Woensdag 01/04/2020

Interview

OCAD-baas Paul Van Tigchelt: "Luik was het slechtst denkbare scenario. Echt afschuwelijk"

Paul Van Tigchelt is de topman van het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD).Beeld Stefaan Temmerman

"Druk." Voor velen is dat het obligate antwoord op een obligate vraag. Bij OCAD-baas Paul Van Tigchelt (44) is het menens. Sinds de driedubbele moord in Luik draait zijn anti­terreur­orgaan overuren. "Luik was het slechtst denkbare scenario. Echt afschuwelijk."

De raid van Benjamin Herman voelt voor Paul Van Tigchelt en zijn tachtig medewerkers van het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) als een verloren veldslag. “Ik heb veel en hard gevloekt. Op 29 mei en lang daarna. Zeker een week ben ik er niet goed van geweest. Wie zo’n aanslag wil bestrijden, moet haast het onmogelijke doen. Deze job kan zeer frustrerend zijn. Al motiveert dit ook om nog harder te strijden.

“Ik wil mijn paraplu niet opentrekken, maar zo’n raid voorkom je niet met repressie alleen. Jongeren moeten vooral weerbaarder worden tegen die schijn­ideologie. Dat klinkt wollig, ik weet het, maar hoe langer ik deze job doe, hoe wolliger ik word.”

Maakt u er zich niet te makkelijk vanaf? Benjamin Herman stond in drie rapporten. Moest hij dan niet op de OCAD-lijst staan?

Paul Van Tigchelt: “Neen. Op basis van de beschikbare informatie was daar niet eens een discussie over. Dat hij in de gevangenis zat, dat hij bad en rondhing met enkele radicale moslims, was niet voldoende om aan te nemen dat hij een aanslag zou plegen.”

Is het een juiste inschatting dat alle daders na de aanslagen van 22 maart 2016 allemaal hetzelfde profiel hebben? Het gaat dan om de messen­trekker in Charleroi, de terrorist die zichzelf opblies in Brussel-Centraal, de Somali en de schutter in Luik.

“Klopt. Voor Herman loopt het onderzoek nog, maar allemaal lijken het loners met een flinter­dunne link met IS. Ze hebben nooit een voet in Syrië gezet. Bij de dader in Brussel hebben we wel een standaard­brief gevonden waarin hij trouw zweert aan het kalifaat, maar die kan een kind van 12 van het internet plukken.”

Waarom is de radicalisering van de Luikse schutter niet opgemerkt?

“De vraag is wat hem precies getriggerd heeft. Deze daders zijn het moeilijkst op te sporen, en toch gaat van hen op dit moment de grootste dreiging uit. Het klinkt raar, maar 22 maart was een duidelijk afgebakend verhaal. Dat was een cel uitgestuurd door Raqqa om hier toe te slaan. Meteen was het de laatste aanslag van die aard op Europees grondgebied. Bij terrorisme dachten we vroeger altijd aan minutieuze voorbereidingen. Nu vol­staat één psychisch labiele persoon met een mes of een auto. Zowel de daders, de doelwitten als de modus operandi zijn zeer diffuus geworden.

“Vroeger werden deze mensen gerekruteerd op straat, door bijvoorbeeld een Fouad Belkacem. Nu gaat het veeleer via sociale media. Het gaat stuk voor stuk om kwetsbare mensen. Ze zijn eenzaam, hebben zelfmoordneigingen, depressies of andere mentale problemen. Terreur geeft weer zin aan hun leven. Dat ze zullen sterven deert niet, want ze hebben de binnenweg naar de absolutie gevonden. Grote ideologen zijn dat niet, hun geloof bestaat uit slogans.”

Paul Van Tigchelt: ‘Justitie en politie gaan de vervreemding van veel moslim­jongeren niet tegenhouden.’Beeld Stefaan Temmerman

Was het wel wijs om in januari het dreigings­niveau van drie naar twee te verlagen? Zeker na wat er gebeurd is in Luik, Trèbes en Parijs?

(diepe zucht) “Ja. Mijn verantwoordelijkheid is niet het hoogst mogelijke, maar het laagst mogelijke dreigingsniveau in te stellen. Steek ik daarmee mijn nek uit? Het zal wel zijn, maar dat is mijn job. Op basis van onze info en onze methodologie was die beslissing een evidentie. De propaganda neemt af. Sinds de nederlaag van het kalifaat krijgen we ook minder meldingen binnen van potentiële aanslagen. Maar, zoals ik in januari al waarschuwde, het jihadi-salafisme is verre van dood, en de voedingsbodem en drijfveren voor extremisme en terrorisme zijn nog aanwezig.

“Bij het OCAD proberen we de geradicaliseerden zo juist mogelijk in te schatten via alle rapporten die we binnen­krijgen. We hebben steeds meer informatie, en steeds meer mensen op de radar, omdat alle betrokkenen altijd maar beter samenwerken. Die
multi-agency approach draait ook vlotter.

“In de nieuwe omzendbrief van ministers Geens en Jambon staat ook hoe alle diensten moeten samenwerken, van de lokale integrale veiligheids­cellen (LIVC) tot de lokale task forces (LTF). Het is nu vooral de kunst om de juiste naald uit de hooiberg te halen. Om de juiste geradicaliseerden prioriteit te geven.”

Als die samenwerking zo vlot verloopt, waarom wist de burgemeester van Verviers dan niet eens dat Fouad B. al maanden vrij rondliep in haar gemeente?

“Als de burgemeester naar het OCAD wijst omdat ze geen informatie heeft, moet ze hier maar eens op de koffie komen en zullen we haar alles uitleggen. Want eigenlijk zou de lokale politie haar op de hoogte moeten houden.”

Muriel Targnion is niet de enige. Ook Bart Somers en Hans Bonte klagen over een gebrek aan informatie.

“Maar die informatiedoorstroming is er. Dat is geen mening, dat is een feit! De Mechelse burgemeester wil zes maanden op voorhand weten wanneer zijn geradicaliseerde inwoners vrijkomen. Wel, daar zullen we zeker over nadenken. Het kan wel enkel voor mensen die hun straf hebben uitgezeten. Ook van penitentiaire verloven en uitgaansvergunningen is de lokale politie op de hoogte. Maar we kunnen nu eenmaal niet naast al die mensen permanent een agent zetten.”

Dit jaar komen er 28 extremisten vrij, zoals de beruchte haat­propagandist Jean-Louis Denis. Krijgen die een speciale begeleiding?

“We weten wanneer ze vrijkomen, de lokale task force monitort hen. Ter­beschikking­stelling kan een oplossing zijn, maar daarmee schuif je eigenlijk het probleem voor je uit. Want ooit komen ze toch vrij. Na Luik moeten we nu ook weer niet alles in vraag stellen en jammeren dat het allemaal naar de verdoemenis is. We spelen hier niet in een rampenfilm.”

Is de deradicalisering in de gevangenissen dan geen ramp?

“Deradicaliseren in de gevangenis is een contradictio in terminis. Achter de tralies is de overheid de vijand. Per definitie radicaliseren mensen daar. Het is een boutade, maar IS is ontstaan in de Iraakse gevangenissen.
“We zitten nu wel in een goede dynamiek.”

Een ‘goede dynamiek’. Kan het nog eufemis­tischer?

“Moet het meer en beter? Absoluut, maar al die mensen roeien ook maar met de riemen die ze hebben. Er gebeurt al heel wat, en de gevangenissen werken tegenwoordig goed samen met ons. Een aanpak op maat voor extremisten is het meest effectief. Maar koken kost nu eenmaal zeer veel geld. Je kunt die mensen ook niet zomaar in een wasmachine steken met hetzelfde wasmiddel. Die gaan er niet witter dan wit uitkomen. Dit is geen hoera­verhaal, maar de vraag is eigenlijk of een hoera­verhaal überhaupt mogelijk is.”

Bent u voorstander van die Deradex-vleugels in gevangenissen?

“Ik begrijp dat je die hardcore-ideologen afzondert. Wie besmettelijk is, zet je nu eenmaal in quarantaine.”

Waarom bestaan er geen kwaliteitscriteria voor de deradicalisering?

“Samen met al onze partners proberen we te waken over minimale standaarden. Maar in een federale staat kun je van bovenaf niks opleggen. Zo zit dit complexe landje in elkaar. In een dictatoriale staat zou preventie ongetwijfeld een stuk eenvoudiger zijn. (lacht)

“De verdoken salafisten, de charlatans, zijn er stilaan wel uit. Die mannen van Ceapire (een expertise­centrum tegen radicalisme, red.) leveren zeer knap werk. Zij doorprikken op een bangelijke manier heel dat foute discours.”

U waarschuwde vorig jaar dat het wahabisme en salafisme de dominante stromingen worden bij de Belgische moslims. Is dat nog steeds zo?

“Die twee stromingen blijven een gevaar en ko­men massaal online en offline ons land binnen.”

Hoe komt het dat de Grote Moskee sinds 2004 salafistische handboeken kon verspreiden?

“Omdat het niet simpel is om drukwerk te weren in een democratische samenleving. Waar stopt de vrijheid van menings­uiting en begint het misdrijf? Belangrijker is dat er een juiste en pluriforme versie van de islam komt, die gedragen wordt door de meerderheid.”

Volgens justitieminister Koen Geens (CD&V) bestaat dit soort terrorisme niet meer over vijftien jaar.

“Er is al vaak aangekondigd dat het moslim­extremisme dood is. Telkens duikt het in een andere gedaante weer op. Al Qaida is getransformeerd tot IS. Al Shabaab en Boko Haram zijn mutaties van hetzelfde ideologische monster.”

Waarom staat het terreurbeleid 17 jaar na 9/11 nog in zijn kinderschoenen?

(lacht) “Geniale mensen hebben toen wel het OCAD opgericht (Van Tigchelt stond zelf mee aan de wieg, TP). We hebben terrorisme te lang gezien als een gevaar van buitenaf, terwijl het hier geteeld wordt. Dit terrorisme is van ons.

“Wij waren wel de eersten die een gerechtelijk onderzoek gestart zijn naar Sharia for Belgium. Aanvankelijk werden Belkacem en co. weg­gezet als een bende clowns. Op het Antwerps parket, waar ik toen werkte, vroegen wij ons echt af of we ons daar mee moesten bezighouden. Weinigen weten het ook, maar dit land is koploper qua veroordelingen. Meer dan driehonderd zijn dat er. Nergens zijn er meer Syrië-strijders veroordeeld dan in België.”

Niet alle Syrië-strijders zitten hier achter slot en grendel. Er zijn er nog 140 in het kalifaat. Kent u hun where­abouts?

“Enkelen zitten in kampen in Irak en Syrië, maar rond de meesten blijft het de laatste maanden oorverdovend stil. Hoe langer het duurt, hoe meer we ervan uitgaan dat ze zijn omgekomen bij bombardementen. In ‘De Grote Terugkeer’ van de Syrië-strijders heb ik trouwens nooit geloofd. Vorig jaar zijn er vier vrouwen en een man terug­gekeerd, met acht kinderen.”

Hoeveel kinderen zijn er ginder nog?

“Minstens 145. Slechts een minderheid zit in kampen.”

Zijn zij gevaarlijk?

“De meeste kinderen zijn zuigelingen of kleuters. Die hebben bloed gezien, kruit geroken, met kalasjnikovs gespeeld. Vaak zijn ze ondervoed. Als we hen niet begeleiden, kunnen ze door posttraumatische stress gevaarlijk worden. We mogen geen nieuwe generatie terroristen kweken. We zullen hen zeer goed moeten begeleiden.

“Ongetwijfeld zijn er ook kinderen die een militaire training kregen. Daarmee beginnen ze in het kalifaat vanaf 8 jaar.”

Moet België hen actief terughalen?

“Dat is helemaal niet zo simpel als het lijkt. Want hoe bewijs je dat het Belgen zijn? Wat doe je met hun ouders? Bovendien zitten de meeste gezinnen in Koerdische kampen. Maar Koerdistan is geen erkende staat. Naar wie stuur je dan het internationaal aanhoudingsmandaat?”

Gaan hun families door hun afwezigheid niet verder radicaliseren?

“Dat die families de wanhoop nabij zijn, begrijp ik volkomen.”

Versterkt het anti-islamdiscours in de samenleving de radicalisering?

“Laat me dit zeggen: de islamofoben en de wahabieten delen dezelfde agenda: die willen bewijzen dat de islam niet kan gedijen in een westerse samenleving. Gelukkig staat er een nieuwe generatie op binnen de moslim­gemeenschap die zich afzet tegen dat wij-zij­denken. Zij doorzien de leugens van hun gemanipuleerde mede­gelovigen en kunnen een tegendiscours uitdenken.”

U kunt die nieuwe generatie wel bewieroken, maar wie kent hen?

“Klopt. Dat positief ingesteld middenveld verdient veel meer aandacht.”

Wat was eigenlijk het zwaarste moment sinds uw aantreden in 2016?

(de eerste stilte in het interview) “Op 22 maart en de dagen erna ben ik in een tunnel gedoken. Dat ervaar je niet als een zwaar moment. Je doet dan meer dan je job, je bent goed omringd, je wordt voortgestuwd. Pas nadien komt het besef binnen. 29 mei vond ik zeer frustrerend omdat het zo’n noodlottige mix is. Luik is een nederlaag, verdomme, net zoals elke andere aanslag.

“Al bij al vind ik wel dat ons land goed reageert op de terroristische dreiging. Trots is niet het juiste woord in tijden van terreur, maar we moeten niet te bescheiden zijn. Wij hebben niet in het wilde weg de oorlog uitgeroepen. Wij zijn geen heksenjacht begonnen. Met nachtelijke huiszoekingen, een aanhoudingstermijn van 48 uur en een betere controle van de passagiersgegevens vernietig je de rechtsstaat niet. Onze liberale democratie is nooit in gevaar geweest. We moeten wel onze waarden meer uitdragen.”

U werkt dagelijks rond terrorisme, maar klinkt steeds meer als een priester.

(lacht) “Ik pleit schuldig. Ik kom uit de magistratuur, waar ik mij bezighield met de cocaïne­trafiek vanuit de Antwerpse haven. Dat was rechttoe, rechtaan. (gaat verder in het Antwerps) Steekt die gasten in den bak en zorgt dat ge die hun oto’s en centen afpakt en ’t is in orde. Mijn job is nu veel complexer. Ik klink wollig wanneer ik begin over de inclusieve samenleving, maar die is het begin van de strijd tegen terreur. Justitie en politie gaan de vervreemding van veel moslim­jongeren niet tegenhouden, gaan de voedingsbodem voor terreur niet wegslaan. Deze job maakt mij minder arrogant en meer bedachtzaam. Ik zet al eens een stap terug voor ik een beslissing neem.” (lacht)

Mijdt u uit voorzorg bepaalde plekken?

“Neen. Af en toe komt er wel een telefoontje van het thuisfront met de vraag wanneer ik naar huis kom. Beveiliging wil ik niet. Normaal leven, dat is de clou. In het weekend sta ik vaak aan de rand van een voetbalveld of in een kantine. Sommige mensen merken dan op: ‘Oei, gij staat hier ge­woon aan den toog of wa?’ Ja, waarom niet? De agenten moeten hun tijd toch niet verdoen aan mij?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234