Maandag 26/09/2022

Onder de kindsoldaten van Ituri, Oost-Congo

VN-kinderrechtenjuriste Bernadette Sene:

Het melktandenleger van krijgsheer Peter Karim

Op de hoogvlakten van Ituri, in het noordoosten van Congo, ontwapent krijgsheer Peter Karim zijn moorddadige militie in ruil voor een kolonelsgraad in het Congolese leger. Met op zijn schouder een Belgische driekleur bedreigt hij een kinderrechtenjuriste van de VN met de dood.

door Maarten Rabaey / foto's Filip Claus

Na uren rijden verstomt het gejuich van kinderen aan de kant van de weg. Tussen de reusachtige eucalyptusbomen zijn nu alleen nog de zuchtende 4x4-motoren te horen van witte trucks en pantservoertuigen waarmee het konvooi Nepalese blauwhelmen van de VN-vredesmacht in de Democratische Republiek Congo (Monuc) zich over de roestbruine bergpassen van Ituri sleept. Achter de volgende bocht wachten stille getuigen van het etnische en bodemrijkdommenconflict tussen de bevolkingsgroepen Hema en Lendu dat, soms met inmenging van Oeganda, sinds 1999 minstens 50.000 slachtoffers eiste.

Waar rieten daken in piramidevorm ooit gezinnen herbergden, zijn nu enkel nog tientallen lemen muren met zwartgeblakerde randen te zien. Dit is Balé, een van de vele spookdorpen op de groene hoogvlakten. "Dit is het resultaat van de laatste gevechten tussen de Forces armées de la République Démocratique du Congo (FARDC), het Congolese regeringsleger, en de Lendumilitie Front des nationalistes et intégrationnistes (FNI) van Peter Karim, afgelopen februari", zegt Philippe Bambu, die zich voorstelt als "Lendu-notabele". "De bevolking is gevlucht. Hoeveel doden en gewonden hier vielen? Geen idee. Het woud vergeet snel."

Twee kilometer verder bereikt het konvooi zijn eindbestemming: Doi. Op een open plek tussen de oorlogsruïnes van een kerk en een schoolgebouw nemen de blauwhelmen posities in. Plots duikt vanuit de brousse een groep haveloos geklede gewapende jongeren op, de verwachte militieleden van het FNI. Heupwiegend en handenklappend heffen ze een strijdlied aan. "Twee dagen hebben we gewandeld, ongeveer tachtig kilometer", vertelt hun adjudant, Nandro Budu. "We bieden ons met dertig man aan om te worden ontwapend door de VN en te worden ingelijfd bij het FARDC."

De getekende gezichten van zijn krijgers kunnen niet verhullen dat ze nog erg jong zijn. Sommigen zijn duidelijk nog kind. Enkele wapens worden op de grond gelegd. Een VN-waarnemer snelt toe. De Indiase majoor Philip Jobee telt tien kalasjnikovs AK-47, tien lege magazijnen en 22 kogels. "Is dat alles?", zegt hij terwijl hij de militieleden keurt. "Dit is geen echte ontwapening. Deze wapens zijn niet essentieel."

De jongeren springen in de houding maar de formatie wordt verbroken wanneer de blauwhelmen koekjes uitdelen. Uitgehongerd vechten ze voor de laatste kruimels. De chaos duurt niet lang. "In de houding. Daar is de kolonel!", roept een van hen verschrikt.

Vanuit de deuropening van de verlaten kerkruïne verschijnt 'Peter Karim'. Dat is althans de nom de guerre die de 29-jarige krijgsheer aannam. Omringd door enkele van zijn tien zwaarbewapende bodyguards beent hij driftig op de militieleden af. In een beduimelde agenda noteert hij hun namen. Zijn lijfwachten, macho's met Ray-Banzonnebrillen, zijn zenuwachtig. Met de vinger aan de trekker van hun AK-47 cirkelen ze als aasgieren rond hun 'chef'. Een van hen torst twee machinegeweren om zijn tengere schouders. Hij is nauwelijks vijftien. Wanneer hij wandelt, waggelt hij als een pinguïn onder het gewicht van de wapens.

Karim glundert als hij een AK-47 mag overdragen aan een FARDC-kolonel, die het wapen overhandigt aan VN-officier Jobee. Maar de aanwezige Nepalese blauwhelmen kijken minachtend toe. Voor hen is deze ceremonie een capitulatie. Op 28 mei 2006 vermoordde Karim in deze streek de Nepalese blauwhelm Adhikari Cyan Bahadur. Acht andere Monuc-soldaten werden daarna wekenlang gegijzeld. Als provocatie draagt een van Karims bodyguards vandaag een M-16-machinegeweer dat op een blauwhelm werd buitgemaakt.

Toch mogen de blauwhelmen Karim niet oppakken. Hij is nu kolonel in het Congolese leger, een graad die hij sinds juli vorig jaar mag dragen na de belofte zijn militieleden te demobiliseren en, zoals andere rebellenbewegingen, aan te bieden voor rekrutering door het FARDC. De ontwapening van het FNI verliep sindsdien niet zonder slag of stoot. Karim verbrak al een keer het akkoord en begon opnieuw te vechten met het Congolese leger. Pas begin april sloot hij weer vrede.

Op de schouder van Karims kolonelsuniform springt een Belgisch vlaggetje in het oog, een gevolg van de beslissing in Brussel om het nieuwe Congolese leger te steunen met oude Belgische uniformen. Alleen werden volgens Belgische militaire bronnen de tricolores niet verwijderd omdat dat twee maanden werk zou kosten. De potten zwarte verf die erbij werden geleverd om ze te overschilderen werden niet altijd gebruikt. De VN-officieren tonen weinig begrip voor deze bureaucratische Belgenmop. "Wat gaan jullie doen als mensen zoals Karim in zo'n uniform nieuwe oorlogsmisdaden begaan?", vragen ze schamper. Het FNI van Karim wordt verantwoordelijk geacht voor een lange lijst mensenrechtenschendingen in Ituri. Het aantal burgerdoden dat ze op hun geweten hebben, loopt volgens majoor Jobee op tot minstens duizend.

Over de beschuldigingen tegen zijn militie wil Karim niet spreken. Hij wijst ons de vernielde schoolgebouwen van Doi aan en toont dan een plek op het plein waar nu onkruid groeit. "Een massagraf", zegt zijn rechterhand, luitenant-kolonel Désiré Londjiringa, terwijl de militieleden in de laadbak van een VN-vrachtwagen klauteren om naar een transitkamp van het FARDC te worden gebracht. "In 2002 vermoordde het Oegandese leger hier 44 van onze Lendu." Op weg naar het transitkamp, 35 kilometer verder, zwaait alleen de bevolking van de dorpen waar het FNI nog actief is naar de zingende militieleden. Elders worden ze zwijgend aangestaard. Deze dorpen werden getroffen door het FNI. "De Lendu zijn niet gewelddadig", vergoelijkt Bambu, die met ze meereist. "We zijn heel eenvoudige landbouwers die lang onderdrukt werden. Deze oorlog is ons opgelegd door de Hema. Ze wilden ons verjagen van onze grond."

In het transitkamp van Kpandroma, negentig kilometer ten noorden van Bunia, worden de militieleden opgewacht door 193 andere FNI-leden die daags voordien demobiliseerden - al was ook hun ontwapening symbolisch: slechts 28 wapens werden ingeleverd. Onder een loden zon krijgen ze op een grasveld militaire uniformen. De groep van gisteren zit al in het nieuw. Ook hier dragen enkelingen Belgische vlaggetjes op hun uniform. Alleen hun schoeisel steekt schril af: ze dragen nog altijd de slippers waarmee ze uit de brousse kwamen. 'Om hygiënische redenen' werden velen kaalgeschoren.

Peter Karim kijkt beteuterd hoe zijn manschappen nu naar de pijpen van andere Congolese militairen dansen. Hier stelt hij maar enkele sterren voor onder vele andere. Het verlies van zijn alleenheerschappij, en de daarbij horende opbrengsten van geplunderde natuurlijke rijkdommen, is volgens VN-waarnemers een van de redenen waarom hij nog steeds weigert zich in te kwartieren bij het reguliere leger.

Aan de buitenwereld vertelt Karim een heroïscher verhaal. "We zijn geen rebellen. We zijn nationalisten die de wapens opnamen tegen bezetters", zegt hij. "We zijn een politieke beweging, maar onze voorzitter zit opgesloten in de gevangenis." Hij verwijst naar de aanhouding van FNI-voorzitter Floribert Njabu, die samen met twee militaire chefs in 2005 door de toenmalige overgangsregering in Kinshasa werd gearresteerd in een poging het geweld in Ituri te stoppen. "We steunen nu de heropbouw van het land en de Derde Republiek. We blijven demobiliseren. Nog een duizendtal van onze manschappen zit in de brousse. We blijven hier zolang zij niet ontwapend hebben, maar door transportproblemen kost dat tijd. We zullen ook al onze wapens overdragen. We overhandigden nu al de helft."

De vraag waarom hij zo weinig wapens inlevert, wordt niet beantwoord. Karim wordt afgeleid. Wanneer hij een blik werpt op de kersverse rekruten schieten zijn ogen vol vuur. Hij loopt naar het midden van het veld waar zijn ex-militieleden staan opgesteld. Woest houdt Karim er een jonge, kaalgeschoren vrouw staande die naar een afgezonderd groepje verschrikte kindsoldaten wordt gestuurd. De krijgsheer scheldt de jonge vrouw de huid vol en gebaart haar terug te keren naar de volwassen soldaten.

Daarna richt hij zijn woede op een andere vrouw. Ze heet Bernadette Sene. De Senegalese juriste van de Child Protection Unit van Monuc is naar het transitkamp afgereisd om de kadogos, de kindsoldaten, te scheiden van de volwassenen. Ze negeert Karims uitval. De kinderen worden naar een gesloten afdeling aan de andere kant van het kamp gebracht.

"Dat zijn geen kindsoldaten", zegt Karims rechterhand Londjiringa boos. "De meerderheid van onze leden zijn Lendu. We zijn nu eenmaal kleine mensen." Als hij beseft hoe flauw zijn excuus is, gooit hij het over een andere boeg. "Wat zou je zelf doen als je hut in brand werd gestoken, zoals bij veel van deze jongeren? Waarom denk je dat ik de wapens opnam?" Zijn toon wordt nu agressief. "De wereld onderschat de Lendu", zegt hij dreigend. "Toen jullie ons koloniseerden, hebben we nog de expeditie van Stanley bevochten. Als het moet, vechten we weer met pijl en boog, zoals de Simba (de rebellenbeweging die in 1964 vanuit de oostelijke Kivustreek een mislukte opstand begon tegen het centrale gezag, MR)".

Vandaag haalt Sene zeven vermoedelijke kindsoldaten uit de groep van dertig. Daags voordien selecteerde ze er vijftien. Hun identiteit wordt nog geverifieerd, maar na een onderzoek van hun gebit is ze zeker dat ze minderjarig zijn. "We zijn voorzichtig", zegt ze. "Ik ben overtuigd dat er zich nog kindsoldaten onder de rekruten bevinden, onder wie de jonge vrouw die Karim terugstuurde. We wachten tot ze overgebracht worden naar Bunia om ze af te zonderen. Je zag Karims reactie. Hij is gevaarlijk."

De rekrutering van kinderen onder de vijftien is een oorlogsmisdaad volgens het internationaal recht. Daarvoor bestaat geen amnestie. "Karim is bevreesd dat hij net zoals de rivaliserende Hemakrijgsheer Thomas Lubanga zal worden aangehouden, aangeklaagd en overgebracht naar het Internationaal Strafhof in Den Haag. Elk militielid dat Karim inlijfde als kindsoldaat, is dus een levend bewijs dat tegen hem gebruikt kan worden. We stellen vast dat veel kindsoldaten daarom liegen over hun leeftijd. Ze worden gedwongen te zeggen dat ze ouder zijn dan vijftien, of zelfs achttien (de leeftijd waarop ze in het Congolese leger mogen, MR) als ze er wat ouder uitzien. We noemen dat het 'Lubangasyndroom'."

Het was niet de eerste keer dat Karim de werkzaamheden van Sene manu militari onderbrak. "Hij weet wat ik hier doe", zegt ze. "De vorige keer heeft hij me met de dood bedreigd. Ik had hem gevraagd om zijn lijfwacht met de twee machinegeweren te demobiliseren, duidelijk nog een kind. 'Nooit geef ik hem af', antwoordde hij. 'Hij is een moedige krijger. Hij heeft twee mensen gedood om zijn wapens te bemachtigen. Als ik hem vraag om je te doden, doet hij dat meteen.' Dat heeft me erg getroffen. De jongen is nu nog altijd bij Karim, ook al is die nu kolonel in het Congolese leger. Voor ons is dat frustrerend."

Het totale aantal kindsoldaten dat uit het FNI werd gehaald, is hallucinant hoog: sinds juli vorig jaar werden er volgens de Verenigde Naties 1.571 ontwapend en gedemobiliseerd, maar liefst 66 procent van het totale aantal FNI-gedemobiliseerden. In heel Ituri werden sinds september 2004 al meer dan tienduizend kindsoldaten gedemobiliseerd.

Informatie over oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid worden door de Monuc overgemaakt aan de Congolese justitie of het Internationaal Strafhof in Den Haag. De kinderen zelf kunnen niet vervolgd worden. "Net daarom gebruikten milities zoals Karim kinderen om hun misdaden te plegen", zegt Sene. "Kinderen volgen makkelijk gruwelijke bevelen op omdat hun waarden- en normenpatroon minder is ontwikkeld. Soms krijgen ze drugs. Op bevel vermoorden ze iedereen die langskomt. Het is een verhaal dat telkens terugkomt: ze hebben zonder nadenken zelfs zwangere vrouwen en andere kinderen gedood."

In hun tentenkamp zitten de kinderen die vandaag uit de groep werden gehaald er verslagen bij. Ze vrezen dat ze meteen op straat zullen worden gegooid, wat Karim ze inprentte. Sene en een lokale medewerker overtuigen ze dat ze hier twee maanden mogen blijven. Ondertussen zal naar hun families worden gezocht.

De kinderen die gisteren werden ontwapend spelen alweer.

Volgende week vindt u in De Morgen nog meer reportages vanuit Oost-Congo.

Elke kindsoldaat die we bij hem weghalen is een levend bewijs van een oorlogsmisdaad

n Peter Karim (m.) en zijn lijfwachten inspecteren een groep haveloze FNI-militieleden.n De wapens worden in beslag genomen door het Congolese leger en de VN. Karim (r.), met Belgisch kolonelsuniform, kijkt toe.n Woest houdt Karim een jonge, kaalgeschoren vrouw staande die door de VN als kindsoldate werd geselecteerd.n Veel kindsoldaten uit de milities van Peter Karim worden verplicht te liegen over hun leeftijd als ze ontwapenen. n De kinderen die gisteren werden ontwapend spelen alweer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234