Maandag 26/10/2020

Onder ons gezegd en gelogen

'Au Coeur du Mensonge' van regisseur Claude Chabrol

Misschien zijn enkel passies echt," zo stelt een mooiprater in Au Coeur du Mensonge. De filmografie van Claude Chabrol, die in 1958 start met Le beau Serge, vormt in elk geval een reële getuigenis van 's mans passie voor het medium. Het levende monument werd onlangs bedacht met een retrospectieve in het Filmmuseum van Brussel, maar hij neemt op dit moment ook nog deel aan de Berlinale-competitie. 'Authenticiteit' was destijds een sleutelwoord bij de opkomst van de Nouvelle Vague, waarin Chabrol een vitale rol speelde. In zijn laatste film, uitgewerkt met scenarist Odile Barski, lijkt de zoektocht naar echtheid een eindpunt te bereiken. "Wanneer allen liegen, is er geen leugen meer," zo luidt het motto op de persmap.

Die gevleugelde gedachte wordt aangevuld met de slagzin: "Wanneer allen schuldig zijn, is er geen schuld meer." Een overpeinzing die akelig dicht bij huis komt, als we daarbij vertellen dat in de openingssequentie een tienjarig meisje vermoord in het bos wordt teruggevonden. Eloïse was op de terugweg van haar wekelijkse tekenles bij Réné, prima rol van Jacques Gamblin. Nieuwbakken commissaris Frédérique Lesage, bleekjes vertolkt door Valeria Bruni-Tedeschi, bedenkt de getormenteerde kunstenaar dan ook onmiddellijk met de meest vunzige verdachtmakingen. Réné wordt niet alleen door zijn artistieke ziel gekweld, het uitblijven van enig succes maakt hem onzeker. Een ongeval maakte hem bovendien kreupel en sindsdien vindt hij zich helemaal tekortschiet voor zijn vrouw Viviane, een onverwacht romantische Sandrine Bonnaire. Zij bekommert zich om de zelfdestructieve neigingen van haar man, maar wil er zelf niet in meegezogen worden. Ze zoekt ruimte voor zichzelf en vindt die vreemd genoeg bij Germain-Roland Desmot, uitbundig vertolkt door Antoine de Caunes. Vreemd genoeg, want de vaardige praatjesmaker Desmot neemt alle mogelijke ruimte rondom zich moeiteloos in met zijn bovenmaatse ego. Hij is een succesvolle journalist, die in verscheidene kranten van verschillende strekking publiceert. Hij schrijft boeken en verschijnt regelmatig op televisie. Hij is de ster van de streek en Viviane is niet ongevoelig voor zijn attenties.

De moordzaak en de driehoeksverhouding zorgen ervoor dat de kijkers voortdurend geboeid worden door de handelingen die zich sober voltrekken. Maar beide gangmakers blijken slechts contouren op een doek dat breder uitwaaiert. Vanaf het prille begin zet Chabrol lijnen uit op een canvas dat de leugen als onderwerp heeft. Af en toe laten de personages zich daar expliciet filosoferend over uit, maar nooit zo lang dat het belerend wordt. Hun opmerkingen zijn vaak raak en kort, gebeten als ze zijn op de verblinding van de ondoorzichtige wereld. Niet voor niets vindt een van de belangrijkste scènes plaats in de mist.

De behoedzaamheid waarmee de leden van dorpsgemeenschap met elkaar en met woorden omgaan na de traumatische gebeurtenis van het vermoorde kind roept herinneringen op aan de tijd dat de Witte Beweging nog een begrip was dat op consensus gesteund was. "Er is veel veranderd in ons land, in alle landen," zo oppert Réné. "De wereld is ziek." "Misschien," zo riposteert Viviane, "maar onverschilligheid is wel de ergste ziekte."

Elke leugen is een trompe-l'oeil, die onvolkomenheden kan bedekken, maar waaraan een nietsvermoedende voorbijganger zich ook kan bezeren. We overleven dankzij leugens, maar kunnen er ook aan ten onder gaan. Als de Witte Beweging enkel tot meer cynisme geleid heeft, is dat misschien een teken dat de burger slechts een fractie van de waarheid kan verdragen. Net zoals we van mens tot mens slechts een deel van elkaar kunnen zien, slechts een deel van onszelf kunnen tonen. Met onderhuids toch steeds de twijfel en schrijnende nood, die door Réné prachtig wordt verwoord: "Ik wil je aanraken; ik wil je lichaam voelen. Ik wil dat je werkelijk bent."

De liefde tussen Réné en Viviane vormt de getuigenis van een aantrekkingskracht die alle zins- en ander bedrog te boven gaat. De leugen kan hen doen wankelen, hun zekerheid mag een illusie zijn. Hun liefde is een vrijplaats, die zichzelf steeds opnieuw weet te herscheppen te midden van de chaos en de verwarring. Mooie dingen voor de mensen, net als deze film van een oude meester. (LW)

P.S. In Roger Ebert's Little Movie Glossary wordt van een Theory of Movie Relativity gewaagd: "Ten minste één van de achternamen op de eindgeneriek komt overeen met die van de regisseur of producent." Claude Chabrol voldoet daaraan volkomen: de muziek is van Mathieu Chabrol, het script werd verzorgd door Aurore Chabrol.

TITEL: Au Coeur du Mensonge. REGIE: Claude Chabrol. SCENARIO: Odile Barski en Claude Chabrol. FOTOGRAFIE: Eduardo Serra. MUZIEK: Mathieu Chabrol. PRODUCTIE: Yvon Crenn. VERTOLKING: Sandrine Bonnaire, Jacques Gamblin, Valeria Bruni-Tedeschi, Antoine de Caunes, Bernard Verley e.a.

Frankrijk, 1998, kleur, 113 min. Gedistribueerd door Progrès.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234