Zaterdag 22/01/2022

Obama roept zijn spionnenlegers tot de orde

“De bottomline is als volgt: de VS-regering beschikte over voldoende informatie om dit complot bloot te leggen en zodoende de kerstmisaanslag te voorkomen”, verklaarde een somber kijkende Obama dinsdagavond. “Maar onze inlichtingengemeenschap faalde om deze stippen met elkaar te verbinden, waardoor de verdachte op de ‘no fly’-lijst zou zijn geplaatst. Met andere woorden: dit was geen falen om inlichtingen te verzamelen, dit was een falen om de inlichtingen die we al hadden te integreren en te begrijpen. De informatie was er. Agentschappen en analysten die ze nodig hadden, hadden er toegang toe. En onze professionals werden getraind om er naar te zoeken en het allemaal samen te brengen.” Even daarvoor veegde Obama volgens aanwezigen in de Situation Room zijn regeringstop, onder wie minister van Binnenlandse Veiligheid Janet Napolitano, en belangrijkste veiligheidsverantwoordelijken, onder wie CIA-directeur Leon Panetta, nog scherper de mantel uit. Hij maakte duidelijk dat er geen ruimte meer is voor nieuwe fouten, en nam het woord ‘screw-up’ (knoeiboel) in de mond.“De geschiedenis herhaalt zich”, zegt inlichtingenexpert en professor politieke wetenschappen Herman Matthijs (VUB). “Er werden net dezelfde fouten gemaakt als voorafgaand aan de aanslagen van 11 september 2001. Menselijke fouten, op het gebied van Human Intelligence (Humint in het vakjargon). De kapers van 9/11 leerden onder meer vliegen in Phoenix, Arizona. Een lokale agent van het Federal Bureau of Investigation (FBI) vond hen verdacht. Hij maakte een rapport op en stuurde dat naar zijn hoofdkwartier in Washington. Daar werd er vervolgens niets mee gedaan. Vóór de gefaalde aanslag op Kerstmis was de Nigeriaanse terreurverdachte eveneens bekend, maar ergens in het kluwen van de inlichtingendiensten werd met deze informatie niets gedaan.”Contraterreurexpert Claude Moniquet van de Brusselse denktank European Strategic Intelligence & Security Center (ESISC) treedt hem bij. “Het is zorgwekkend. De Britse inlichtingendiensten waarschuwden de VS over de Nigeriaanse terreurverdachte Farouk Abdulmutallab (23). Ze wisten dat zijn vader de VS-ambassade in Nigeria had gecontacteerd om zijn bezorgdheid uit te drukken dat zijn zoon in radicaal, mogelijk gewelddadig, vaarwater was verzeild. Uit afgeluisterde telefoongesprekken wisten ze dat in Jemen aanslagen tegen de VS werden voorbereid. Ze wisten dat Abdulmutallab naar Jemen was gereisd. Het was mogelijk om hem te stoppen, maar niemand legde een verband tussen de beschikbare informatie.”

Geen lessen geleerd

De nieuwe kwakkel met mogelijk rampzalige gevolgen sloeg de de VS met verstomming. Voormalig Republikeins VS-president George W. Bush dwong na de 9/11-catastrofe en het vernietigend rapport van de ‘9/11 Commission’ de inlichtingendiensten immers tot grotere samenwerking.“Tot 9/11 werkten een dertigtal inlichtingendiensten min of meer apart,” zegt Matthijs. “Onder het presidentschap van Bill Clinton (1993-2001) was veel ingezet op nieuwe IT-technologie, de Signal Intelligence (Sigint) in het jargon, maar onderschatte men de menselijke factor. Satellieten waren eind jaren negentig in staat om haarfijn trainingskampen in Afghanistan in beeld te brengen, maar wie er trainde, daar had men het raden naar. Bush heeft de inlichtingenagenten letterlijk terug de straat opgestuurd. Institutioneel werd een Director of National Intelligence (DNI) benoemd die inlichtingendiensten zoals de buitenlandse spionagedienst Central Intelligence Agency (CIA), de contraterreurdienst van de federale politie FBI en de militaire inlichtingendienst (DIA) moest coördineren. De veiligheidsdiensten, zoals douane, grensbewaking en luchtvaartveiligheid, werden ondergebracht bij het Department of Homeland Security - een ministerie van Binnenlandse Veiligheid dat het hoofd moest bieden aan interne terreurdreigingen.”Waar het in deze nieuwe constellatie (zie infografiek) precies fout liep, wordt nu op bevel van Obama onder de loep gehouden. Nationaal inlichtingendirecteur (DNI) Dennis Blair, een admiraal, sloeg gisteren alvast een opmerkelijk mea culpa. Hij erkende dat Abdulmutallab in een gegevensbank zat maar niet op een lijst stond die hem onderworpen zou hebben aan een extra fouillering, of op een ‘no fly’-list die hem de toegang tot de vlucht Lagos-Amsterdam-Detroit had ontzegd.“De inlichtingengemeenschap kreeg de boodschap van de president. We begrijpen ze, en we zetten stappen om nieuwe uitdagingen aan te gaan”, verklaarde Blair gisteren. Daaraan voegde hij toe dat de inlichtingendiensten “aanzienlijke vooruitgang” boeken in de verzameling en analyse van informatie en het verbeteren van onderlinge samenwerking, maar hun kennis moeten verbeteren om ‘nieuwe taktieken’ van terroristen te stoppen. Obama’s contraterreuradviseur John Brennan sloot zich aan bij het koor apologisten. “Er zijn zaken die we beter hadden kunnen doen”, zei hij. “Ik neem mijn deel van de verantwoordelijkheid en zal verzekeren dat we een up-to-date-systeem hebben, dat flexibel is, en de uitdagingen aangaat die deze president wenst.”Volgens Matthijs en Moniquet zal er meer nodig zijn om de gemoederen te bedaren. “Met zijn openbare kritiek zet Obama erg hoog in. Het is zelden gezien dat een president in het publiek de inlichtingendiensten aanpakt. Zelfs Bush heeft dat na 9/11 nooit durven doen, ook al was er achter de schermen van zijn Witte Huis grote tweespalt. Op Obama’s harde woorden zullen harde daden moeten volgen om politiek geloofwaardig te blijven. Er zullen koppen moeten rollen. De vraag is alleen waar. Enkele lagere ambtenaren terugroepen uit het buitenland zal dus niet volstaan. Het zullen hoge bomen moeten zijn. Zelf gok ik op iemand uit de top van Homeland Security, die verantwoordelijk is voor grensbewaking of douane bijvoorbeeld. Mogelijk minister van Binnenlandse Veiligheid Napolitano zelf. Er zal in elk geval snel iets moeten gebeuren, want binnenkort komt het Congres terug bijeen. In dit verkiezingsjaar zullen daar zowel in zijn eigen partij als door de oppositie keiharde vragen worden gesteld - ook over Afghanistan, waar de moord op zeven CIA-agenten door een infiltrant grote lacunes blootlegt.”Maar vooral het complexe inlichtingensysteem van de VS zelf heeft volgens de inlichtingenexperts nood aan een echte reorganisatie. “Er zijn nog altijd te veel inlichtingendiensten in de VS die elkaar voor de voeten lopen”, zegt Matthijs. “Nieuwe coördinatie in het leven roepen als je al de rest bij het oude laat, zorgt alleen voor meer beslissingsniveaus. Elke dienst is een eigen republiek, of beter: een klein koninkrijk dat zich een keizerrijk waant. De essentie is dat het niet langer efficiënt is om ze allemaal naast elkaar te laten bestaan.”Toegepast op de zaak Abdulmutallab: de CIA-officier in Nigeria stuurde een bericht naar zijn oversten. Zij verzamelden biografische gegevens en een foto. De kopieën gingen naar het National Counterterrorism Center, een bureaucratische eenheid die rapporteert aan de Directeur van Nationale Inlichtingen. Het VS-ministerie van Buitenlandse zaken stopte zijn naam in hun ‘Visa Viper’-systeem, voor hiërarchische herziening. Hier kwam de Nigeriaan terecht in een zee van data, de ‘Terrorist Identities Datamart Environment’ waarop liefst 500.000 namen staan. Maar nergens dacht iemand eraan om hem op de ‘slechts’ 4.000 namen tellende no-fly list te plaatsen. Of ze dachten dat de ander dat al had gedaan.Moniquet: “Acht jaar na 9/11 is zoiets om wanhopig van te worden. De oorzaak ligt slechts deels bij loodzware IT-mechanismen, de VS-inlichtingendiensten hebben vooral een cultuurprobleem. Ze hebben geen cultuur om alle informatie te delen, maar delen alleen informatie op een ‘need-to-know-basis’ - in hun eigen belang. De inlichtingen blijven vaak onnodig steken in de hiërarchie. Operationele agenten moeten hun informatie naar een directe overste sturen die ze naar een politieke overste moet sturen, die dan beslist of de gegevens aan een andere dienst overgemaakt mogen worden. Dezelfde mentaliteit leidde enkele maanden geleden ook tot het drama in Fort Hood. Er waren op verschillende plaatsen verontrustende gegevens bekend over de schutter, majoor Hassan, maar operationeel werd er niets mee gedaan. De VS moet hiervoor een oplossing vinden, door meer Joint Task Forces op te richten bijvoorbeeld, maar vooral door meer bewegingsvrijheid en vertrouwen te geven aan de lagere echelons.”Matthijs: “Het beste wat men kan doen is enkele inlichtingendiensten fusioneren. Al volstaat dat alleen niet om de efficiëntie terug te krijgen. Als je ziet welke problemen fusies hier op kleine schaal veroorzaken - denk maar aan onze politiehervorming en onze staatsveiligheid - dan begrijp je hoe gevoelig dat in een land als de VS ligt. In 2002 probeerde Bush het, maar werd meteen herinnerd aan de gevestigde tradities en de gevaren die fusies inhouden voor de democratie. Voor die redenering moet je teruggrijpen naar de periode na WOII, toen J. Edgar Hoover alle veiligheidsdiensten wou concentreren onder het almachtige FBI, maar president Harry S. Truman het pleit won door de CIA voor het democratische evenwicht een onafhankelijk statuut te garanderen”.

Inlichtingenoorlog

Door openbaar de knuppel in het hoenderhok te gooien bestaat volgens Matthijs bovendien de kans dat Obama een gelijkaardige inlichtingenoorlog ontketent, waarbij het Witte Huis tussen meerdere vuren dreigt terecht te komen. “Obama stelt zich bloot aan gevaren, ja. Enkele inlichtingendiensten kunnen zich geviseerd voelen en hem beginnen tegenwerken.” Bureaucratische rivaliteit tussen inlichtingenclans kan voor een staat even ontwrichtend werken als de bommenleggers zelf. Moniquet beaamt. “Het is nooit goed om inlichtingendiensten in het publiek aan te vallen. Dat werkt demoraliserend.”“Hoe het ook afloopt,” waarschuwt Matthijs, “Obama kan zich dit geen twee keer veroorloven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234