Maandag 17/05/2021

Nu zaaien, na de zomer genieten

Vanaf vandaag vindt u in het tuincentrum het vierde en laatste pakket 'Plat du Jardin'-zaden: winterpostelein, veldsla Cambrai, pastinaak Guernesey, warmoes Rhubarb Chard en raapstelen. Doe er uw voordeel mee.

Winterpostelein

Winterpostelein (Montia perfoliata) is afkomstig uit de Verenigde Staten. Tijdens de goudkoorts in het midden van de 19de eeuw was het een belangrijk bestanddeel van het menu van de goudzoekers dat scheurbuik voorkwam als er nauwelijks andere verse groenten beschikbaar waren (vandaar de Franse benaming Herbe au Scorbut). Hij werd aan het einde van de 18de eeuw in Europa geïntroduceerd door de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander Von Humboldt. Nu komt de plant ook in Europa verwilderd voor. In tuinen wordt hij echter zelden gekweekt. Nochtans is het een uiterst gemakkelijke en zeer smakelijk wintergroente.

Het is een mooi plantje met heel typische ruitvormige blaadjes op lange steeltjes. In het oud-Vlaams wordt het ook lepelkruyd of lepelblad genoemd, vanwege de bladvorm.

Winterpostelein wordt van juli tot september gezaaid op een beschutte plaats in de schaduw van bijvoorbeeld een fruitboom. De jonge planten mogen nooit uitdrogen. Ze kunnen de hele winter door tot in het voorjaar als ze gaan bloeien, worden geoogst. Vanaf april verschijnen bovenop de blaadjes kleine witte bloempjes. Die zaaien zich gemakkelijk uit. Als je dat laat gebeuren kan postelein wel eens een vervelend onkruid worden in de moestuin. Die bloempjes zijn overigens ook eetbaar en kunnen bijvoorbeeld als versiering worden gebruikt in een voorjaarsslaatje.

Winterpostelein kan worden verwerkt in slaatjes of gestoofd worden gegeten zoals spinazie, of u kunt er een hele lekkere soep van maken. U kunt winterpostelein ook gebruiken om een gewone bechamelsaus een extra accent te geven door de rauwe blaadjes op het einde toe te voegen en te mixen.

Veldsla Vert de Cambrai

Veldsla is eigenlijk geen sla, maar vormt in de wintermaanden wel een lekker en zeer vitaminerijk alternatief voor sla. Veldsla kan worden gezaaid van eind juli tot eind september. Zaai heel dun op rijtjes met 10 tot 15 cm tussen de rijen. Tijdens het kiemen moet de grond wel vochtig worden gehouden (door bijvoorbeeld natte zakken over het zaaibed te leggen, tot het kiemt). Soms wordt aangeraden na het zaaien de grond licht te bestuiven met wat tuinkalk om het gewas gezond te houden. Dun na het uitkomen uit tot 5 cm in de rij. Heel belangrijk is om de rijen onkruidvrij te houden. Veldsla kan namelijk de concurrentie met onkruid niet aan. Verwijder alle onkruiden best met de hand.

Veldsla kan geoogst worden zodra de blaadjes 8 tot 10 cm groot zijn. Eeventueel kun je de grootste plantjes helemaal uitrekken zodat de kleinere meer plaats krijgen. Zolang het niet vriest kunnen de groene blaadjes worden afgeknipt. Als het vriest worden de blaadjes bruin, maar zodra het weer iets warmer wordt, wordt een nieuw groen hartje gevormd en kan er weer worden geoogst. Veldsla kan ook in een grote pot worden gezaaid.

Veldsla Vert de Cambrai is een productief ras van het kleinbladige type met donkergroen rond blad. Ze worden wel eens 'rozekens' genoemd vanwege de blaadjes die in een dicht roosje bijeen zitten. In de beroepsteelt worden eerder de grootbladige rassen gekweekt omdat ze een hogere opbrengst hebben, maar voor de amateur zijn de kleinbladige rassen interessanter omdat ze beter bestand zijn tegen de vorst en gemakkelijk weer uitgroeien na een vorstperiode, maar vooral omdat ze lekkerder zijn dan de grootbladige variëteiten die gewoonlijk worden geteeld.

Pastinaak 'Guernesey'

Pastinaak of pinksternagel is een een heel oude groente die al in het Egypte van de farao's werd gekweekt. Vandaag is pastinaak grotendeels vervangen door wortelen. De lange witte wortel heeft een zeer typische, tamelijk indringende smaak die ergens tussen wortelen en knolselder ligt. In Engeland wordt pastinaak nog veel gebruikt, bij ons duikt ze de laatste tijd opnieuw op in de supermarkten, maar het blijft een zeldzaamheid.

De pastinaak 'Guernesey' is een halflange variëteit. Ze is al minstens honderd jaar oud. In zijn Les Plantes Potagères uit 1891 noemt Vilmorin deze variëteit "le plus productif et le plus recommandable".

Pastinaak kan nog heel de maand juli worden gezaaid om in de winter te oogsten. Zaai op rijen op 30 tot 40 cm afstand. Pastinaak vraagt een diep bewerkte grond die niet recent werd bemest. Op zware grond is het moeilijk om pastinaak te telen en is het bovendien ook moeilijk om de lange wortels te oogsten. Pastinaken kunnen heel de winter in de grond blijven.

Pastinaak kan geraspt rauw worden gegeten of gekookt in een puree. Hij kan ook worden gebruikt om bouillons en stampotten op smaak te brengen.

Warmoes 'Rhubarb Chard'

Warmoes of snijbiet is een van die oude groentensoorten die vrijwel vergeten is. Warmoes is een familielid in de eerste graad van de suikerbiet (en van de rode biet), maar in plaats van een stevige wortel zijn het de bladeren die sterk ontwikkeld zijn. Voor de rest zijn de planten identiek (bloemvorm, vruchtwijze, bevruchting, teeltwijze, enzovoort). Warmoes was zeer populair in de Middeleeuwen. In het centrum van Brussel herinnert trouwens nog een oude straat aan deze groente.

De variëteit 'Rhubarb Chard' met fel rood gekleurde ribben en grote donkere groenrode gekroesde bladeren is een sieraad voor de moestuin dat ook in de siertuin niet zou misstaan. Het voordeel van deze variëteit is dat de bladstelen minder snel vezelig worden dan de gewone groene variëteiten.

Warmoes is een forse plant die de nodige ruimte moet krijgen. Ze kunnen gemakkelijk een halve meter hoog en breed worden. De bladeren van warmoes worden bereid zoals spinazie. De heel jonge blaadjes kunnen ook in een slaatje worden gemengd. De smaak is zachter dan die van spinazie, maar iets fletser.

Pluk bij voorkeur de jonge, zachte bladeren die een fijnere smaak hebben. De bladstelen of ribben kunnen bereid worden zoals asperge, maar ze hebben een minder fijne smaak. Wat niet wegneemt dat ze zeker het proberen waard zijn buiten het korte aspergeseizoen. Ze worden best gestoomd, maar kunnen ook in stukjes gesneden en gekookt worden. Fijn gesnipperd kunnen ze ook rauw worden gegeten zoals bleekselderij. U kunt ze ook fijngesneden in de wok bakken, samen met gember, een beetje look, rozijnen en sojasaus.

Snijd het oudere blad af, ook als u het niet meer eet, zodat de plant nieuw jong blad kan vormen. Om de drie, vier weken kunt u nieuw blad oogsten.

Snijbiet kan nog tot half augustus worden gezaaid in rijen op een afstand van 40 cm. Best is de grote zaden om de 2-3 cm te zaaien. Na het opkomen moet u enkele keren uitdunnen om uiteindelijk nog één plant om de 20 cm te behouden. Voor een goede ontwikkeling moet u de planten in droogteperiodes geregeld begieten. Het voordeel in vergelijking met spinazie is dat snijbiet veel minder snel opschiet en dus de hele zomer kan worden gebruikt. Snijbiet groeit op elke goed bemeste grond. Bovendien is deze groente nauwelijks gevoelig voor ziekten of plagen. Alleen de jonge zaailingen kunnen wel eens last hebben van slakken.

De bladeren kunnen tot in november worden geoogst, en langer indien het niet vriest. Na een zachte winter zullen de planten in het voorjaar opnieuw uitlopen en kunt u een tweede oogst verwachten vroeg in het voorjaar.

Raapstelen

Raapstelen zijn een vrijwel onbekende bladgroente die kan worden gebruikt als alternatief voor sla in het najaar. Raapstelen zijn een verzamelnaam voor diverse koolsorten waarvan de jonge plantjes worden geoogst. Daarom spreekt men soms ook van snijkool of kelen. In ons geval gaat het om 'Gewone groene', ook wel groenbladige of Rubbekens genoemd. Ze zijn donkergroen van kleur en goed bestand tegen koud weer. Het zaad is van de meiraap, een oud, vroeg basisras van rapen die in het voorjaar ook kunnen worden gezaaid voor de knollen.

Raapstelen kunnen tot het einde van de zomer worden gezaaid op een frisse, beschaduwde plaats. Ze groeien vanzelf en vergen nauwelijks enige verzorging. Belangrijk is wel om de plantjes tijdens droogteperiodes veelvuldig te begieten om malse, niet-bittere blaadjes te behouden. De steeltjes kunnen na enkele weken worden geoogst door ze zo'n 10 cm boven de grond af te snijden. Na enkele weken kunt u een tweede keer oogsten.

IJskegelradijs ja/nee

Een aantal lezers die de ijskegelradijs hebben gezaaid die we u bij de start van de 'Plat du Jardin'-campagne in de krant cadeau hebben gedaan, hebben geklaagd dat het bij hen geen succes is geworden. Als ze al uitkwamen bleven ze heel klein. Wel, ik heb ze ook gezaaid en ik oogst er nu nog bijna elke dag van. Het zijn intussen kleppers geworden van zeker 10 cm lang die in tegenstelling tot gewone radijzen die zo lang in de grond blijven nog helemaal niet 'voos' smaken. Nochtans heb ik ze geen speciale behandeling gegeven en heb ik ze pas vrij laat kunnen zaaien omdat ik op zware grond tuinier die pas laat droog genoeg is om te zaaien. Tot dit jaar had ik deze radijs nog nooit geprobeerd, maar ik zal ze volgend jaar zeker opnieuw zaaien.

Wilt u reageren op de 'Plat du Jardin'-campagne, met uw opmerkingen, commentaren of kritieken, suggesties, teleurstellingen of successen, dan kan u een briefje sturen naar: De Morgen, Plat du Jardin, Brogniezstraat 54, 1070 Brussel, of via het internet-discussieforum http://groen.net/discus/ waar u het onderwerp 'groenten' moet aanklikken.

Oude groenten,

fijne groenten

De Reo-veiling in het West-Vlaamse Roeselare lanceerde zopas een nieuw keurmerk Fine Fleur met als bedoeling de consument te laten kennismaken met minder bekende groenten. Het gaat niet alleen om nieuwe, maar meer nog om oude groenten die vandaag zo goed als vergeten zijn. Met Fine Fleur wil de veiling de tuinders aanzetten om deze groenten opnieuw te produceren én hen een afzetmarkt te garanderen. Voorlopig worden de Fine Fleur-groenten alleen in West-Vlaanderen gepromoot - en dan nog alleen in twintig speciaalzaken, maar als het project aanslaat is het de bedoeling om het uit te breiden naar de andere Vlaamse provincies. In een eerste fase hebben twaalf groenten het Fine Fleur-label gekregen: ijsbergsla/bataviasla, een vastkokende aardappel Cornes de Gatte, Japanse bundelzwam en beukenzwam, Chinese spinazie (Lenga Lenga), Paksoi/spitskool; Romanesco, snijbiet, koolrabi, courgettes, broccolini, paddestoelen en witte komkommer. Op termijn zal het gamma worden uitgebreid met onder meer notensla (rucola), gele veldsla, spaghetti-pompoen, baby-leaf, extra zoete aardbei, witte radijsjes, roodloof en conchitta's.

In de twintig geselecteerde verkoopspunten worden de Fine Fleur-producten speciaal in de kijker gezet en worden ook receptenkaarten ter beschikking gesteld opdat de consument zou weten wat hij met deze vaak onbekende producten kan aanvangen.

Info: Reo Veiling, Els Callemein, Oostnieuwkerksesteenweg 101, 8800 Roeselare, tel. 051/23.12.11, fax 051/23.12.89.

E-mail: els.callemein@reo.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234