Woensdag 18/09/2019

Natuur

Olijfbomen in Zuid-Italië sterven massaal door bacterie: ‘Alsof in Rome het Colosseum omvalt’

Zieke olijfbomen in Gagliano del Capo, Puglia. Beeld Nicola Zolin

De pest hebben ze overleefd, bosbranden ook en zelfs wereldoorlogen, maar een bacterie richt een ravage aan bij de eeuwenoude olijfbomen in Zuid-Italië. Al 21 miljoen exemplaren zijn besmet. En erger nog: er bestaat geen remedie.

Olijfboer Giannuzzi Ippazio heeft een bruin gezicht, eelt op zijn handen en acht jachtgeweren in zijn kast. Het liefst praat hij over de oogst, zijn ­machines en over olie. Ippazio is een taaie man. Of althans geen overdreven emotionele man. Toch krijgt hij vandaag direct tranen in zijn ogen zodra hij zijn akker betreedt.

Tot voor kort was Ippazio in het bezit van 22 teerbeminde hectare vol bomen zo oud dat ze wereldoorlogen overleefden, net als stormen, bosbranden en invasies van koningen en pausen. De bomen werden verzorgd door de opa van zijn opa en zijn vader leerde hem hier alles wat hij wist, precies zoals hij ook zijn zoon hier alles zou gaan leren. Maar toen kwam de ­Xylella-bacterie en raakte Ippazio alles kwijt. Al zijn bomen zijn nu morsdood.

Op het platteland van de Zuid-Italiaanse regio Puglia is een stille ramp aan de gang. Tot voor kort kwam zo’n 40 procent van de totale Italiaanse olijfolieproductie – overal beschouwd als een van de beste ter wereld – hiervandaan, maar sinds 2013 zijn al meer dan een miljoen bomen overleden en nog eens 21 miljoen dodelijk geïnfecteerd. Vorig jaar werd in Puglia ruim 60 procent minder olijfolie geproduceerd dan het jaar daarvoor, waardoor inmiddels duizenden boeren, onder wie Ippazio, werkloos raakten. Volgens boerenbond Coldiretti is de schade inmiddels opgelopen tot 1,2 miljard euro.

Giovanni Melcarne moest een van zijn oliepersen verkopen. Beeld Nicola Zolin

“Alle families in deze streek leefden van de olie”, zegt Ippazio. “Zelfs de dieven konden hier rondkomen omdat ze olijfolie stalen.” De wortels van de olijfboom zijn volgens hem zo vergroeid met de wortels van zijn volk dat de Xylella niet alleen de bomen, maar de hele samenleving aantast.

Bruine takken

Het begon allemaal in 2013, niet ver hiervandaan. Op een boerderij nabij de kustplaats Gallipoli werden de takken van een aantal olijfbomen opeens bruin. Daarna volgden nog meer takken, waarna hele bomen volgden en vervolgens hele boomgaarden, net als de boomgaarden daar weer naast.

Het bleek het werk van de Xylella fastidiosa, een bacterie afkomstig uit Amerika die waarschijnlijk via Costa Rica en Rotterdam naar Puglia kwam. De Xylella nestelt zich in de houtvaten van een olijfboom om van daaruit de boom tak voor tak uit te drogen. Groene bladeren worden bruin, olijven verschrompelen, waarna de hele boom afsterft.

Dat was een potentiële ramp voor ­Puglia, omdat de streek onmogelijk los kan worden gezien van haar olijfbomen, al was het maar omdat ruim 66 miljoen exemplaren het lokale landschap als een deken bedekken. Vooral de half miljoen ulivi secolari (bomen van soms wel duizend jaar oud) genieten een bijna mythisch aanzien onder de lokale bevolking en gelden bovendien als ongekende toeristenmagneet – die tweede belangrijke economie van Puglia. Niet voor niets werden ze door de Unesco uitgeroepen tot werelderfgoed. De olijfbomen van Puglia zijn misschien nog wel bepalender voor het wereldwijde imago van Italië dan de Romeinse pijnbomen of de Toscaanse cipressen.

“Deze bomen zijn ons erfgoed”, zegt ­Ippazio. “Als ze omvallen, is het alsof in Rome het Colosseum omvalt.”

Toch dreigt dat nu te gebeuren, want volgens de Europese Commissie is Xylella een van de gevaarlijkste plantbacteriën ter wereld. Enerzijds omdat ze wel 350 bomen en struiken kan besmetten, waaronder gewassen als druif, koffie, amandel, oleander, rozemarijn en perzik, maar vooral omdat er geen remedie tegen de ziekte bestaat. Alleen preventieve oplossingen helpen, zoals het gebruik van agressieve pesticiden of, nog beter, het met wortel en tak verwijderen van de besmette bomen. En precies daar is het de afgelopen zes jaar zo verschrikkelijk misgegaan in Puglia.

Giannuzzi Ippazio en zijn vrouw en zoon. Hij is werkloos doordat zijn olijfbomen getroffen zijn door de Xylella-bacterie. Beeld Nicola Zolin

“De manier waarop we dit hebben aangepakt was desastreus”, zegt Giovanni Melcarne, voorzitter van het Consorzio Dop Terra d’Otranto, de vereniging die de belangen van olijfboeren uit deze streek behartigt. Xylella heeft de afgelopen jaren namelijk niet alleen miljoenen olijfbomen besmet, maar tevens het slechtste in de Zuid-Italiaanse volksaard naar boven gehaald. Simpele regels en procedures werden genegeerd ten gunste van het eigenbelang, risico’s werden ontkend en zodra het misging lag de schuld bij iemand anders, bij voorkeur bij incompetente politici. Die typisch Italiaanse afkeer tegen verandering kwam bovendrijven, net als het wantrouwen tegen de instituties. Zelfs de maffia kreeg extra voet aan de grond dankzij de bacterie omdat het de deuren openzette voor grootschalige voedselfraude (zie kader). Het maakt van de Xylella fastidiosa een treurige metafoor voor Zuid-Italië.

Complottheorieën

Net als zoveel streekgenoten raakte voorzitter Melcarne in de afgelopen ­jaren ruim 80 procent van zijn olijfbomen kwijt. Hij verkocht zijn pers­machine aan een producent in Marokko en het nieuwe huis dat hij van plan was te bouwen, staat onafgemaakt op zijn erf. Hij heeft er geen geld meer voor. “Bijna direct nadat de ziekte werd ontdekt, zei de ­Europese Unie dat we de besmette ­bomen zo snel mogelijk moesten ruimen, net als de nog gezonde bomen in een bufferzone daaromheen. Dat is niet gebeurd. Veel te veel boeren, vooral kleinere boeren in de bufferzone, weigerden namelijk te geloven dat zoiets als Xylella bestond.”

Melcarne somt op wat hij de afgelopen jaren allemaal voorbij heeft horen komen: Israël zou de bacterie naar Italië hebben gebracht om het land te ontwrichten, biotechbedrijf Monsanto zou haar expres hebben ontwikkeld omdat het een patent heeft op de enige twee resistente boomsoorten, de Europese Unie zou alles uit haar duim hebben gezogen om vrijgekomen landbouwgrond vol zonnepanelen te zetten, de maffia zou grond nodig hebben om hotels te bouwen. Het zijn allemaal complotten die maar bleven circuleren omdat pseudowetenschappers ze onderschreven en zelfs landelijke politici als Beppe Grillo, de oprichter van regeringspartij de Vijfsterrenbeweging, meermaals serieuze vraagtekens plaatste bij de ernst van Xylella.

Toen het wantrouwen zich op de wetenschappers richtte die de lokale Xylella-variant onderzochten – zij zouden het virus naar Puglia hebben gebracht in opdracht van zakenlieden die een gaspijpleiding vanuit Azerbeidzjan willen bouwen – lieten lokale politici zelfs invallen doen bij drie laboratoria in de regio. Uit het gerechtelijk onderzoek kwam niets belastends, maar het maakte de wetenschappers wel voorzichtig. Volgens het wetenschapsblad Nature zijn er sinds die invallen in 2016 nauwelijks nog tests uitgevoerd naar de bacterie.

“Veel boeren gebruiken die twijfel als een houvast”, zegt Melcarne. “Als je de keuze hebt tussen het preventief kappen van eeuwenoude bomen die oorlogen en de pest hebben overleefd omdat verderop zogenaamd een onzichtbare bacterie actief is, of simpelweg alles ontkennen waarna je nog een paar jaar kunt oogsten, dan kies je uiteraard voor het tweede. Zeker als politici die op stemmen van de onwetenden jagen je ook nog eens gelijk geven.”

Omdat het Xylella-leger ondertussen bleef oprukken, kondigde de regering in 2015 de noodtoestand af en stelde ze 11 miljoen euro beschikbaar om de ziekte uit te roeien. Vanwege weer een nieuwe golf van tegenstand werd in de eerste twee jaar nog niet eens de helft van dat bedrag uitgegeven. Boeren in de bufferzone ketenden zich aan hun bomen vast toen die gekapt moesten worden, ze blokkeerden wegen en stations en toen een regeringsdecreet om chemische bestrijdingsmiddelen in te zetten werd ingevoerd, besloten acht gemeenten dat te boycotten. Zelfs boeren die de regels wél wilden volgen door hun bomen te ruimen, werden tegengehouden door ecologische actiegroepen.

Giannuzzi Ippazio toont het boerenprotest op zijn smartphone. Beeld Nicola Zolin

Wat de argwaan versterkt, is dat de ziekte zich op een vreemde manier verspreidt. De insecten die de bacterie verspreiden, het zogenoemde spuugbeestje (Philaenus spumarius), gaan immers niet systematisch van tak naar naastgelegen tak of van boom naar naastgelegen boom, maar beginnen te vreten waar het ze uitkomt. Daardoor verspreidt de ziekte zich ogenschijnlijk willekeurig, alsof het landschap de vlekken van een luipaard heeft. Het kan soms wel vier jaar duren voordat alle bomen zijn overleden.

Omdat de handhaving volledig tekortschiet, laten de meeste boeren hun nog gezond ogende bomen zo lang mogelijk staan. Met die bomen kunnen ze immers nog olijfolie blijven produceren en geld verdienen. Pas als ook al die bomen overleden zijn, geloven ze in het bestaan van Xylella, zegt Melcarne.

Aan het front

Wat ooit begon als relatief klein probleem op 9.000 hectare is vanwege dat chronische gebrek aan handelen uitgegroeid tot een ramp van bijna Europese proporties. Geïsoleerde gevallen van Xylella zijn al opgedoken op olijfboomgaarden in Toscane, Frankrijk, Spanje en Portugal. Vakantiegangers worden gewaarschuwd deze zomer geen olijfboompjes, oleanders of lavendelplantjes uit Italië mee te nemen naar huis in verband met Xylella. De bacterie bevindt zich inmiddels ruim honderd kilometer noordelijker dan toen de eerste maatregelen vanuit de EU werden afgekondigd.

“We staan hier op zo’n tien kilometer van het front”, zegt kweker Leonardo Capitanio (30). “Want zo voelt het: als een oorlog die we aan het verliezen zijn.” Omdat het spuugbeestje niet goed kan vliegen, breidt het besmette gebied zich met gemiddeld twee kilometer per maand uit in Puglia. Dat betekent dat Capitanio binnen een halfjaar het gros van zijn bedrijf dreigt te verliezen, net zoals veel van zijn werknemers hun baan.

“Het probleem is dat bijna iedereen in Puglia olijfboer is”, zegt hij. “Ook de advocaat en de ondernemer uit de stad hebben een paar hectare. Als een van hen blijft beweren dat de bacterie helemaal niet bestaat en daardoor weigert te kappen, dan pakt de ziekte alsnog iedereen. Het is die onnozelheid, dat egocentrisme, in combinatie met een totaal gebrek aan handhaving, waardoor Xylella maar blijft oprukken”, zegt Capitanio. 

Dat terwijl de oplossing vrij simpel is. “Ook in Nederland is weleens Xylella aangetroffen bij een kweker. Weet je wat er toen gebeurde? Al zijn planten werden geruimd en hij kreeg daarvoor een eerlijke vergoeding van de staat. Maar ja, dit is geen ­Nederland. Dit is Zuid-Italië.”

Hij staat onder de oudste olijfboom op zijn erf, “de koning van mijn jungle”, waaronder hij zelfs de as van zijn te vroeg overleden vader verspreidde. En helaas is deze boom, die volgens Capitanio zomaar eens 1.500 jaar oud zou kunnen zijn, vanwege die lakse instelling over een paar maanden dood.

Maffia neemt platteland over

Mede vanwege de desastreuze gevolgen van de Xylella in Puglia, ’s lands belangrijkste olijfoliestreek, waren Italiaanse olijven dit jaar bijna 30 procent duurder dan in 2018, toen de prijs ook al was gestegen ten opzichte van 2017. Omdat de concurrentie van vooral Noord-Afrikaanse landen moordend is, zoeken steeds meer Italiaanse olijfolieproducenten naar alternatieven om de prijs te drukken. Lees: fraude. Dat varieert van relatief onschuldig gesjoemel bij boeren zelf – vergine olie (maxi­maal 2 pro­cent vrij zuur) verkopen als het kwalitatief betere extra vergine (maxi­maal 0,8 pro­cent vrij zuur) – tot waarlijk criminele fraude waarbij georganiseerde misdaadsyndicaten op grote schaal chemicaliën door de olijfolie vermengen. Volgens boerenbond Coldiretti zit de Zuid-Italiaanse maffia inmiddels vuistdiep in de voedselindustrie. Wie nepolie verkoopt als extra vergine kan winstmarges van wel 700 procent halen. Dat zijn marges vergelijkbaar met de cocaïnehandel, terwijl de risico’s velen malen lager liggen. Volgens de boerenbond verdiende de maffia in 2017 ongeveer 22 miljard euro middels voedselfraude, wat ongeveer 15 procent van hun totale omzet is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234