Woensdag 25/11/2020

Ode aan de onzuiverheid

Als zanger van Talking Heads en later als soloartiest heeft David Byrne zich altijd geopenbaard als een onvermoeibare muzikale ontdekkingsreiziger. Mexicaanse punk, oriëntaalse disco, Venezolaanse cozadera, Angolese pop: sinds 1989 zijn het ingrediënten van zijn eigen platenlabel Luaka Bop, waarop inmiddels al drie dozijn cd's zijn verschenen. Na distributieproblemen met Warner is het bedrijfje nu aan een tweede adem toe en in de loop van dit jaar wordt zijn hele muziekcatalogus heruitgebracht. 'Bastaardmuziekjes zijn een teken van deze tijd,' vindt de excentrieke platenbaas. 'Luaka Bop is mijn ode aan de onzuiverheid.'

Het is begonnen als pure liefhebberij," vertelt David Byrne over de oorsprong van zijn auditieve oase. "Ik kocht regelmatig Cubaanse en Braziliaanse elpees en puurde daar compilatiecassettes uit voor mezelf en voor mijn vrienden. Zulke collecties kon je in Europa of de Verenigde Staten nergens kopen, dus bedacht ik na een poosje: 'Misschien houden andere mensen hier ook wel van? Misschien moet ik eens proberen of ik de licentierechten voor die songs te pakken kan krijgen, zodat ik een heel nieuw publiek met die muziek kan doen kennismaken.' Dat bracht de bal aan het rollen. Zolang ik alleen verzamelplaten uitbracht, kon ik probleemloos mijn zin doen. Sinds ik zelf artiesten onder contract heb, is er natuurlijk wel wat veranderd. Muzikanten willen nu eenmaal ook hun zeg hebben over wat er op hun plaat komt en over hoe de hoes eruit zal zien.

"Pas nadat ik enkele jaren erg instinctief met mijn label bezig was geweest, begon ik er een lijn in te ontdekken: vrijwel alle bands waar ik mee werk, zijn op zoek naar een evenwicht tussen hun eigen, traditionele cultuur en wat je gemakshalve de moderne global culture zou kunnen noemen - niet alleen in hun muziek, maar ook in het dagelijkse leven. Ze houden dus van de regionale ritmen waarmee ze zijn opgegroeid, maar ook van de experimentele productietechnieken die ze hebben opgepikt uit de westerse popmuziek."

Met Luaka Bop slaagde Byrne er niet alleen in zijn vriendenkring uit te breiden, hij confronteerde het publiek ook met klanken waar het anders wellicht nooit mee zou hebben kennisgemaakt. Toch is iedere zendingsdrang hem vreemd. "Ik ben geen missionaris die aan goede werken doet of anderen ergens van wil overtuigen," zegt hij. "Ik doe dit louter voor mijn eigen voldoening, omdat ik het prettig vind mijn muzikale ontdekkingen met vrienden te delen. Het is een beetje zoals tijdens mijn middelbareschooltijd: als ik een plaat kocht, liet ik er ook mijn klasgenoten naar luisteren. Maar ik was wél diegene die ze het eerst had gehoord. Die pioniersfunctie streelde mijn ego."

De jongste tien jaar heeft Luaka Bop zich in diverse richtingen vertakt en bracht David Byrne zowel muziek uit Afrika en Latijns-Amerika uit, als werk uit Portugal, India en Japan. "Wat de meeste van onze releases gemeen hebben is een aanstekelijke groove," legt hij uit. "Op de cd's die we uitbrengen hoor je de invloed van Afrika op de hedendaagse wereldcultuur. En die zit vooral in het ritme."

Luaka Bop is een soort dagboek waar de voormalige Talking Head zijn muzikale ontdekkingen in noteert. De allereerste cd op zijn label, de compilatie Beleza Tropical waarmee de reeks Brazil Classics boven de doopvont werd gehouden, had zelfs een onmiskenbare invloed op zijn eigen Rei Momo.

Byrne knikt bevestigend. "Ik gebruikte ritmen afkomstig van diverse plekken in Latijns-Amerika en gooide er mijn eigen teksten en melodieën overheen. Niet dat het altijd werkte, maar nu en dan leidde het tot boeiende kruisbestuivingen. Op dat ogenblik waren er nogal wat Latijns-Amerikaanse bands die krampachtig als U2 probeerden te klinken. En daar kwam plots die westerse bleekneus uit Talking Heads die zich spiegelde aan Pérez Prado en zijn songs kruidde met ingrediënten uit de muziek waar vroeger hun ouders naar luisterden. Vreemd. (lacht) Maar het bracht wel een heleboel muzikanten op het idee verschillende muziekstijlen met elkaar te gaan vermengen. Een techniek waar ik in de loop der jaren beter in ben geworden. Het begon als een intellectuele oefening, maar nu ik al die stijlen en ritmen eenmaal heb geabsorbeerd, zijn ze als een tweede natuur voor mij. Als ik nu een song schrijf, komt die mix veel spontaner en organischer."

David Byrne benadrukt dat het nooit zijn bedoeling is geweest de Angelsaksische hegemonie in de populaire muziek te doorbreken. "Ik dacht alleen maar: luister, hier heb je enkele fantastische grooves, die minstens zo opzwepend klinken als die uit funk, zydeco of alle andere grooves waar ik in New York mee om de oren word geslagen." Toch zijn er bij Luaka Bop ook een hoop platen verschenen waarop ritme slechts een secundaire rol speelt. Hoe past de muziek van Jim White of Mimi Goese in het plaatje?

"Goede vraag," lacht Byrne. "Er zijn inderdaad een paar vreemde eenden in de bijt. Mimi valt nog niet eens zo erg uit de toon: ze vermengt performance art op een interessante manier met elektronica en is ook nog een uitstekende zangeres. Maar je hebt gelijk: sommige dingen vallen nauwelijks te rijmen met de rest van de catalogus: folksinger Jim White, de Algerijnse Djur Djura, de Portugese fadozanger Paulo Bragança. Het is wél allemaal fantastische muziek, dus..."

Intussen heeft Luaka Bop muziek uit alle windstreken uitgebracht. Daarvoor diende David Byrne te onderhandelen met lieden die verschillende talen spreken, uiteenlopende culturele achtergronden hebben en er diverse manieren van zakendoen op na houden. "Communicatieproblemen?" Hij zucht. "Tja, mensen van buiten de VS of Europa hebben er duidelijk moeite mee besprekingen te voeren via e-mail, fax of telefoon; ze wantrouwen virtuele relaties. Dus kun je met hen alleen contracten afsluiten door naar hen toe te reizen en samen rond de tafel te gaan zitten. Het is ook al gebeurd dat ik door praktische obstakels van bepaalde projecten moest afzien. Vier jaar geleden wilde ik bijvoorbeeld een compilatie met Latin rock uitbrengen, maar die plaat is er nooit gekomen omdat een aantal van de betrokken labels niet mee wilde werken."

Ondanks het wurgende Amerikaanse embargo tegen het land van Fidel Castro, dat tot vandaag standhoudt, slaagde Byrne er in de vroege jaren negentig in de reeks Cuba Classics op te zetten. "Dankzij een gewiekste advocaat ontdekten we een gaatje in de Amerikaanse wetgeving waardoor we bestaande Cubaanse opnamen in licentie konden uitbrengen. Muzikanten betalen voor nieuwe opnamen was toen nog niet toegelaten. Vandaag mag dat wel. Maar ik had in Mexico en Colombia een paar ongelooflijke Cubaanse bands aan het werk gezien en wilde die muziek absoluut aan de wereld laten horen. De Luaka Bop-verzameling van singer-songwriter Silvio Rodríguez was dus de eerste Cubaanse plaat in dertig jaar die officieel uitkwam in de VS. Dat project deed deuren opengaan, zodat we kort daarna ook verzamelaars als Dancing with the Enemy en Diablo al Infierno op de markt konden brengen.

'De archieven van het Cubaanse staatslabel EGREM waren toen al een heuse schatkamer, maar door de vinylschaarste in Cuba kon je nergens de platen kopen. Als er in de jaren zeventig of tachtig een elpee uitkwam, was die hooguit een maand verkrijgbaar: was de eerste oplage uitgeput, dan kwamen er geen nieuwe persingen meer bij. Het gekke is dat bepaalde songs desondanks sterk leefden bij de bevolking: iedereen kende ze, iedereen kon ze zingen, maar voor iemand als ik viel er, door het gebrek aan vinyl, gewoon niet aan te komen. Iets soortgelijks heb ik vastgesteld in Brazilië. Pas sinds de komst van de cd zijn sommige van die oudere spullen weer mondjesmaat verkrijgbaar."

Een van de grote verdiensten van Byrnes bedrijfje is dat het artiesten heeft opgevist, zoals de Braziliaan Tom Zé, die zelfs in hun eigen land vergeten dreigden te worden. Zé, een pionier van de baanbrekende tropicalismo-beweging uit de jaren zestig, stond op het punt zich definitief uit de muziek terug te trekken op het moment dat hij door Luaka Bop werd benaderd. "Jep. En wat begon met een overzicht van zijn oudere werk, mondde uiteindelijk uit in concerten en nieuwe opnamen. Tom Zé heeft nu een publiek in Brazilië, iets wat hij vroeger nooit heeft gehad, en wordt er door jonge artiesten als een vaderfiguur beschouwd. Een krasse evolutie, want tien jaar geleden werd ik nog door verontwaardigde Brazilianen aangeklampt, die zeiden: 'Er wordt in ons land zoveel prachtige muziek gemaakt. Waarom heb je er uitgerekend die rare snuiter uitgepikt?' Maar ik heb er nog geen minuut spijt van gehad. Wat hij doet sluit namelijk aan bij heel diverse tradities, van Stravinsky en Bartók tot Beefheart en Zappa. Alleen: hij benadert al die dingen vanuit een unieke Braziliaanse zienswijze."

Als aanvulling op de Classics-reeksen met muziek uit Azië, Brazilië, Cuba en Peru lanceerde David Byrne enkele jaren geleden ook een reeks onder de enigmatische noemer Adventures in Afropea.

"Afropea is de naam die ik zelf heb bedacht voor een virtueel continent," lacht Byrne. "Daarbij was mijn uitgangspunt dat het nieuwe Europa eigenlijk een geafrikaniseerd Europa is. Het maakt momenteel ingrijpende veranderingen door, onder invloed van zijn migrantenpopulatie: de Angolezen en Kaapverdiërs in Portugal, de Arabieren in Spanje, de Algerijnen in Frankrijk, de Jamaicanen en Nigerianen in Groot-Brittannië, de Marokkanen en Zaïrezen in Brussel... Al die groepen drukken hun stempel op de cultuur van de vroegere kolonisator. Een gevolg daarvan is dat bijvoorbeeld de eetgewoonten beginnen te veranderen. Europeanen vinden het nu heel gewoon uit eten te gaan in een couscousrestaurant. Ze beschouwen het niet langer als iets exotisch, maar als iets dat is ingeburgerd in hun dagelijkse leven. Die evolutie is opmerkelijk én verrijkend, omdat ze openheid en tolerantie stimuleert."

Individuele artiesten zoals de Angolees Waldemar Bastos of de Afro-Peruaanse Susana Baca kwamen bij Luaka Bop pas aan eigen platen toe nadat de muziekscenes waar ze vandaan kwamen eerst door een paar overzichtsplaten waren belicht. Alsof Byrne hen pas wilde introduceren nadat hij voor hun muziek een context had gecreëerd. "Klopt. Maar die compilaties waren voor ons als platenmaatschappij ook een middel om het vak te leren: hoe maak je een mooie hoes? Hoeveel pagina's mag het cd-boekje tellen? Hoeveel kost het om een cd te masteren? Het is beter die dingen uit te vissen zonder je artiesten als proefkonijnen te gebruiken."

David Byrne richtte Luaka Bop in de eerste plaats op omdat hij een muziekliefhebber was, maar wie een platenlabel leidt dient tot op zekere hoogte ook een zakenman te zijn. Loopt de ene hoedanigheid de andere soms niet in de weg? "O, voortdurend," geeft hij toe. "Al spring ik heel vaak in de bres voor de artiesten. Maar we zijn een klein bedrijfje, dus vertel ik hen dat ze oog voor de realiteit moeten hebben. Ze mogen van mij altijd hun zin doen, ook al bereikt hun muziek slechts een klein publiek. Zolang ze maar beseffen dat bij een geringe platenverkoop de opbrengst navenant is. Dat is een eenvoudige rekenkundige oefening. Wie een gezin te onderhouden heeft, moet dus andere manieren zoeken om aan geld te komen."

Byrne heeft al herhaaldelijk te kennen gegeven dat hij een hekel heeft aan de term wereldmuziek, al is die afkeer blijkbaar relatief. "Ik herinner me nog dat men ons, in de beginperiode van Talking Heads, een punkband noemde. Ik kon me daar enorm over opwinden, maar achteraf bekeken heeft dat etiket ons geen kwaad gedaan. Integendeel: het zorgde ervoor dat mensen naar ons gingen luisteren, omdat punk toen de talk of the town was. Later ging het publiek zelf wel inzien dat wij als band een eigen karakter hadden. Het maakt dus niet uit hoe men je muziek catalogiseert, op voorwaarde dat de specifieke artiesten of groepen achteraf de kans krijgen die enge categorieën te overstijgen en op hun merites te worden beoordeeld."

Ongeveer op hetzelfde moment dat David Byrne in New York Luaka Bop oprichtte, stampte Peter Gabriel in het Engelse Bath zijn Real World-label uit de grond. Is er sprake van een verwantschap?

"Zeker. Al vind ik dat we nu veel meer gemeen hebben dan in het begin. Real World was aanvankelijk etnografischer georiënteerd: het ging hun veel meer om traditionele muziek, terwijl wij altijd mengvormen van oud en nieuw hebben nagestreefd. Maar de jongste jaren is Real World ook meer en meer die kant opgegaan. We voeren dus een vriendschappelijke competitie. Er bestaat een onderlinge rivaliteit, maar tegelijk zijn we geestverwanten."

Uiteraard is Luaka Bop ook de uitlaatklep voor Byrnes eigen activiteiten. Momenteel sleutelt de artiest volop aan een opvolger voor zijn jongste cd, Feelings, die inmiddels al uit 1997 dateert. Op die nieuwe plaat is naar zijn zeggen een sleutelrol weggelegd voor het Balanescu String Quartet. "Ik heb een hoop songs geschreven waarin ik funkgrooves en Braziliaanse percussie combineer met violen en trombones, en waarin ik haast geen gitaren meer gebruik. Maar de plaat is nog niet af. Het kan dus nog alle kanten uit."

De jongste jaren liet David Byrne zijn songs af en toe remixen door mensen uit de technoscene, onder wie DJ Food, Mark Saunders en The Thievery Corporation. "Het is een soort muziek waar ik thuis, in mijn eigen studio, soms mee experimenteer," zegt hij. "Tijdens het schrijfproces gebruik ik wel synths en loops, maar vaak gooi ik die achteraf weg omdat ik een organischer geluid nastreef, of omdat ik meer nadruk wil leggen op de groove. Techno is vrij artificiële muziek, maar ik ben ervan overtuigd dat ik ze in mijn voordeel kan gebruiken. Alleen ben ik er nog niet helemaal achter hoe."

Virgin is momenteel bezig aan een uitgebreid rereleaseprogramma van Luaka Bop-cd's. Scratch That Itch, een dubbele overzichtscompilatie, verschijnt in september. Susana Baca concerteert op dinsdag 24 oktober in de Brusselse AB.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234