Dinsdag 07/12/2021

Olympische hoogmis omarmt de markt

Het 'olympisme' vertegenwoordigt een levenswijze. De vraag is welke, stelt filosoof en Volkskrant-columnist Hans Schnitzler.

De openingszin van het Olympisch Handvest en tevens het meest fundamentele principe van de olympische beweging luidt: 'Het olympisme is een levensfilosofie'. Het olympisme wil dus meer zijn dan een spektakelstuk alleen. Het is niet louter een evenement dat de dagelijkse beslommeringen onderbreekt, maar claimt een levenswijze te vertegenwoordigen waarbij de vraag naar het goede leven centraal staat.

Als we inderdaad met een levensbeschouwelijke richting te maken hebben, dan is het - zeker gezien de populariteit van deze beweging - interessant de vraag te stellen hoe dat goede olympische leven eruitziet en in welke traditie het staat. Levensfilosofieën komen immers zelden uit de lucht vallen. Zoekt het olympisme aansluiting bij het vitalisme van Nietzsche, is het een vorm van humanisme misschien, appelleert het wellicht aan een hedonistische levensvisie of moeten we het scharen onder een religieuze levensovertuiging?

De komende twee weken voert de beweging haar tweejaarlijkse hoogmis uit; het moment waarop de geest van deze levensfilosofie uit de fles komt. Aangezien olympiërs geen alledaagse verschijningen zijn, biedt deze manifestatie de uitgelezen mogelijkheid het wezen van het olympisme en zijn aanhangers beter te doorgronden.

Boven de toegangspoort van deze school staat een inscriptie: citius, altius, fortius (sneller, hoger, sterker). Deze aansporing in vergrotende trap, kan nauwelijks verhullen dat de overtreffende trap het werkelijke doel van de onderneming is. Men handelt bij voorkeur in superlatieven (de groenste, winstgevendste, veiligste Spelen), die vooral de atleten moeten aanmoedigen zichzelf en anderen te overtreffen. En dat doet men dan ook. Bij iedere versie van het evenement blijkt het snelste en sterkste atletenlijf tot meer in staat dan menigeen voor mogelijk hield. Het wachten is op de eerste 100 meterloper die de geluidsbarrière doorbreekt.

Wie voorbij de symbolen van vlag en vlam kijkt, ziet een cultus waarbij het gezonde lichaam centraal staat, meer in het bijzonder het atletenlijf dat tot alles in staat is en voorbij de grenzen van het mogelijke gaat. Hierin schuilt de belofte dat wie hard traint, wilskrachtig is en zichzelf in conditie houdt, alle barrières kan beslechten; er bestaat geen beperking voor de mens die werkelijk vooruit wil.

De paralympische tak van de beweging doet daar nog een schepje bovenop. Wie moet leven met krukken, hoeft geen kruk te zijn, luidt de impliciete boodschap daar. Zelfs de door mankementen geplaagde mens is in staat records te verbreken. Meritocratische idealen en de wetten van de concurrentie-economie smelten hier op sublieme wijze samen. Anders gesteld: wie de kruk in zichzelf weet te overwinnen, speelt het spel mee en mag een poging wagen zijn mededingers af te troeven. Als het meritocratische marktideaal aan onze tijd toebehoort, dan is het olympische ideaal de tijdgeest zelf.

Maar het marktdenken gaat, zoals altijd, gepaard met ongerijmdheden. Zo krijgt een beachvolleyballijf met twee benen meer aandacht dan de paralympische variant die het met één been en een beetje moet doen. Dit lijkt vanuit het meritocratische gedachtegoed nauwelijks te rechtvaardigen. Het ideale olympische lijf is echter een compleet lijf, hoe bovenverdienstelijk de prestatie van het incomplete lichaam ook is. Markt gaat hier voor merite.

Dat de verheerlijking van het gezonde lichaam gepaard gaat met de aansporing tot het vergiftigen ervan, mag eveneens een tegenstrijdigheid heten. Zo zijn bezoekers van de olympische zone voornamelijk aangewezen op het eten en drinken van de grote fastfoodketens. Deze hoofdsponsoren hebben namelijk het monopolie op wat er geconsumeerd wordt. Dat dictaat houdt bijvoorbeeld in dat fish-and-chipsverkopers hun friet niet zonder vis mogen aanbieden, want het voorrecht om alleen frieten te verkopen is in handen van McDonald's. Hoe deze mcdonaldisering zich precies verhoudt tot het ideaal van vitaliteit, gezondheid en verscheidenheid, mag een raadsel heten.

Het olympisme heeft de wetten van het marktdenken omarmd, inclusief alle ongerijmdheden. Is dat erg? Geenszins. Maar laat het IOC ophouden met dat potsierlijke geneuzel over levensfilosofie, verbroedering, wereldvrede en sport ten dienste van de menselijke waardigheid. Daar heeft dit vercommercialiseerde massa-evenement niets mee te maken. En zou men toch een devies aan het toernooi willen meegeven, dan stel ik het volgende voor: 'Organisatie van de zelfzucht volgens de hiërarchie waarmee men zich geld kan verschaffen'. Dat was de definitie waarmee de schrijver Robert Musil het kapitalisme karakteriseerde. En dat levert soms best mooie plaatjes op.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234