Woensdag 30/11/2022

onderwijs

OESO-rapport: "Schoolcarrière van Vlaamse kinderen nog altijd sterk bepaald door sociale achtergrond"

null Beeld belga
Beeld belga

"Positief is dat we een erg hoge participatiegraad hebben van in het prille begin. Pijnpunt is dat we er ondanks zoveel investeringen niet in geslaagd zijn om de bepalende rol van de sociale achtergrond van leerlingen af te zwakken." Dat zegt Dirk Van Damme, diensthoofd van het Centre for Educational Research and Innovation van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Redactie

De OESO is een samenwerkingsverband van 30 landen om hun sociaal en economisch beleid te bespreken, bestuderen en coördineren. Het OESO-rapport over het Vlaamse onderwijs is een groepsfoto die ook dit jaar de positieve punten én de pijnpunten van ons onderwijs in beeld brengt.

De participatie van 20-jarigen is dus uitzonderlijk hoog in ons land, maar er is toch een groot verschil tussen in- en uitstroom. "Heel veel jongeren beginnen aan een studie in het hoger onderwijs, maar niet zoveel onder hen halen de eindmeet. Velen van hen falen of haken af", zegt Van Damme. Ander pijnpunt is de financiering van het hoger onderwijs. "De financiering van het hoger onderwijs is ontoereikend", zegt de onderwijsexpert. Het blijkt dat de grootste hap van de forse investeringen in het onderwijs in ons land, bijna 6 procent van het bnp, naar het leerplichtonderwijs gaat.

Achilleshiel in ons onderwijs blijft de gelijkekansenproblematiek. "De sociale achtergrond van het gezin waarin een leerling opgroeit, is nog altijd sterk bepalend voor de score in de laatste jaren van het secundair onderwijs", zegt Van Damme. "Zijn je ouders hooggeschoold, dan heb je 58 procent kans om in het aso te eindigen en slechts 20 procent om in het tso of bso te eindigen."

Van Damme is zwaar ontgoocheld door die blijvende sociaal-economische kloof. "Je weet natuurlijk niet wat er zou gebeurd zijn als we dat gelijkekansenbeleid niet hadden gevoerd", zegt hij. "Dan zouden de resultaten wellicht nog een stuk dramatischer zijn."

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) voegt nog toe dat voor het eerst meer dan 99 procent van de 5-jarige kleuters zijn ingeschreven in het kleuteronderwijs.

Inactief

Uit het onderzoek door de OESO-analisten over de periode 2007-2017 blijkt voorts dat jongeren met een migratieachtergrond meer dan dubbel zoveel kans om NEET te zijn, dat is 'not employed and educationally trained', wat betekent dat ze inactief zijn. "Het zijn jongeren die tussen wal en schip vallen", zegt Van Damme. "Ze hebben na de leerplicht afgehaakt, vinden geen werk of zoeken geen werk, maar volgen ook geen enkel onderwijs meer. Die groep groeit op een zorgbarende manier snel aan. En in die groep is vooral het aantal meisjes dat niet studeert en niet werkt groter aan het worden."

Voorts blijkt ons land relatief veel zittenblijvers te tellen in vergelijking met de andere OESO-landen, dat het beurzensysteem de studiekosten slechts in geringe mate compenseert. Opvallend in negatieve zin is ook dat onze universiteiten nauwelijks een rol spelen in het levenslang leren. Ook blijkt dat een diploma hoger onderwijs een een hoger inkomen oplevert, maar dat de kans op werk voor jongeren met migratieachtergrond en met een hogeronderwijsdiploma beduidend lager is dan bij autochtonen met zo'n diploma.

Personeelskosten

Noteren we nog dat ons land, en dan vooral de Vlaamse Gemeenschap, het op één na hoogste aandeel inzake personeelskosten voor onderwijs heeft. "Leraren worden goed betaald in Vlaanderen", zegt Van Damme. "Maar op het vlak van de instructietijd, het aantal lesuren, scoren we laag. Het is een vaststelling, niet een stelling waarmee ik tussenbeide wil komen in het loopbaandebat dat momenteel in Vlaanderen wordt gevoerd."

"Wat ook opvalt: een onderwijsloopbaan is een vlakke loopbaan in ons land, er is geen differentiatie in de verloning. Zelfs tussen een directeur en iemand die lesgeeft is er amper differentiatie." Wat de leeftijdsstructuur betreft, zitten we goed in Vlaanderen: 40 procent van de mannelijke leraren is jonger dan 40 jaar. Er is sprake van een vervrouwelijking van het onderwijsberoep, maar in het middelbaar onderwijs is toch nog 40 procent van het personeel van het mannelijke geslecht."

Tot slot stelt de OESO vast dat de autonomie van de scholen nergens zo groot is als in Vlaanderen, en in dat opzicht verschillen we ook erg van de Franse Gemeenschap.

"Geen verrassing"

Katholiek Onderwijs Vlaanderen zal het OESO-rapport nog grondig bestuderen, maar geeft alvast in een eerste reactie aan dat de conclusie niet als een verrassing komt. Het was immers precies de reden om te komen tot een modernisering van het secundair onderwijs. "Het is onze ambitie om elke leerling op het juiste moment op de juiste plaats te krijgen", aldus directeur-generaal Lieven Boeve.

"In ons onderwijs gaat nog te veel talent verloren", reageert de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). "De afkomst, sociale achtergrond en zelfs het geslacht van een leerling bepalen in grote mate de studie-uitkomsten. Te vaak ligt de nadruk op wat leerlingen minder goed kunnen. Op de rapporten worden enkel de tekorten onderlijnd. Nochtans zijn net succeservaringen de beste motivator om te blijven bijleren", aldus Rania El Mard, voorzitter van VSK.

Dat met de modernisering de nadruk meer zal komen te liggen op het toekomstperspectief van een richting, is een goede zaak. Maar om echt met een propere lei te beginnen, moeten ook de oude namen van de onderwijsvormen verdwijnen. "Door over aso, bso, kso en tso te blijven spreken, blijven mensen ook steken in de oude denkpatronen", meent El Mard.

Leerlingen vragen daarnaast ook om meer in te zetten op maatwerk en flexibiliteit. En ook de puntencultuur moet volgens de VSK op de schop: "Leg de nadruk op wat leerlingen al kunnen en op wat ze nog moeten bijleren, niet op het nietszeggende verschil tussen een 6 en een 7."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234