Woensdag 11/12/2019

Milieuramp

Olielek potentiële doodsteek voor het getergde ecosysteem van de Oost-Chinese zee

Beeld van de uitgebrande olietanker Sanchi. Beeld AFP

In de Oost-Chinese zee speelt zich een milieuramp af, na een ongeluk met een olietanker. En de zee was al zo kwetsbaar. De Chinese vissers maken zich grote zorgen. Is dit de doodsteek voor het reeds getergde ecosysteem?

Zeemeeuwen aan de horizon! Opgelucht koerst Sun Leijun (44) richting een veld vol witte piepschuimen dobbers, die een uitgestrekte mosselbank in de Oost-Chinese zee markeren. "Als er olie drijft vertrekken zeevogels als eerste."

Bij elke vaartocht langs de mosselkwekerijen waar het eilandje Gouqi van leeft, houdt hij zijn hart vast. "Een olievlek met een oppervlakte van de Franse hoofdstad Parijs drijft daar op 350 kilometer afstand. Draait de wind, dan krijgen we hem vol op onze kustlijn."

Een week ligt de Iraanse olietanker Sanchi nu al op de zeebodem te lekken: de lading bestaat uit stookolie en condensaat, een licht ontvlambaar en zwaar giftig olieproduct. Het is een van de ernstigste ongelukken met een olietanker in de afgelopen twintig jaar. Torpedeer dat schip, bombardeer het desnoods, zodat het op zee uitbrandt, adviseerden deskundigen. De lading laten opbranden is minder slecht voor het milieu dan een langzaam lekkend schip op honderd meter diepte. Dat is het slechtste scenario. En dat voltrekt zich nu, onzichtbaar, maar Sun griezelt al als hij een plasje olie afkomstig van een vissersboot op de golfjes ziet spiegelen.

"Stel je voor: hele vierkante kilometers van dat spul in deze baai." Bergingsploegen proberen nu met duikers en robots de gaten in de gezonken tanker te dichten. Of die operatie kans van slagen heeft weet niemand.

"China heeft behoorlijk wat technologie in huis. Daar geloof ik in. Anders zijn we alsnog de pineut", aldus Sun. Gouqi is het meest oostelijke gelegen stukje bewoond China. De negenduizend mensen op het afgelegen rots- eiland leven van schoon zeewater. Mosselen brengen jaarlijks 64 miljoen euro op, de prille toeristenindustrie nog eens bijna 4 miljoen euro en elke man op Gouqi heeft op zijn minst twee vissersboten. Sun en zijn collega Tang Keke (40) zijn reddingswerkers, hoteliers, vissers en mosselmannen tegelijk. Getijden en stromingen kennen ze op hun duimpje. Tang: "De wind staat gunstig, maar de stroming brengt die olie juist onze kant uit."

Vandaar dat ze vrijwel dagelijks een beetje zenuwachtig de waterkwaliteit controleren rond de onafzienbare velden drijfboeien met trossen mosselen eronder. "Deze mosselen exporteren we naar Noord-Europa, daar zijn de milieu-eisen superstreng", zegt Tang. Als ze goed genoeg zijn voor Europese fijnproevers is er niets met het zeewater aan de hand. Weer zo'n geruststelling.

Vandaag ontspringt Gouqi de dans, maar voor het getergde ecosysteem van de Oost-Chinese zee is de ramp met de Sanchi een potentiële doodsteek. Hier mondt de Yangzte-rivier met zijn zwaar vervuilde sedimenten en smerig afvalwater van ontelbare fabrieken en reuzensteden uit in zee.

81 procent van de Oost-Chinese Zee stond in 2006 al officieel te boek als 'zwaar vervuild'. Het maritiem leven dat de cocktail van zware metalen, chemicaliën en rioolwater overleeft, wordt opgejaagd door een enorme vissersvloot. De Zhoushan-archipel heeft 300.000 vissersfamilies.

Visoverslag

Over slijmerige straten vol brokken ijs en ingewanden slepen mannen plastic manden naar de kade. Het is laat in de avond maar de visoverslag van de stad Zhoushan slaapt nooit, zegt vissersvrouw Yezi (39). De boot van haar man, de Zhelunyu 07066, legt aan. Ze waarschuwt haar vaste afnemers. "Snel lossen, want hij wil direct de zee weer op. Ik was blij dat hij veilig thuis is, maar hij wil doorhalen", zegt ze. Dag en nacht gooit de Zhelun 07066 de sleepnetten uit, een week of soms langer. Na een paar etmalen op minislaapjes van drie uur slaat de vermoeidheid toe. Een navigatiefout is zo gemaakt. "Hij vaart niet opzettelijk naar die olie, want er is een verboden zone van tien kilometer rond de rampplek. Maar ik maak me meer zorgen dan normaal", zegt Yezi.

Ook zonder ramp is vissen een gevaarlijk beroep, zeker voor diegenen die bij gebrek aan vangst in eigen water verder van huis gaan. Chinese vissers zoeken graag de zogenaamde rode lijnen van internationale wateren op of ze gaan er net overheen. "In Koreaanse of Indonesische wateren: die landen hebben minder goede schepen dan wij, dus in hun water zit nog veel vis. Als vissers uit Zhoushan hun visgronden aandoen, is het alsof er een stofzuiger doorheen gaat. We zuigen die zee helemaal leeg. Kortetermijngewin is onweerstaanbaar", zegt een visser. Hij wil niet met zijn naam in de krant, want deze weinig duurzame praktijken zijn omstreden.

De Chinese overheid subsidieert het lange-afstandsvissen sinds 2006 met royale bedragen voor diesel. Negentig procent van de visgronden wereldwijd dreigt volgens de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties inmiddels te worden vernietigd door overbevissing, maar de Chinezen gaan stug door met expansie op zee.

China is met de grootste trawlervloot ter wereld van bijna 2.600 schepen voor de lange-afstandsvisserij inmiddels de onbetwiste keizer van de oceaan. Met bevoorradingsschepen in hun kielzog blijven die drijvende visfabrieken soms twee jaar lang onafgebroken vissen. Zuid-Afrika, Indonesie, zelfs Argentinie: uit de verste uithoeken komen klachten over de roofbouw die Chinese schepen plegen.

De staat belooft de subsidies af te bouwen, maar omdat daar geen cijfers meer over worden gegeven is dat niet te controleren. In de belangrijkste kustprovincies blijven de vissersvloten uitdijen, ondanks dat de aanvoer van vis niet evenredig toeneemt.

Wat wel blijft stijgen: de Chinese vraag naar vis. Door de toegenomen welvaart eten Chinezen elk jaar 20 procent meer vis. De zee rond China is al lang onder die vraag bezweken. Cynici onder het leger maritieme deskundigen zeggen dat het ongeluk met de olietanker niet eens zo veel schade kon aanrichten, omdat de Oost-Chinese Zee toch al op sterven na dood is.

Schrale vangst

In het ruim van kleinere schepen zoals de Zhelunyu 07066 spartelt een schrale vangst. Garnalen en krabben en ander klein spul: een rode poon is al heel wat, laat staan de gewilde grote gele croaker. Die vis levert op luxere vismarkten in het nabijgelegen Shanghai 300 euro per pond op, maar hij is uiterst schaars. Wie de schriele minivariant van dit zwemmend goud in zijn net heeft is al blij.

"Kleine vis moeten we teruggooien. Tijdens het paaiseizoen mogen we niet uitvaren, om de visstand een kans te geven op herstel. 's Zomers mogen we niet vissen om jongbroed te beschermen. Die bescherming helpt de zee. De garnalen doen het prima", zegt Yezhi. China heeft in ruim 250 kustgebieden in 1995 vangstverboden ingevoerd. Of dat de Oost-Chinese Zee met de aanslag die de vloot in de wintermaanden pleegt afdoende in leven houdt is de vraag. Zodra de vissers los mogen, halen ze de schade van de gedwongen rustmaanden zo snel mogelijk in.

"Zegt een of andere deskundige aan wal dat onze Oost-Chinese zee bijna dood is? Laat hem eerst maar proeven hoe lekker de garnalen zijn." De miezerige vangst komt door het koude weer, beweert Yezi. Gul biedt ze aan: garnalen in gedroogde vorm, gegaard in zeewater of rauw gepekeld.

"Zeevruchten? Ik hoef ze voorlopig niet. Die giftige olie van de scheepsramp komt via de voedselketen hoe dan ook in onze maag terecht." Aan tafel met de ngo Zhoushan Duizend Eilanden Oceaan-beschermingsteam ontstaat een tweedeling tussen leden die zorgeloos schalen vol zilte lekkernijen verorberen en diegenen die ze laten staan uit angst voor kankerverwekkende stoffen.

Afvalmonitoring

Reddingswerkers van Gouqi, vissersvrouwen zoals Yezhi, academici, werknemers van het toerismebureau en bazen van visrestaurants: ze vinden elkaar bij het Oceaanbeschermingsteam. Deze bonte verzameling van eilanders die allemaal iets met vis hebben volgen een cursus afvalmonitoring. Langs een zeearm vol industrieterreinen brengen ze met wetenschappelijke precisie in kaart welke rotzooi aanspoelt. Ieder stukje piepschuim, elke roestige aansteker wordt gewogen en geregistreerd.

Als merken zoals Kang Shifu - bakjes voor instantnoedels - of de drinkwaterfabrikant Wahaha worden geconfronteerd met hun bijdrage aan de afvalzee in de oceaan, willen die bedrijven misschien een strandschoonmaak sponsoren, hoopt Tang Gege. Daarom zit hij met liefde acht uur in een veerboot om van Gouqi naar de stad Zhoushan te komen. "Ik woon aan de rand van een milieuramp en ik sta machteloos. Dan maar plastic flessen rapen voor een minder smerige zee."

32 doken en een lekkende tanker

Acht dagen lang stond de Iraanse olietanker Sanchi na een botsing met een Hongkongs graanschip op zes januari in brand. Aan boord: stookolie en een miljoen vaten vloeibaar condensaat.

Condensaat, goed voor bijvoorbeeld vliegtuigbrandstof, is zwaar giftig en uiterst brandbaar. De rookwolken en vlammen waren soms een kilometer hoog. Vandaar dat reddingswerkers geen overlevende bemanningsleden vonden: er waren 32 mensen aan boord.

De toedracht van de botsing is nog onbekend. Ruim een week geleden zonk het brandende rampschip. Niemand weet hoeveel condensaat en stookolie er op dat moment nog op de Sanchi aanwezig was.

De Iraanse olietanker Sanchi brandde vorige week uit op de Zuid-Chinese zee. De foto werd op 15 januari vrijgegeven door de Chinese autoriteiten. Beeld EPA

De olievlekken hebben zich een week na het zinken van de Sanchi in grootte verdrievoudigd. Deskundigen verschillen van mening over de schade die condensaat aanricht: eenmaal in de buitenlucht verdampt de ultralichte olie snel, maar wat de stof onder water doet is onbekend.

De olievlekken kunnen afhankelijk van de stromingen en de windrichting op verschillende plekken in Noord-Azie de kust treffen. Volgens een van de rekenmodellen kan de olie over twee maanden de Koreaanse kust bereiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234