Zaterdag 31/10/2020

Ode aan de brokken-piloot

'Aan hen die zijn gevallen voor de glorie der automobielsport.' In de jaren twintig van de vorige eeuw kon je een standbeeld al verdienen door je bolide aan hoge snelheid tegen een boom te plakken.

Voor René de Buck, zeggen de letters. Ses amis.

In die jaren deed men nog niet zo aan tweetaligheid, en zeker niet bij de Royal Automobile Club de Belgique (RACB), milde schenker. Het kunstwerk, van beeldhouwer Pierre de Soete, werd neergezet langs de drukke Lambermontlaan in Schaarbeek. Een koperdief ging al aan de haal met het bronzen medaillon van René de Buck. Ook de geheven rechterarm, brenger van de in 1928 nog vrij onschuldige olympische groet, is verdwenen.

"De arm is geamputeerd tot aan de elleboog", zegt Schaarbeeks schepen van patrimonium Cécile Jodogne. "Momenteel zijn wij via het Fonds voor het Erfgoed middelen aan het zoeken om het werk te restaureren. Mensen kunnen doneren." Misschien ligt het aan concurrentie met andere goede doelen, maar tot nu toe doneerde niemand.

René de Buck was autopiloot. Hij reed met een Impéria en werd niet ouder dan 32. Tijdens een verkenningsrit voor de Grote Prijs der Landsgrenzen in Chimay werd een nagel op het wegdek hem fataal. Het was 8 mei 1927. De wereld van de automobiel was in diepe rouw.

Het standbeeld zou oorspronkelijk in Chimay worden neergezet, op de plaats waar de Impéria tegen de boom knalde, maar in Chimay wilden ze het beeld niet. De RACB heeft er lang mee lopen zeulen, en binnen de club rees de vraag waarom René de Buck wel een standbeeld verdiende en bijvoorbeeld niet John Wilford, Joseph Christiaens, Theo Pilette, Baron Jean de Woelmont, Henri Matthys of Freddy Charlier.

Deze onfortuinlijke heren, racende edellieden, waren evengoed verongelukt in het verkeer. Een locatie werd dan toch gevonden in Schaarbeek en bij wijze van compromis werden alle namen vermeld op de achterkant: 'Aan hen die zijn gevallen voor de glorie der automobielsport.'

Starend naar het beeld, ben je geneigd verwondering te proeven. Verwondering, over zoveel nieuwigheden in een snel veranderende wereld. 1927 was het jaar van het eerste trans-Atlantische telefoongesprek en de eerste Walt Disneytekenfilm met geluid. Van het besef, ook, dat het tarten der natuurwetten niet altijd zonder gevaar is. De namen op de sokkel klinken als die van martelaren in een wereld die nog moet leren leven met het concept verkeersongeval.

Maar dat is gezichtsbedrog. Er is een reden waarom het beeld niet welkom was in Chimay.

Zweepslagen

In zijn boek De blijde intrede van de automobiel in België 1895-1940 vermeldt historicus Donald Weber (Amsab) statistieken over verkeersdoden in België. In 1927 waren het er 690. Bijna exact zoveel als vandaag. "Met slechts honderdduizend auto's in het verkeer, tegenover zes miljoen nu", zegt Weber. "Om u te zeggen: de auto veroorzaakte in de late jaren twintig gruwelijk veel ellende. De automobilisten zelf waren misschien verwonderd over wat een ongeval kon aanrichten, Jan met de pet absoluut niet."

"Tot 1925 mochten auto's in België niet harder rijden dan dertig per uur. Onder invloed van de autolobby was die limiet opgeheven en mocht iedereen onbeperkt racen. In de kranten verschenen vreselijke verhalen over de Heren Doodrijders. Reed een auto door een dorp, dan gooiden kinderen met stenen. Parkeerde een auto met open dak aan het station, dan riskeerde hij een zweepslag van de koetsier.

"In Berlijn is een automobilist onthoofd nadat iemand een stalen kabel over de weg gespannen had. Dat is ook eens gebeurd in Namen, met een touw. Ja, de automobilisten gedroegen zich ook monsterlijk. Het kwam vaak voor dat een fietser van de weg werd gereden. Omdat, argumenteerde de chauffeur dan, hij de doorgang verhinderde."

Volgens de historicus moet 690 verkeersdoden een onderschatting zijn geweest. Veel ongevallen werden niet geregistreerd en waar dat gebeurde, kan de methode op z'n minst weinig wetenschappelijk worden genoemd. "Er moest altijd een oorzaak worden vermeld, een schuldige. Weet u wat in die jaren de vaakst vermelde oorzaak was? Overstekende voetganger."

Schot in het gezicht

En toen was er het Drama van Bouvignes. Een jongen genaamd Vigneron, die pas vier maanden eerder zijn eerste autorit gemaakt had, had in Dinant vijf pinten en een vermout achterovergeslagen. Hij joeg zijn auto aan een rotvaart door de straatjes van het dorp. Krantenbericht: 'Hij schoot het trottoir op en verloor de controle over het stuur, omdat hij per vergissing op het gaspedaal duwde in plaats van de rem. Hij schuurde 50 meter langs de gevels, verpletterde een vrouw die op een stoel voor haar deur op het voetpad zat, en reed zich te pletter tegen een muurtje. Vigneron, buiten zinnen, sprong uit de wagen en rende weg, zo hard als zijn benen hem dragen konden.'

De echtgenoot van de vrouw had alles zien gebeuren vanuit een herberg. Hij rende naar buiten, nam zijn geweer en stapte naar het wrak, waar een vriend en de vader van Vigneron zich versuft zaten af te vragen wat hen was overkomen.

"Hebt gij dit gedaan?"

"Neen", zei de vriend.

Het schot raakte vader Vigneron recht in zijn gezicht.

De zaak gaf aanleiding tot een breed maatschappelijk debat, zeker toen de weduwnaar zich in de rechtbank zag vrijgesproken op grond van "verschonende omstandigheden" en de brokkenpiloot wél in de gevangenis belandde. De Royal Club Automobile de Belgique sprak in z'n ledenblad van terreur en riep op tot steun uit voor de jongeman, die zijn vader had verloren en al bij al "maar een beetje onvoorzichtig" was geweest.

Deze club bracht ons dit standbeeld. Uit diezelfde periode dateert een betoog van Alfons Persijn, chef van de Dienst Wegverkeer bij de RACB, in datzelfde ledenblad. Het is 1931 en hij schrijft:'Welnu, zij die de auto gebruiken, weten hoe gevaarlijk een fietser is op de weg.'

René de Buck en de zes anderen zijn niet de enige brokkenpiloten voor wie een standbeeld is opgetrokken. Langs de N10, in de buurt van Poitiers, staat een kleine obelisk ter ere van Marcel Renault. Hij, telg uit de grote autofamilie, kwam in 1903 om het leven tijdens de automobielkoers Parijs-Madrid. De race werd ter hoogte van Bordeaux stopgezet na een totaal van acht doden: vijf racers, drie toeschouwers.

Autoraces buiten circuit werden na 1903 in de meeste landen verboden. Alleen in de Ardennen, op evenementen als de Grote Prijs der Landsgrenzen in Chimay, kon het nog. Dit is wat dit standbeeld ons werkelijk vertelt. Ooit woedde er een oorlog tussen de zwakke en de sterke weggebruiker. Dit is een ode aan de sterke.

Een paar dagen na ons telefoontje met schepen Cécile Jodogne bereikt ons een droeve mare. Het beeld is weg. "We zijn eens gaan kijken en men meldde ons dat het beeld dreigde om te vallen", zegt het diensthoofd. "De situatie dreigde gevaarlijk te worden voor de weggebruiker."

Het beeld ligt nu, in vier componenten, in de gemeentelijk werkplaats te wachten op donateurs.

Volgende week: 6 ton rots uit Marche-les-Dames, Beringen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234