Donderdag 21/01/2021

Oefeningen in het luchtledige

Om eens een ander soort architectuurexpo te maken - zonder maquettes of ontwerpschetsen - vroeg de Royal Academy zeven internationale architecten een persoonlijke ingreep te doen in het 19de-eeuwse gebouw op Picadilly in Londen. Het resultaat, Sensing Spaces, is interessant maar weinig overtuigend. Eric Rinckhout

Architectuurexpo's zijn, net als boekententoonstellingen, een spreekwoordelijke uitdaging - zowel voor de maker als voor de bezoeker. Meestal toont men ontwerptekeningen en plattegronden, komen er - als er genoeg geld is - enkele maquettes aan te pas en wordt het geheel wat opgefleurd met foto's en, in het beste geval, video's.

De laatste jaren proberen instellingen als deSingel (met het Vlaams ArchitectuurInstituut in huis) en ExtraCity in Antwerpen, en Bozar en CIVA in Brussel het over een andere boeg te gooien: daarvan zijn boeiende tentoonstellingen over en van respectievelijk Junya Ishigami, Luc Deleu, Robbrecht & Daem en Xaveer De Geyter voorbeelden van.

Maar voor architectuur geldt de fijne uitdrukking dat de 'proof of the pudding' nu eenmaal 'in the eating' is. Om te weten hoe een architect bouwt is er maar één oplossing: het gebouw zelf bezoeken. Architectuur is nu eenmaal ervaring.

Hoe is het om in een gebouw rond te wandelen? Hoe ervaar je de ingang? Vind je de ingang wel? Kun je je makkelijk oriënteren of verdwaal je in de stoerdoenerij en bluf van de architect? Hoe zit het met het daglicht, de geuren en de kleuren? Hoe voelen de materialen aan? Heeft de architect rekening gehouden met de menselijke behoeften? (Vaak zijn wc's de lakmoesproef van een openbaar gebouw...) En is het gebouw wel geschikt waarvoor het bedoeld is?

Die 'physical exploration' neemt de Royal Academy in Londen als uitgangspunt van de architectuurtentoonstelling Sensing Spaces. Dus: geen maquettes of plattegronden. Aan zeven internationaal gerenommeerde architecten werd gevraagd om te werken rond de ruimte en hoe we die ervaren. De zeven architecten (of duo's) behoren tot verschillende generaties, hebben andere achtergronden en verschillende gevoeligheden. En ze reageren zeer uiteenlopend op de opdracht van de Academy.

De Portugese architect Alvaro Siza houdt het op een minimalistische ingreep: op het binnenplein van de Academy bakent hij met enkele gele betonbalken een virtuele ruimte af. Het Chileense duo Pezo von Ellrichshausen heeft in de grote zaal van de Royal Academy daarentegen een échte houten constructie neergezet die de bezoeker kan betreden langs een helling of een wenteltrap. Helemaal bovenaan is een balkon net onder de glazen koepel van de zaal: je kunt de kroonlijsten en de vergulde engelen bijna aanraken.

Geurende bamboe

Diébédo Francis Kéré uit Burkina Faso bouwt dan weer een iglo-achtige constructie met wegwerpmaterialen, terwijl de Portugese toparchitect Eduardo Souto de Moura betonnen afgietsels heeft laten maken van twee monumentale deurlijsten en die 45 graden heeft gedraaid ten opzichte van het houten origineel.

Op die manier probeert elke architect duidelijk te maken wat voor hem/haar essentieel is: bij Kéré is dat ruimte en de mogelijke beklemming, Souto de Moura laat zien hoe belangrijk doorgangen zijn, bij Pezo von Ellrichshausen gaat het om het verschil tussen binnen en buiten, hoog en laag, open en gesloten.

Maar als je de gebouwen en realisaties van de deelnemende architecten erbij haalt (en dat kan op de iPads die in de eerste zaal liggen), dan is wat gepresenteerd wordt toch maar een flauwe afspiegeling van de werkelijkheid. De Ierse dames van Grafton Architects hebben bijvoorbeeld in hun thuisland subtiele gebouwen neergezet die rekening houden met de geschiedenis en de context van de plek, en die op een intelligente manier omgaan met licht en circulatie. Van die gevoeligheid is nauwelijks wat te merken in de zware structuren die ze in de zalen van de Royal Academy hebben gehangen en die voornamelijk spelen met licht-donkercontrast.

Het kan evenwel nog flauwer: de Japanse architect Kengo Kuma heeft twee fragiele 'installaties' gemaakt met gebogen bamboestokjes die elk ook een andere geur afscheiden. De bezoeker kan eromheen wandelen en ze als kunstwerken bekijken. Je kunt je niet van de indruk ontdoen dat het much ado about nothing is.

Aan het begin van de tentoonstelling wordt de uitspraak van Eduardo Souto de Moura geprojecteerd: als architectuur mooi wil zijn, moet ze ook een functie hebben. Tja, dat principe treedt deze tentoonstelling noodgedwongen met de voeten want geen van de ingrepen heeft ook maar de geringste functie. Het gaat om vorm zonder doel. De zeven architecten hebben hooguit één begrip uit de architectuur zoals ruimte, licht of passage proberen te materialiseren en dat heeft alleen maar geleid tot een soort achterhaalde conceptuele installaties.

Er bestaat al langer veel beter 'ruimtelijk werk' van échte kunstenaars, zo divers als Richard Serra, Cristina Iglesias, Luc Deleu, Dan Graham, Per Kirkeby, Virginie Bailly en Antony Gormley, om het maar bij deze te houden. Zij gaan subtieler, doordachter en gedurfder om met ruimte, passages en licht. Luc Deleu zou op zijn minst een deurlijst plat op de vloer hebben gelegd. Mét reden.

Architecten begeven zich hier dus braafjes op het pad van de conceptuele kunst maar, zoals b0b Van Reeth vorig jaar nog zei in deze krant: "architectuur is geen kunst." Architectuur heeft context nodig, stedelijkheid en een dwingende opdracht. Architectuur is existentieel en heeft een functie. Dat ontbreekt in de Royal Academy nu eenmaal.

Natuurlijk is het niet makkelijk om architectuur tentoon te stellen, daar worstelt ook de architectuurbiënnale van Venetië mee. Toch had de Royal Academy meer context kunnen voorzien en de problematiek van het tentoonstellen stofferen. Nu gaat het om weinig meer dan wat droogzwemmende architecten en oefeningen in het luchtledige.

Er is maar één winnaar: de grotendeels lege zalen van de Royal Academy stralen als nooit tevoren. Maar dat is een gebouw uit 1868.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234