Woensdag 28/10/2020

Nucleaire dreigingen aangepakt en een tikje teruggedrongen

Jean Pascal Zanders

Medewerker aan Instituut voor Veiligheidsstudies van de Europese Unie

2010 belooft een van de meest intense jaren ooit te worden voor nucleaire wapenbeheersing, stelt Jean Pascal Zanders.

De ondertekening van het Nieuwe START-verdrag tussen Rusland en de Verenigde Staten werd onmiddellijk opgevolgd door de publicatie van de nieuwe Amerikaanse nucleaire doctrine en de top over de nucleaire veiligheid met wereldleiders in Washington eerder deze week. Op 17 en 18 april ontvangt Iran internationale delegaties voor een top over nucleaire samenwerking voor vreedzame doeleinden. En volgende maand komen de verdragspartijen samen in New York voor de drie weken durende herzieningsconferentie van het Nucleaire Non-proliferatieverdrag. Daarna zal alle aandacht gaan naar de politieke manoeuvres in de Amerikaanse Senaat en de Russische Doema die moeten leiden tot de ratificatie van het Nieuwe START-verdrag, mogelijk nog voor het einde van het jaar. Tussen dit alles door zal de diplomatie nog hard moeten duwen om de onderhandelingen te starten over een stopzetting van de productie van splijtstoffen, Noord- Korea te laten afzien van zijn nucleair wapenprogramma, en Iran ervan te overtuigen meer transparantie in zijn nucleaire activiteiten in te bouwen.

Terwijl de meeste van die activiteiten gericht zijn op het reguleren van het gedrag van en tussen staten, draaide de top van Washington hoofdzakelijk om niet-statelijke actoren. De Verenigde Staten ervaren de dreiging van terroristische aanslagen met chemische, biologische, radiologische of nucleaire wapens (CBRN) als reëel. Lang gevrijwaard van terreuracties op eigen bodem, hebben de aanslagen in Oklahoma (1995) en New York en Washington (2001) terrorisme rechtstreeks in verband gebracht met massavernietiging en grote aantallen slachtoffers.

Hoe valt die dreiging in te schatten? Terroristische incidenten met CBRN zijn zeldzaam, maar niet onbestaande, getuige de aanslagen van Aum Shinrikyo met sarin in 1994 en 1995 of de antraxbrieven uit 2001. Ondanks diverse rapporten over internationale smokkel met radioactieve materialen (waarvan verscheidene dubieus zijn of oplichting betroffen), zijn er zo goed als geen incidenten met nucleaire of radioactieve incidenten. De stralingsvergiftiging van Alexander Litvinenko in Groot-Brittannië ten gevolge van het toevoegen van polonium 210 aan zijn thee (2006) werd toegeschreven aan de Russische geheime dienst, een statelijke actor. Tsjetsjeense terreurgroepen hebben valselijk gesuggereerd dat ze radioactieve stoffen hadden gebruikt bij sommige bomaanslagen in Moskou. Een echte aanslag zou evenwel verstrekkende gevolgen hebben. Een Zweedse simulatie op het einde van de jaren negentig gaf aan dat de internationale luchthaven van Arlanda bij Stockholm volledig heraangelegd zou moeten worden omdat louter radioactieve decontaminatie zo goed als onmogelijk is. Dat de Zweedse overheid de dreiging serieus neemt, bewijst het rondrijden in Stockholm van een wagen om verhoogde radioactiviteit op te sporen.

De huidige ongerustheid over ‘loose nukes’ vloeit grotendeels voort uit de strijd tegen Al-Qaida. De internationale coalitie in Afghanistan vond documenten die aangaven dat er actieve onderhandelingen waren tussen de taliban, Al-Qaida en leden van de Pakistaanse inlichtingendienst en medewerkers van Abdul Qadir Khan om nucleaire technologie, materialen en mogelijk wapens aan de terreurorganisatie over te maken. Khan, de vader van de Pakistaanse atoombom, leidde ook een clandestien internationaal netwerk dat plannen en technologie voor nucleaire wapens verkocht aan landen als Noord-Korea, Libië en Iran. Daarenboven drijft Pakistan de productie van splijtstoffen voor nieuwe atoomwapens op, en dit op een moment waarop de interne instabiliteit toeneemt. De internationale gemeenschap vreest dat elementen van de Pakistaanse taliban op die manier nucleaire wapens in handen zou kunnen krijgen. Los van die dreiging liggen op diverse plaatsen in de wereld hoog verrijkt uranium en plutonium in niet kleine hoeveelheden opgeslagen onder minder dan perfecte bewaking.

Door zijn veelvuldige, directe interventies in de revisie heeft Obama de Amerikaanse militaire doctrine omgevormd van een bureaucratisch consensusdocument tot een politieke visie. Daarom is de nieuwe belofte om geen niet-nucleaire wapenlanden nucleair aan te vallen - met uitzondering van die staten die het Non-proliferatie Verdrag schenden, zoals Noord Korea en Iran - zeer persoonlijk. Iran fulmineerde dan ook. Obama’s open hand aan Teheran stelt niets voor en daarenboven schendt de nieuwe doctrine de VN-principes. De eigen nucleaire top van 17-18 april, hoewel eerder gepland, bood dan ook het gedroomde platform om internationale steun voor het eigen nucleaire programma te verkrijgen en wereldwijd de eigen visie te verkondigen. Enerzijds hoorden de delegaties dat het gebruik van nucleaire wapens ‘haram’ tegen de Islamitische grondbeginselen is. Anderzijds stelde, trouw aan zichzelf, president Mahmoed Ahmadinejad voor om de Verenigde Staten uit het Internationale Agentschap voor Atoomenergie te sluiten. Maar tussen de retorische hyperbolen en het tromgeroffel van de jaarlijkse militaire parade die de conferentie afsloot, klonken de traditionele verzuchtingen: het recht op nucleaire ontwikkeling voor vreedzame doeleinden en de plicht tot ontwapening voor de nucleaire wapenstaten, een oproep aan Israël om toe te treden tot het non-proliferatieverdrag, en een schreeuw dat de Verenigde Staten (als enige nucleaire agressor in de wereld) ontwapent.

Het Iraanse nucleaire programma stond niet formeel op de agenda van de top van Washington omdat consensus onder genodigden onmogelijk was. Toch was de bezorgdheid dat het om clandestiene bewapening zou kunnen gaan nooit ver weg en zeker een thema in bilaterale gesprekken in de marge. Aldus kondigde China, de koelste minnaar van internationale sancties, aan mee te zullen werken om Iran tot grotere transparantie te bewegen. Het was bijgevolg niet onverwacht dat Iran tijdens zijn eigen conferentie zei directe gesprekken te zullen aangaan met de leden van de VN-Veiligheidsraad (met uitzondering van de Verenigde Staten) over de uitwisseling van nucleaire brandstof.

De conferentie in Washington past in het stramien van de eerder informele topontmoetingen tussen wereldleiders , zoals de G-8, en meer recent de G-20. Van meet af aan is geweten dat zij geen bindende en afdwingbare afspraken voortbrengen. Wel geven ze duidelijke politieke richtlijnen, niet enkel voor de (gelijkgezinde) deelnemers maar voor de internationale gemeenschap in haar geheel. Nieuwe unilaterale acties en herbevestiging van vroegere akkoorden geven hen een soort concrete invulling. De uitkomst kan bijgevolg een gunstige invloed hebben op de komende toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag. Dergelijke richtlijnen kunnen eveneens een normatieve waarde krijgen en de basis leggen voor formele besluitvorming. Maar ze bieden ook een uitweg voor internationale actie buiten de formele structuren om. Pakistan, bijvoorbeeld, blokkeert momenteel de aanvang van de onderhandelingen voor verbod op de aanmaak van splijtstoffen in de VN-Ontwapeningsconferentie. Het politieke akkoord van de top van Washington kan aldus het startsignaal worden voor alternatief overleg, zoals destijds het Ottawaproces voor de antipersoneelsmijnen. Veel processen, vele kleine stapjes, maar toch vooruitgang. Zelfs zeer grote progressie, als we de huidige activiteiten vergelijken met deze ten tijde van de vorige Amerikaanse administratie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234