Zondag 15/09/2019

Nu keuze genoeg voor de Fransen, maar straks slechts één president

Mark Elchardus is professor emeritus sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt op zaterdag.

De Fransen weten waar de macht zit. Terwijl sinds dertig jaar hun deelname aan alle verkiezingen in dalende lijn gaat, blijft die aan de presidentsverkiezingen op peil, met bij de 8 op de 10 kiesgerechtigden die stemmen. Deze keer echter stuiten de opiniepeilers op een groot aantal kiezers dat beweert te zullen thuisblijven (nagenoeg een op de drie). Op amper een paar dagen van de eerste kiesronde zegt daarenboven een kwart (nog) niet te weten voor wie ze zullen stemmen. Het is daarom onmogelijk de uitslag van de eerste kiesronde - morgen - te voorspellen. Vooral ook omdat Marine Le Pen en Emmanuel Macron zij aan zij als koplopers, op de voet worden gevolgd door Jean-Luc Mélenchon en François Fillon. In sommige peilingen zitten die vier kandidaten opgehoopt binnen de statistische foutenmarge. Wat ook betekent dat onverwachte gebeurtenissen een impact kunnen hebben.

Zonder sociaaldemocraten

Als het absenteïsme zo hoog blijkt als de peilingen laten vermoeden, zou het presidentschap van François Hollande niet alleen zijn Parti Socialiste (PS) ten gronde hebben gericht, maar ook de publieke betrokkenheid bij de keuze van de president hebben geërodeerd. Bij de voorverkiezingen kozen de leden van zijn partij voor een groen-linkse kandidaat, Benoît Hamon. Die dankte zijn overwinning deels aan zijn pleidooi voor een universeel basisinkomen. Na een paar debatten met de andere presidentskandidaten bleef van dat voorstel weinig over. Tot voor een paar weken riep Hamon de extreemlinkse Mélenchon nog op om zich terug te trekken, ten voordele van zijn kandidatuur, om alzo met een verenigd links achter de PS-kandidaat naar de eerste ronde te gaan. Inmiddels staat Hamon op circa 8 procent en Mélenchon op circa 18 procent van de stemintenties. Frankrijk gaat dit jaar naar de eerste ronde van de presidentsverkiezingen zonder een kanshebbende sociaaldemocraat. De diepe en Europa-brede crisis van die beweging wordt daarmee nogmaals bevestigd.

Mélenchon schoot in een paar weken tijd van 6 à 7 procent van de stemintenties naar, afhankelijk van de peiling, 17 tot 20 procent. Frankrijk heeft daarmee zijn Syriza-, Podemos-, Sanders- of Corbyn-effect; zijn PTB-effect zal men in Wallonië zeggen. Het is duidelijk dat de crisis van de sociaaldemocratie ruimte schept voor links-links. Tussen de verschillende incarnaties daarvan bestaan weliswaar grote verschillen. Zij verwerpen echter alle de liberale en neoliberale beleidslijnen en de zogeheten Derde Weg, die sinds de jaren 70 van de vorige eeuw de economische programma's van de sociaaldemocraten sterk beïnvloeden. Zij delen ook het hunkeren naar visie. Men wil een politiek van waarden en idealen, niet alleen maar van aanpassing aan een als "onvermijdelijk" omschreven werkelijkheid.

Hunkeren naar visie

Dat hunkeren naar een maatschappijvisie blijkt ook uit een ander opvallend gebeuren tijdens deze campagne. Na een onverwachte overwinning in de voorverkiezing van zijn partij (Les Républicains) werd François Fillon meteen geplaagd door een reeks schandalen. De beschuldiging van fictieve tewerkstelling van zijn vrouw en kinderen, van persoonlijke verrijking, van het dubieus aanvaarden van cadeaus van lobbyisten. De man werd officieel in beschuldiging gesteld en vanuit zijn eigen partij aangemaand discreet te verdwijnen. Hij staat nu stevig bij de koplopers. De schandalen hebben zijn aanhang veel minder uitgedund dan verwacht. Niet omdat de Fransen licht tillen aan dergelijke beschuldigingen. Mocht dat het geval zijn, dan zouden ze in de pers niet zo breed zijn uitgesmeerd.

Heel wat Fransen laten zich bij hun keuze van president leiden door ideologie. Fillon staat voor een specifieke visie, een resoluut rechtse, neoliberale op besparingen en afslanking van het overheidsapparaat gerichte aanpak van het sociaal-economische beleid, gecombineerd met een flinke dosis nationalisme, een strenge aanpak van criminaliteit en de eis van assimilatie. Kortom, een hedendaags, neoliberaal, rechts conservatisme. Geen van de andere belangrijke kandidaten heeft dat in de aanbieding en een deel van de Fransen wil blijkbaar zo'n beleid. Zij knijpen een wasspeld op de neus, geloven dat hun kampioen het slachtoffer is van een heksenjacht of gaan er gewoon van uit dat het nagestreefde samenlevingsmodel belangrijker is dan gedoe over een paar fictieve jobs.

Op de twee belangrijke breuklijnen - de sociaaleconomische en de wijze van gemeenschapsafbakening - verdelen de vier koplopers zich nagenoeg perfect. Marine Le Pen neemt wat verzorgingsstaat, economisch en sociaal beleid betreft een centrumlinkse positie in en combineert dat met nationalisme, law and order, een strakke beperking op migratie en de eis van assimilatie. Wat de vorm van gemeenschapsafbakening betreft, verschilt haar positie nauwelijks van die van Fillon, maar hij stelt zich sociaal-economisch resoluut rechts op. Mélenchon en ook Hamon nemen sociaal-economisch linkse posities in - Mélenchon radicaler dan Hamon - maar stellen zich wat gemeenschapsafbakening betreft op als kosmopolieten. Sociaal-economisch positioneert Macron zich centrumrechts, maar in tegenstelling tot Fillon opteert hij tegen nationalisme. Gemeenschappen worden voor hem veeleer door markten dan door nationale grenzen afgebakend. Hij is in feite de enige consequente liberaal van deze campagne, zowel wat economie als gemeenschapsafbakening betreft. Hij lijkt wel een Frans neefje van Tony Blair, "voorbij links en rechts" of, zoals Mitterrand schamper die centrumpositie beschreef: "Noch links, noch links".

De wijze waarop de Franse president wordt gekozen impliceert dat slechts twee van die posities de tweede ronde halen en slechts één uiteindelijk het Elysée bereikt. Op 11 en 18 juni moet de nieuwe president dan proberen om in de wetgevende verkiezingen een werkbare meerderheid te smeden. Daarbij zullen die vier posities dan weer wel een prominente rol spelen.

Vraag is echter nu al in welke mate het huidige programma van de kandidaten hun beleid zal bepalen, mochten zij president worden. Dat is een pijnpunt van de 5de Republiek. In 2012 opende Hollande zijn campagne met een grote meeting in Le Bourget. "Laat me eerst en vooral zeggen wie mijn echte tegenstander is", zei hij "Hij heeft geen naam, geen gezicht, geen partij... het is de wereld van het geld. Onze samenleving heeft haar industrie verzaakt... mijn prioriteit is de herindustrialisering van Frankrijk... bedrijven die delokaliseren zullen de steun die ze kregen moeten terugbetalen... Elke natie heeft een ziel. De ziel van Frankrijk is gelijkheid."

De speech liet vermoeden dat Hollande zich veel minder volgzaam zou opstellen tegenover Merkel dan zijn rivaal Sarkozy. Het leek zelfs alsof de 3 procent-regel van het Europese stabiliteitspact op de helling stond. Een paar weken na de speech stuurde Hollande al snel een gezant naar Berlijn om iedereen daar gerust te stellen. De gezant, Emmanuel Macron, werd zijn adjunct-secretaris-generaal op het Elysée en later zijn minister van Economische Zaken, toen, tegen de geest van Le Bourget in, voor een liberale economische koers werd gekozen. Het wordt spannend om te zien welke breuklijn tussen 23 april en de tweede ronde op 7 mei het debat tussen de twee finalisten beheerst, de sociaal-economische of die rond gemeenschapsafbakening. Het is niet uitgesloten dat de aanslag op de Champs-Elysées de balans naar dat tweede laat overhellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234