Woensdag 03/06/2020

Reportage

Ode aan de opwelling: waarom iets spontaan kunnen doen een basisbehoefte is

Dat we leuke dingen moeten gaan reserveren, zoals een dagtrip naar zee, is een domper op de feestvreugde. Als we dingen moeten inplannen, ervaren we ze als minder fijn.Beeld Joren Joshua

De lockdown is versoepeld, maar de frustratie blijft: zorgeloos een uitstap maken of zomaar een pint gaan pakken is er nog altijd niet bij. Katrin Swartenbroux besefte pas hoezeer ze het spontane mist toen ze een ommetje maakte langs een tankstation.

Een vriend tegenkomen, bijkletsen op een terras, een portie kaas bestellen en uiteindelijk blijven zitten voor het diner.

Zeggen dat je naar de kloten wilt, lachen wanneer je ontdekt dat er een dorpje is dat Kloten heet, en daar vervolgens naartoe rijden.

Je nummer aan een onbekende mooie jongen geven. Snel een onbekend winkeltje binnenduiken. Een spontane barbecue, een uitgelopen namiddag, een reünie om twee uur ’s nachts?

Awel ja!

Het zijn woorden die als eerste onder het mondmasker van de lockdown weggemoffeld werden, en die vermoedelijk pas als laatste weer uitgesproken zullen worden. De stilte wordt mij ondertussen oorverdovend.

De maatregelen versoepelen, maar ik voel me nog steeds gewrongen in een keurslijf waarin iedere handeling en elke uitstap weloverwogen en doelmatig is. Mag het iets meer zijn?

Toen ik dit sentiment bij gebrek aan cafétoog op mijn socialmediakanalen deelde, werd ik overspoeld door reacties. Van mensen die zich evenzeer gevangen voelden. Van mensen die snakken naar spontaniteit. Was dit dan toch iets algemeens? En zo ja: wat voor impact heeft dat op ons als maatschappij?

Tegen de muur plakken

In een poging deze gevoelens te valideren dook ik in wetenschappelijke literatuur die me moet verklaren waarom ik me zo gefrustreerd voel, los van het feit dat ik een verwende millennial ben die is opgegroeid met de notie dat alles mogelijk is en dus bijgevolg verwacht dat alles mogelijk is. Ik ben hashtag blessed met nachtwinkels en webwinkels en een appartement in de stad die ervoor zorgen dat mijn wensen ongeacht het uur meteen vervuld kunnen worden. Of ik nu zin heb in een slaapmutsje in het café op de hoek, een waterijsje na het uitgaan of een lichaam om me warm te houden.

Ik ben me dan ook terdege bewust van het privilege dat van deze pagina’s verdampt. Roekeloosheid op zich is een vorm van verwennerij die ik me de afgelopen jaren enkel maar kon veroorloven omdat ik geen loden verantwoordelijkheid heb in de vorm van een peuterversie van mezelf die thuis op me zit te wachten. Omdat ik geld op mijn bankrekening heb staan. Omdat ik toekom met één job en dus af en toe een avond of een weekend vrij heb. Ik kom niet in de problemen wanneer ik mijn lief spontaan tegen de muur plak voor een innige kus, of wanneer ik gewoon, hand in hand, met hem over straat loop. En mijn blanke huid maakt me niet onmiddellijk ‘verdacht’ wanneer ik afwijkend gedrag vertoon.

Allicht mis ik de zorgeloosheid omdat ik me nooit écht zorgen heb moeten maken.

Psychologische studies tonen aan dat mensen die het psychologisch zwaar hebben, het door de band genomen moeilijker vinden om spontaan te zijn. Het omgekeerde – dat minder spontaan zijn leidt tot het psychologisch zwaar hebben – wordt daarmee echter niet aangetoond. Ik scrol door studies over het gunstig effect van psychodrama bij slachtoffers van huiselijk geweld, een therapievorm die wat weg heeft van improvisatietheater waarbij je je brein ‘uitzet’ en er bepaalde verdrongen emoties en herinneringen weer naar boven kunnen komen. ‘Al doende en ervarende komt men tot inzicht’, was een van de basisovertuigingen van grondlegger Jacob Levy Moreno. Door zonder na te denken te reageren in het moment is het ook mogelijk dat er nieuwe oplossingen voor oude problemen komen bovendrijven. Wanneer ik doorklik op improvisatie beland ik automatisch in een urenlange deep-dive in de hersenen van jazzmuzikanten, die tijdens het improviseren blijkbaar bepaalde breinconnectiviteit uitschakelen om zo in de ‘flow’ te geraken.

Wie ooit al eens een artikel over mindfulness heeft gelezen, weet dat die flow een soort mentale heilige graal is waarbij je jezelf volledig onderdompelt in wat je aan het doen bent en waardoor je ook oprecht gelukkiger wordt van datgene wat je aan het doen bent. Mindful je haar borstelen, mindful asperges schillen en mindful de vuilniszakken buitenzetten, zouden onze redding moeten zijn in de burn-outmaatschappij waarin alles (snel) moet en je geen tijd meer neemt voor dingen omdat je mind al ergens anders zit.

De term ‘flow’ werd binnen de psychologie voor het eerst opgeschreven in 1975 door de Hongaarse arts Mihály Csíkszentmihályi, al bestaat het principe al duizenden jaren binnen het taoïsme en het boeddhisme. In zijn boek Proberen niet te proberen argumenteert hoogleraar Chinese wijsbegeerte en cognitieve psychologie Edward Slingerland dat te hard je best doen om dingen als creativiteit, succes of geluk na te streven contraproductief werkt terwijl de kracht van spontaniteit en ongedwongen handelen (door Chinese filosofen wu wei genoemd) juist bijdragen tot creativiteit en een geluksgevoel.

Vrijheid, blijheid

De studies vormen een flinterdunne fundering voor mijn ongefundeerd ongeluksgevoel. Ergens om half drie ’s nachts stoot ik op de quote van de Zwitserse filosoof Henri-Frédéric Amiel: ‘L’analyse tue la spontanéité’ en ik besef dat het schrijven van dit artikel, in een opwelling voorgesteld aan mijn chef, inderdaad niet bevorderlijk is voor mijn algemene malaise. Gelukkig moet ik voor mijn job niet betalen om professionals om bijstand te vragen.

“Ik weet niet of het impulskarakter van alle dingen die je nu opsomt zo belangrijk is”, zegt sociaal psycholoog Alain Van Hiel nadat hij mijn grieven heeft aangehoord. “Veel van wat je beschrijft heeft te maken met onze onderliggende basisbehoeftes. Wanneer je bij vrienden wilt binnenspringen omdat je in de buurt was, heeft dat te maken met een drang naar sociaal contact; wanneer je bij blauwe lucht beslist om naar zee te rijden, heeft dat te maken met een gevoel van vrijheid. En op het vlak van die behoeftes schieten we in deze periode inderdaad wel af en toe tekort.” In de psychologie onderscheidt men drie psychologische basisbehoeftes die fundamenteel zijn voor ons mentaal welbevinden: autonomie, verbondenheid en competentie. 

Maarten Vansteenkiste, professor psychologie: ‘Een voordeel van de maatregelen is dat we nu beter leren beseffen wat we echt willen. Vanuit dat gemis ontdek je wat belangrijk voor je was.’Beeld Joren Joshua

“We merken dat mensen de laatste weken erg veel frustraties ervaren op het vlak van autonomie”, bevestigt professor motivatie- en ontwikkelingspsychologie Maarten Vansteenkiste, die sinds de start van de lockdown bij meer dan 43.000 landgenoten naar onze motivatie om de opgelegde maatregelen te volgen polst. Motivatie die samenhangt met de bevrediging van die basisbehoeftes. “Autonomie, de mogelijkheid om zelf te handelen, is momenteel de basisbehoefte waaraan het minst voldaan wordt. Spontaniteit speelt daarin natuurlijk een grote rol”, weet Vansteenkiste. “Bijvoorbeeld mensen die nu graag hun kleinkinderen willen zien, zouden, als ze spontaan konden handelen, gewoon in de wagen stappen om die kleinkinderen te zien. Maar dat gaat dus nu niet. Ze kunnen niet frank en vrij beslissen, en dat zorgt voor frustraties.”

Het is dan ook frappant dat een gebrek aan spontaniteit een van de belangrijkste psychologische oorzaken is van een dip in de motivatie om de richtlijnen te volgen. “Het dragen van mondmaskers staat volgens onze respondenten de spontane en authentieke interactie in de weg. We zijn niet zo gemakkelijk te verstaan en we voelen minder snel een ‘klik’ met anderen. We hebben ook het gevoel dat we niet geheel onszelf kunnen zijn. Alsof we ons meer een vreemde voelen in ons eigen lichaam”, vertelt Vansteenkiste. Bovendien beïnvloeden de verschillende basisbehoeftes elkaar: omdat we niet in groep kunnen samenkomen, tast dat ook onze verbondenheidbehoefte aan. Maar ook: wie zich meer verbonden voelt met de overheid, zal zich meer vrijwillig (en dus autonoom) inspannen om de maatregelen te volgen.

Noodzakelijke balans

Ik weet niet hoe verbonden ik me voel met Sophie Wilmès – ik heb haar in ieder geval nog geen volgverzoek gestuurd op Instagram om haar andere lives ook te volgen – maar ik weet wel dat ik sinds de versoepeling van de maatregelen juist meer frustraties ervaar. Alsof het leven weer opstart, maar binnen netjes omlijnde, van uitroeptekens voorziene kaders, zonder de rafelige, vage randjes van alledag.

Ja, ik kan gaan wandelen, maar best niet te lang want wat als ik moet plassen? Waar ik en mijn gekantelde blaas doorgaans kwamen aanwaaien bij vrienden of een cafeetje in doken, heb ik nu al twee keer tussen auto’s moeten neerhurken. Ik ben er niet trots op, maar ik offer mijn imago graag op in ruil voor een agendapunt op de volgende Veiligheidsraad. Ook mijn ouders zien, is in principe weer toegestaan, maar dan wel op hun stadsterras, waar ik vroeger zonder aankondiging gewoon kon binnenvallen terwijl ik nu rekening moet houden met het weer en of ik eraan gedacht heb mijn eigen glazen en bestek mee te nemen. Dat ik hen niet kan knuffelen voelt frustrerender nu er geen scherm tussen ons zit, en wanneer ik een vriend tegenkom op straat vind ik het haast makkelijker om te doen alsof ik hem of haar niet herkend heb, dan om de aarzelende anderhalvemeterdans uit te voeren.

Dat we nu leuke dingen, zoals gesprekken met vrienden en binnenkort ook een dagtripje naar zee, moeten reserveren, blijkt een behoorlijke domper op de feestvreugde. Verschillende wetenschappelijke studies toonden al aan dat wanneer we activiteiten inplannen, we ze als minder fijn en ontspannend ervaren en dat we er minder naar uitkijken. In ons hoofd worden ze onderdeel van onze to-dolijst, in ons taalgebruik laten we ons ontvallen dat we “straks nog moeten gaan lunchen met een vriendin van vroeger”.

Tegelijkertijd halen de meeste mensen ook comfort uit een planmatig bestaan, zegt Van Hiel. “Wie nood heeft aan houvast, gaat daar doorgaans een deel van zijn vrijheid voor opofferen, omdat regels, structuur en duidelijkheid ons deugd doen – tot op zekere hoogte. Vrijheid kan zwaar zijn om te dragen, omdat alle verantwoordelijkheid en iedere beslissing dan bij jezelf komt te liggen.” Van Hiel verwijst naar De angst voor vrijheid, het werk van psycholoog Erich Fromm uit 1941 waarin hij beschrijft waarom mensen soms wegvluchten van vrijheid, omdat ze zekerheid en comfort willen. “Het is een wisselwerking tussen zekerheid en onzekerheid, een noodzakelijke balans.” Wie dus, kortom, een deugddoend gevoel van vrijheid wil ervaren, kan dat enkel maar tegen de wetenschap van wat onvrijheid is. Wanneer de maatregelen nog meer zullen versoepelen, zal dat eerste pintje op een terras beter smaken dan alle pintjes die we ervoor achteroverkapten. En zal die eerste omhelzing met je grootouders in je geheugen gegrift staan.

“Er is een verschil tussen mensen die vroeger, voor de lockdown, bewust plezier haalden uit spontaan even halt houden bij een bankje, en mensen die nu ineens zeggen hoe hard ze dat missen. Ik denk dat die laatste groep significant groter is dan die eerste”, zegt Van Hiel. “Veel van dat gemis heeft immers te maken met het feit dat het niet meer mag, waardoor we het ook meer naar waarde schatten. Je weet doorgaans niet wat je hebt tot het weggenomen wordt”, citeert de hoogleraar onrechtstreeks Janet Jackson in haar hit ‘Got ‘til It’s Gone’.

Akkoord, ik heb mijn derrière vaker op terrasstoelen dan op openbaar parkmeubilair neergevlijd. Maar het idee dat ik de theoretische mogelijkheid niet meer heb om, bijvoorbeeld, onderweg van de winkel naar huis even halt te houden bij een zonovergoten plekje om een van de appels die ik net heb gekocht smakelijk weg te peuzelen – zonder dat ik moet nadenken over hoe ik die appels eerst grondig moet schoonschrobben (blijkbaar ook al een ding voor de coronacrisis, maar ik leef nog) – en dat zitten op openbare bankjes nog steeds verboden is tenzij ik mijn quarantainekilo’s kan vermommen als een zwangerschapsbuikje, speelt me wel degelijk parten. Misschien omdat ik het nu juist naar waarde leer schatten. Omdat ik niet wist hoe belangrijk het hebben van mogelijkheden voor me was. Omdat ik niet wist hoeveel geluk ik had. En dat is niet meer dan normaal, zegt ook Maarten Vansteenkiste.

“Een voordeel van deze maatregelen – los van de overduidelijke gezondheidsredenen – is dat we nu beter leren beseffen wat we echt willen. Vanuit dat gemis ontdek je wat belangrijk voor je was, en vandaaruit kan de motivatie ontstaan om daar spontaner naar te handelen. Weten wat je wil, in contact staan met je emoties, voorkeuren en waarden zijn belangrijke voorwaarden voor spontaniteit. Het is het gevoel dat je jezelf kunt zijn, dat je je eigen gevoelens en voorkeuren als leidraad kunt nemen. Dus in wezen zou je kunnen zeggen dat het missen van spontane acties je drang naar spontaniteit nog meer aanwakkert”, vertelt Vansteenkiste. “Het is een moeilijk evenwicht, maar voor ons psychologen is dit puur onderzoekstechnisch gezien een fantastische periode om te zien hoe fundamenteel die basisbehoeftes zijn, en hoe frustraties daarvan aan de basis liggen van de gemelde toename van slaapproblemen en depressieve klachten. Ook bij mensen die bijvoorbeeld niet structureel geraakt worden, maar die gewoon, zoals jij, hun vrijheid missen.”

Tranen met pudding

In de Verenigde Staten wordt die vrijheid aangewend als drogreden om te protesteren tegen de broodnodige lockdownmaatregelen. Zo ver wil ik zelf niet gaan, want ik begrijp het nut en de noodzaak van de maatregelen. Ik wil fouten maken die resulteren in een kater of blaren op mijn voeten, maar nooit beslissingen nemen die het leven van andere mensen in gevaar brengen. Vorige week liep ik er de kantjes van af. Of beter: mijn lief reed er de kantjes van af. Er waren immers spullen nodig voor De Kat. En in plaats van de traditionele weg te nemen, gingen we voor de lange route, de route die langs het tankstation loopt. We zijn gestopt. De winkels waren net open, zij het niet voor het zogenoemde funshoppen.

Op het moment dat ik de mokka-eclairs uit de koel­toog nam en me verwonderde dat ze naast de boterhammen met salami lagen, besefte ik nog niet hoe essentieel die aankoop voor me was. Maar toen we daarna over de snelweg reden met de zon laag, zijn hand op mijn been en mijn mond vol pudding, traanden mijn ogen. Omdat het leven even, voor drie minuten, weer een beetje normaal voelde. Omdat ik het gevoel had dat er nog mogelijkheden waren.

Ja, het mag iets meer zijn, al blijken vier pagina’s lang niet voldoende om een ode te schrijven aan de zaken waaraan we vroeger zo weinig woorden moesten vuilmaken.

Nog eentje.

Nog eventjes.

Hier?

Zin in?

Awel ja.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234