Zaterdag 31/07/2021

Ode aan het experiment

Men zij gewaarschuwd: dit is geen gewone tentoonstelling. De bezoeker belandt als het ware midden in het experiment. Bij wijze van een hedendaags tegenwicht in het Van Dyck-evenement brengt Laboratorium vanuit het Provinciaal Museum voor Fotografie een grootscheepse verkenning op gang van het fenomeen 'werkplaats': het laboratorium en het atelier. Een toevloed van wetenschappers en kunstenaars uit allerhande disciplines zaait projecten uit over de hele stad.

Christine Vuegen

Hoewel Laboratorium thuishoort bij Van Dyck 1999 lijkt het verband met de 17de-eeuwse schilder volkomen zoek. Maar Antoon van Dyck had uiteraard een atelier, een zeer productieve werkplaats in een tijd dat er zelfs 'factorijen' van schilderijen bestonden. Laboratorium brengt daarentegen hedendaagse werksituaties in kaart waar het experiment hoog in het vaandel wordt gedragen. De curatoren Hans Ulrich Obrist en Barbara Vanderlinden wagen zich aan een tentoonstelling die voortdurend in wording is. De Zwitser heeft onder meer het programma 'Migrateurs' in het Musée de l'Art Moderne de la Ville de Paris op zijn naam en Barbara Vanderlinden richtte in Brussel Roomade op, een onafhankelijke organisatie die hedendaagse kunstenaars vrij spel geeft in leegstaande gebouwen. Die activiteiten werden inmiddels verlegd naar een kantoorverdieping in het Century Center op de Keyserlei. Daar zorgt de Japanse Tomoko Takahashi met haar Office Work van afgedankte objecten voor een visueel spervuur. Dat is een zeldzaamheid in Laboratorium.

Wat is de betekenis van het atelier en het laboratorium heden ten dage? Wat houdt een experiment in en wat zijn de gevolgen wanneer dat wordt opengesteld voor het brede publiek ? Dergelijke vragen resulteerden in dit tentoonstellingsexperiment. Zoals elk experiment gaat ook dit gepaard met risico's. Het risico van een proefondervindelijke chaos bijvoorbeeld, waarin de bezoeker onbeholpen ronddwaalt. Dat wordt in het Provinciaal Museum voor Fotografie, het hoofdkwartier, ingedijkt door de efficiënte inrichting naar een idee van Michel François. Vorig jaar vormde de Brusselse kunstenaar de ruimte van het kunstenaarscollectief NICC in Antwerpen om tot 'Bureau NICC augmenté', een kantoor waar kunstenaars hun werk inlasten. Net zoals het afficheren van zijn foto's in straten is dit evenzeer een manier om kunst te laten optreden als een "besmetting", zoals hij dat noemt, van de kijkgewoonten en de gebruikelijke structuren.

Nu transformeerde hij de benedenverdieping van het museum tot Bureau Roomade déplacé. Het kantoor van de organisatoren is werkelijk verhuisd en tegelijkertijd worden er talloze artistieke en wetenschappelijke items gepresenteerd. Overal staan werktafels met computers of monitoren, waarop kunstenaars als Ken Lum, Jason Rhoades en Kobe Matthys hun experimenten of projecten voorstellen. Er wordt volop gebruikgemaakt van Internet. Zo is er een directe verbinding met de designer Bruce Mau in Toronto, die de catalogus maakt. Voortdurend worden teksten gedrukt en ingebonden. Op gegalvaniseerde wanden hangen de voorlopige resultaten van deze 'boekmachine'. De definitieve catalogus verschijnt pas rond half november. Ondertussen is er wel een handig programmaboek, zoals bij een festival.

Te midden van al die apparatuur zou je de weinige 'normale' kunstwerken haast over het hoofd zien. De Duitse Rosemarie Trockel, die op de jongste documenta in Kassel samen met Carsten Höller furore maakte met een 'varkenshuis', ontwierp een opgeblazen, plastic hoes voor het lichaam. Dat Prototype van een slaapcocon hangt wat verscholen aan het plafond achter het tekstpaneel van Het draagbaar laboratorium van Francisco J. Varela uit Parijs. De doctor in de biologische wetenschappen en beoefenaar van het boeddhisme biedt simpelweg een klein, zwart kussen aan met de richtlijnen: 'do it'. Ga op het kussen zitten en wordt, stil en ontspannen mediterend, zelf een laboratorium. Visuele kicks worden in het amalgaam van de laboratoria aldaar nauwelijks nagejaagd. Als er sprake is van verleiding, is dat vooral een geestelijke verleiding. Die welt prachtig op uit het ronde kussentje, een instrument voor zelfonderzoek.

"In deze tijd zit iedereen een beetje in het experiment," zegt Bruno Latour. "Denk maar aan het experiment met de auto's in Parijs, waarvan beurtelings de helft mocht rijden. Maar ook de bom op Hiroshima was een publieke demonstratie." Het blijft een twistpunt of een experiment al dan niet in de openbaarheid mag treden. De Franse filosoof, antropoloog en professor aan de Ecole Nationale Supérieure des Mines de Paris stelde de tweedaagse reeks demonstraties samen van wetenschappers, historici en enkele kunstenaars, 'Het theater van de bewijsvoering', waarmee Laboratorium opende. De gefilmde opvoeringen worden in het Museum voor Fotografie vertoond op een groot scherm en op monitoren met koptelefoons. Zelf hernam Bruno Latour de lezing over spontane generatie, die Louis Pasteur in 1864 aan de Sorbonne gaf. In de Plantijn-Hogeschool van de Provincie Antwerpen en het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde voerden wetenschappers experimenten uit, soms met oude toestellen, maar ook de architect Rem Koolhaas of de danser-choreograaf Xavier Le Roy gaven een demonstratie.

Panamarenko stelde in 1992 volgens eigen berekeningen een Speelgoedmodel van de ruimte samen en kwam die bevindingen over het heelal, de vierde dimensie, de bouw van ruimteschepen opnieuw uiteenzetten. De Antwerpse kunstenaar vergelijkt zijn constructies liefst met een groot stuk speelgoed. Die zijn overigens niet te zien in Laboratorium. Tijdens de zomermaanden is hij echter vaak aan het werk in de galerie van Ronny Van de Velde. Daar knutselt hij aan nieuwe uitvindingen, tussen zijn Jungle Car en een soort vliegend eiland aan luchtballons.

Zelf experimenten uitvoeren, ook dat is mogelijk. Een verdieping van de President Building op de Franklin Rooseveltplaats is gereserveerd voor 'Het eerste laboratorium', dat van Galilei. Zonder de tekst en uitleg zou de opstelling bijna als speeltuin dienst kunnen doen. Rond een cirkelvormige zandbak staan tafels met hellende vlakken. Metalen bollen liggen klaar om zelf de beweging van vallende lichamen, zoals Galilei die in 1608 noteerde, proefondervindelijk te bewijzen.

De meeslepende schoonheid van de wetenschap verschijnt op een andere etage in het tijdelijke 'laboratorium voor cognitieve robots en teleportatie'. Daar is een heus experiment aan de gang, het Talking Heads experiment van Luc Steels. Voor hem is dit een gedroomde kans om zijn onderzoek bekend te maken bij een breder publiek. Onomstotelijk steelt het de show. Twee robots, voorzien van een camera en luidsprekers, staan opgesteld voor een wit bord met gekleurde, geometrische figuren. De ene artificiële agent neemt één van die vormen in het vizier en benoemt hem. De andere raadt vervolgens waar het om gaat. Wanneer hij mist, wijst de spreker de figuur in kwestie aan en kan de luisteraar de eigenschappen ervan, 'rood', 'vierkant', 'grootste' enzovoort, verbinden met het gebruikte woord. Aldus kan een gemeenschappelijke woordenschat ontstaan. Zoals een kind zonder taal wordt geboren, kregen de robots evenmin een taal ingebouwd. Uit een repertoire van klanken maken ze zelf woorden. 'Wabaku' pruttelen ze dan of 'malewina'. Zo wordt nagegaan of de robots via die taalspelletjes tot een eigen taal komen. Luc Steels doceert artificiële intelligentie aan de Vrije Universiteit van Brussel en is directeur van het Sony Computer Science Laboratory in Parijs. Daar, en nog op andere plaatsen in de wereld, staan eveneens twee 'Talking Heads'. Zij kunnen zich bovendien via het Internet verplaatsen, teleporteren, naar een andere fysieke 'Head'. Op de website http://talking-heads.csl.sony.fr kan iedereen zelf een agent creëren, hem laten rondreizen om het raadselspel te spelen of hem woorden aanleren. Het lijkt wel een elektronische troetel. Een verwaarloosde robot zal immers nooit goed scoren. Deze populatie van robots kan iets leren over het hele proces van de waarneming, de conceptualisatie, de interpretatie, het ontstaan van taal.

Kunstenaars en wetenschappers houden zich volgens Luc Steels bezig met gelijkaardige vragen over de perceptie en interpretatie van de realiteit. Alleen interesseert het een kunstenaar niet zozeer hoe iets werkt, maar hoe iets wordt ervaren. "Waar kunst en wetenschap samenkomen," zegt de vorser, "dat is in het experiment. Het is de enige manier om een theorie over de natuur te valideren. Elk experiment is een demonstratie van een oorzaak-gevolgrelatie, maar de communicatie is ook erg belangrijk. De bedoeling is dat het je onmiddellijk raakt en overtuigt, zelfs als je het niet helemaal begrijpt. Dat doet een kunstenaar ook in zekere zin. Natuurlijk is zijn opzet niet om een theorie te staven. Maar op een intuïtief niveau moet ze er toch zijn, anders is het louter toeval."

De Amerikaanse kunstenaar Matt Mullican doet in feite niets anders dan modellen ontwerpen voor de waarneming en de interpretatie van de realiteit. Via kleurenschema's, kaarten of pictogrammen onderzoekt hij de relatie tussen de wereld en het beeld van de wereld. Hij neemt evenals zijn landgenoot, de dove kunstenaar Joseph Grigely, een etage voor zijn rekening in de President Building. Vanuit de herinnering reconstrueerde Matt Mullican in een open, witte architectuur vijf vroegere galerietentoonstellingen. De ene ruimte is de galerie van Marian Goodman in Parijs en aan de overkant, bij Roomade in Brussel, toont een video de kunstenaar in actie onder hypnose. Sinds meer dan twintig jaar werkt hij geregeld onder hypnose, wat hem bijvoorbeeld toelaat om tegelijkertijd op twee plaatsen te zijn.

De verplaatste tentoonstellingen van Mullican, het verplaatste bureau van Roomade, het draagbare laboratorium: onder alle mogelijke vormen dienen zich verplaatsingen aan. In september openen nog bijkomende locaties en dan zijn er ook échte laboratoria te bezoeken, onder meer die in het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde en het International Gemmological Institute, het oudste diamantlaboratorium van Antwerpen.

Het hoogstpersoonlijke laboratorium van Jan Fabre bevindt zich in de Seefhoek. In de tuin van zijn ouders staat het tentje waarin hij rond zijn twintigste experimenteerde met insecten. Hij bouwde het in de vorm van een dubbele neus, het reukorgaan. Ruiken is net zoals horen een ervaring, die binnendringt. Zo combineerde hij insecten, afgaande op hun geur. Niet deze woning, maar die in de Lange Beeldekensstraat iets verderop was in 1978-1979 het decor van dit 'Project voor nachtelijk grondgebied'. De tekeningen, gemaakt in de destijds iets grotere tent, hangen nu in de living van Helene en Edmond boven familiefoto's en bibelots. Zij onthullen ook het luchtverversingssysteem dat Fabre voor 'de neus' bedacht. Buiten in het gras is de plaats van de luchtgaten aangegeven met stokjes en rood touw. "De fantasie heeft hij van zijn vader," zegt Helene. "Ik heb hem van alles wijsgemaakt," beaamt Edmond. "De ene keer was ik zeerover, dan cowboy of indiaan." Met alle plezier vertellen ze wat de jonge Fabre zoal uitspookte.

Laboratorium: tot 3 oktober vertrekpunt in het Provinciaal Museum voor Fotografie, Waalse Kaai 47, Antwerpen. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur. Het huis van Jan Fabres ouders is na reservering te bezoeken tussen 15 en 17 uur op 17 en 31 juli, 14 en 28 augustus, en 11 september. Info en reservering: 03/224.85.34. Website: laboratorium@antwerpenopen.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234