Zaterdag 24/08/2019

O bouwbaar België

Zeventien december 1909. In de serres van Laken, naast het koninklijk kasteel, blaast een vermoeide Leopold II zijn laatste adem uit. Hij doet dat recht in het gezicht van zijn tweede echtgenote, de barones De Vaughan, geboren Caroline Delacroix. Ze noemt zichzelf Blanche, dat klinkt chiquer en het past ook bij haar familienaam. La Croix is tenslotte nog altijd hét synoniem van bleekwater. Maar met Leo in de buurt was haar maagdelijke wit wel snel verdwenen. In 1900 kijken ze elkaar de eerste maal diep in de ogen in Parijs. Hij is dan 65, zij is 17 en - om Rob de Nijs te parafraseren - van de liefde weet ze al het een en ander. Haar diensten aan het vaderland worden dan ook beloond met twee liefdeskinderen, een villa, een kasteel, wat auto’s en een adellijke titel voor haarzelve en de kids. En op zijn sterfbed trouwt Leo met zijn Blanche. Veel tralala komt daar niet bij kijken, er is geen koud buffet, geen deejay of openingsdans, geen extra editie van Royalty of Story, zelfs geen familie. Leo wil enkel een kerkelijk huwelijk, geen burgerlijk, en overtreedt zo de Belgische grondwet waarvan hij bij zijn eedaflegging plechtig had gezworen dat hij die zeker zou naleven. In 1941 zal Leopold III bij zijn huwelijk met Lilian Baels dat trucje van zijn oudoom nog eens dunnetjes overdoen. Maar om Billy Wilder te parafraseren: that’s another story.Na het overlijden van Leopold is het payback time. Amper zes uur later wordt de villa van barones De Vaughan op bevel van Leo’s dochter met planken dichtgespijkerd, zodat Blanche letterlijk op straat staat. Van je aangetrouwde familie moet je het hebben. De begrafenis van haar man mag ze niet bijwonen, maar daar mist ze toch niet veel aan. Leopold had 44 jaar over België geregeerd, maar hem echt missen deden de Belgen niet. Bij de dood van koning Boudewijn in 1993 verzamelen duizenden diepbedroefde mensen zich voor het paleis in Brussel. In 1909 verloopt het allemaal net iets anders. De dag na het vorstelijk overlijden kopt de socialistische krant Le Peuple: “Er is geen andere majesteit dan het algemeen enkelvoudig stemrecht.” Verderop staat er te lezen:”De koning is dood, leve de republiek!” Zelfs langs de zijlijn van de begrafenisstoet wordt er geleurd met satirische pamfletten waarin de oude geile bok Leo en zijn dame Blanche de hoofdrol spelen. Geen toeschouwer heeft oog voor de kist, de aandacht gaat vooral naar de prinsessen Louise en Stéphanie, de twee oudste dochters van Leopold, gezegend met een turbulent liefdesleven waarmee hedendaagse boekskes een volledige jaargang zouden vullen. Een boeiend fenomeen, die Leopold. Geen enkele koning heeft zo lang over België geregeerd. Geen enkele koning heeft zo zijn stempel gedrukt op dit land. Zijn opvolger, Albert I, loopt de nacht voor zijn eedaflegging als een gek te ijsberen in zijn slaapkamer. “Ik doe het niet”, zo probeert hij zichzelf te overtuigen. Zijn vrouw en enkele medewerkers kunnen hem tijdig kalmeren. Maar Albert zal zich 25 jaar lang rot en onzeker voelen. Die fundamentele onzekerheid zal hij genetisch doorgeven aan iedereen na hem die dit felgeplaagde koninkrijk bij elkaar moet houden.Dan was nonkel Leopold wel uit ander hout gesneden. Hij is ambitieus, oorlogszuchtig, wil een sterk leger. Als hij nog een verre nazaat heeft in dit land, dan moet het Pieter De Crem zijn! Het verhaal werd onlangs in Belgische en Nederlandse kranten nog eens als primeur verkocht, maar het is wel waar. In 1854 smeedt kroonprins Leopold wilde plannen om Nederland aan te vallen. En in 1860, hij is dan toch al 25 jaar, schrijft hij nog in zijn dagboek: “Het moet niet onmogelijk zijn om met vijf- tot zesduizend goed uitgeruste manschappen en enkele stoomboten een raid op Constantinopel uit te voeren op een moment dat er spanning en crisis in Europa heerst en zich dan tot keizer van de Oriënt te laten uitroepen. We moeten in Brussel een vrijkorps oprichten met de bedoeling ons meester te maken van heel, of toch van een deel van het Turkse rijk.” Meneer wou dus het Ottomaanse rijk overnemen: Turkije, Palestina, Irak, Roemenië, Bulgarije, Servië enzovoort. Dat noem ik nog eens een man met een missie! De jonge Leopold ziet België als het centrum van een nieuw wereldrijk. De Belgen zien dat helemaal anders. Uiteindelijk zal Leo en stoemelings ‘alleen maar’ Congo binnenhalen. Maar dat persoonlijke wingewest levert hem wel een aardige zakcent op. Eén miljard euro, zo wordt gefluisterd. Met Congo heeft Leopold de grote lottopot gewonnen. En wat doet een verstandige Belg die de pot wint? Hij zwijgt er in alle talen over en belt aannemers en architecten. Want 1 miljard, daarmee kon je honderd jaar geleden, toen van btw nog geen sprake was, nog iets doen. Met zijn Congogeld zal Leo het aanschijn van België drastisch veranderen.Honderd jaar later ben ik benieuwd welke grote en kleine sporen die bouwwoede in het Belgische landschap heeft achtergelaten. Oude plannetjes, thermos, fototoestel en zonnecrème worden ingepakt. Tijd voor een reis in de geschiedenis. De speurtocht begint aan het hek van het kasteel van Laken. Leo erft het kasteel van zijn vader in 1865. Het domein is dan 90 hectare groot. Dat is zowat de helft van het prinsdom Monaco. Heel wat rijke mensen zijn daar best tevreden mee, maar Leopold niet. Hij slaat aan het kopen, breken, bouwen. De koninklijke parklaan word aangelegd, de Heizelvlakte krijgt vorm, de beroemde serres doemen op en op het kasteel zelf worden drieduizend arbeiders en 180 miljoen euro losgelaten. De volgende dertig jaar verdubbelt Leopold de oppervlakte van zijn doening. Eat your heart out Monaco! Huizen, boerderijen, zelfs een kasteel worden platgeslagen. Drie Lakense gehuchten, Nederleest, Hoogleest en Kleen Boomken verdwijnen gewoon in het Koninklijk Domein. Dat beslaat nu al één derde van de gemeente Laken. Enkele gemeenteraadsleden zijn een beetje bezorgd. Zo’n koning heeft immers de gewoonte om geen belastingen te betalen en dividenden van Electrabel zijn er nog niet in de negentiende eeuw. Laken gaat bijna failliet aan de koopwoede van zijn beroemdste inwoner. Maar Leopold lijmt burgemeester Bockstael en gemeentesecretaris Houba. Ze krijgen uit erkentelijkheid hun eigen laan en later zelfs een metrostation. Is dat niet mooi?Langs het domein van Stuyvenberg - koekoek Fabiola! - maak ik een ommetje naar de plek aan het Sint-Lambertusplein waar ooit de Villa Vanderborght prijkte, het liefdesnestje dat Leo voor zijn barones De Vaughan had ingericht. In het park liggen oudere dames te zonnen in bikini. Bloot klootjesvolk in zijn Koninklijk Domein, gelukkig heeft Leo dat niet meer moeten meemaken! Hij was dan wel zeer gevoelig voor vrouwelijk schoon maar ook discreet. Vanuit het domein Stuyvenbergh liet hij over de tramsporen een brugje slaan naar de Villa Vanderborght. Zo kon hij elke avond ongezien de villa betreden. Van villa en brug is geen spoor meer te bekennen. De villa werd net voor de Expo ’58 afgebroken en onderdelen van het brugje zouden gebruikt zijn voor de voetgangersbrug over de spoorweg in de Lakense Fransmanstraat. Wie toch nog een beetje over Leopolds Brug der Volle Goesting wil lopen, moet dus daarheen. In de schaduw van het Atomium prijkt nu enkel nog een eentalige Snack-Friterie J. Vandervaeren, maar wel met het opschrift ‘wij accepteren guldens’. Zou het? En voor de liefhebbers: op eBay worden dezer dagen onderdelen van een schoorsteenmantel aangeboden die volgens de verkoper gegarandeerd uit de Villa Vanderborght komen. Enkel Belgische bieders zijn gewenst.Via Leopolds koloniale tuin, waar hij een villa in zijn geliefde Normandische stijl neerpootte, gaat het opnieuw richting koninklijk kasteel. Achter ons ligt Leo’s koloniale brug, links domein Stuyvenberg, koninklijke residentie, mooi onderhouden, rechts de lege militaire kazerne, waar het onkruid tussen de stenen welig tiert. Het verschil is frappant en zal me vandaag nog wel meer op de goeie weg zetten. Als je een gloednieuwe omheining met camera’s en geen spiertje onkruid in de buurt nadert, is de kans vrij groot dat je een van de koninklijkeTito assassin en denk aan de vorige doodsbedreiging aan het adres van Fabiola. Volgens een anonieme gek had zij Boudewijn vermoord omdat hij een relatie had met Tito van Joegoslavië. Kijk, dat durven zelfs de scenaristen van Familie niet te verzinnen! Misschien heeft die gek wel zijn inspiratie gehaald uit deze halfvergane slogan. Net voorbij het kasteel, aan het kruispunt van de Dikke Linde houd ik halt bij een van de excentriekste hersenspinsels van Leopold, de Meiselaan. Tussen Laken en het kasteel van Boechout, waar zijn geesteszieke zuster Charlotte zowat opgesloten zat, plande Leopold een laan van maar liefst 156 meter breed, ruim de lengte van een voetbalveld! Ik heb het via de voetgangersbrug even opgemeten. De huidige A12 is daar maar 80 meter breed. Maar Leo had geld zat, met dank aan de inwoners van Congo. Zus Charlotte was trouwens cofinancier zonder het zelf te beseffen. Haar broer beheerde haar vermogen, dat wil zeggen, hij betaalde er facturen van aannemers mee. Van je eigen familie moet je het hebben. En Leo keek niet op een centiem, want tussen Laken en Boechout moest zijn Tour du Monde komen, een soort permanente wereldtentoonstelling met exotische gebouwen. De aanzet aan de Van Praetlaan ziet er in elk geval nog altijd veelbelovend uit. Aan de ene kant de Japanse toren, aan de andere kant het Chinees paviljoen. Misschien liet Leo zich inspireren door gravures van een Chinese toren die ooit op dezelfde plek stond, maar in 1803 verdween. Zijn nieuwe Japanse toren had trouwens niet alleen een educatieve functie.In de sokkel van de toren zat een klein deurtje langswaar Leopold zijn amourettes het domein binnensmokkelde.Want al had hij dan zijn officiële minnares in de Villa Vanderborght, een mens houdt ook al eens van afwisseling, zeker als die officiële madam ‘in positie’ is. Het deurtje zit er nog altijd. Ga maar eens kijken. Piepklein. Leo viel blijkbaar niet op basketbalspeelsters. Aan het begin van de Meiselaan pootte hij ook nog de Neptunusfontein neer, een kopie van een fontein in het Italiaanse Bologna. Ze werd uitgevoerd door de Romeinse bronsgieter Sangiorgi in 1903, factuur: 146.000 goudfranken.Maar daarna was het uit met de pret. Leopold stierf voordat zijn Meiselaan voltooid was. Misschien toch iets te veel dames door het kleine deurtje geloodst. Bij zijn overlijden kwam de monumentale laan tot aan de grens met Strombeek. In de middenberm, tussen de kastanjelaars, de favoriete bomen van Leopold, zie je nog de overblijfselen van de steenweg op Meise, die later de A12 werd. Leopolds laantje wordt nu gebruikt voor het parkeren van roestige containers en strooizout. Het kan verkeren. De Meiselaan was niet het enige project van Leo dat de eindstreep niet haalde. Zijn opvolger Albert I liet de werken aan het kasteel van Laken stilleggen en ook het ondergrondse treinstation onder de linkervleugel van het kasteel kwam er niet. Leo was immers als de dood voor een revolutie en droomde van een trein die permanent onder stoom stond, zodat hij, als het nodig was, meteen met zijn persoonlijke fortuin kon wegsjezen. Stukken van de tunnel zijn er wel nog en op het spoorwegtracé rijdt nu een tram. Op de restanten van de Meiselaan rijd ik richting Brusselse ring en verder naar de Ardennen. Leopold heeft zijn stempel vooral op Brussel en Oostende gedrukt. In Brussel laat hij zoveel woningen slopen dat zelfs Paul Vanden Boeynants zou zeggen: “Trop is te veel.” Maar ik kies vandaag voor de vallei van de Lesse. Het koninklijke weekendverblijf in Ciergnon was nog een realisatie van zijn papa, die er ooit de laatste wolf van België doodschoot - Laurent moest het weten - maar zoonlief heeft daar in die Ardennen ook niet stilgezeten. Ik neem de tunnel onder de Tervurenlaan naast het golfterrein van Ravenstein - nog twee projecten van Leopold trouwens - en daar ligt de E411 naar Luxemburg. Leopold zou dit maar niks vinden, een snelweg met ocharme twee keer drie rijstroken. Zelf droomde hij in 1900 al van autowegen met minstens twee keer zes rijstroken. Zijn allées du Congo zouden Brussel verbinden met Antwerpen, Oostende, Parijs en Luxemburg. De Belgen zien er het nut niet van in. In 1900 zijn er in België welgeteld 396 auto’s. Maar Leo weet dat auto’s op rubberbanden rijden, gemaakt van rubber uit Congo, zijn rubber. En elke middenstander weet: als het aanbod er is, zal de vraag wel volgen. Leo is een autofreak, een typisch trekje van de Coburgers trouwens. Lucas Catherine beschrijft het mooi in zijn standaardwerk Bouwen met zwart geld. Leopold was aanwezig op het allereerste autosalon in Parijs in 1898 en bemoeit zich zelfs met het ontwerp van de auto’s. De eerste modellen hebben nog een klapdeur achteraan zoals in sommige koetsen, maar Leo eist bij autobouwer Panhard deuren aan de zijkant en krijgt ze ook. Het model wordt door andere constructeurs overgenomen en zal de geschiedenis ingaan als een Double-Phaiton, roi des Belges. Leopold II, de man die de wereld het portier schonk! Het kasteel van Ciergnon ligt op een boogscheut van de snelweg maar net ver genoeg, zodat geluidsoverlast hier onbestaande is. Dat hebben de ingenieurs van de Regie der Wegen toch maar mooi uitgeknobbeld. Leopold moest het nog met een spoorlijn doen waarmee hij Ciergnon verbond met zijn nieuwe optrekje in Houyet. De spoorlijn is nu een fietspad, verboden voor auto’s. Maar ik haal mijn Axel Norttruc boven. Kenners weten dat detective Axel Nort in de gelijknamige VRT-serie de bandieten te slim af was toen hij aan de Zwarte Kloof uit zijn 2pk een vouwfiets te voorschijn toverde. Gezien het parcours kies ik voor een wat steviger model. Doel: het vergeten koninklijke treinstation van het legendarische Château d’Ardenne.Leopold I liet in Houyet een bescheiden toren optrekken, maar dat vond zoonlief natuurlijk onvoldoende - anything you can do, I can do better. Leo nummer twee plantte er nog eens zijn eigen toren naast, de Tour Léopold, en een luxueus kasteel, het Château d’Ardenne. Dat mocht een goudfrank kosten, want het fungeerde als luxehotel, een visitekaartje van België. De Compagnie des Wagon-Lits, die ook de luxehotels van Oostende uitbaatte, organiseerde voor zijn gasten excursies naar de groene Ardennen. Want het durfde toen ook al eens te regenen aan zee en Plopsaland bestond nog niet. Omdat die mensen natuurlijk moe waren van zo’n lange reis kwam er een speciaal treinstation aan de voet van het domein, de Halte Château Royal d’Ardenne. Ook vanuit het buitenland kon je er rechtstreeks naartoe. Daardoor verscheen het onooglijke dorpje Houyet op de dienstregelingen van de internationale treinen in Londen, Berlijn, Wenen en Parijs. Fijn gedaan van die Wagon-Lits. Eén van haar belangrijke aandeelhouders was dan ook een zekere koning Leopold.Ik volg de oude spoorlijn en weet mij omringd door koninklijke grond. De Koninklijke Schenking, ook al een uitvinding van Leopold, is hier in de buurt alleen al eigenaar van - even diep ademhalen: de kastelen van van Ciergnon, Villers-sur-Lesse-, Fenffe, de Golf d’Ardenne, ettelijke boerderijen en huizen plus 63,5 hectare landbouw- en bosgrond. Dat is een gebied net iets kleiner dan Mechelen, deelgemeenten inbegrepen. En dan zijn er natuurlijk nog de bijgebouwen bij het kasteel van Laken, de serres, de jachtclub, enkele parken in Brussel, Belvedère, Stuyvenberg, de villa van Laurent, Hertoginnedal, het kasteel van Ferage, het Bellevuegebouw, het Arboretum in Tervuren en de grond van de British School, grond in Nieuwpoort, de helft van Oostende, nog een kasteel en een sportstadion in Vorst (what’s in a name), kasteel en golf in Tervuren, 500 hectare in Postel, een spaarboekje met enkele tientallen miljoenen, een handvol kantoorgebouwen in Brussel en een bioscoop in Elsene. O ja, en nog een golfterrein - was ik bijna vergeten - in Klemskerke. En een kapel in Zwitserland. Over een kluis in Zwitserland is niets bekend. Als België ooit zijn monarchie buitengooit, keren al die eigendommen mooi terug naar de familie Van Saksen-Coburg, zo zeggen ze zelf toch. Als ik Albert was, zou ik het wel weten. Vive la république!Langs het fietspad getuigen oude stationnetjes van het koninklijke treinverleden. Het kasteeltje van Wanlin kreeg zijn eigen voetgangersbrug over het spoor.Zo hield Leo de Belgische adel te vriend als hij een spoorweg door hun achtertuin trok. Net voor Houyet doemt een oude tunnel op. Anno 1891, lees ik. Hij is 470 meter lang, een attractie op zich. In de tunnel is het steenkoud en op sommige plaatsen pikdonker. De verlichting heeft het hier en daar opgegeven. In Leo’s tijd was het begot niet waar geweest. In Houyet worden de toeristen met industriële hoeveelheden kayakgewijs in de Lesse gelanceerd. Ik blijf op de fiets en volg het modderige bospad langs het water. Alweer een spoortunnel, 1893 deze keer, en discrete bordjes die vertellen dat het voorrecht om hier te vissen is toegewezen aan de Koninklijke Schenking. Ik kom in de buurt.Zoeken, trappen, schuiven, klimmen en daar is ze, de halte Château Royal d’Ardenne, of wat ervan overblijft. Deuren, vensters en de grandeur die ik terugvond op oude postkaarten zijn verdwenen. Het opschrift van de halte is door de tijd uitgewist. De vreemde neostijl doet een belletje rinkelen. Waar heb ik dat nog gezien? Tuurlijk: Balmoral, het buitenverblijfje van de Britse koningin. Leopold was de neef van queen Victoria én van haar man Albert. Beiden waren verliefd op Schotland en maakten van Balmoral hun vakantiefermette. De liefde voor landschap en bouwstijl zat blijkbaar ook in de Belgische tak van de familie. Ik keer terug en ga op zoek naar de Tour Léopold, die ik al vanuit de verte op een heuvelkam heb ontdekt. Van het Château zelf zal ik niks terugvinden, dat brandde uit in 1968 en ging daarna tegen de vlakte, net als de toren van Leo nummer één. Alleen toren nummer twee bleef overeind, het domein is nu enkel nog een golfterrein. Leopold II was zelf helemaal geen golfspeler, maar het stond zo chique Engels, en dus kregen de kust, Brussel en de Ardennen er elk eentje, gratis en voor niks. Een communautair compromis avant la lettre! Een reusachtige boerderij met het opschrift ‘Ardenne’ in Belgisch spoorwegblauw zet me op het juiste spoor. Het gebouw is perfect onderhouden, nergens een spiertje onkruid of afbladderende verf. I smell something royal.Het is nog waar ook. Donation Royal 1903, zo verklapt een steen in de muur van de boerderij. Met het monogram van Leopold II erbovenop. De ouwe baas is hier gewoon overal. Even verderop leidt een paadje dwars door het golfterrein. Het wandelpad is openbaar, maar de rest is strikt privé. ‘Streng verboden de grasperken te betreden’, zo vertellen de bordjes in twee talen. Sterker nog: ‘Danger, tir à balles, met scherp geschoten’. Even las ik tir aux balles, maar zelfs die à klinkt al dreigend genoeg. Of is dit golfershumor? Veel ballen zie ik niet op deze late namiddag. De laatste ruitjesbermuda’s verlaten het terrein richting clubhuis. Dat clubhuis is mijn Tour Leopold en dus het doel van deze expeditie. Ik waag me verder in het domein, met alweer een Normandische villa en Engelse cottages voor het personeel. Een eenzame caddie die nog wat verdwaalde ballen zoekt, houdt me scherp in de gaten en roept iets lelijks. Zeker met een fototoestel ben ik hier duidelijk te veel. Leopolds toren zal moeten wachten tot ik mijn golfbrevet heb gehaald. Via het internet doe ik wel nog een fijne ontdekking. De Tour Léopold is nu, anno 2009 nog altijd fraai versierd met een gele ster op een blauwe achtergrond. Oftewel de vlag van Kongo Vrijstaat, het privéland waar Leo 23 jaar lang een waar schrikbewind voerde. Zou iemand in de golfclub zich daarvan bewust zijn? Ik denk het niet. De kleuren van deze koninklijke golfclub zijn trouwens blauw enne… Geel. Op weg naar de E411 maak ik nog een ommetje via het kasteel van Fenffe. Ik stuit op een poort, mooi onderhouden, geen onkruid en alweer een steen van de Koninklijke Schenking met de bekende dubbele letter L. Bingo! Mijn handrem is nog niet aangetrokken of de poort gaat open. Een lid van het veiligheidsdetachement van de federale politie staat wantrouwig voor mijn neus. De eigendommen van de Coburgers worden goed bewaakt. De man heeft wel een snor, maar na een vriendelijk gesprek mag ik beschikken. Ik moet niet eens mijn identiteitskaart tonen. Gendarmen zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Als ik richting Vlaanderen rijd, hoor ik dat koning Albert een mooi gebaar wil stellen. Voor de verbouwingswerken aan het paleis van Brussel geeft hij ongevraagd 600.000 euro. En dat gebouw is niet eens van de Koninklijke Schenking maar van de Belgische staat zelf. Is dat niet sympathiek van onze vorst? Hoewel, het geld komt van zijn civiele lijst, 6 miljoen die hij elk jaar krijgt om het beroep van koning uit te oefenen. Albert kan dus op zijn werkingskosten zonder problemen 10 procent besparen om het paleis te renoveren. Tien procent! Welke overheidsdienst doet hem dat na? Heeft hij die 10 procent vorig jaar ook bespaard, gaat hij dat volgend jaar doen? En waar gaat het geld dan naartoe? En als ik het goed begrijp, kan die civiele lijst het vanaf nu dus jaarlijks met 10 procent minder doen, maar ik wil de sfeer van de nationale feestdag niet verpesten. In elk geval: 600.000 euro, Leopold II zou het belachelijk vinden. Zijn lief gaf in een week meer uit in de boetiekskes van Parijs.Leopold II is honderd jaar dood, maar een feestelijke herdenking wordt het niet. Onze monarchie heeft andere katten te geselen en er kleeft veel te veel zwart bloed aan de handen van de overgrootnonkel. Leopold was in heel wat opzichten een man met een missie, en hij voerde ze nog uit ook. Honderd jaar later zijn de gevolgen daarvan voor iedereen nog steeds duidelijk zicht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden