Maandag 06/12/2021

OESO: 'Kinderarmoede in België fors gestegen'

Het aantal kinderen en jongeren dat in België onder de armoedegrens leeft, is tussen 2007 en 2010 met en kwart gestegen, van 10,0 naar 12,8 procent. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Een dramatische vaststelling is hoe tussen 2007 en 2010 bij liefst 16 van 33 OESO-leden de armoedegraad van kinderen en jongeren is gestegen, met toenames van méér dan 2 procentpunt in Turkije, Spanje, Slovenië, Hongarije én... België. Terwijl het aantal 0-17-jarigen dat in 2007 onder de armoededrempel (helft van het mediaan inkomen) leefde 10,02 procent bedroeg, was dat drie jaar later al 12,80 procent.

De vraag is waarom deze stijging zo drastisch is, vooral omdat de gemiddelde armoedegraad onder de totale bevolking slechts gering steeg (zie grafiek).

"Het is een analyse die wij nog moeten maken, want we hebben geen landenspecifiek onderzoek gedaan", zegt Michael Förster van deOESO. "We waren door deze gegevens uit jullie land zelf verrast omdat uit ander onderzoek blijkt dat jullie welvaartsstaat relatief goed werkt. In de eerste drie crisisjaren steeg de ongelijkheid van Belgische marktinkomens (inkomens voor belastingaftrek) weliswaar licht. Tegelijk was er een kleine daling van de ongelijkheid door een evenwichtig lasten- en uitkeringsbeleid."

Eenoudergezinnen

Een mogelijke verklaring voor de gestegen kinder- en jongerenarmoede is de stijging van de (tijdelijke) werkloosheid onder jonge ouders en eenoudergezinnen, een trend in vele OESO-landen. In de drie onderzochte jaren steeg de gemiddelde relatieve inkomensarmoede in alle OESO-landen gemiddeld van 13 naar 14 procent onder kinderen en van 12 naar 14 procent onder jongeren, maar viel van 15 naar 12 procent terug bij bejaarden. Dat komt omdat pensioenen tot 2010 buiten schot bleven van besparingen, die wel al doorwogen op de werkende huishoudens.

In België speelt ook de hoge werkloosheids- en armoedegraad onder migranten mee. In België is slechts 52,6 procent migranten tewerkgesteld, terwijl het OESO-gemiddelde 64,9 procent bedraagt. De armoedegraad ligt hier onder migranten op 21,9 procent, een van de hoogste percentages. De armoedegraad bij migrantenkinderen ligt zelfs op 32 procent, evenveel als in de VS.

De OESO waarschuwt voorts dat in alle lidstaten de inkomensongelijkheid verder groeit. Arme gezinnen verloren tijdens de eerste crisisjaren in verhouding meer inkomen dan rijkere huishoudens en profiteerden ook minder van het herstelbeleid. Na aftrek van belastingen en transfers verdiende de rijkste 10 procent van de bevolking in 2010 gemiddeld tot 9,5 keer zoveel als de armste 10 procent, een stijging van een half procent in vergelijking met 2007. De kloof is het grootst in Chili, Mexico, Turkije, de VS en Israël.

De sociale vangnetten hebben volgens de OESO in eerste instantie de klap voor veel mensen verzacht, maar de bezuinigingen riskeren de ongelijkheid de komende jaren te doen toenemen.

Rechtvaardig beleid

"Deze verontrustende gegevens onderstrepen de nood om de kwetsbaarsten te beschermen, vooral nu regeringen maatregelen nemen om hun uitgaven onder controle te houden en de kost van de crisis toeneemt," zegt OESO-secretaris-generaal Angel Gurría. "Beleid om banen en groei aan te wakkeren moet ook rechtvaardigheid en inclusiviteit weerspiegelen. Het hervormen van belastingsystemen is essentieel om te verzekeren dat iedereen zijn faire aandeel betaalt, maar ook de uitkeringen en steun krijgt die men nodig heeft."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234