Dinsdag 18/06/2019

Oh ja, er was nog een reservesleutel

De zittingen van de raadkamer in Neufchâteau zijn wellicht een voorproefje van de chaotische vertoning die het assisenproces tegen Dutroux en consorten dreigt te worden. Justitie weet weinig of niets over wat ze hoorde te weten, stelt Douglas De Coninck.

Twee weken geleden, tijdens de eerste zitting, werd de toon al meteen gezet met de kwestie van de stoelen. Voor de verdachten Marc Dutroux, Michel Lelièvre, Michelle Martin en Michel Nihoul had de zaalwachter in Neufchâteau speciale stoelen met lederen kussentjes laten neerzetten. De families van de slachtoffers kregen van de voorzitter houten stoelen aangewezen, net achter de verdachten. Betty Marchal, moeder van de vermoorde An, had nadien laten verstaan dat het een zware emotionele beproeving was geweest om op enkele meters van Dutroux en Lelièvre te zitten.

Een week later waren de stoelen weg. Waarop Gino Russo, vader van de vermoorde Mélissa, ostentatief plaatsnam op de voor de verdachten gereserveerde stoelen. De voorzitter maande hem aan ergens anders te gaan zitten.

- "Waar dan?"

- "Daar, achteraan."

- "Waar zijn die stoelen die hier vorige week nog stonden?"

- "Die zijn weg."

De voorzitter gaf de aanwezige politiemensen de opdracht de heer Russo en de anderen desnoods manu militari elders neer te zetten, zo niet zou hij hen uit hun zaal laten verwijderen. "Ja, toen we dat hoorden, zijn we natuurlijk allemaal op die zetels van de beklaagden gaan zitten", grijnst Paul Marchal. "De agenten wisten niet wat te doen. Stel je voor wat voor een rel dat zou zijn geweest, als de families buiten zouden zijn gezet op een zitting van de raadkamer. Uiteindelijk mochten we dan toch blijven zitten. De voorzitter liet een paar stoelen verschuiven, en de beklaagden kwamen vooraan, op de andere rij te zitten. We zaten nu niet meer achter, maar naast hen. Op gelijke hoogte. Het voorval is symbolisch voor het dossier. Alleen als je ruzie maakt, heb je als slachtoffer kans op een min of meer gelijkwaardige behandeling."

Een stoelendans zal helaas niet kunnen volstaan om de families van Julie, Mélissa, An, Eefje en Laetitia met de rechtsgang in de zaak-Dutroux te verzoenen.

Op de eerste zitting van de raadkamer gaf onderzoeksrechter Jacques Langlois toelichting bij 'mon dossier'. De families luisterden aandachtig, zeker toen Langlois aankwam bij het punt van Dutroux' gruwelhuis in Marcinelle. Julie Lejeune en Mélissa Russo werden daar kort na hun ontvoering op 24 juni 1995 opgesloten en zouden er, dixit Langlois, in maart 1996 de hongersdood zijn gestorven. Dat komt doordat Dutroux op 5 december 1995 werd gearresteerd voor een zaak van autozwendel en pas drie maanden later weer werd vrijgelaten. In de tussentijd verrichtte de BOB van Charleroi onder leiding van de legendarische René Michaux op 12 en 15 december 1995 in het kader van Operatie Othello twee huiszoekingen, waarbij de speurders het gefluister van Julie en Mélissa hoorden, maar de kinderen niet vonden.

In die tussentijd volgde een inbraak in het huis. Enkele marginalen uit Marcinelle stalen een collectie videobanden van Dutroux en zijn pc. Tussendoor kwam Michelle Martin geregeld langs, naar eigen zeggen om Julie en Mélissa wat proviand te brengen, iets waar ze naar eigen zeggen nooit toe kwam omdat ze "emotioneel blokkeerde". Een speurder zei ooit: "In de hele wereld werd naar Julie en Mélissa gezocht, en daar waar ze zaten, was het de zoete inval."

Het autopsieverslag wees uit dat de achtjarige Mélissa kort voor haar dood op extreem gewelddadige wijze is verkracht. Haar lichaam vertoonde een vaginale verwijding van 12 centimeter, die zich normaal had moeten herstellen, behalve als het meisje kort daarna was gestorven en alle spieren verstijfden. Dutroux kan dus moeilijk verantwoordelijk worden gesteld voor de verkrachting, aangezien hij op dat ogenblik in de gevangenis zat. Carine Russo had daar ooit een conflict over met een van de speurders. Uit het autopsieverslag bleek dat van het maagdenvlies van haar dochter helemaal niets was overgebleven, terwijl bij een "normale verkrachting" minstens een deel van het vlies zou moeten achterblijven. "Door wie of wat is Mélissa dan verkracht?", vroeg de moeder. "Mevrouw, u kunt zich voorstellen wat u wilt", luidde het laconieke antwoord.

De ouders kunnen dus moeilijk uitsluiten dat hun dochtertje eind 1995 of in het voorjaar van 1996 door anderen dan Marc Dutroux is mishandeld, zeker als blijkt dat Dutroux na al die jaren koppig blijft volhouden dat hij de kinderen niet ontvoerde, maar enkel "bijhield". Volgens de Russo's is de enige logische verklaring dan dat een nog onbekende derde begin 1996, in Dutroux' afwezigheid, Julie en Mélissa is komen halen in Marcinelle; iets wat volgens Langlois niet kan aangezien hij geen enkele aanwijzing zegt te hebben gevonden in de richting van medeplichtigen of, anders gesteld, "een netwerk van kinderprostitutie".

De ouders waren erg benieuwd naar wat de onderzoeksrechter na zes jaar speurwerk te melden zou hebben over wat er tussen eind 1995 en maart 1996 in het huis te Marcinelle was gebeurd. "Uit het onderzoek", zo hoorden ze hem zeggen, "is gebleken dat er zich aan de voorzijde van het huis een geheime holte bevond waar een reservesleutel in was verborgen."

Consternatie. De Russo's hebben zich zes jaar lang suf gestudeerd op het dossier 86/96 van Langlois, maar dit was hen nooit verteld. "Ik zag de blikken van Carine en Gino verstarren", zegt Paul Marchal. "Ze waren sprakeloos."

Dat vijf van de zes families met grote nadruk de doorverwijzing eisen van Michel Nihoul naar het assisenhof is in de eerste plaats te wijten aan het immense aantal zwarte vlekken in het dossier. "Te veel is onverklaard", heet het. In zijn rekwisitoor trok procureur Michel Bourlet vorige week van leer tegen een aantal speurders die ervoor zorgden dat het onderzoek naar de betrokkenheid van Nihoul al van de eerste dag in het honderd liep. Het was Nihoul die op zaterdag 10 augustus 1996, daags na de ontvoering van Laetitia Delhez, een partij xtc-pillen met een straatwaarde van een half miljoen frank schonk aan medeontvoerder Michel Lelièvre. Volgens Bourlet gaat het gaan om een "betaling" voor de ontvoering; volgens Langlois om een toevallige samenloop van omstandigheden.

Hoever de factuele realiteit van Langlois verwijderd ligt van die van de ouders bleek ook gisteren. Nadat de advocaten van Sabine Dardenne niet en die van Laetitia Delhez wel langdurig de verwijzing naar Nihoul bepleitten, was het de beurt aan de raadslieden van Paul en Betty Marchal. Tot ieders verbazing eisten zij dat een bijkomende naam zou worden toegevoegd aan de reeks van naar het assisenhof door te verwijzen verdachten: Marcel Marchal, een toevallige naamgenoot.

Marcel Marchal was in de jaren negentig de exploitant van een hotel in Blankenberge, vlak bij de plaats waar An en Eefje in de avond van 22 augustus 1995 nog levend werden gezien. Tegen Marchal liep in die periode een onderzoek bij het parket van Brugge omtrent vrouwenhandel. Eind 1995 meldde zich bij de politie van Blankenberge een tipgever die beweerde dat hij getuige was van de "transfer" van An en Eefje naar een villa in Zuienkerke. Het spoor werd toen niet verder onderzocht, maar dat veranderde nadat onderzoeksrechter Connerotte op 24 augustus 1996 tijdens een huiszoeking in Dutroux' huis te Marcinelle op diens telefoonboekje was gestoten. Daarin prijkte het privé-telefoonnummer van Marcel Marchal. Verder onderzoek wees uit dat die nauw samenwerkte met ene Pierre B., de eigenaar van de villa in Zuienkerke.

Een interessant spoor, kortom, dat voeding geeft aan Paul Marchals overtuiging dat An en Eefje wel degelijk op bestelling werden geschaakt en niet enkel in het huis in Marcinelle verbleven. Na de vervanging van Connerotte door Langlois gebeurde er echter niets meer. Langlois schoof de Blankenbergse piste terzijde en het duurde tot... 17 november 1999 voor hij de speurders opnieuw richting Blankenberge stuurde. De speurders moesten de aanwezigheidsfiches van het hotel voor de zomer van 1995 zien terug te vinden en nagaan of Dutroux of zijn kompanen ooit in dat hotel hadden verbleven. In het pv 100.586 van de BOB van Neufchâteau, 17 november 1999, kwam het antwoord: "Het ziet ernaar uit dat de bewuste fiches bij de politie van Blankenberge zijn vernietigd, gezien het verstrijken van de gebruikelijke termijn voor het bewaren ervan."

Paul Marchal: "Dit is dus het hele probleem. Ik zou veel liever hebben gehad dat dit alles was opgehelderd tíjdens het onderzoek. Nu kunnen we niet anders dan erop wijzen dat het dossier onvolledig is en hopen dat de waarheid tijdens het proces aan het licht komt."

Of Marcel Marchal daar naartoe komt, mag worden betwijfeld. Kort na het losbarsten van de zaak-Dutroux ontvluchtte hij België. Volgens de laatste berichten zit hij nu ergens in Brazilië.

Stoelen en hiaten in het dossier, dat is voorlopig het voornaamste wat de families van Dutroux-slachtoffers bindt. Van een 'front', zoals eind 1996, lijkt vooralsnog geen sprake. De advocaat van Sabine Dardenne is Jean-Philippe Rivière. Hij is vooral bekend als de advocaat van de blunderende René Michaux ten tijde van diens tuchtprocedures. Nogal wat ouders kunnen er niet bij dat Rivière van twee dermate contradictorische walletjes eet. Na afloop van de zitting liet Rivière gisteren verstaan dat, wat zijn cliënte betreft, Nihoul helemaal niet naar assisen moet: "Zij is de voornaamste getuige, ze heeft drie maanden in die kelder gezeten en nooit iemand anders te zien gekregen dan Dutroux. Wil men beweren dat mijn cliënte een leugenares is?"

Waarop andere ouders opwerpen dat Sabine Dardenne volgens haar eigen notities in de kinderkooi drie maanden lang dagelijks door Dutroux substantiële porties Rohypnol en Haldol kreeg toegediend, middelen die bekend staan als het geheugen wissende rape drugs.

De Russo's namen onlangs - symbolisch - afstand van hun advocaat Victor Hissel, die nu voor Paul Marchal optreedt. De Russo's wonen wel de zittingen van de raadkamer bij, maar enkel als 'toeschouwers' en laten nog altijd in het midden of zij, zodra het luik 'Julie en Mélissa' aan de beurt komt, zelf het woord zullen nemen, laat staan of ze het proces zullen bijwonen.

De ouders van Julie en Mélissa zitten echter met nog grotere vragen dan de andere families. Justitie heeft hun nooit kunnen vertellen wie de meisjes ontvoerde. Zoals ook onduidelijk is waar An en Eefje werden ontvoerd en hoe en waarom zij werden vermoord. En wie dat deed. "Het onderzoek is gewoon niet af", zegt Paul Marchal. "Als je dat dan hardop zegt, krijg je te horen dat je de rechtsgang vertraagt. Nou, dat verwijt wil ik niet dragen. We kunnen niet anders dan hopen dat het proces de gelegenheid wordt waarop we antwoorden krijgen."

Het proces-Dutroux wordt een bijzonder chaotisch gedoe, dat staat nu al vast

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden