Donderdag 22/08/2019

Ode aan een ui

Cebolla, luminosa redoma, pétalo a pétalo, se formó tu hermosura... (Losjes vertaald: Ui, lichtgevende ampul, je schoonheid bloemblaadje voor bloemblaadje gevormd.) Elke avond dreven de klanken van Pablo Neruda's gedicht 'Ode aan de ui' omhoog, langs de gepleisterde, witte, nog nagloeiende muren van Syracuse, ze dreven omhoog totdat ze ons bereikten, twee verse geliefden die elkaar nog geen maand kenden en die het hadden aangedurfd samen op vakantie te gaan; hun eerste, niet hun laatste. We waren novices, wilden alles van elkaar weten, gretig, verkeerden non-stop in elkaars nabijheid, zogen elkaar leeg. Het was geen vuurdoop, het was een vreugdevuur.

En elke avond werd, in de voormalige kerk thans poppentheater naast ons appartement, dezelfde voorstelling gegeven; over het werk van de Chileense dichter Neruda. Elke avond, rond een uur of acht, dromden zo'n twintig man de poort door en verdeelden zich over de stoeltjes. En elke avond leunden wij over de rand, wijn drinkend, luisterend, lachend. 'Ode aan de ui', weet ik nu, is een van Neruda's Odas elementales, waarin hij 'het gewone' bezingt en transformeert tot iets buitengewoons. Destijds ging het Spaans me te snel, maar de kernwoorden begreep ik: ui en schoonheid.

In Malva, de onlangs verschenen roman van Hagar Peeters, wordt het verhaal van de jong gestorven dochter van Neruda, Malva, leven ingeblazen. Malva's misvorming - ze had een waterhoofd - had tot gevolg dat Neruda, de dichter die altijd en overal opkwam voor de rechten van de vertrapten, zijn dochter verwaarloosde en vernederde. De man die in een ui nog een wonder zag - 'voor mij, ui, ben je mooier dan een vogel met een oogverblindende verenbos' - kon in zijn dochter niets anders zien dan het gruwelijk mislukken van de natuur.

Niet op de hoogte van deze navrante geschiedenis (die min of meer door Peeters is ontdekt) liepen mijn geliefde en ik langs de rotsen, waarlangs het water raasde en waarvandaan Italiaanse jongens elkaar opstookten om te springen, wat ze uiteindelijk allemaal deden. De zon stond hoog, we wisten dat we van elkaar hielden maar hadden het nog niet opgebiecht, elk woord was spannend. Om een of andere reden kwamen we te spreken over kinderen (die we allebei niet wilden). Uiteraard ging ik op zoek naar de confrontatie; ik vroeg wat ze zou doen als bij een test zou blijken dat haar (oké, ons) kind zwakzinnig of misvormd was. Dan zou ik aborteren, zei ze streng. Of, als dat te laat is, naar deze rotsen reizen om het kind in zee te werpen. Ik was geïmponeerd; ze had mijn uitdagende vraag verpulverd met haar eerlijke antwoord, en ze had niet eens met haar ogen geknipperd.

Het is een deel van het genoegen van boeken; door te lezen over anderen, worden de contouren van je eigen leven scherper. Ik was onze gestaltes bijna kwijt, lopend langs het water, ons gesprek was bijna vervlogen. Herinneringen die ik dacht kwijt te zijn. Maar vergetelheid, zo leert het meisje Malva me, is geen punt, is geen komma, ze is een puntkomma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden