Zondag 25/10/2020

Onder het Spaanse plastic broeit iets heel bruins

Wil het zijn welvaart behouden, dan heeft Spanje jaarlijks 240.000 nieuwe buitenlandse werknemers nodig. Maar de integratie van die nieuwkomers ligt niet eenvoudig, en racistische incidenten laaien op. 'De wreedheid van de Spaanse politie werd veelvuldig gemeld', meldt ook Amnesty International in haar vorige maand verschenen jaarrapport. 'Er was een algehele toename van meldingen over mishandeling van immigranten en anderen, van niet-Europese origine.'

Rop Zoutberg

Het is de markt van vraag en aanbod. Groepjes Afrikanen en Zuid-Amerikanen staan in de schemer van halfacht in de morgen te kleumen op een pleintje aan de rand van El Ejido. Er gebeurt verder niet veel. Alleen af en toe stopt een busje van een tuindersbedrijf en pikt een paar van de mannen op. Maar het is moeilijk aan de slag te komen sinds in Spanje een nieuwe Vreemdelingenwet van kracht werd. De eigenaars van de kassen kunnen sindsdien forse boetes krijgen voor het inhuren van illegale werknemers.

"Veel dagen wacht je voor niets", zegt Clement, 29-jarige jongen uit Kameroen en zonder papieren. "Als je geluk hebt, kun je een contract voor twee weken bemachtigen." Hij is eigenlijk econoom en dacht er wel eens over naar Kameroen terug te keren. "Toch is hier alles nog beter, in vergelijking met Afrika."

Spanje is niet langer het land dat boerenjongens uit verpauperde regio's voor een betere toekomst naar Zuid-Amerika en Noord-Europa stuurt. Om zijn huidige economie en pensioenstelsel overeind te houden, heeft Spanje jaarlijks 240.000 nieuwe buitenlandse werknemers per jaar nodig. Die komen uit Polen (blank, katholiek en dus erg geliefd), Zuid-Amerika (handig vanwege de taal), Afrika (zwart, maar verdragen goed de hitte in de kassen). Onderaan de ladder bevinden zich de Marokkanen. Zij hebben te maken met een regelrechte haat, die terug te voeren valt op de Spaanse Reconquista van de 15de eeuw.

Even hortend als de economie omhoog is geschoten, verloopt de acceptatie van de nieuwe werkkrachten, die bij elkaar 2 procent op een bevolking van 39,6 miljoen vormen. Een schijntje, in vergelijking met Noord-Europese landen als België, Duitsland, Engeland of Nederland. In de Catalaanse industriestad Terrassa lieten skinheads in de zomer van 1999 uit pure balorigheid hun rottweilers los op groepjes Marokkanen. Dat gebeurde met eenzelfde agressie waarmee er dit jaar protesten waren tegen de komst van een moskee in een voorstad van Barcelona, of hoe bij Murcia buitenlandse arbeiders met knuppels en kettingen werden aangevallen, omdat ze verantwoordelijk werden gehouden voor 'de onveiligheid op straat'.

Wellicht het grimmigst waren de rellen die vorig jaar in El Ejido plaatsvonden, een tuindersgebied in Andalusië, waar de verbouw van groenten onder plastic ongekende rijkdom bracht. Het begon met een ordinaire moord op twee tuinders, die gelyncht naast hun kassen werden aangetroffen. Hierop volgde een steekpartij begaan door een geesteszieke Marokkaan op de zaterdagmarkt. In een reactie openden honderden Spanjaarden hun 'jacht' op de immigranten. Toegangswegen werden afgegrendeld, huizen, winkels en auto's van buitenlanders vernield, benzinebommen onder gejoel bij woningen van immigranten naar binnen gemikt.

De Spaanse politie deed weinig om het geweld te stoppen. Ook Amnesty meldt in haar jaarrapport de kritieken op die "passieve houding, terwijl buitenlandse arbeiders onder het aanhoudende geweld de heuvels in moesten vluchten". Wat verder opvalt, is dat de onlusten nimmer juridische gevolgen hadden. Elf herrieschoppers werden gearresteerd, maar nooit veroordeeld. Van de 700 aangiften van immigranten werden welgeteld twee ontvankelijk verklaard. De poging om hierover met de centrumrechtse burgemeester van El Ejido te praten mislukten.

Mustafa, een Marokkaanse jongen van 28 jaar, schilt zijn aardappelen. Hij woont in een wijkje van iets van dertig krotten, opgetrokken uit stukken spaanplaat en landbouwplastic, in El Ejido. Het huis bestaat uit twee delen, een slaapvertrek en een voorkamertje van twee bij drie. Een kippenpoot hangt aan een stuk waslijn om het buiten het bereik van de zwerfkatten te houden. "Natuurlijk zouden we gewoon in een huurhuis willen zitten, maar er is niemand die ons wil verhuren."

Mustafa haalt zijn schouders op. Tijdens de rellen vorig jaar moest hij toezien hoe een aantal van de krotten werd platgebrand door de razende inwoners van El Ejido. "Al die dingen maken ons niet bang." Hij aarzelt even. "Ze kunnen de mensen die willen komen toch niet stoppen. Maar uiteindelijk zullen veel Marokkanen hetzelfde aantreffen als ik. Werken en wonen in een krot onder het plastic."

"Het probleem van de Spanjaarden is dat ze immigranten zien als werktuigen, die je op een ochtend verzamelt op een pleintje in El Ejido", gelooft Mercedes García. Ze is de voorzitster van Mujeres Progresistas, de laatste organisatie die zich in El Ejido bekommert om het lot van de buitenlandse werkers. Op de ochtend van het interview is het slot van het kantoortje met contactlijm dicht gekit. Het verbaast García niet meer. "We ontvangen steeds bedreigingen", zegt ze. "El Ejido is geen racistische stad, maar hier hebben wel mensen met extreem-rechtse visies de overhand. Ze richten zich tegen anderen, wier misdaad is dat ze buitenlander zijn."

García zag de rellen van een jaar geleden aankomen. "Er hing een vreemde sfeer in de stad, er werd op straat over gesproken de moren een lesje te leren. Het was allemaal grondig georganiseerd. Waarom kon niemand die werd aangevallen bij de politie terecht? Waarom arriveerde er in El Ejido een bestelbus met honkbalknuppels?"

García wordt emotioneel: "Huizen met kinderen erin werden in de fik gestoken, terwijl niemand iets deed om het te stoppen. Dat klinkt allemaal ongelooflijk in een democratie. Maar het gebeurde wel."

Het leeuwendeel van de plukkers in de kassen van Zuid-Spanje spoelt doorgaans op een nacht met volle maan aan op het strand in de buurt van het stadje Tarifa. Ongeveer 26 kilometer scheidt Europa van Afrika. Het is een bak woest water met een verraderlijke stroming, doordat de Atlantische Oceaan er tegen de Middellandse Zee botst.

Vier jongetjes wijzen geroutineerd naar de zijkant van de pier. "Daar spoelen ze aan. Maar vannacht zullen wel geen boten komen", zegt een van hen, "veel te veel wind. Dan zie je ze niet."

Tussen de rotsen zitten de sporen van de keren dat het misging. Een jeansbroek golft op het water tussen de keien, een T-shirt, de resten van een kapotgeslagen houten bootje, een spijkerjack. De kustwacht tekende vorig jaar een record op. Ze onderschepte achthonderd bootjes, met aan boord zowat 15.000 illegale gelukzoekers. De cijfers waren een verviervoudiging in vergelijking met 1999.

Volgens Pepe Cardenas van het Rode Kruis in Tarifa vallen de getallen allemaal op rekening van de florerende mensenmaffia's te schrijven. "Het zijn criminele organisaties, voor wie het smokkelen van mensen allang winstgevender is dan een lading hasj. Reken maar uit. Je stopt veertig verstekelingen, die per persoon 250.000 peseta's betalen, in een bootje." Hij pakt een rekenmachine en komt op zowat 2,5 miljoen frank.

Even buiten Tarifa begint de enorme winderige zandstrook, geliefd door surfers uit de hele wereld, en begin juli trouwens ook de plek waar actievoerders hun grenskamp "tegen het dodelijke regime van Fort Europa" zullen houden. Met wat geluk kunnen ze de doorgaans hevig onderkoelde immigranten direct in hun tentenkamp opvangen.

Mercedes García bezocht eerder op de morgen een groep Marokkaanse vrouwen. "Die vrouwen zijn door maffia's hier gekomen en werken zonder enig recht, hun paspoorten door de eigenaar van het bedrijf ingenomen. We wisten alleen van het geval doordat een vrouw een krat op haar voet kreeg en naar de dokter moest." García hoorde hoe in het ziekenhuis achter haar werd gesist. "Help die buitenlanders vooral... dan krijgen we er nog meer hier."

Kort na het interview met de Marokkaanse immigranten in El Ejido werd het overgrote deel van hun krottenwijk op last van het gemeentebestuur met de grond gelijk gemaakt. Het Rode Kruis, dat voorstelde een noodopvang voor de dakloze Marokkanen te plaatsen, moest afzien van die plannen na felle protesten van de omwonenden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234