Zondag 19/09/2021

Ondanks hun vergelijkbare achtergrond wordt de wederzijdse afkeer tussen Bush en Kerry steeds duidelijker

'Bush ziet in Kerry die schare van liberalen uit New England die hem uitlachten en op hem neerkeken in Yale'

Achter de lach, de weerzin

Tijdens twee debatten, waarvan het tweede afgelopen vrijdag plaatsvond, botsten de presidentskandidaten over kwesties als Irak en Noord-Korea, drugsprijzen en jobs. Toch blijft er een centrale vraag onbeantwoord: waarom hebben deze kerels, die zo'n gelijke achtergrond hebben, zo'n hekel aan elkaar?

St. Louis

The New York Times

James Bennet

Het is niet dat ze niets gemeen hebben. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er geen twee kandidaten geweest die zo'n vergelijkbare achtergrond hebben in klasse en voordelen, met zoveel overlappende punten. Dit tweetal studeerde niet alleen - met twee jaar verschil - aan de universiteit van Yale, maar was ook lid van hetzelfde geheime genootschap, Skull and Bones. Toch is dit de eerste campagne in de recente geschiedenis waarin je kiezers niet kunt horen zeggen dat er geen wezenlijk verschil is tussen de kandidaten.

De debatten verlopen pittig, bezield en persoonlijk. Tijdens het debat van afgelopen vrijdag waren de tekenen van wederzijdse afkeer duidelijk door wat de kandidaten zeiden, door de manier waarop ze het zeiden en luisterden. Beide mannen gehoorzaamden aan de formaliteiten: president Bush lachte toen hij senator John Kerry begroette, terwijl die laatste wachtte tot de president ging zitten voordat hij zelf plaats nam.

Maar keer op keer tikte Bush met een voet op de grond terwijl hij naar Kerry's kritiek op zijn beleid luisterde en vloog hij uit als hij de kans kreeg terug te slaan. Kerry draaide dan weer vaak de rug naar Bush wanneer hij hem op de korrel nam. Tijdens het luisteren naar de president staarde de senator de president aan met halfgesloten ogen en een starre en bevroren uitdrukking.

Verschillende Republikeinen, die zich bezorgd toonden over het optreden van Bush tijdens debatten, vrezen dat de president het de normaalste zaak van de wereld vindt om respectvol behandeld te worden. Kerry's adviseurs denken dat Bush al bij een eenvoudige confrontatie uit zijn tent kan worden gelokt. In het debat van vrijdagavond was zo Kerry's eerste vraag een aanval op de president over de kwesties Irak, jobs, onderwijs en belastingen. "Hij zit nooit in een omgeving waarin hij wordt tegengesproken", verklaart Michael D. McCurry, een woordvoerder van Kerry, over Bush.

De race verloopt op het scherp van de snee. Er is een ideologische scheiding tussen de kandidaten. Maar adviseurs van beide mannen zeggen dat de competitie zowel persoonlijk als politiek verloopt, wat een gevolg zou zijn van hun gelijke achtergronden. Assistenten van Bush zeggen dat Kerry de president herinnert aan de intellectuele snobs waar hij een hekel aan had in Yale en in Harvard Business School. "Het woord dat de president soms gebruikt is 'hooghartig'", zegt een bron in de kringen van Bush. "En Kerry gaf daarvan een staaltje tijdens het debat."

Stuart Stevens, een media-adviseur van de Bush-campagne, meent dat Kerry de aantrekking van Bush niet begrijpt en op hem neerkijkt. "Ik denk dat hij naar hem kijkt en denkt: 'Waarom moet ik door dit proces gaan terwijl ik eigenlijk president zou moeten zijn'."

Die botsing van persoonlijkheden is volgens woordvoerder McCurry een symptoom van de hele culturele scheidingslijn in het land. Volgens hem ziet Bush in Kerry "die schare van liberalen uit New England die me uitlachten in Yale en die op me neerkeken". "Kerry is heel erg competitief en Bush reageert daar heel emotioneel op. Ik weet niet of het echt vijandigheid is - het is heel zeker minachting voor waar we staan in de wereld en hoe we hier geraakt zijn."

Volgens vrienden en assistenten van Kerry ziet de senator de president als iemand die intellectueel lui is en cynisch. Een Democraat, die Kerry adviseerde, loopt de lijst van andere politieke rivalen af. "Johnson en Kennedy, daar was een verschil in klasse", zegt de adviseur die anoniem wil blijven omdat het thema zo persoonlijk is. "Clinton en Bush, dat was ook klasse. Maar deze kerels zijn van dezelfde klasse."

En toch begonnen Bush en Kerry in deze klasse heel verschillende - zelfs tegengestelde - rollen te vervullen toen ze opgroeiden. "Dit zijn kerels die nooit aan dezelfde tafel zaten tijdens een lunch."

Bush was de verloren zoon, Kerry de plichtsbewuste. Bush was een schelm en een middelmatige student. Kerry was een ernstig en idealistisch, zelfs een beetje eenzaam; een streber wiens manifeste ambitie sommigen vervreemdde. Op Andover, zijn kostschool in Massachusetts, was Bush hoofdcheerleader. Op St Paul's, zijn kostschool in New Hampshire, hielp Kerry een politieke club op te richten om te discussiëren over de actualiteit. Beide mannen zijn van aristocratische afkomst. Maar in de elite, die subtiele gradaties in achtergrond sterk uitvergroot, was Kerry een outsider bij de insiders. In tegenstelling tot de familie Bush, die protestant was, waren de Kerry's katholiek en niet rijk.

Of hij nu aanvalt over Irak of over belastingen, de doorsneekritiek die Kerry krijgt van Bush is dat hij mislukt is om zich de geest van prep-schools, die er generaties lang werd ingedramd met het gedicht 'If' van Rudyard Kipling, eigen te maken: Kerry mist karakter. Hij is een en al ambitie, zonder kern.

"Ik zie niet in hoe je dit land kunt leiden in tijden van oorlog en onzekerheid als je je mening verandert om politieke redenen", zei Bush vrijdagavond. Hetzelfde zei hij al tijdens het eerste debat, op 30 september in Coral Gables, Florida.

En of het thema Irak is of belastingen, de kritiek van Kerry op Bush blijft de beschuldiging die Bush al sinds hij een jonge man was, achtervolgt: hij mist wijsheid en beoordelingsvermogen - in één woord: maturiteit. "Ik zou die autoriteit op een verstandige manier gebruikt hebben", zei Kerry op vrijdagavond, verwijzend naar de toestemming die de Senaat gaf om geweld te gebruiken in Irak.

In ieder debat heeft Kerry het mes dieper in de wonde gestoken door de vader van Bush aan te halen en daarmee te impliceren dat de zoon niet opweegt tegen vader George Bush senior, de 41ste president van de VS. Noem het de Oedipus-betovering: Kerry's mannen zien het als de meest effectieve manier om Bush te ondermijnen in de kwestie-Irak.

"De vader van de president viel Irak niet binnen, ging niet naar Bagdad", zei Kerry in Coral Gables. "En de reden daarvoor schreef hij in zijn boek en die luidt dat er geen ontsnappingsmogelijkheid was." In hetzelfde antwoord haalde Kerry aan dat hij de ervaring had gehad van een oorlog. Een ervaring die werd gedeeld door de 41ste president, maar niet door zijn zoon. "Ik weet wat het is om te vertrekken op missie, terwijl u niet eens weet wat er om de hoek gebeurt", zei Kerry.

Op vrijdagavond haalde Kerry de 41ste president nogmaals aan door te verwijzen naar een steunbetuiging van luchtmachtgeneraal Merrill A. McPeak, die in de Golfoorlog vocht. Kerry verklaarde dat de generaal "de luchtoorlog voerde voor de vader van de president en briljant werk leverde."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234