Woensdag 21/08/2019

Olympique Dramatique en LAZARUS maken 'Niets is onmogelijk' Alles voor de kunst

Olympique Dramatique en LAZARUS maken samen in het Toneelhuis Niets is onmogelijk. Een verrassende samenwerking die alles heeft om te slagen.

Het zijn niet zomaar clubs, Olympique Dramatique en LAZARUS. Beide worden nog altijd beschouwd als jonge gezelschappen, wat eigenlijk erg relatief is. Ze bestaan uit spelers van overwegend rond de veertig met al een uitgebreid palmares. Dat etiket heeft waarschijnlijk met hun eeuwig overlopende gretigheid te maken, een waarmerk van de twee bendes.

Olympique Dramatique werd in 1999 opgericht door Geert Van Rampelberg, Stijn Van Opstal, Tom Dewispelaere en Ben Segers. Zij wilden zelf stukken maken, zonder regisseur. En dat lukte behoorlijk. Ze wonnen de harten van veel toeschouwers met producties als De krippel, De kale zangeres en The Lieutenant of Inishmore. Zes jaar geleden kozen ze ervoor deel uit te maken van het Toneelhuis. Sindsdien speelden ze steeds minder met zijn vieren samen, en zochten ze nu en dan ook hun heil bij regisseurs. Mensen als Alex van Warmerdam, Guy Cassiers en Pieter De Buysser openden nieuwe wegen in hun repertoire.

LAZARUS is een feit sinds 2006, een groep die ontstond toen De Onderneming werd ontbonden. Günther Lesage, Joris Van den Brande, Ryszard Turbiasz, Koen De Graeve, Pieter Genard en Charlotte Vandermeersch maken theater dat aan de haal gaat met het basismateriaal. Zelfs als ze niet knippen en plakken met teksten uit verschillende bronnen en van een bestaand stuk vertrekken, halen ze dat zo door de mangel dat het toch bovenal hun stempel krijgt. Ook in de vorm zit er een lijn: ze zoeken naar de lichtheid te midden van zwaarte, naar standpunten over de wereld van vandaag die gemiddeld eerder vrolijk worden verpakt, naar grote wildheid in het spelen. Wat niet wil zeggen dat ze altijd min of meer hetzelfde zouden maken. Met voorstellingen als Oblomow en de delen van wat ze De idealentrilogie noemden, lieten ze verschillende aspecten van hun kunnen zien.

Dat deze twee gezelschappen eindelijk eens een keer samenwerken, ligt bijna voor de hand. Omdat er een gedeelde goesting zit in de manier van omgaan met theater. Omdat ze als type acteurs goed bij elkaar passen. Omdat ze een gedeelde liefde hebben voor een bepaald soort van teksten. Omdat ze een vergelijkbaar procedé hanteren als ze een stuk repeteren.

Goede zaak

Uitgangspunt van Niets is onmogelijk is De zelfmoordenaar, een toneelstuk uit 1928 van de Russische schrijver Nikolaj Erdman. Geënsceneerd door Russische theatergoden als Meyerhold en Stanislavski, maar nog voor de première afgevoerd omdat Stalin niet akkoord ging met de inhoud.

De oorspronkelijke tekst is er een met eindeloos veel karakters en veel gebeurtenissen. Deze ploeg brengt het verhaal terug tot zijn essentie: Podsekalnikov, gespeeld door Geert Van Rampelberg, is getrouwd, wordt al jaren onderhouden door zijn vrouw omdat hij werkloos is, en woont samen met haar en zijn schoonmoeder in een huisje. Omdat hij op een bepaald moment geen uitweg meer ziet, denken ze dat hij zelfmoord wil plegen. Als dat gerucht zich verspreidt staan opeens alle mogelijke belangengroepen voor zijn deur om zijn dood te recupereren voor hun goede zaak.

De situatie is zo grotesk dat de deur naar de kolder bijna als vanzelf openstaat. Tegelijk dienen zich wezenlijke vragen aan. Waarvoor zou je willen sterven? Wat is een leven waard? En hoe belangeloos kan een mens handelen? Die dubbelheid is gefundenes Fressen voor spelers als deze. Ze kunnen iets zeggen over de mensheid en de wereld, zonder te moeten inboeten aan de lichtvoetigheid die hen vaak zo typeert.

Milde anarchie

Dat het geestig moet worden zonder aan betekenis in te boeten, omdat dat niet anders kan met deze tekst, daar is iedereen het tijdens het repetitieproces over eens. Over de weg daar naartoe lopen de meningen uiteen. Kleiner spelen, echter, eerlijker waardoor je je als toeschouwer kunt herkennen in de personages - 'ook al speelt gij bijvoorbeeld een ajuin' - of net groter gaan, zotter, onbesuisder mikkend op alles wat vooral niet herkenbaar is? Dat is de hamvraag. Dat ze het allebei eens kunnen proberen, zegt Stijn Van Opstal, want ze hebben nog ontzettend veel tijd. Niemand moet daarom lachen.

Weinig groepen durven zo de chaos tot in de laatste uren toelaten als deze twee. Ze verzamelen eerst veel materiaal, lezen, kijken naar films, discussiëren. Dan wachten ze lang met richtingen kiezen, en nog veel langer met knopen doorhakken. Ze deinzen er ultiem zelfs niet voor terug om de boel nog radicaal om te gooien een dag voor de première. Alles voor de kunst.

Ook de vorm tilt dit verhaal mee op een hoger niveau. Het ondersteunt de spelers in hun zoektocht naar hun eigenste vorm van waarachtigheid op scène, naar humor, naar emotie. Alles doen ze zelf, die mannen. Of toch bijna. Voor de scenografie tekenen ze alvast eigenhandig. Dat rudimentaire werkt, past bij de sfeer van milde anarchie in de voorstelling. Ook leuk: de knipoog naar de deurenkomedie en het inconsequente gebruik van die deuren (er wordt zowel door als langs deuren heen binnen en buiten gelopen in de denkbeeldige leefruimte).

Dat is de kracht van deze verzameling mensen. De rust waarmee ze durven te vertrouwen op hun eigen onrust. De durf waarmee ze alles ter discussie willen stellen.

Niets is onmogelijk speelt nog tot en met 2 februari 2013. www.toneelhuis.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden