Zondag 12/07/2020

Olifant

Wij dwalen. Want of we het nu willen of niet, de wind komt uit Amerika. En dat is al lang zo

-shirts en iPods mogen dan al het goedkoopst worden gefabriceerd in China, spraakmakende ideeën over politiek en samenleving komen toch nog het vaakst uit Amerika. Veel mensen in Europa zullen dat met graagte betwijfelen. Amerika zien ze in het beste geval als de gekke nonkel die exuberante cadeaus geeft aan de rest van de wereld (Hollywood-films, Las Vegas), maar verder de diepgang van een zoete pannenkoek heeft en, wanneer het hem uitkomt, de rest van de familie een stevige draai om de oren geeft. Amerika, dat is toch het land van Bush en Schwarzenegger? Het land waar, met andere woorden, aperte leugenaars en machistische dommeriken de dienst uitmaken. Wie daar voor stemt, moet dus ook wel een dwazekloot zijn. Neen, de democratie is uitgevonden in het Oude Europa en van die cowboys hebben wij geen lessen te ontvangen.

Wij dwalen. Want of we het nu willen of niet, de wind komt uit Amerika. En dat is al lang zo. Vorige zomer toonde de Brusselse Arenbergbioscoop A Face in the Crowd (1957) van Elia Kazan opnieuw - een ontnuchterend verhaal waarin een over het mediapaard getilde amusementsvedette gevaarlijk veel politieke macht verwerft. Intrigerend waren vooral de contemporaine recensies die Arenberg mee afficheerde. Wansmakelijk cynisme, oordeelden de Vlaamse kranten vijftig jaar geleden, misschien kenmerkend voor het amorele Amerika, maar gelukkig ondenkbaar in Europa. Vandaag beschouwen diezelfde kranten Jean-Marie Dedecker en Silvio Berlusconi als vooraanstaande politici.

Vele Europese weldenkenden schudden het hoofd wanneer ze horen hoe de regering Bush de sociale zekerheid ontmantelt, de openbare omroep kortwiekt en het darwinisme uit het onderwijs wil bannen. Gelukkig leven wij in Europa. Bijvoorbeeld in Nederland, waar het zorgsysteem alsmaar meer wordt geprivatiseerd, de openbare omroep wordt uitgekleed en de minister van onderwijs ongestraft kan oproepen het creationisme te onderwijzen. Ook al herhaalt het verleden zich nooit helemaal, als we voorbereid willen zijn op onze politieke toekomst lijkt het nuttig het Amerikaanse heden te bestuderen.

Een belangrijke vraag is deze: hoe is het mogelijk dat een substantieel deel van de Amerikaanse bevolking voor een president stemt wiens beleid hen onweerlegbaar armer maakt? Het antwoord, zo stelt professor George Lakoff, is dat mensen niet noodzakelijk voor hun eigen socio-economische belang kiezen. Ze kiezen op basis van waarden, op basis van hun eigen identiteit. En zo kan het dat een onderwerp als abortus - waar het grootste deel van het electoraat nooit rechtstreeks mee te maken krijgt - de Amerikaanse politiek beheerst.

In zijn pamflettaire bestseller Don't Think of an Elephant (2004) analyseert Lakoff hoe deze mechanismen werken en, vooral, hoe de Democraten ze in hun eigen voordeel kunnen leren gebruiken. Lakoff is geen politoloog of mediadeskundige, maar een cognitief taalkundige. Hij onderzoekt hoe concepten zich in hoofden van mensen verankeren en hoe metaforisch taalgebruik werkt. Een sleutelbegrip in zijn theorie is 'framing' (kaderen). Het kader waarbinnen gedebatteerd wordt, bepaalt eigenlijk dat debat. Door decennialang studiewerk in conservatieve denktanks en zorgvuldige media-infiltraties zijn de Amerikaanse Republikeinen erin geslaagd die kaders van het publieke debat te bepalen. Neem opnieuw abortus als voorbeeld. Dat woord wordt in de VS nauwelijks of nooit gebruikt. Je bent er 'pro-choice' (een vrouw heeft het recht te kiezen) of 'pro-life'. Het verschil is revelerend groot. In het eerste geval wordt je positie aangeduid met een metafoor uit de wereld van het winkelen. Alsof het gaat over een keuze tussen een paar schoenen en een nieuwe rok. In het andere geval is het meteen duidelijk dat het hier een moreel standpunt betreft, een zaak van leven en dood. Idem waar het om belastingen gaat: door het woord 'tax relief' te gebruiken in hun pleidooien voor lastenverlaging (voor de allerrijksten), suggereren de conservatieven de hele tijd dat belastingen een soort van ziekte zijn waarvan je verlost moet worden. Verontwaardigd door zoveel valsheid, beginnen de Democraten dat dan te ontkennen. Maar dat, zo betoogt Lakoff, werkt totaal niet. Als hij tegen zijn studenten zegt: "Denk vooral niet aan een olifant", dan kunnen ze alleen nog maar aan een olifant denken. Zelfs het bewust willen negeren of tegenspreken van een bepaald frame, bevestigt en verstevigt dat frame. Zolang je het debat blijft voeren binnen het kader van je tegenstander ben je verloren. Je moet het debat reframen, het binnen je eigen waardestelsel trekken.

De politieke stromingen in de VS verschillen op dat vlak fundamenteel. Lakoff illustreert het aan de hand van een familiemetafoor. In de wereld van de Republikeinen is de Autoritaire Vader de baas: hij bepaalt wat er moet gebeuren en door fysieke straffen wordt het kind goed en kwaad bijgebracht, wat in dit wereldbeeld uiteraard onwankelbare begrippen zijn. Dit autoritaire systeem bepaalt het buitenlandbeleid (wie niet horen wil, moet voelen), maar ook het binnenlandse sociale (wie niet hard genoeg kan werken, moet niet op steun van de overheid rekenen). Democraten, daarentegen, geloven in de Voedende Ouder. Vader en moeder stimuleren het kind, zijn empathisch; dialoog, mededogen, wederzijds respect én verantwoordelijkheidszin staan centraal. Die waarden worden echter al te zelden positief benadrukt, omdat de Democraten zich in elke discussie in het defensief laten dringen. Het onderwijshervormingsplan van Bush heet 'No Child Left Behind'. In werkelijkheid beoogt het de definitieve afbraak van het (gratis) openbare schoolsysteem, waardoor enkel de meer gegoede ouders hun kinderen naar een goede school kunnen sturen. Dat krijgen de Democraten echter nooit uitgelegd, want door tégen dit plan te argumenteren lijkt het alsof zij vinden dat sommige kinderen wél achtergelaten mogen worden. Iedereen die ooit gediscussieerd heeft met Blokkers kent het gevoel ("Neen, niet alle migranten zijn engeltjes", hoor je jezelf dan tot je eigen wanhoop zeggen.)

In alle analyses van de successen van het VB hier en Fortuyn en Wilders in Nederland heeft links pijnlijk narcistisch nagelaten de eigen fouten te onderzoeken. De lippen gaan trillen van morele verontwaardiging, maar er zijn nauwelijks waardevolle pogingen ondernomen om een politiek (en dus: moreel) alternatief uit te werken en te verspreiden. Wanneer Balkenende spreekt over normen en waarden beginnen linkse opiniemakers automatisch te lachen. "Die onnozele Harry Potter met zijn wormen en maden", kakelde het verzamelde columnistenheir elkaar na. Terwijl links had moeten zeggen: inderdaad, normen en waarden - daar zijn wij helemaal voor. En dit zijn die van ons: wederzijdse verantwoordelijkheid, gemeenschapsvorming, vrijheid en welzijn. Door vanuit de coffeeshop het debat te weigeren, gaf links het morele monopolie in handen van conservatieven die hierdoor al te makkelijk kunnen blijven beweren dat het progressieve discours niet verder komt dan onverantwoordelijke genotzucht en escapistisch laat-maar-waaien. Als we een toekomst willen waarin onze waarden een rol spelen, moeten we ze op een positieve manier op tafel leggen en verdedigen. Hoe oncool en onpostmodern dat ook moge zijn. Anders denken we net zo lang aan een olifant tot we erdoor verpletterd zijn.

Geert Buelens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234