Zaterdag 10/12/2022

Achtergrond

Olieprijs blijft dalen: wie wint, wie verliest?

null Beeld THINKSTOCK
Beeld THINKSTOCK

Net als je dacht dat het niet lager kon, zakte de olieprijs gisteren even onder 50 dollar per vat. In vergelijking met vorig jaar is de prijs zowat gehalveerd en een stijging is voorlopig niet in zicht. Dat levert winnaars en verliezers op. En zij die zich tussen beide kampen bevinden.

FREDERIK DESCAMPS

Zij huilen

"Een olieschok zoals nu maak je maar één keer in een generatie mee. En de gevolgen ervan zullen immens zijn." Kenneth Rogoff, econoom aan de universiteit van Harvard, is niet bang voor overdrijving, maar ongelijk kan je hem moeilijk geven. De prijs voor een vat olie zakte gisteren zelfs even onder de symbolische grens van 50 dollar, nadat de gemiddelde prijs zo goed als halveerde in 2014.

En de bodem is niet in zicht. Sommige beleggers gaan ervan uit dat een vat West Texan Intermediate, de meest gebruikte index in de VS, zelfs tot 25 dollar kan gaan. Het is geleden van de wereldwijde recessie in 2009 dat we nog zo weinig moesten ophoesten voor een vat.

Slecht nieuws uiteraard voor alle landen, bedrijven en investeerders die afhankelijk zijn van het produceren en uitvoeren van die vaten olie. Landen als Rusland, Venezuela en Iran prijken al weken bovenaan de lijstjes van 'verliezers' die opduiken als gevolg van de goedkope olie.

De Russische economie kan weleens tot 4,7 procent krimpen dit jaar als gevolg van de lage olieprijs en westerse sancties, gaf de Russische centrale bank vorige maand nog aan. Venezuela is zelfs voor 95 procent afhankelijk van olie-inkomsten en gaat voor zijn begroting uit van een vat olie duurder dan 100 dollar. Geen wonder dat president Maduro deze week een bezoek brengt aan Rusland en China. Hij hoopt hulp te krijgen voor zijn stilaan kapseizende economie.

Ook Iran, door het kernwapenprogramma al jaren het mikpunt van westerse sancties, rekent voor een groot stuk op dure olie om de rekeningen te doen kloppen. Dit jaar zou de gematigde president Rohani, nog altijd in onderhandeling met het Westen voor het kernprogramma, besparingen willen doorvoeren gebaseerd op een vat olie aan 72 dollar. Een pessimistische voorspelling die nu zelfs optimistisch lijkt.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Afrikaanse landen zoals Angola en Nigeria, die de voorbije jaren surften op de hoge olieprijs, krijgen stilaan klappen. Zo is Nigeria voor 70 procent afhankelijk van olie-uitvoer. Het land staat voor verkiezingen en moet afrekenen met de terreur van Boko Haram. Minder inkomsten is wel het laatste wat het nodig heeft.

Die gevaarlijke cocktail van politieke instabiliteit en onzekere inkomsten bedreigen ook Libië en Irak, ook al is hun onverwacht hoge productie ondanks de problemen ironisch genoeg een van de redenen voor de lage prijs.

Maar de vele oliebedrijven, klein en groot, voelen de pijn. Terwijl de grote multinationals als BP, Shell en Exxon nog op enige reserves kunnen teren, komt voor kleinere spelers het water stilaan aan de lippen. Zondag vroeg WBH Energy LP in de staat Texas het bankroet aan. Zeker in Amerika heeft de sector de voorbije jaren stevig geïnvesteerd in de veronderstelling dat de olieprijs nog wel even hoog zal blijven. 169 miljard euro aan schulden hebben de bedrijven in totaal opgebouwd, meteen ook de reden waarom zo voorlopig blijven oppompen. Het leasen van een boorplatform kost dagelijks tussen 42.000 en 507.000 euro. Ook voor de schalie-industrie in Amerika is de toekomst plots onzeker geworden. De omstreden techniek om olie (en gas) op te spuiten uit kleisteenlagen bracht een heuse - winstgevende - revolutie teweeg, maar nu komen ook die bedrijven in het gedrang.

Zij juichen

Voor landen die heel wat olie moeten invoeren, betekent goedkope olie een stevige winst. Als de olie verder zakt tot 40 dollar per vat, zou de economie in bijvoorbeeld de Filippijnen versnellen tot 7,6 procent, volgens een studie van Oxford Economics.

Sommige bedrijven weten aardig te profiteren van de goedkope olie. De verkoop van benzineslurpende SUV's (grote terreinwagens, FD) wist een dalende verkooptrend recent om te buigen. In de VS verkocht men in december voor het eerst sinds 2005 meer vrachtwagens dan personenwagens als gevolg van de goedkope brandstof. De hele transportsector, ook hier, kan dus even adem halen door de fors gedaalde brandstofprijzen.

Zij twijfelen

De milieubeweging weet voorlopig niet wat doen. Toegegeven, de lage prijs voor olie lijkt op het eerste gezicht slecht nieuws als consumenten meer beginnen te autorijden en vliegtuigreizen boeken, wat de wereldwijde uitstoot van CO2 niet meteen naar beneden zal brengen. De incentive om te investeren of in te zetten op hernieuwbare energie is met zeer goedkope olie meteen ook een stuk kleiner.

Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Want plannen om olie op te pompen in natuurgebieden zijn voorlopig op de lange baan geschoven. In Canada besloten een aantal multinationals om olieboringen op teerzand stop te zetten. Bovendien zijn aandelen en andere investeringen in oliebedrijven allesbehalve interessant. Het kan momentum bieden aan de ecologische divestment-beweging die instellingen, zoals universiteiten, met belangen in de olie-industrie wil overtuigen die terug te schroeven.

Ook centrale banken krabben zich wereldwijd in het haar. Ja, de goedkope olie betekent een welgekomen boost voor de economie, zeker in de eurozone en Japan waar de groei volledig dreigt stil te vallen. Maar de vurige wens van centrale bankiers om de inflatie op te krikken, lijkt nu weer een stuk moeilijker.

Voor traditionele uitvoerlanden zoals Saoedi-Arabië en de golfstaten betekent de lage olieprijs sowieso minder inkomsten. Maar hun pot met olieinkomsten blijft gigantisch groot en de productiekosten laag. Zo kunnen de Saoedi's olie oppompen voor 10 dollar. Zelfs bij 20 dollar blijven ze winst maken. Bovendien willen ze er alles aan doen om hun marktaandeel te behouden.

Daarom is de OPEC, de club van olielanden, voorlopig niet van plan om de productie in te perken. Stilletjes hopen ze dat wanneer de olieprijs zich wat herstelt, concurrenten de storm niet hebben overleefd.

Ook Noorwegen maakt zich weinig zorgen. "We beschikken nogal over een gezond zelfvertrouwen", zegt Indra Overland, energie-expert aan het Noorse Instituut van Internationale betrekkingen in Oslo. "Onze economie is heel divers, meer dan onze tegenhangers in het Midden-Oosten. Zo zijn we wereldspeler op gebied van waterenergie en blijven is visserijen het goed doen. Als de olie laag blijft, zetten we in op zalm."

En wij?

Minder betalen aan de pomp betekent meer over om te sparen of anders te spenderen. "Op korte termijn is dit voor de gemiddelde consument goed nieuws", zegt Thijs Van de Graaf, olie-expert aan de UGent. "Maar dat is een eenmalige meevaller. Het is zeker geen structurele oplossing voor onze economische uitdagingen."

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234