Zondag 19/01/2020

oeken zonder grenzen

Voor grootse meeslepende verhalen en hartverscheurende gedichten over liefde, verdriet, leven en dood is er geen leeftijd. Ze laten zich niet zomaar in afgemeten categorieën of boekenrekken dwingen, en ze geven de lezer, oud of jong, onervaren of erudiet, alle vrijheid om op hun uitnodiging in te gaan.

Karlijn Stoffels heeft het in haar realistische jeugdromans doorgaans over tobberige jongelui voor wie het leven geen lachertje is: over joodse gettokinderen, adolescenten met psychiatrische moeilijkheden of met problematische ouders, allochtone jongeren..., echt riant is het meestal niet met ze gesteld. Verrassend is dan ook de heel andere, nieuwe wind die ze voluit laat waaien in Koningsdochter, zeemanslief. In elf verhalen roept ze een lang vervlogen wereld op, niet in tijd of plaats te situeren. De sfeer herinnert aan oude volksvertellingen, mythen of sprookjes, met bezwerende herhalingen en lippizanerschimmels, herbergen en miserabele prinsessen, maar dan op een heel eigen manier getoonzet en in een heel aparte stijl geschreven. Smartzanger Bennik vormt de rode draad die alle verhalen aan elkaar breit. Opgegroeid aan het strand met doofstomme ouders ontwikkelde hij een aparte taal, en vooral een bijzonder zangtalent: "een melodie die zich tussen, naast en onder de gebruikelijke toonsoorten bevond en die niemand na zou kunnen zingen". Ontgoocheld over zijn onmacht om zijn moeder te troosten na de dood van zijn vader, trekt hij zwijgend de wereld in, naar het oosten, want weg van "de geur van duinroos en zeewind, het geluid van branding en zandstorm, de aanblik van mosselbanken en witte schuimkoppen (die mijn hart, AL) laten bloeden, zoals het scherpe helmgras dat je vingers opensnijdt". Algauw blijkt zijn troostende talent onovertroffen en wordt hij in het hele land gezocht om begrafenissen en rampen te bezingen en de levensverhalen van de doden op te roepen. Die verhalen hebben het tijdloze, herkenbare en epische van sprookjes en tegelijk zijn ze verfrissend origineel en bijzonder. Dat over Ranko, bijvoorbeeld, de fluitende luitenant, zoon van een wolverver met losse handen die wegens een migrainemoeder pas laat ontdekte dat de wereld vol leven en kleur is. Daardoor werd hij een meester-verberger, een kunst die hem en zijn soldaten alleen maar profijt opleverde in het gevecht. Of het aandoenlijke verhaal van Folicia, de dochter van de paardenmeester, "niemands vrouw", als een Arabische volbloed en "van zichzelf de paarden meester". Na haar zelfmoord wacht haar man, de hoefsmid, op Benniks gezangen: "En deze keer werd hij vervuld van de allesomvattende droefenis die ontstaat als een grote en bruisende levensvreugde omslaat in nijpende doodsdrang. Hij haalde diep adem en begon te zingen." En dan het verhaal over de timmermansdochter, het zeemanslief, die haar man aan de zee, zijn eerste liefde, kwijtraakte. De genezing van de troosteloze koningsdochter Esperanza, die bij gebrek aan aandacht van haar vorstelijke ouders haar heil zocht in spiegels waarin ze eindelijk gezien kon worden, bevrijdt hem ten slotte ook van zijn schuldgevoel en opent nieuwe perspectieven.

Koningsdochter, zeemanslief is een overtuigend geschreven en ontroerende ode aan de liefde en het verdriet dat daar onvermijdelijk bij hoort.

Het is altijd weer benieuwd uitkijken als een nieuw boek van Margriet Heymans zich aandient. Haar teken- en vertelstijl zijn onvergelijkbaar en enig in hun soort. In De prinses van de moestuin (een samenwerking met haar zus Annemie), in Lieveling boterbloem en in De wezen van Woesteland balanceerde ze behendig op het dunne koord tussen werkelijkheid en verbeelding, tussen humor en ernst, tussen toegankelijk en hermetisch, tussen tragiek en luchtigheid. In Diep in het bos van Nergena is dat niet anders. Een en ander speelt zich allicht af ergens tijdens de Nederlandse oorlogs- en hongerwinter in de jaren 1940, ook al wordt dat nooit met zoveel woorden gezegd. Frieda wordt door oom Pep en Tante Kaat 'geleend' om hun onhandelbare, balorige dochtertje Jet gezelschap te houden en verhuist voor een jaar naar een godverlaten gat in de bossen van Nergena. Uit de briefwisseling tussen Frie en haar zus Adalie distilleer je het leven van de twee gezinnen in de stadse thuisbasis Gunderwijd en in Nergena. Die brieven zitten barstensvol ingehouden verwijzingen naar de ontberingen en de oorlogsellende thuis: vader Theo zit zonder werk, moeder Alie sukkelt met een zeer been, voedsel is schaars en een nieuwe baby gaat dood. Geen tranerige verslaggeving van Adalie, maar broodnuchtere stoerdoenerij met donkere grapjes tussendoor: een kinderlijke overlevingsstrategie om onvatbare misère en somberte een aannemelijke plek te geven. Aangrijpend en hilarisch tegelijk. Wanneer Frie haar zus om een foto vraagt van haar nieuwe babybroertje, komt die eraan met de laconieke opmerking: "Ik doe Fopkes foto erbij. Zul je er extra zuinig op zijn? Het is de allerleukste niet, maar wel de allerlaatste." Het getekende fotootje van een dode boreling in een kistje moet voor de echte informatie zorgen. En dat wordt dan wel even slikken! De berichten over "gevaarlijke kerels" en piraten met knuppels en geweren, die al wat eetbaar is in beslag nemen ("Nu zitten we vies te kijken: afgedankte kleren, waterpap zonder suiker, en brood zo hard als steen") worden verder in het boek als een verzinsel afgedaan. Zo word je als lezer voortdurend op het verkeerde been gezet.

Voor jonge kinderen geen sinecure: er moet wel heel aandachtig tussen de regels gelezen en naar de vaak verhelderende tekeningen worden gekeken. Heymans laat het sluimerende heimwee van Frieda meesterlijk suggestief voelbaar worden: wat eerst "het land van spek en bonen" lijkt, wordt stilaan een verstikkend en eenzaam ballingsoord, waarin enkel Tante Kaat, met haar geurtje "van honderd jaar geleden... moeders odeklonje... en ook een beetje naar gist" voor warmte en begrip instaat. De combinatie van een heel aparte epische stijl, vol woorden van lang geleden en onuitgesproken onderhuidse emoties, met de prachtige bruinige tekeningen die een onmisbare aanvulling zijn bij wat niet wordt gezegd, maken van dit boek een zeldzame ontroerende belevenis voor wie die wil meemaken. Een leeftijdloze literaire parel.

Ted van Lieshout is op zijn minst een veelzijdig kunstenaar. Hij schrijft gedichten, liedjes, verhalen, toneelstukken en televisiescenario's en is daarbij ook nog grafisch ontwerper en tekenaar. In zijn prachtig uitgegeven kunstboeken Stil leven en twee uitgaven van zijn Papieren museum initieerde hij kinderen in de beeldende kunst én de literatuur. Zijn nieuwe dichtbundel Mama! Waar heb jij het geluk gelaten? is alweer verbluffend mooi vormgegeven met eigen illustraties, foto's en computertekeningen (technieken die overigens achteraan in het boek genereus worden toegelicht). Tekst en illustratie gaan hand in hand en geven elkaar een extra dimensie. Zo tekende hij 117 sonnetten in meetkundige figuurtjes, die in alle richtingen 'gelezen' kunnen worden. Ingenieus bedacht. Niet alleen maar vrolijkheid, in deze gedichten, al laat de prachtige kleurige cover met een heel veld roepende jongenshoofdjes wel lichtvoetigheid vermoeden. En die is er ook wel, in korte simpele verzen over nieuwe schoenen, een sneetje in een teen, een citroenijsje of het blije weerzien met de zee. Aandoenlijk in hun eenvoud en de huppelende verwoording. In vorige bundels verschenen al heel wat ontroerende vadergedichten (in Begin een torentje van niks, bijvoorbeeld). Dat thema van een dode vader is ook hier weer aan de orde, in een paar aangrijpend mooie verzen. In 'Eten' en 'Ik dek onze tafel' kan niemand om die éne lege stoel heen: "ook zonder vader gaat het leven verder, hoor./ Maar als een stilte valt, dan denken wij in koor/ aan hem/ en eten ondertussen rustig door." Het schilderij van Seurat, Een zondagmiddag op het eiland van La Grande Jatte illustreert twee keer twee gedichten: in 'Op stap' is de vader nog aanwezig, als een keurige heer in een "net grijs pak. Het past/ bij zijn grijzende haar./ Mijn vader is gelukkig/ met mij. Hij pakt mijn hand/ om te voelen hoe gelukkig/ precies." Op de rechter pagina werkte Van Lieshout het schilderij wat bij met de computer, zodat er, als op een zoekplaatje, een hoop dingen ontbreken, wat perfect aansluit bij het bijbehorende gedicht 'Maandagen', waar de vader er niet meer bij is: "Ik wil je niet verraden, maar je ging dood, hè?" In deze bundel krijgt de moederfiguur en de wat dubbele relatie met haar zoon volop ruimte. Daar komen nogal wat uiteenlopende gevoelens bij kijken: angst om haar ooit levenloos in huis aan te treffen ("O, wat moet ik toch doen als ik de eerste ben/ die voor je moet zorgen, moeder, als je dood/ bent, en niemand in de wereld weet het nog?"); aandoenlijke genegenheid in het openingsgedicht 'Mooie dag', waarin de jongen trots meedeelt hoe hij voor dag en dauw "de lucht stukje voor/ stukje zo heerlijk/ stralend lichtblauw" heeft ingekleurd... "Juist ja, je kind." Vervreemding dan weer in het laatste vers van de bundel, met een puzzelende, afwezige moeder op het strand, en de jongen die met een wat al te inhalige vriend naar de horizon boven de zee tuurt. De anekdotische, vertellende stijl en het perfecte ritme maken deze poëzie toegankelijk en ook voor jonge lezers meer dan genietbaar. Een indrukwekkend boek.

Tijdloosheid en grote gevoelens ook in de bijzonder vormgegeven bundeling Hou van mij. De mooiste verhalen over liefde. Zes bewerkte of opnieuw vertelde klassieke verhalen over beroemde paren en hun tragische liefdes, eerder apart verschenen in een jeugdreeks bij Averbode, werden samengebracht in een prestigieuze uitgave in een volwassenenfonds. Ed Franck maakte elk van die verhalen opnieuw verteerbaar en toegankelijk en gaf ze op die manier een nieuw leven mee. Beatrijs, Carmen, Tristan en Isolde, Romeo en Julia, Medea, Abélard en Héloise, allemaal werden ze van onder het stof van jaren gehaald en tot mensen van vlees en bloed gemaakt. De onnavolgbare illustraties van Carll Cneut roepen bij elk verhaal de tijdgeest op waartegen ze zich afspelen en geven de passie, de tragiek, het verdriet en de vertwijfeling schitterend weer.

Nog zo'n grenzeloos boek is Met duizend blote ogen, een nieuwe bloemlezing van Jan van Coillie en een vervolg op Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn. Hij ging grasduinen in meer dan 1.500 dichtbundels (voor jongeren en volwassenen), verschenen na 1990, en selecteerde er 236 gedichten uit voor alle leeftijden, net als zijn vorige bundelingen ook weer thematisch geordend. Edward van de Vendel, Hans Hagen, André Sollie en Johanna Kruit broederlijk naast Gerrit Komrij, J. Bernlef, Tom Lanoye en Eva Gerlach, maar ook mindere goden en gedichten die er weinig toe doen. De gedichten werden ook nog in paren naast elkaar geplaatst, met een min of meer duidelijk verband tussen de twee. Overigens een mooi uitgegeven en geïllustreerd boek, en alleszins een 'meeting point' waarin jong en oud elkaar kunnen tegenkomen.

Annemie Leysen

Karlijn Stoffels

Koningsdochter, zeemanslief

Querido, Amsterdam, 122 p., 12,50 euro.

Margriet Heymans

Diep in het bos van Nergena

Querido, Amsterdam,

48 p., 13,50 euro.

Ted van Lieshout

Mama! Waar heb jij het geluk gelaten? Gedichten & prenten

Leopold, Amsterdam,

16,95 euro.

Ed Franck & Carll Cneut (ill.)

Hou van mij. De mooiste verhalen over liefde

Davidsfonds literair, Leuven,

262 p., 29,95 euro.

Jan van Coillie (sam.) & Reinhart Croon (ill.)

Met duizend blote ogen

Averbode, Averbode,

288 p., 24,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234