Dinsdag 14/07/2020

Omar Al-Bashirs herverkiezing: licht aan het einde van de Soedanese tunnel?

Harry Verhoeven is een doctoraal researcher verbonden aan het Department of Politics & International Relations, Oxford University (St Cross College). Hij was in Noord Soedan voor de verkiezingen en werkte eerder voor UNDP in Khartoem.

Vandaag wordt president al-Bashir van Soedan opnieuw beëdigd in aanwezigheid van VN-vertegenwoordigers. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch deed deze week een oproep om verstek te laten gaan bij de beëdiging van al-Bashi, die gezocht wordt door het Internationaal Strafhof vanwege oorlogsmisdaden in Darfur. Harry Verhoeven over de toekomst van Soedan.

Het had een mijlpaal kunnen zijn, een "historisch keerpunt op weg naar een Nieuw Soedan", zoals onderhandelaars luidop droomden vijf jaar geleden. Het was de bedoeling een eerste golf fundamentale politieke hervormingen af te ronden en nieuwe initiatieven te lanceren om een meer pluralistische en inclusieve samenleving te creëren. Het organiseren van de eerste verkiezingen in 24 jaar -en de eerste stembusslag ooit die niet hele regio's uitsloot omdat er oorlog woedt- was een hoofddoel van het "Comprehensive Peace Agreement" (CPA), ondertekend in 2005 door de regering in Khartoum en de Sudan People's Liberation Army/Movement (SPLA/M). Al decennia lang wordt Soedan heen en weer geslingerd tussen korte episodes van instabiele democratie en lang periodes van gemilitariseerd bestuur te midden van grootschalige conflicten. Het CPA, dat een einde maakte aan een 22 jaar durende slachtpartij die het leven van twee miljoen mensen eiste, had de intentie om de manier waarop politieke macht in Soedan functioneert fundamenteel te herstructuren, met verkiezingen als vitaal instrument in de gereedschapskist van Soedans vredesduiven. Maar ondanks al die hoop en goede bedoelingen lijkt een terugkeer van meer geweld waarschijnlijker dan een aanvaarding door allen van meer pacifistische dynamieken.

Het transformeren van de gewelddadige en asymmetrische aard van politiek en economie in Soedan is een enorme opgave. Van bij aanvang waarschuwden waarnemers voor al te hoge verwachtingen, om een steile val te vermijden. Toch is het belangrijk te onderstrepen dat het land wel degelijk vooruitgang heeft geboekt in de voorbije vijf jaar: sinds de onafhankelijkheid in 1956 hebben talloze oorlogen en micro-conflicten Soedan verwoest. De confrontatie tussen Khartoum en de SPLA/M was 'slechts' de bloedigste exponent, maar iedereen is het erover eens dat het oplossen van dit conflict in het bijzonder een noodzakelijk voorwaarde is om de immense politieke, sociale en economische uitdagingen aan te pakken waarmee 40 miljoen Soedanezen geconfronteerd worden. Ondanks ernstige maar sporadische botsingen tussen de regerende National Congress Party (NCP) van de vandaag opnieuw ingezworen President Omar al-Bashir en de SPLA/M (dat Zuid Soedan bestuurt en naar een referendum in 2011 over onafhankelijkheid leidt) zijn grote vijandelijkheden tussen de twee facties uitgebleven. Bashir heeft zelfs opgeroepen tot verzoening en voerde met SPLA/M-leider Salva Kiir campagne in Equatoria, een regio die lang werd geterroriseerd door NCP-geaffilieerde milities. Deze stappen voorwaarts hebben voor reële economische groei en verbeteringen van Soedans infrastructuur gezorgd, en voor een verdubbeling van het bruto nationaal inkomen op minder dan tien jaar tijd. Of zoals een CPA-onderhandelaar het stelde: "Ik had nooit gedacht dat we zo ver zouden raken. De Soedanezen verdienen erkenning."

Jammer genoeg is er ook heel veel dat sinds het ondertekenen van het vredesakkoord niet is veranderd en net die pijnpunten ondermijnen de verwezenlijkingen waar optimisten naar verwijzen. Zuid Soedan blijft chronisch onveilig- duizenden burgers werden genadeloos vermoord in 2009 in clashes die door de (inter)nationale media werden genegeerd. Miljoenen mensen zijn nog steeds ontheemd in Darfur, terwijl een politieke oplossing voor een vuile oorlog uitblijft. De ongelijkheid in Soedan neemt ondertussen toe: terwijl de elite in Khartoum met gemondialiseerde bankiers flikflooit, noteert Jonglei Staat (een van de 26 staten, in Zuid-Oost Soedan) ondervoedingsniveaus die drie keer hoger liggen dan globale standaarden voor noodsituaties. De combinatie van bewuste politiek-economische verwaarlozing, corruptie, droogte en lokaal geweld heeft geleid tot een terugkeer van dodelijke honger in Jonglei.

Ondanks tegenstrijdige verklaringen van internationale waarnemersdelegaties, staat het voor gewone Soedanezen als een paal boven water dat de verkiezingscampagne werd verstoord door intimidatie, gesjoemel met stembrieven en een gebrek aan betrokkenheid van burgers in de politieke discussies. In Noord Soedan zorgden de goed geoliede cliëntelistische machine van de NCP en de veiligheidsdiensten keihard gewerkt ervoor dat Bashir president kon blijven en elke vorm van luidruchtige oppositie de kop werd ingedrukt. Bashir, die het eerste zetelende staatshoofd is dat aangeklaagd werd voor misdaden tegen de menselijkheid door het Internationaal Strafhof (ICC), vocht voor zijn politiek overleven maar slaagde erin om de verkiezingen rond zijn persoon te laten draaien i.p.v. een substantiële poging te zijn tot transformatie van het land. De oppositie klaagde (tevergeefs) het gebrek aan bewegingsvrijheid en de partijdigheid van de Nationale Kiescommissie aan en trok zich grotendeels terug uit de verkiezingen. Deze boycot was een begrijpelijke maar riskante strategie, vooral voor de SPLA/M: indien Bashir vindt dat zijn verkiezing hierdoor de (inter)nationale legitimiteit mist naar waar hij snakt in zijn strijd met het ICC, zal hij allicht "de verantwoordelijken" identificeren en straffen naar eigen goeddunken.

Dat zou mogelijk betekenen dat hij de volksraadpleging in 2011 in Zuid Soedan op de helling zou durven zetten, ondanks recente beloftes: een eenzijdig uitstel of afstel van het referendum zou dan weer een casus belli voor de SPLA/M betekenen.

Zoals vermeld bevindt het olierijke Zuid Soedan zich in een koortsige toestand gegeven de alomtegenwoordige honger, geweld en armoede, en dat ondanks vijf jaar van autonoom bestuur door SPLA/M, dat de verkiezingen won in het Zuiden. De ex-rebellen vochten ooit voor het ideaal van een Nieuw Soedan -een verenigd land waar diversiteit als een zege wordt beschouwd, niet als een hoofdoorzaak van politieke instabiliteit- maar na de dood van hun inspirerende leider John Garang kort na het ondertekenen van het CPA hebben Salva Kiir en zijn medestanders de beweging in een sterk separatistische richting geleid. De SPLA/M was nooit de evenwichtige progressieve formatie waarin sommige Westerse aanhangers gretig politiek kapitaal investeerden; haar intolerantie voor kritische stemmen die de welig tierende corruptie binnen de SPLA/M op de korrel nemen, betekent dat Zuid Soedan al evenzeer een erg problematische kiesstrijd achter de rug heeft. Noch een eengemaakt Soedan, noch een onafhankelijk Zuiden lijkt voor de drastische verbeteringen in human security te kunnen zorgen die zo nodig zijn.

Aldus kan men niet anders dan concluderen dat de eerste "democratische" verkiezingen sinds 1986 allicht geen grote invloed zullen uitoefenen op Soedans toekomst: ze zullen niet tot een transformatie van het Soedanese politieke leven hebben geleid maar ze moeten ook niet verantwoordelijk worden gehouden voor meer bloedvergieten. De nasleep van de verkiezingen kan eventueel wel als een handige ontsteekvlam dienen voor verdere confrontaties of als legitimerende sluier voor de machthebbers, maar heeft amper een betekenisvolle impact op de situatie op het terrein in Darfur, Zuid Soedan of andere gemarginaliseerde delen van het land. Zij die toch optimistisch willen blijven over Soedans toekomst doen er beter aan hun verwachtingen m.b.t. formele politieke processen terug te schroeven en hun blik te wenden naar de aanhoudende, indrukwekkende strijd die door een levendig Soedanees middenveld wordt geleverd inzake mensenrechten, gendergelijkheid en armoedebestrijding. Inspirerend leiderschap dat tot een echte omwenteling leidt, moet men niet verwachten van de Islamisten, Generaals en "voormalige" krijgsheren die het bewind voeren, maar zal eerder komen van de vele tienduizenden vrouwen en mannen die aan de basis aan een Nieuw Soedan werken, in Darfur, Jonglei en Kordofan: het is hoog tijd dat wordt erkend dat deze echte vertegenwoordigers van het Soedanese volk véél meer invulling aan het begrip "democratie" geven dan de gebruikelijke gesprekspartners van de internationale gemeenschap in Khartoum, ook en vooral na deze verkiezingen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234