Donderdag 20/01/2022

om te doen

Wanneer het Baskenland in het nieuws komt, is het meestal met aanslagen van de ETA of arrestaties van een van zijn leden. Nochtans zijn er weinig landschappen zo vredig als het directe achterland van Saint-Jean-de-Luz, aan de Franse kant van de grens. Het kan wedijveren met Zwitserland, zo welvarend en zo proper.

door Agnes Goyvaerts

De grote, witte Baskische huizen met rood of blauwgroen houten vakwerk herken je uit de duizend. Ze staan zij aan zij in de hoofdstraten van dorpen en stadjes, of los, in het groen van het heuvelend binnenland. In Baskenland draait alles rond het huis. Hier spreekt men niet over families, maar over huizen. Etxe of, verfranst, etche, komt voor in talloze plaats- en familienamen, zoals Etchebar, Etchezar, Etcharry, Etchevary. (opmerkelijk detail: ongeveer de helft van de namen in het telefoonboek van Buenos Aires begint met Etche-, allemaal uitgeweken Basken). De huizen lijken ons meestal zeer groot, dat komt omdat verschillende generaties er samen in woonden en soms nog wonen. Dat gebeurde wel vaker op het platteland, maar hier heeft men een heel eigen systeem, dat eeuwenlang werd volgehouden: zodra de oudste zoon of dochter meerderjarig werd, erfde die als enige het ouderlijke huis. Eenmaal getrouwd, werd dat koppel de baas in huis, zij werden de maîtres jeunes terwijl de inwonende ouders les maîtres vieux werden. Uitzonderingen werden gemaakt wanneer de oudste niet trouwde of achterlijk was. De andere kinderen mochten onder hetzelfde dak blijven wonen, maar konden geen aanspraak maken op het huis. De volgende zoon kon dan priester worden, of een ambacht leren, iets waarvoor de familie geld vrijmaakte. Voor de dochter(s) was er een bruidsschat, waarmee ze kon hopen in een ander huis in te trekken. Kwam er ruzie tussen de oude en de nieuwe meesters, dan werd het huis opgedeeld in meerdere appartementen.

Marie-Laure is een vinnige stadsgids, die ons op enkele uren al haar liefde en verbondenheid met haar geboortegrond wil laten horen. "Je blijft altijd verbonden met je huis", zegt ze, "ook als je naar het buitenland trekt. Basken zullen altijd zeggen van welk huis ze komen, het huis is sterker dan de familie."

Er trokken nogal wat Basken naar het buitenland, want de streek kende periodes van grote armoede, misoogsten en tegenslagen. "Er is natuurlijk ook rijkdom", weet onze gids, "maar die toont men niet. Dat ligt niet in de aard van de Basken." De nieuwe huizen die worden gebouwd, houden meestal de traditionele stijl aan. De balken zijn roodbruin in het binnenland (vroeger ossenbloed), blauwgroen naarmate men dichter bij de kust komt, en steken af tegen het smetteloze wit van de gekalkte gevels. Dat geeft het landschap een erg hoog prentkaartgehalte. Reken daar veel groen bij, koeien en pony's, kleurige vissersbootjes aan de kust, en je begrijpt welk soort toeristen hier graag komen. Een van de mooiste straten van het Baskenland, met grote, verzorgde traditionele huizen, ligt in Ainhoa. De meeste huizen zijn nog steeds in handen van dezelfde families als in de zeventiende eeuw. Ook Sare is een aantrekkelijk, uitgestrekt dorp. Wie een mooi voorbeeld wil zien van rijke Baskische architectuur, moet naar Cambo-les-Bains. Daar liet Edmond Rostand, zot van glorie na het succes van zijn Cyrano de Bergerac, in 1904 de Villa Arnaga bouwen. Ze heeft een prachtig en goed bewaard interieur en een uitgestrekte tuin.

Waren visvangst, landbouw en een beetje industrie tot de negentiende eeuw de belangrijkste bron van inkomsten voor dit hoekje van Frankrijk, dan is dat nu vooral het toerisme. De ontwikkeling van de kust kwam er met de komst van de trein, in 1854.

Maar het was vooral nadat Napoleon III en keizerin Eugénie in Biarritz kwamen overwinteren, dat de kust een trekpleister werd. In hun zog volgde Europese adel omwille van het milde klimaat en de weldoende zeebaden. Er werden casino's gebouwd, golfterreinen aangelegd. Biarritz werd de mondaine en blitse aantrekkingspool, met het Hôtel du Palais als parel aan de kroon. Het staat op de plaats waar Napoleon III een villa liet bouwen voor zijn aanbeden gade, een villa die in 1903 afbrandde.

Minder protserig is het naburige Saint-Jean- de-Luz, een rustig en aangenaam badstadje. Hier kende men vanaf de elfde eeuw een zekere welvaart dankzij de walvisvangst. Later werd het een van de belangrijkste vissershavens van Frankrijk voor tonijn en sardines.

Saint-Jean-de-Luz kende zijn gloriemoment nog eerder dan Biarritz, namelijk toen Lodewijk XIV er huwde met Maria-Theresia van Spanje, op 9 juni 1660 in de kerk van Saint-Jean-Baptiste. Hieraan herinnert de Place Louis XIV, een van de geanimeerdste plekjes van de stad. Omzoomd door mooie huizen en restaurantjes, overschaduwd door oude bomen, worden hier 's zomers bals en concerten gegeven op de kiosk. En dat gebeurt vaak, want Basken houden van plezier maken. Een bekend gezegde, volgens Marie-Laure, is 'Wie niet feest, die komt een chromosoom tekort.'

Basken hebben ook hun nationale sport: centraal in elk dorp en stadje ligt de kaatsmuur of het fronton waar pelote basque, of jai-alai wordt gespeeld. Een harde rubberen bal, overtrokken met geitenvel, wordt hard tegen de muur gekeild en opgevangen met een rieten mandje, de cesta, die aan de arm van de speler is vastgemaakt. Het is opwindend om te volgen, want een zeer snel balspel met viriele kracht. In de periode dat wij er zijn, lijken de mannen echter meer gefascineerd door het wereldkampioenschap rugby. Toch leeft het nog, en zijn er allerhande feestelijkheden en dansen aan verbonden, waarbij de spelers in hun witte uniformen, met rode buikband, baret en espadrilles met linten een mooi gezicht zijn.

Espadrilles zijn typisch Baskisch, maar de industrie, die lange tijd bloeide in Mauléon, is op sterven na dood. Als je goed uitkijkt vind je nog hier en daar een authentiek exemplaar.

Saint-Jean-de-Luz is niet bijzonder groot, maar je kunt de vaargeul oversteken naar Ciboure, waar het geboortehuis van Maurice Ravel staat, of langs de kust wandelen tot aan de vuurtoren. In het centrum wisselen kleding- en interieurzaken af met redelijk beschaafde souvenirshops. De meeste winkels liggen in en rond de rue Gambetta, die nu verkeersvrij is. Een ding staat vast: Basken houden van lekker eten en drinken, en je kunt niet voorbij aan de specialiteiten op basis van Baskisch varken, of een gâteau basque in een van de fraaie patisserieën.

's Ochtends kun je de kleurige vissersbootjes zien binnenvaren met hun vangst, en op een steenworp liggen de wandelpromenade en het strand. Jammerlijk is dan weer hoe het casino in de jaren 1950 werd verknoeid. De beroemde architect Robert Mallet-Stevens had er met zijn structuur van gewapend beton een internationaal ontwerp neergezet dat ver lag van de traditionele stijl. Wel in zijn oude glorie hersteld is het even verderop gelegen Grand Hôtel, met zijn aangenaam terras op zee.

Jongelui zouden deze hoek van Frankrijk wat burgerlijk kunnen vinden, maar daar staat een grote troef tegenover: het is hier ideaal om te surfen. Hoge golven en goede windkracht hebben ervoor gezorgd dat hier ook enkele fabrikanten van surfkleding hun stek hebben gevonden.

Wie de charme van Saint-Jean-de-Luz na enkele dagen toch beklemmend zou vinden, maakt beter een uitstap over de grens naar San Sebastian, de stad met de beste tapasbars en de meeste kokende mannen van Spanje. Of nog een beetje verder in Spaans Baskenland, naar Bilbao, dat dankzij het Guggenheim-museum een heuse metamorfose onderging. Ze zijn interessanter dan het wat protserige Biarritz en het somberdere Bayonne. n

1 Neem het treintje van de Rhune

Zelfs al vindt u toeristentreintjes een belachelijke uitvinding, dan nog is dit toch een ritje waard. Het houten treintje dat met zijn tandraderen op de steile hellingen kan, werd in 1924 ingewijd, en is nog geen haar veranderd. Het vertrekt in het blinkende stationnetje van Saint-Ignace, op 5 km van Ascain, 10 km van Saint-Jean-de-Luz, en het slingert over de flanken van de hoogste berg van het Baskenland. Een snelheidsduivel is het niet, het heeft ongeveer 30 minuten nodig om de afstand van 8 kilometer te overbruggen. Op de top, 905 meter boven de zeespiegel, heb je (bij helder weer) een fantastisch uitzicht over de baai, de kusten van de Landes en Guipuzcoa.

2 Trek wandelschoenen aan

U kunt de Rhune ook te voet beklimmen, er zijn tientallen wegen en paadjes. Vroeger liep langs hier een veelgebruikte smokkelroute, want we zijn vlakbij de grens met Spanje. De meest uiteenlopende zaken werden de grens overgebracht: wijn, tabak, suiker, koffie, maar ook paarden en koeien. De smokkelaars liepen geluidloos op hun espadrilles, maar voor wandelaars is het geraden stevige wandelschoenen aan te trekken, het terrein kan erg ongelijk zijn. De GR-10 loopt op de flank van de Rhune. Langs Saint-Jean-Pied-de-Port, in Roncevaux, loopt de weg naar Compostela. Gedenk Roeland die hier in 778 wanhopig op zijn hoorn blies en werd verslagen door de Basken.

3 Neem een bad

Zowel in het mondaine Biarritz als in het discretere Saint-Jean-de-Luz zijn diverse mogelijkheden voor thalasso of spa. Een recente en bijzonder mooie spa is er in het Grand hotel Loréamar. Je kunt je laten masseren met uitzicht op het strand (de ramen zijn maar in één richting doorzichtig) en loungen onder een feeërieke sterrenhemel. Iets bescheidener is het Institut de thalassothérapie Hélianthal, naast het casino van Saint-Jean-de-Luz, eveneens aan het strand.

4 Ga shoppen

Koop Baskisch linnen, zeer mooie en degelijke tafellakens en servetten. Zoek espadrilles die niét in China zijn gemaakt, en een rode of een zwarte baret. Gestreepte matrozentruien en surfkleding vindt u hier ook in overvloed. In Saint-Jean-de-Luz zijn enkele winkels met leuke tweedehandskledij. Een cd van Maurice Ravel, die geboren werd in Ciboure, aan de overkant van de havengeul van Saint-Jean-de-Luz, of Ramuntcho, het romantische verhaal van Pierre Loti over de hopeloze liefde van een Baskische smokkelaar-visser-herder.

5 Brand uw tong

Beroemd zijn de kleine rode pepertjes van Espelette, die hier in vrijwel alle bereidingen gaan, zelfs in cocktails. Pierre Oteiza, producent van traditionele Baskische fijne vleeswaren verkoopt onder meer pikante paté met piment, axoa (zeg achoa) een stoofschotel van kalfsgehakt met pepertjespuree, alsook poeder en gelei van piment d'Espelette. In de nazomer is het een bijzonder mooi gezicht, de lange strengen vuurrode pepertjes die aan de huizen te drogen hangen. Nog voor de maag: jambon de Bayonne, wijn van Irouléguy of macarons van Saint-Jean-de-Luz. Deze zoetigheid werd er gecreëerd door de patissier Adam, die ze mocht leveren aan de Zonnekoning.

info

Vervoer

* Met de trein: in Saint-Jean-de-Luz stopt de TGV van Parijs of Bordeaux naar Hendaye.

* Met het vliegtuig: Air France vliegt op Biarritz, via Parijs Charles de Gaulle, met rechtstreekse trein vanuit Brussel-Zuid (totale reisduur: ongeveer 4u30) of via Lyon, met vlucht naar Brussel.

Logeren

* Wij verbleven in het recent vernieuwde Grand hotel Loréamar, 43, Boulevard Thiers, 0033-5/59.26.35.36, www.luzgrandhotel.fr. Ideale ligging op het strand, met wellnesscenter en restaurant met Michelinster; kamers 160-730 euro, in het laagseizoen zijn er tal van speciale aanbiedingen in combinatie met een kuur.

* Zazpi Hotel, 21, Boulevard Thiers, 0033-5/59.26.07.77, www.zazpihotel.com. Een klein designhotel met zes kamers (160-450 euro).

* Goedkoop en rustig gelegen is Les Goëlands, 4, Av. Etcheverry, 0033-5/59.26.10.05, www.hotel-lesgoelands.com. Kamers voor 55-120 euro. Familiepension.

Doen

* Uitstap naar St-Jean-Pied-de-Port (iedere maandag markt met lokale producten), Sare, Ainhoa, de Rhune, voor de natuur. Kijken naar de plaatselijke pony's, de potoks. Een pelote-match bijwonen. Enkele dagen ver van alles in St-Etienne-de-Baïgorry, in hotel Arcé. Vliegvissen in de rivier.

Niet doen

* Naar de venta's, de winkels op de grens, rijden waar je taksvrije inkopen kan doen. Ongezellig, en een onaantrekkelijk aanbod.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234