Zondag 19/09/2021

Omdat alle aandacht naar New orleans gaat, slaken de omstreken een noodkreet

Sheriff Stephens vanuit Arabi, Louisiana: 'De Canadese troepen waren hier eerder dan onze eigen soldaten'

'We treffen ongelooflijk veel lijken aan'

Omdat alle aandacht de jongste dagen naar New Orleans ging, raakten bewoners in de kleinere stadjes eromheen pas helemáál vergeten. Een van die plaatsen is St. Bernard, ten oosten van de Big Easy. 'Nooit zal ik mensen nog vertellen dat er hulp op komst is', zegt een brandweerman. 'Want de hulp komt niet.'

Chalmette (Louisiana)

The New York Times

Sewell Chan / Jeremy Alford

St. Bernard, een county ten oosten van New Orleans, is na de doortocht van orkaan Katrina een eiland geworden, een leeg eiland, want de grote meerderheid van de 68.000 inwoners is gevlucht. Chalmette, de hoofdplaats van St. Bernard, een oord waar vooral blanke arbeiders wonen en waar zich behalve twee olieraffinaderijen en een gasfabriek ook wat visindustrie bevindt, is de voorbije dagen het toneel geweest van een heus overlevingsgevecht.

De drie mannen die de county runnen, de voorzitter, de sheriff en het hoofd van de brandweer, hebben het met eigen ogen gezien: honderden inwoners zijn omgekomen, daarbij inbegrepen de 31 mensen die in een verzorgingstehuis gevonden werden. Elders in de county werden 22 lichamen gevonden in een woonkamer waar ze kennelijk samengekomen waren om te schuilen voor de storm. "Nooit zal ik mensen nog vertellen dat er hulp op komst is", zegt Thomas M. Stone, de brandweerchef. "De hulp komt gewoon niet."

Problemen als die in St. Bernard doen zich in heel zuidelijk Louisiana voor, waar de combinatie van moerasgronden en moeilijke toegankelijkheid over de weg hele bevolkingsgroepen geïsoleerd heeft. Overheidsambtenaren hebben al erkend dat in de wanhoopspogingen om tienduizenden inwoners van New Orleans te redden nabije steden en dorpen helemaal over het hoofd gezien zijn.

"Als je geen nieuws krijgt over een bepaald gebied, kun je er van op aan dat het er slecht gaat", vreesde vorige week ook al woordvoerder Pete Schneider van de Louisiana Army National Guard. Een groep bezoekers, onder wie journalisten, werd door senator Walter J. Boasso meegenomen naar Chalmette, Arabi en andere steden in de buurt, een poging om eindelijk de aandacht te trekken op plekken die nog steeds van hulp verstoken waren. De bezoekers moesten aan drie checkpoints voorbij, bemand door zwaarbewapende politieagenten. Daarna moesten ze met een boot de Mississippi over en vervolgens in een jeep overstappen om de vernielde county te bezoeken.

In een telefoongesprek zaterdagavond zei Joseph A. Donchess, de directeur van de Vereniging voor Verzorgingstehuizen in de staat Louisiana, dat hij gehoord had van de doden in het tehuis van Chalmette. Een herkenningsteam van de kustwacht was in de loop van vrijdag naar het stadje getrokken. "Gelukkig hebben sommige mensen het toch overleefd", zei Donchess. "We hebben mensen die uit het water zijn geplukt door reddingshelikopters. Ze zijn naar de luchthaven overgebracht om vandaar naar Houston te worden gestuurd."

Volgens Donchess zijn de 31 doden uit het verzorgingstehuis in Chalmette "het grootste aantal doden in zo'n tehuis waar ik lucht van heb gekregen". De cijfers konden niet worden bevestigd, want journalisten werden op de plek niet toegelaten.

In St. Bernard heeft Katrina bijzonder hard toegeslagen. Toch zeggen de plaatselijke bestuurders dat de doden niet in de eerste plaats aan de orkaan moeten worden toegeschreven, maar wel aan het uitblijven van hulp. "Als iemand hierop voorbereid had moeten zijn, dan wel de federale regering", zegt burgemeester Henry J. Rodriguez.

Toch konden op zaterdag enkele tekenen van federale aanwezigheid worden opgevangen. Een helikopter van de marine landde in de buurt van een gigantisch pakhuis waar noodgoederen gestockeerd werden. Het gros van de hulp is echter niet van het leger gekomen, maar van een bonte keur aan schenkers: naburige county's, booteigenaren, de deelstaatpolitie en andere mensen van de overheid.

De autoriteiten zelf waren maar in povere mate present. Rodriguez en sommige van de zeven leden tellende county-raad vonden een schuiloord in een raffinaderij die eigendom is van ExxonMobil en van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij. De raffinaderij is een belangrijke werkgever in St. Bernard maar is momenteel gesloten.

De plaatselijke brandweer heeft zich intussen gehergroepeerd op de parking van een BellSouth-gebouw vol telecommunicatie-apparatuur. Het hoofdkantoor van de sheriff is overgebracht naar de Cajun Queen, een ferry die aangemeerd ligt bij de Domino-suikerfabriek van Arabi.

Vanuit hun verschillende locaties hebben de ambtenaren in deze verloren uithoek geprobeerd om een communicatielijn tot stand te brengen. Met beperkt succes evenwel. Volgens sheriff Jack Stephens is een van de stations in zijn politiezone door een bende gewapende krakers overgenomen. "Dat had niets met burgerlijke ongehoorzaamheid te maken", zegt Rodriguez. "Het waren mensen die aan het slechte weer wilden ontsnappen." Maar: "Plunderaars zullen neergeschoten worden. Het kan ons geen barst schelen wie ze zijn."

Geïnterviewd op 'zijn' Cajun Queen zegt ook Stephens dat de federale hulp tot een minimum beperkt gebleven is. "De Canadese troepen waren hier eerder dan onze eigen soldaten", zegt hij. "Ik heb de jongste dagen meer beslissingen genomen over leven en dood dan in mijn hele 22-jarige carrière."

De Canadezen maken eigenlijk deel uit van een 47-koppig reddingsteam dat het gemeentebestuur van Vancouver in British Columbia had gestuurd. De leden van het team zijn van huis naar huis getrokken en hebben de overlevende bewoners geëvacueerd. Zo'n tweehonderd inwoners zijn inmiddels al geïdentificeerd, zegt Terry Nikolai, een lid van het Canadese team, terwijl hij tot zijn knieën in het water staat in een straat waar voor de rest opblaasbare boten voorbijkomen.

Meerdere bewoners die zich zaterdag nog steeds in de county bevonden of aan de overkant van de Mississippi-rivier beland waren, gewaagden van schokkende toestanden. Zo bracht de 51-jarige Al Kuchner III uit Chalmette met negentien oudere mensen vijf nachten door op de tweede verdieping van het huis van een buur. Het waren "duistere dagen", zei Kuchner. Zo probeerde de groep een vrouw in leven te houden die verlamd was door multiple sclerose, een operatie waar ze bijna in geslaagd waren. "Ze zijn ons met boten komen redden, maar een kwartier later, toen we bij de dijken aankwamen, was ze gestorven."

Ambtenaren proberen intussen de omvang van de schade te vatten. Volgens majoor Pete Tufaro van het Sheriff's Department werden bij het doorzoeken van de eerste huizen in St. Bernard al 43 lichamen gevonden. Mark Melancon, een brandweerman die met zijn collega's in het BellSouth-gebouw is ondergebracht, zegt: "We treffen een ongelooflijk aantal lichamen aan. 's Avonds storten we gewoon in."

Zelfs sommige mensen die erin waren geslaagd de evacuatiecentra te bereiken, overleefden de ramp niet. Volgens Charlie Melancon, een democratisch congreslid die de buurt vertegenwoordigt, zouden zo'n honderd mensen uit St. Bernard omgekomen zijn terwijl ze probeerden te ontsnappen. Voedselgebrek en uitdroging zouden hun het leven hebben gekost.

Reddingswerkers komen na hun opdracht met gebroken harten terug. Ze hebben naakte baby's uit het water opgeraapt en lijken gestapeld in de plaatselijke gevangenis en in het gerechtsgebouw. Jeff Lee, een medewerker van de sheriff: "Ik durf er niet aan denken hoeveel lijken we zullen vinden als we alle deuren hebben opengemaakt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234