Donderdag 29/07/2021

opvoeding

Oma is top – en op: als de kinderen te vaak worden gedumpt bij de grootouders

null Beeld Levi Jacobs
Beeld Levi Jacobs

"Ik krijg huilende grootouders in therapie. Op van de stress." Vergeet de ploetermoeder, als er iemand pompaf is, dan zijn het oma en opa Oppas wel.

Olivia had grote plannen na haar pensioen. Ze zou eindelijk die schildercursus volgen, Italiaans leren, samen met haar man door Rome flaneren. Met een iPad leren werken, en gezellig bowlen met vrienden. Maar toen kondigde haar dochter aan dat ze zwanger was.

Acht jaar en twee kleinkinderen later heeft Olivia – nu 63 – nog geen penseel aangeraakt. Ook reizen ligt moeilijk, als je drie tot vier dagen in de week om half­vier aan de schoolpoort moet staan. “Mijn dochter werkt laat. Dus ik speel met hen, kook, zet ze in bad.” Tussendoor rijdt ze naar de muziek­school, de dans­les, de orthodontist voor de beugel­controle. Bowlen op donderdagmiddag moest wijken voor water­gewenning met de kleinste.

Zaterdag heeft Olivia sinds kort vrij, nu haar dochter niet langer in het weekend werkt. “Tenzij ze ’s avonds naar een feestje moeten natuurlijk, of een romantisch weekend hebben gepland. En in de schoolvakanties komen de kinderen ook. Tja, we wonen op 400 meter, en de andere oma heeft een appartement met maar één kinderbed.”

Elke zondag komt de hele familie eten, “zodat mijn dochter in haar vrije weekends niet naar de supermarkt moet”.

Olivia wil zeker niet klagen. Ze ziet haar kleinkinderen doodgraag. Bovendien: “Andere groot­ouders doen het ook.” Haar vriendin rijdt elke week van West-Vlaanderen naar Vlaams-Brabant om haar kleinkinderen van school te halen en blijft er dan twee nachten slapen. “Ondertussen doet ze er de was en de strijk van haar zoon. Ik zou het niet kunnen. Ik ben nu al bekaf.”

Kotsemmers

Wat Olivia aanvoelt, bevestigt een recente grootouder­enquête van de Gezinsbond: bomma’s en bompa’s worden massaal gebombardeerd tot vaste oppas. Van verwen-oma en bezoek-opa tot structurele achterwacht tijdens de week of/en in het weekend. Bijna vier op de vijf grootouders helpen bij de opvang van een kleinkind. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om minstens één keer per week, in 12 procent om meerdere keren per week.

Geen onlogische evolutie, zeggen sociologen. Vrouwen gaan mee uit werken en hebben geen tijd meer om op de kinderen te passen. Crèches en nanny’s nemen zo’n hap uit je loon, dat je je afvraagt of het nog wel nut heeft om überhaupt te gaan werken. Blijft over: de groot­ouders. Al was het maar omdat die anno 2018 langer leven. Vroeger werd een mens gemiddeld 60, nu ouder dan 80. Extra pluspunt: ze werken vaak gratis. En voor de huidige generatie (over-)bezorgde ouders zijn ze lekker veilig, ideaal om hun kind schuld­gevoel­vrij te dumpen. Want: “De kinderen worden daar toch verwend.” En: “Met onbekende baby­sits weet je nooit.”

Maar bomma en bompa mogen dan langer leven, ze werken ook langer. Veel groot­ouders combineren al dat gebabysit op de kleinkinderen nog met een dagelijkse job. Of met de zorg van hun eigen, ook langer levende, ouders. Geen wonder dus dat 85 procent van de grootouders in de Gezinsbond-enquête te kennen geeft dat ze overbevraagd zijn. Met stress, vermoeidheid en andere gevolgen van dien.

Sommigen rijden het halve land door om het kroost van hun kroost – in volle spits – in de crèche op te pikken. Ze staan op speed­dial elke keer dat de kleinkinderen te ziek zijn om naar school te gaan, om de hele dag kots­emmers aan te dragen. Worden vijf keer op een nacht wakker geschreeuwd door een koortsig kind, “opdat papa en mama wat kunnen bijslapen”. Of ze krijgen drie dagen op voorhand te horen “dat ze zich best volgende week beschikbaar houden”, omdat dochter en schoonzoon een kids­free reisje hebben geboekt. Vergeet de ploeter­moeder, als iemand het zwaar heeft, is het oma en opa wel.

Therapeut Bieke Geenen zag zo veel ploeter­oma’s en -opa’s dat ze besloot om assertiviteits­cursussen voor grootouders te organiseren. Om ‘nee’ te leren zeggen tegen hun kinderen. Work­shops die de grootouder­coach nu ook in een, pas verschenen, boek heeft gegoten: Opa en oma zonder stress. Met tips als de ‘niet/wel-regel’. Geenen: “Zeg bijvoorbeeld: ‘Nee, sorry, deze zaterdagmiddag kan ik niet op de kleinkinderen letten, want dan ga ik al brunchen met vriendinnen. Maar volgende vrijdag kan ik me wel twee uurtjes vrij­maken.”

Cortisonespuiten

Ook cardiologe Angela Maas ziet regelmatig overbelaste grootouders met een hoge bloeddruk. “Die kan weer leiden tot hartritme­stoornissen, of erger”, waarschuwde ze recent in de Nederlandse pers. “Soms zitten ze huilend in de spreekkamer. Dat kan de bedoeling toch niet zijn?”

Van een hoge bloeddruk heeft Olivia (nog) geen last. Ze kampt wel met een ontsteking aan de voet, een gescheurde meniscus en gaat naar de osteopaat om cortisonespuiten in haar schouder te vermijden. “Ik denk dat ik me wat geforceerd heb toen ik mijn kleinzoon leerde fietsen.”

Olivia is met vervroegd pensioen sinds kleinkind nummer twee. “Anders was dat niet te doen geweest.” Een andere oma die we spreken, werkt wel nog parttime. Naast de 2,5 dagen dat ze haar twee kleinkinderen opvangt. “Ik kon het niet over mijn hart krijgen om die kinderen fulltime naar de crèche te sturen”, vertelt ze. “Ze zijn nog zo jong, hebben voldoende knuffels nodig.”

Nu de oudste vijf is, en de jongste bijna de pampers is ontgroeid, gaat het beter. “Maar ik heb er een periode compleet onderdoor gezeten. Als ze weg waren, plofte ik in de zetel en raakte ik er echt niet meer uit. Kapot van vermoeidheid.”

Ze herinnert zich nog exact haar reactie toen dochterlief vertelde dat ze opnieuw in verwachting was: “Ik heb me op het verzorgings­kussen laten vallen en heb ‘o nee’ uitgeschreeuwd.”

Ook Petra (62), oma van vier, werkt nog. Vier dagen in de week, als verpleegster. De vijfde past ze op. “Hoe deed ik dat in godsnaam vroeger met mijn eigen kinderen?”, heeft ze zich al vaak afgevraagd. “Maar toen was ik natuurlijk dertig jaar jonger. En mijn eigen kinderen liet ik gewoon alleen spelen in de tuin, terwijl ik mijn huishouden en mijn eigen ding deed. In mijn tijd legde je gewoon de babyfoon bij de buren als ze sliepen, terwijl je naar de winkel om de hoek ging. Nu kan dat niet meer. Als oma ben je niet alleen voorzichtiger, maar ook geneigd om hen de hele dag te entertainen. Het laatste wat je wilt, is de saaiste van de twee grootmoeders zijn.”

Een plicht

De vraag die iedereen – inclusief de groot­ouders zelf – zich stelt, is natuurlijk: waarom zeg je niet gewoon ‘nee’? Hier in de variant van: ‘Sorry zoon (of dochter): zoek een betaalde babysit voor vaste oppasdagen, want trop is te veel. Ik heb nu eindelijk de tijd en het geld om te doen wat ik wil, en kakpampers verversen hoort daar nu eenmaal niet bij.’

Volgens de Nederlandse journaliste Anneke Groen, die net als Geenen een boek wijdde aan het thema, heeft het grotendeels met mondigheid te maken. Of beter: het gebrek daaraan.

“Onze generatie heeft nooit echt geleerd om ‘nee’ te zeggen”, vertelt de 71-jarige coauteur van Eindeloos ouderschap. “We zijn grootgebracht met de boodschap dat je niet tegen je ouders moest ingaan. Dus weten we doorgaans ook niet goed hoe we dat tegen onze kinderen moeten doen.”

Psychologen en sociologen zien nog andere redenen. De meeste moekes en vakes beschouwen pampers verversen en snotneuzen afvegen op geregelde basis niet alleen als een labour of love, maar ook als hun taak, bijna plicht, als grootouder.

Sommige psychologen spreken zelfs van een taboe: veel oma’s en opa’s durven gewoon niet te bedanken voor een vaste oppasdag. Iemand zou maar eens moeten denken dat ze hun kleinkind(eren) niet graag zien (komen). Kan kloppen: vind maar eens grootouders die met naam en toenaam in de krant durven toe te geven dat zelfs een marathon lopen zeven keer chiller is dan een weekend babysitten op drie peuterpubers.

null Beeld Levi Jacobs
Beeld Levi Jacobs

Komt nog bij dat veel grootouders niet altijd hun eigen grenzen goed kunnen inschatten. Nog voor het kind er is, stemmen ze volmondig in om op te passen. Nadien, als het toch te veel blijkt, zitten ze vast. Ze ploeteren liever verder, ook al moeten ze drie dagen recupereren met een pijnlijke heup van één babysitdag, dan zoon- of dochterlief voor het blok te zetten. Want: vind dan nog maar eens een crèche.

Groen: “Tijdens de research voor mijn boek hoorde ik veel grootouders verkondigen dat het toch maar ‘voor een periode’ was. Maar wat begint met één kleinkind, eindigt soms bij vier of meer. Dan beslaat die ‘periode’ al snel tien tot twaalf jaar. Eén opa die ik sprak, zit nu Grieks-Latijn bij te studeren om zijn kleinzoon te helpen met zijn huiswerk.”

Veel grootouders houden het zelf mee in stand, geven ze toe. Omdat het heel dubbel is. Linda (niet haar eigen naam), oma van twee: “Hoe kapot ik ook ben na zo’n oppasdag, als mijn kleinzoon de volgende ochtend terug aan mijn deur staat, open ik die met een brede smile. Zo’n dag van spelen, lopen, fietsen vreet je reserves weg, maar geeft ook energie en houdt je jong.”

Ze voelen zich nuttig door het babysitten. Het voelt goed om nog nodig te zijn. Om geliefd te zijn. Cru gesteld: op een zekere leeftijd ben je blij dat iemand je nog zo enthousiast rond de hals vliegt. Of ‘oma’s aan de top’ begint te zingen als ze je gezicht zien. Linda: “Een vriendin waarschuwde me al dat we niet eeuwig hun helden blijven. Dat ze, eenmaal puber, een stuk minder graag komen. Door de band die we nu opbouwen, hoop ik dat toch tegen te gaan.”

Menig grootouder voelt zich eerder (co-)opvoeder. “Als moeder moest ik altijd de strenge zijn”, zegt een grootmoeder. “Daarom was ik nu graag de coulante verwen­oma geweest. Maar als je drie of vier dagen per week oppast, moet je mee regels bewaken. Geen koekjes voor het avond­eten, niet altijd voor tv. Anders krijg ik het met mijn schoondochter aan de stok.”

Samen naar Thailand

Opvallend: bijna geen enkele oppas­oma of -opa die we spreken, heeft zelf zijn kroost deels uitbesteed aan zijn of haar ouders. Ook Groen heeft nooit bij haar eigen ouders aangeklopt voor hulp. “Dat wilde ik ze niet aandoen. Ze hadden elf kleinkinderen in totaal. Nu kiezen veel mensen voor kleinere gezinnen. Dat scheelt. Kleinkinderen zijn schaars geworden.”

Vroeger was dat ook gewoon not done. De babyboomers wilden zich net losrukken van hun ouders, onafhankelijk zijn, de dingen helemaal anders aanpakken. Inclusief de opvoeding van hun kinderen. Vandaag is er nog weinig te merken van een generatie­conflict. Genoeg vriendinnen die met de glimlach de was, strijk en kinder­opvang overdragen aan hun ouders. Die geen loodgieter bellen als de kraan verstopt zit, maar hun vader. Meestal heel wat sneller en goedkoper.

Sociologen spreken van een ‘groot­familie’: de grootouders als vaste kernleden van het gezin. In een eerder vriendschappelijke dan hiërarchische band. Jonge gezinnen gaan zelfs zonder schroom op vakantie met hun ouders.

Tijd voor een persoonlijke bekentenis: ook ondergetekende ging al met de schoonouders op reis naar Thailand, en trekt straks op lang weekend met man, kind én ouders naar de Ardennen. Onder het motto: je zou wel zot zijn om een volledig gesponsorde rustvakantie af te slaan. Zeker als het resort een stuk luxueuzer is dan je zelf doorgaans kunt betalen. Zeker als je er nog een gratis babysit bovenop krijgt zodat jij en manlief eindelijk eens met zijn tweeën op restaurant kunnen zonder dat er een peuter zijn eten op de grond gooit en begint te krijsen als hij geen dessert krijgt.

En ja, nu we toch aan het openbaren zijn: de zoon gaat minstens een dag in de week naar de grootouders. Vaak twee. En blijft geregeld een nacht slapen in de weekends. Zodat wij kunnen bijslapen. Lees: gaan feesten met vrienden. Daar gingen we eigenlijk al van uit nog voor het kind geboren was. We boeken eerst onze driedaagse Pukkelpop-tickets, vragen pas nadien of hij bij moeke en vake terechtkan. Wat moet een mens anders doen in zijn pensioen, toch?

Rotverwend

Daar wringt het schoentje voor de grootouders: we vinden het vanzelfsprekend. Jonge ouders zijn een rot­verwende generatie. Kinderen van ouders die hun leven lang alles voor hen hebben gedaan: hun kleren gestreken, hun studies betaald, hen langer in huis laten wonen om voor een eigen stek te sparen. Zodra ze zelf volwassen zijn, zien ze niet in waarom ze die verwachtingen zouden bijstellen.

Nee, zegt Linda, haar dochter heeft nooit voorgesteld om iets te betalen voor die 2,5 dagen dat Linda de kleinkinderen opvangt. “Niet dat ik het geld zou aanvaard hebben. Ik doe het uit liefde. Maar nu je het zegt: er even bij stilstaan dat eten en pampers geld kosten, had wel fijn geweest.” Haar dochter is wel dankbaar. Denkt ze. “Nu ze woensdag­middag zelf thuis is, had ik voorgesteld dat ik dan wat vroeger weg zou gaan. ‘Hoe, moet ik dan nog zelf koken op mijn vrije middag? Oma is druk­bezet precies?’”

Een andere grootmoeder kan zich niet herinneren wanneer ze het laatst bij haar kinderen spontaan op de koffie is gevraagd. Zomaar. Zonder dat ze even een uur moest oppassen terwijl haar schoondochter naar de winkel ging. Of opa een lekkende kraan moest repareren in het huis. “We zien ze alleen als ze iets nodig hebben.”

Ze heeft het nog niet met zoveel woorden gezegd, nee. “Alles om de lieve vrede te bewaren.”

Heel wat grootouders zwijgen en slikken veel omdat ze conflicten willen vermijden, weet therapeut Bieke Geenen. “Uit angst dat zoon of dochter kwaad wordt, en ze door ruzie hun kinderen én kleinkinderen dan plots nog heel weinig of zelfs niet meer zien. Iedereen kent wel zo’n afschrikkend verhaal.

“Als ouder ben je nog steeds een makkelijke prooi door de onvoorwaardelijke liefde die je voelt voor je kind. Hoe pijnlijk de uitval van je kind ook is, toch slik je het.”

Als je kind zich onredelijk gedraagt als je toch eens ‘nee’ durft te zeggen, adviseert Geenen om een eend in het water te visualiseren. Haar veren worden niet nat. Het water glijdt langs haar heen. “Beeld je dat in als je kind tegen je uitvalt, en je hersenen zullen hun focus verleggen naar die eend in het water. Zo sluit je je voor een heel groot deel ook af van de woorden die op je afkomen. Je zult ze nog wel horen, maar ze zullen naast je heen glijden.”

Petra (62) probeert het nu iets vaker te doen: ‘nee’ zeggen. Nee, ik kan die tennismatch echt niet verzetten om te babysitten terwijl jullie naar Parijs gaan. Nee, ik kan op weg naar school niet nog even omrijden om jullie wagen naar de garage te brengen. Nee, ik wil niet nog vier vriendjes van school mee opvangen op woensdagmiddag. Al gaat dat woord nog steeds met een schuldgevoel gepaard.

“Ik heb dat echt moeten leren. Aanvaarden dat ik daarom geen slechtere moeder of grootmoeder ben. Mijn derde, jongste zoon heeft nu ook een vriendin. Ik hoop echt dat zij er nog even mee wachten. Vier kleinkinderen is even genoeg. Klinkt dat heel fout?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234