Google, Facebook en Twitter strenger te gaan reguleren. Sommige deskundigen betogen dat de techreuzen moeten worden gedwongen om hun geheime algoritmes, die steeds meer bepalen wat wij zien en horen, te openbaren. Anderen pleiten voor het opbreken of zelfs nationaliseren van de bedrijven. In elk geval neemt de overtuiging toe dat democratische regeringen niet bij de pakken neer kunnen zitten.

“Iemand zal het zware werk moeten doen om ervoor te zorgen dat de kracht van de digitale technologie wordt heroverd voor democratische politiek. Dat zal niet vanzelf gebeuren”, schrijft Cambridge-hoogleraar Runciman in How Democracy Ends. “Alleen de politiek kan de politiek redden.”

Toch waarschuwen Runciman en andere experts ook dat niet alle schuld in de schoenen van sociale media kan worden geschoven. Want Facebook, Twitter en Instagram verzinnen al die complottheorieën die tegenwoordig rondwaren niet, zij maken het alleen makkelijker om ze te verspreiden. En ook de maatschappelijke tegenstellingen creëren zij niet; ze vergroten die slechts.

Jaren dertig

Sommige deskundigen trekken hierbij een – enigszins gevoelige – parallel met de opkomst van de radio in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Ook de radio was destijds een nieuw medium, dat veel indruk maakte op luisteraars, en de nazi’s maakten daar sluw gebruik van. Zo liet propagandaminister Joseph Goebbels miljoenen goedkope radio’s, zogenoemde Volksempfänger, subsidiëren om de toespraken van Adolf Hitler in zo veel mogelijk Duitse huiskamers te brengen, en restaurants en cafés moesten de radio zelfs hebben aanstaan als de Führer een rede hield.

Maar, zo benadrukken de experts, ook zonder de radio waren de nazi’s wel opgekomen. “Je kunt de technologie niet verantwoordelijk stellen voor de huidige hang naar autoritaire leiders”, zegt hoogleraar Van Dijck. “Dat is blaming the media, dat is te makkelijk. Uiteindelijk is het vooral een maatschappelijk probleem. Maar het is wel zo dat bepaalde media meer geschikt zijn voor dit soort boodschappen. Zoals de nazi’s in de jaren dertig handig gebruikmaakten van de radio, zo doen de huidige populisten dat nu ook met Twitter en YouTube.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.