Maandag 11/11/2019

Omar Porras

voert een Barbier op die eigenlijk niet van Sevilla is

Theaterregisseur Omar Porras is een levendige, kleine man met grote ogen en oren. Hij heeft iets van een gnoom maar ook van een kind dat het volgende moment kattenkwaad gaat uithalen. Die man zet nu voor de Munt in het Théâtre National zijn tweede opera op de planken: Il Barbiere di Siviglia, dat stuk dat iedereen en tegelijk niemand kent. Over een barbier die niet noodzakelijk uit Andalusië komt.

Brussel

Van onze medewerker

Stephan Moens

Porras is afkomstig uit Colombia en werkt in Genève, waar hij het Teatro Malandro leidt, en aan vele bühnes, vooral in de Franstalige wereld. De Barbier die hij opvoert is die van Paisiello. Men kent de opera van Rossini, misschien ook het stuk van Beaumarchais, de sequel van Mozart (Le Nozze di Figaro) maar veel minder deze opera. En er zijn standaardwerken die beweren dat die minder goed is dan die van Rossini. Porras denkt er uiteraard anders over.

"Soms is de geschiedenis ondankbaar. Paisiello's stuk was de inspiratie voor Mozart en Rossini. Er moet dus wel iets interessant aan zijn. Bij Paisiello is de link met Beaumarchais nog veel duidelijker. Toen ik de muziek van Paisiello voor het eerst hoorde, zag ik meteen het theater voor mij. Dat blijft zo als je dieper op het stuk ingaat."

Is Paisiello nog actueel?

"De grote kunstwerken weerstaan aan de tijd door hun universaliteit. Wel, Paisiello's werk heeft geen rimpels gekregen. Er is trouwens een ononderbroken traditie. Via zijn werk kom je terecht bij de Italiaanse traditie van de commedia dell'arte. Die bestaat nu nog omdat er artiesten waren die ze hebben doorgegeven. De meeste solisten in deze productie - vijf van de zeven zijn Italianen - vormen een cultureel geheel. De Italiaanse traditie heeft ze getekend, zelfs al hebben ze nooit theater gespeeld. Er is iets - de humor, het naturel, soms leuk, soms een beetje bitter, die knipogen, die dubbelzinnigheden, die gemaskerde persoonlijkheid - dat je bij hen nog altijd ziet."

Dit is nog maar uw tweede opera. Hoe valt het werk met zangers mee?

"Opera is mij nooit vreemd geweest. In mijn theater is de muziek altijd aanwezig geweest, in functie van de acteur, van de dramatische noodwendigheden. Voor mij is de zanger een schepsel dat zijn lichaam en zijn stem gebruikt. Je zou kunnen zeggen: hij gaat naar dezelfde mis als de acteur maar op een ander uur. Men zegt vaak dat zangers bepaalde dingen niet aankunnen. Dat is waar en niet waar. Als regisseur moet je je bewust zijn van de grenzen maar je moet ze ook kunnen omzetten in mogelijkheden. Ik denk dus dat al die beperkingen waar men zo vaak over spreekt wel bestaan - ik heb ze gezien, ik heb ze moeten leren beheersen - maar ze hebben me niet belet een mooi resultaat te bereiken."

De twee opera's die u tot nu toe hebt geregisseerd - de andere was L'Elisir d'amore - zitten in dezelfde sfeer: er is een komisch element en veel virtuositeit. Trekt dat u aan of zou u even graag een groot tragisch gegeven aanpakken?

"Ik denk dat beide stijlen mij even nauw aan het hart liggen. In het theater neem ik ook Euripides onder handen. Je moet telkens volgen wat de schrijver presenteert, of dat nu Alfred Jarry is in een komedie als Ubu of Garcia Lorca in een drama als Bodas de sangre of Lope de Vega in Fuenteovejuna. In de opera geeft de muziek alle impulsen. Of dat nu Britten is, Janacek, Wagner of Ravel, de poëzie is er altijd, onder verschillende vormen."

U bent van Colombiaanse afkomst en hebt veel Latijnse, Spaanse stukken geregisseerd. Is dat nog altijd uw cultuur?

"Nee, zo zit het niet in elkaar. Ik heb ook veel elizabethaanse stukken gedaan - Marlowe, Shakespeare - en ik heb mij naar zeer afgelegen regionen begeven, zoals Euripides, maar ik doe ook hedendaagse auteurs als Dürrenmatt, Jarry... Natuurlijk, ik spreek Spaans en heb dus een zekere liefde voor theater in die taal. En inderdaad, toen ik Lorca ensceneerde, was de reactie van het publiek en de programmatoren zeer goed. Ik had daar blijkbaar een andere blik op, die aansloeg. Langzamerhand ben ik zo, zonder enige berekening, terechtgekomen bij Cervantes, Lorca, Lope de Vega... Dat zijn ook auteurs die nog te weinig bekend zijn en te weinig opgevoerd worden. Dan heb ik de verantwoordelijkheid om te zeggen: vóór Don Juan van Molière was er Tirso de Molina, die de mythe heeft gecreëerd en die een van de grote theaterschrijvers van de Spaanse Gouden Eeuw was. En Lope de Vega, die ik nu ga spelen aan de Comédie Française, is de vruchtbaarste schrijver uit de Spaanse geschiedenis. Dat heeft niets te maken met taalkundig of cultureel chauvinisme."

Vindt u nog iets Spaans terug in de Barbier? Het stuk speelt in Sevilla.

"Uiteraard, maar ik zie een Don Juan of dit stuk niet in Sevilla, in Andalusië of zelfs in Spanje, evenmin als in Bogotá of Mexico. In heel mijn werk heb ik geprobeerd stukken hun tijdsgebondenheid en geografie te ontnemen. Deze Barbier vindt niet plaats in Sevilla, in Spanje, Catalonië, Frankrijk of België. Hij speelt zich af in een streek die alle menselijke wezens gemeenschappelijk hebben: de streek die Verbeelding heet. Dat is een plaats waar je niet zo vaak komt wanneer je volwassen bent. Het is iets uit de kindertijd."

Het stuk van Beaumarchais is in een welbepaalde sociale ruimte geplaatst. Doet u dat ook?

"Ja en nee. Als er al een sociale ruimte is, is ze niet politiek maar poëtisch van aard. Het is iets als een zaal in een museum in Sint-Petersburg, waar 's avonds, als de deuren dicht zijn, de personages uit de schilderijen stappen: dames van Velasquez en reuzen van Goya gaan aan tafel en praten met elkaar."

Il Barbiere di Siviglia van Paisiello gaat op 28 maart in première in het Théâtre National.

'Mijn 'Barbier' speelt zich af in een streek waar we niet zo vaak komen na onze kindertijd: die van de verbeelding'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234