Donderdag 05/08/2021

Om toch maar geen woord van Bourdaloue te missen

Ik had nog nooit van de Franse jezuïet Louis Bourdaloue (1632-1704) gehoord, maar een toevallig bezoek aan een museum in München heeft daar onlangs verandering in gebracht en meteen mijn kennis over de latrinaire etiquette aan het hof van de Franse koning Louis XIV verrijkt.

Jan Temmerman

In de kleine, smalle Westenriederstrasse bleek zich inderdaad een gebouw te bevinden waar onderdak werd gegeven aan een zestal ongewone musea, al is de omschrijving 'verzamelingen' correcter. Men kan de Duitsers misschien van veel beschuldigen en/of verdenken, maar niet dat ze niet gründlich zouden zijn. Integendeel, als ze iets verzamelen, dan doen ze dat blijkbaar óók zeer grondig, zelfs al betreft het soms frivole objecten als parfumflesjes in alle mogelijke vormen en formaten. De oudste exemplaren dateren uit de Biedermeier-periode en verder vindt men er de klassiekers van Dior, Chanel, Lalique, Baccarat en uiteraard ook die van het 4711-merk. In Duitsland blijken er trouwens ook verschillende Flacon Collectors Clubs actief te zijn, met een eigen tijdschrift en ook diverse ruilbeurzen.

In een andere verzameling van het Zentrum für Aussergewöhnliche Museen (ZAM) staan meer dan duizend paashazen tentoongesteld, waarbij de bezoekers duidelijk wordt gemaakt dat het hier een 'zentrale Gestalt in der Mythologie der alten Germanen' betreft. In hetzelfde gebouw blijkt zich ook de eerste trapauto ter wereld te bevinden: aan de hand van vele tientallen modellen wordt een beeld geschetst van meer dan honderd jaar automobielgeschiedenis: de oudste modellen, van rond de eeuwwisseling, lijken nog op kleine koetsjes en er zijn ook met pedalen uitgeruste miniatuurversies van Bugatti, Rolls Royce en Mercedes te zien.

Het ZAM biedt ook onderdak aan het Sissi Museum, met meubelstukken, schilderijen, brieven, foto's, kledingstukken en andere persoonlijke voorwerpen uit het leven van keizerin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije. Iets minder nostalgisch is dan weer het Schlösser Museum, met enkele honderden sloten om duidelijk te maken hoe vindingrijk (en soms kunstzinnig) de mensheid in de loop van de eeuwen in de weer is geweest om zijn privé-eigendom te beschermen, met middelen gaande van schatkisten tot kuisheidsgordels.

Maar de ongewoonste collectie van de in het ZAM aanwezige kulturgeschichtlichen Sammlungen is ongetwijfeld het Erstes Nachttopf Museum der Welt, waarin vele honderden po's of nachtemmers, uit alle mogelijke materialen (aardewerk, porselein, tin, melkglas, zilver, klei, brons, enz.), uit alle tijden (en dus ook uit het antieke Rome) en alle windstreken (van China tot Engeland, van Japan tot Italië) staan uitgestald en waarvan sommigen zelfs ooit koninklijk en keizerlijk bezit zouden zijn geweest. Zo bleef bijvoorbeeld een nachtpotmeubel van de reeds genoemde keizerin Sissi uit 1860 - 'mét waterspoeling'- voor het nageslacht bewaard, net als de nachtpot in aardewerk van koning Ludwig II van Beieren.

Het is een indrukwekkende en vaak zeer mooie verzameling, aangevuld met etsen en gravures van onder meer Rembrandt, Teniers en Hogarth. Er staan nachtpotten met Jugendstil-motieven of met goudbeschildering en een oor in de vorm van een sierlijke zwanenhals, met opschriften zoals 'Kanonendonner ist unser Gruss!' of met een karikatuur van Hitler op de bodem, met bloemdecoraties of art-decosymbolen, met kitscherige zonsondergangen of met een spiegelbodem en de bijbehorende spreuk 'Wenn du wüsstest, was ich sehe!'.

Uit de kleine, mooie catalogus kunnen we ook leren dat de Duitse taal over heel wat synoniemen beschikt, gaande van Kammerscherben, Brunzkacheln en Kammermadulen, over Henkeltasse, Nachtigall en Mitternachtsvase tot Pispott, Seichkachel en Nachtstopf. En dan zijn er natuurlijk de talrijke historische anekdotes en wetenswaardigheden over het vullen en het ledigen van zo'n nachtpot. Zoals het verhaal dat er ooit een nachtelijke aanslag tegen de doge van Venetië verijdeld werd doordat Venetiaanse vrouwen hun emmers op de hoofden van de naderbij sluipende samenzweerders leeggoten, waarna die meteen op de vlucht sloegen. Ook de verovering van Malta door de Fransen zou ooit op die manier verijdeld zijn, omdat de vaandeldrager de inhoud van zo'n po over zich heen kreeg, daarvan zo schrok dat hij ijlings wegrende en daardoor een algemene paniek veroorzaakte bij iedereen die achter hem aankwam en die dus ook maar op de vlucht sloeg. En als we de Griekse blijspeldichter Aristophanes mogen geloven gebruikten vrouwen in het oude Athene hun nachtpotten ook reeds als wapen door de inhoud ervan in het gezicht van de mannen te slingeren, zoals de heldin Lysistrata en haar vriendinnen dat deden in het gelijknamige toneelstuk.

In de cataloog wordt ook Sigmund Freud opgevoerd om het grote taboe rond 'de excrementele functies' in herinnering te brengen en dit als verklaring voor het feit dat het zo lang geduurd heeft vooraleer de pispot zijn eigen museum kreeg en eindelijk erkend werd als belangrijk cultuurhistorisch getuigenis.

Over cultuurgeschiedenis gesproken: van Zonnekoning Louis XIV is geweten dat hij het paleis van Versailles liet bouwen zonder één enkel toilet. De voltallige hofhouding maakte namelijk gebruik van pispotten of ging, als het niet regende, gewoon even het park in. Via dezelfde Louis XIV komen we nu ook in de buurt van voornoemde jezuïet Louis Bourdaloue terecht.

Tussen de honderden potten in het museum staat namelijk ook een aantal, meestal erg mooi versierde voorwerpen, die daar op het eerste gezicht niet meteen thuishoren, want het lijken eerder sauspannetjes. Het blijken evenwel Bourdalou-exemplaren zijn, die in de 18de en 19de eeuw bijzonder populair waren bij dames van stand die daarin, onder de discretie van hun wijde rokken, hun kleine boodschap deden.

Blijft uiteraard de vraag wat de Franse jezuïet Louis Bourdaloue (1632-1704) met die naar hem genoemde Bourdalou-pannetjes te maken heeft? Wel, die brave man begon zijn carrière indertijd als leraar, maar in 1666 begon hij te preken en hij deed dat zo uitstekend dat hij, toen hij in 1669 in Parijs arriveerde, binnen de kortste keren de geliefdste hofprediker werd. Naar verluidt werden vooral "zijn exacte, logische stijl, de precisie van zijn morele analyses en de kracht van zijn betoog" door zijn tijdgenoten gewaardeerd en bewonderd. Maar de sermoenen van Bourdaloue konden soms ook erg lang duren. En dus zorgden de vooruitziende hofdames er gewoon voor dat ze het welbepaalde pannetje bij zich hadden, zodat ze zich tijdens de preek nooit hoefden te verwijderen en ze dus geen woord van de bevlogen predikant hoefden te missen!

Het ZAM (Zentrum für Aussergewöhnliche Museen) bevindt zich in München, op het nummer 41 van de Westenriederstrasse, op 250 meter van de Marienplatz. Dagelijks open van 10 tot 18 u. Tel. 089/290.41.21.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234