Donderdag 21/10/2021

Nu is het raadsel voor Di Rupo compleet

Een volslagen vals strafdossier samenstellen om de vice-premier van pedofilie te beschuldigen: het mag en het kan. Tenminste, als je Georges Marnette heet. Douglas De Coninck over de plotselinge 'omwentelingen' in de zaak-Di Rupo, vijf jaar en vier maanden later.

"Wanneer hij naar buiten komt na een diner op het Egmontpaleis, waar hij gesproken heeft met John Goossens, de zaakvoerder van Belgacom, Herman De Croo, ademt de vice-premier de koude lucht in die op zijn auto kristallen heeft gevormd. Hij heeft zopas geluisterd naar een uiteenzetting van Jacques Santer over een Europa dat hij als ultraliberaal beschouwt, en geeft zich over aan zijn gedachten. De nacht zal lang worden, heel lang, maar dat weet hij dan nog niet. Tussen middernacht en één uur 's ochtends gaat het alarmsignaal af. Jean-Luc Dehaene heeft Philippe Busquin al een schok bezorgd. De eerste minister heeft een kopie van de eerste pagina van De Standaard van de volgende dag weten te bemachtigen."

Zo beschrijven biografen Chantal Samson en Livio Serafini in Elio Di Rupo, van rups tot vlinder het begin van die bewogen nacht. Het is die van 15 op 16 november 1996, in een land dat nog lang niet is bekomen van de schok na de zaak-Dutroux, en waar het al een poosje gonst van de geruchten over pedofiele 'hooggeplaatsten'.

Olivier Trusgnach is 22 jaar oud, blond en lijkt weggelopen uit het oeuvre van Gerard Reve. De jonge homofiel heeft in de zomer van 1996 als ober in het veelsterrenrestaurant Scholteshof in Hasselt gewerkt, en is er daar vandoor gegaan met diens zilveren bestek, waardebons en een partij juwelen. Wat hij niet weet, is dat zijn baas, Roger Souvereyns, onder zijn vaste klanten - en vrienden - ook Christian De Vroom telt, de grote baas van de gerechtelijke politie (GP). De Vroom, een minzame man, is zonder meer geschandaliseerd en schakelt de 23ste brigade van de GP in. Dat is een keurkorps dat geacht wordt het groot banditisme te bestrijden.

Er komt echter niet veel speurwerk bij te pas om Trusgnach op te sporen. Na een verblijf in Londen, waar hij met de opbrengst van zijn buit vakkundig de bloemetjes heeft buiten gezet, keert hij terug naar België, waar hij van zijn moeder verneemt dat 'de gendarmen' aan de deur zijn geweest. Op 21 oktober 1996 gaat Trusgnach zich braafjes aanmelden bij de rijkswacht in Genk. Hij wordt gearresteerd en - vreemd - dat nieuws gaat meteen als een lopend vuurtje door het land.

Vanuit Brussel begint GP-commissaris Georges Marnette verwoed te bellen: naar de GP in Hasselt, naar de Hasseltse substituut Durwael. Marnette wil als eerste Trusgnach ondervragen. Marnette legt uit dat er in Brussel sinds 6 september onder het notitienummer 37.11824/96 een onderzoek is geopend naar 'pedofiele praktijken van bepaalde personen, onder wie onder meer vice-premier Elio Di Rupo'. Dat dossier, blijkt later, is in handen van procureur Benoît Dejemeppe hemzelve.

Marnette fantaseert niet. Hij baseert zich op een rapport dat zijn ondergeschikte Grégory Antipine heeft opgesteld en waar voor de allereerste keer sprake is van ene Trusgnach, die her en der zou verkondigen dat hij iets heeft gehad met Di Rupo. Die informatie zou dan weer zijn aangereikt door K., een van de vaste informanten bij de Brusselse GP, het type waarvan wordt gezegd dat je hem wat dan ook kunt laten verklaren, als daar iets tegenover staat.

Als Dejemeppe, Marnette en Antipine zich de moeite hadden getroost even uit te zoeken wie die Trusgnach is, was er wellicht nooit een zaak-Di Rupo geweest. In de dagen na het losbarsten van 'de affaire' speelt een van zijn homovriendjes de door Trusgnach zelf vervalste geboorteakte door aan de pers. Daarin doopt de arbeidersjongen uit Waterschei zichzelf om tot "Prins Oliver Patrick Marie-José Louis Herbert, Hertog van Mecklenburg-Schwerin. Graaf Trusgnach, burggraaf van Meyendorf, Jonkheer van Kauczor-Sigmaringen".

Bij de rijkswacht van Hasselt, waar het onderzoek naar het gestolen zilverwerk wordt gevoerd, snappen ze het allemaal niet zo goed. Als de Brusselse GP zo dringend Trusgnach wil spreken, willen ze graag weten waarom. Op 22 oktober om 10.50 uur verhoren ze Trusgnach voor de eerste keer over zijn 'mondaine relaties'. Daarover praten, dat wil Trusgnach best. Hij doet niks liever. Hij zegt dat hij kickt op seks met machtige mannen en beweert dat hij recentelijk iets gehad heeft met Elio Di Rupo. Was dat het? Dat was het. Trusgnach is volwassen, Di Rupo ook. So what?

Op 24 oktober 1996 mag Trusgnach zijn verhaal overdoen, deze keer tegenover de speciaal daarvoor vanuit Brussel overgekomen GP'ers Antipine en Struys. Hij vermeldt buiten Di Rupo ook de naam van PSC-minister Jean-Pierre Grafé, een Brussels PS-minister en de consul van de Seychellen. Eén zinsnede valt op in het proces-verbaal: "Ik was toen zeventien jaar oud."

Op 25 oktober is de rijkswacht van Hasselt weer aan de beurt. Aan die speurders verklaart Trusgnach nu dat hij "ten tijde van de feiten vijftien jaar oud" was - seksueel minderjarig dus - en legt hij ook uit dat "die mannen uit Brussel" hem hebben verzekerd dat "medewerking aan het dossier-Di Rupo" zou worden beloond met enige goodwill vanwege justitie in de zaak van de gestolen messen, vorken, lepels en waardepapieren. Nog later stelt de Brusselse GP een pv op, waarin én de werkelijke geboortedatum en een datum van de 'feiten' keurig worden vermeld, maar waar een kind van acht zo de rekenfout had kunnen uithalen. De GP'ers hebben - "per ongeluk", zeggen ze - Trusgnach vier jaar jonger gemaakt dan hij is.

Zijn moeder weet niet wat ze hoort, als ze het later in de krant leest: "Toen hij vijftien was, was Olivier een snottebel die nooit de deur uit mocht van ons."

In Brussel wordt de situatie steeds doller. In hun ultravertrouwelijke rapport 39.686, waarin Marnette en zijn mensen op 28 oktober 1996 de zaken bevattelijk proberen samen te vatten, regent het nu namen, tot die van de zoon van de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen toe. Het heeft er alle schijn van dat de Brusselse GP met volle kracht de aandacht wil afleiden. Het is eveneens Marnette die Neufchâteau zal opzadelen met 'kroongetuige' Jean-Paul Raemaekers, een door psychiaters mythomaan verklaarde pedofiel die aanleiding zal geven tot een half jaar nutteloze graafwerken op een oud mijnterrein in Jumet.

In een ander proces-verbaal signaleert Marnette op 22 oktober dat "een informant" hem heeft gemeld dat de genoemden Laurent V. en Johan V., een homofiel koppel uit Sint-Gillis, "bezitters zouden zijn van pedofiele cassettes" en dat "de genaamde Trusgnach Olivier" daarover informatie kan verschaffen.

En dan wordt het vrijdag 15 november 1996. Late namiddag, meer bepaald. De telefoon rinkelt in de kantoren van de 3KOS, de financiële sectie van de Brusselse BOB, die inmiddels al een maand of drie bijna voltijds in het onderzoek-Dutroux is ingeschakeld, en waar men net begonnen is met wat op dat ogenblik het 'onderzoek van de eeuw' heet te zijn: de verklaringen van de anonieme getuigen X1 (Regina Louf), Nathalie W. X2, X3, X4 en anderen. "Wij hadden vaagweg wel iets gehoord over wat de GP omtrent Di Rupo en Grafé aan het bekokstoven was", zegt de toenmalige chef d'enquête, adjudant Patriek De Baets, later. "Maar inhoudelijk hadden we geen flauw idee waarover dat allemaal mocht gaan. Dat was ook niet abnormaal. Als het op 'gevoelige dossiers' aankomt - en van een zaak waarin men de vice-premier van pedofilie beschuldigt, mag je wel stellen dat het er één is - zal men bij de GP eerder een been laten amputeren dan er de rijkswacht bij te betrekken."

Groot is dan ook de verbazing van De Baets wanneer hij die namiddag wordt gesommeerd om stante pede naar het Brusselse justitiepaleis te komen voor een crisisvergadering met nationaal magistraat André Vandoren, onderzoeksrechter Anne Gruwez en substitute Paule Somers. De 3KOS moet diezelfde avond twee huiszoekingen verrichten bij Laurent V. en Jean V. in Sint-Gillis. Daar zijn pedofiele cassettes te vinden "waarop mogelijk hooggeplaatsten te zien zijn". Eerste vraag van de BOB'ers: "Waarom doen Marnette en zijn mannen dat zelf niet?" Marnette, zo is bekend, heeft de reputatie van superflic. Kent geen uren. Je mag hem 24 uur per dag bellen, als het dringend is. Dit is dringend. Een journalist van de groep De Standaard / Het Nieuwsblad heeft een kopie te pakken gekregen van een van de pv's van Marnette en is nu her en der - logisch ook - aan het hengelen naar een reactie van justitie. Hij gaat er de volgende dag over publiceren en dus is de kans groot dat de eventuele pornocassettes zullen zoek geraken. "Waarom bellen jullie dan niet naar Marnette?", vraagt De Baets tijdens de vergadering. Antwoord: "Hij neemt niet op. Bij de GP zijn ze allemaal al naar huis."

Laurent V. en Jean V. geven die avond niet thuis. Een BOB'er vindt in het appartement wel een gsm-factuur, belt het nummer en verhoogt zijn stem: "Hé chérie, waar ben je? Ik heb een verrassing voor je." Dat lijkt V. best een prettig vooruitzicht en hij legt uit dat hij in bar Au Comptoir in Sint-Gillis iets zit te drinken. Enkele minuten later stormt de BOB daar binnen en neemt V. en V. meer naar de bureaus, waar inmiddels alle videobanden uit het appartement worden gevisioneerd.

Een speurder: "Geloof het of niet, maar al wat wij wisten, was dat we naar kinderporno moesten zoeken. Op die banden was echter niks van die aard te zien. Wat ik me wel herinner, is dat we die avond om de haverklap telefoon kregen van journalisten: 'En? En? Hebt u al beelden gevonden van Di Rupo in compromitterende posities?' Dat - ik zweer het op het hoofd van mijn kind - was de eerste keer dat we in deze zaak de naam Di Rupo hoorden vallen. Op die vergadering, 's namiddags, is met geen woord over Di Rupo gerept. Ja, zijdelings. Zo van: 'Het zou wel eens kunnen dat...' Van die Trusgnach allemaal had verkondigd, hadden wij geen weet. Toen we V. en V. aan het ondervragen waren, wisten we ook amper wat we hen moesten vragen. We zijn vragen beginnen te stellen over Di Rupo, omdat we de hele tijd telefoon kregen van journalisten. De Baets is op een gegeven moment als een gek beginnen rond te bellen, het was al bijna middernacht: 'Wat is dat hier allemaal?' Even later kwam het volledige dossier van Marnette per fax binnen. Toen wisten we het: we zijn gerold."

De volgende ochtend staat het in grote letters in de krant. Huiszoekingen in het kader van een pedofilieonderzoek lastens een lid van de federale regering. Door een parallel lek in een andere krant weet heel België inmiddels al dat het over Elio Di Rupo gaat. In de week die volgt, ontvangt kamervoorzitter Raymond Langendries een kopie van het dossier. De commissievervolgingen in de Kamer moet oordelen of de feiten 'zwaarwichtig' genoeg zijn voor opheffing van Di Rupo's parlementaire onschendbaarheid. Niet dus, want nog voor de commissieleden moeten stemmen, staan de kranten bol van de komische verhalen over Olivier Trusgnach. Einde van de zaak, en dus kan het onderzoek-van-het-onderzoek beginnen.

Wie heeft Trusgnach ertoe aangezet om pv na pv zijn eigen leeftijd te wijzigen? Wie heeft out of the blue een verband gelegd tussen het homofiele stel uit Sint-Gillis en Elio Di Rupo? Hoe kwam het dat al die GP'ers die vrijdagnamiddag allemaal naar huis waren? En waarom is dat alles gebeurd? "Om de druk van de ketel te halen in het X-en-dossier", veronderstelt een toenmalig lid van de 3KOS. "Er werd gefluisterd - ten onrechte, overigens - dat wij op het punt stonden om hooggeplaatsten per autocar naar het justitiepaleis van Neufchâteau over te brengen. Er heerste nervositeit. Na de zaak-Di Rupo werd het weer mogelijk om met beschuldigingen over pedofilie en het idee van 'protectie' te lachen. Het was het absolute keerpunt in de algemene sfeer na de zaak-Dutroux. Kort daarna zijn binnen onze antenne-Neufchâteau de problemen met de hiërarchie dan ook begonnen."

Op 7 juli 1997 publiceert het Comité P., de politie van de politie, een rapport over het tot stand komen van de zaak-Di Rupo. Daarin wordt het werk van de Brusselse GP, de Hasseltse rijkswacht en ook de Brusselse BOB zwaar op de korrel genomen: "De politiemensen hebben nooit de indruk gewekt op zoek te zijn naar de waarheid, maar wel naar de bevestiging van strafbare feiten", klinkt het. Vooral Marnette krijgt ervan langs: "De GP van Brussel begint een intense speurtocht naar Oliver Trusgnach, die onterecht als minderjarige wordt gezien. De speurders springen immers zeer slordig met hun informatie om en zullen slechts later vaststellen dat zij zich met vier jaar hebben vergist."

Over de Brusselse BOB stelt het Comité P.: "Er werd misbruik gemaakt van een gerechtelijk mandaat dat niet tot doel had getuigen te verhoren. In ruil voor bekentenissen werden onwaarheden voorgehouden."

Dat ook de BOB ervan langs krijgt, is een beetje vreemd. Men heeft enkel, op uitdrukkelijke instructie van de top van het parket, huiszoekingen verricht. Begin november 1996 is wel een lid van de 3KOS naar Hasselt getrokken om navraag te doen over Trusgnach, wat erop wijst dat men er ook daar op gebrand was om Di Rupo in opspraak te brengen. Maar, blijkt later, dat gebeurde in opdracht van de onderzoeksrechter in Neufchâteau, waar men nog met een ander randdossier van de zaak-Dutroux zat (111/96), waarin eveneens de namen van Di Rupo en anderen voorkwamen.

Tegen Marnette loopt nog een tweede zaak. Vermoed wordt dat hij het was die de pv's doorspeelde aan de Vum-kranten. Hij wordt door de Brusselse onderzoeksrechter Laffineur officieel in staat van beschuldiging gesteld wegens 'schending van het beroepsgeheim' en wordt geschorst. Veel last ondervindt zijn loopbaan daarvan niet. Hij is vandaag de feitelijke nummer twee van de federale politie in Brussel.

Anders ligt het voor De Baets en zijn collega's Aimé Bille, Eric Eloir en Michel Demulder, die vrijdagavond op pad moesten. Tegen hen wordt een disciplinair onderzoek geopend, wat achteraf de voorbode blijkt te zijn van de ontmanteling van het hele onderzoek rond de X-getuigenissen. Bijna gelijktijdig wordt de voltallige ploeg-De Baets van het onderzoek gehaald.

Dinsdag stelde de Brusselse Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) Marnette buiten vervolging. Omdat er de afgelopen vijf jaar geen enkel bewijs is geleverd dat hij het 'lek' was. Een aantal Franstalige kranten insinueerde meteen dat het bij nader inzien wellicht tóch De Baets en co waren geweest die de hele affaire-Di Rupo hadden beraamd.

Maar vijf jaar en zes maanden na de zaak-Di Rupo gebeurde er nog méér. Op 6 maart 2002 ontvingen De Baets, Bille, Eloir en De Mulder een brief van het Comité P.: "Na verificatie en verder onderzoek stellen wij vast dat de Brusselse BOB niet in aanmerking komt voor de conclusies in het eerste rapport van het Comité P., dd. 9 juli 1997."

Logischerwijze moet het Comité P. nu, zovele jaren na datum, met een nieuw gecorrigeerd rapport naar het parlement. "Logisch ook", vindt Aimé Bille. "Wij hebben V. en V. geen 'onwaarheden voorgehouden in ruil voor bekentenissen', want V. en V. hadden helemaal niks te bekennen. Er was helemaal geen sprake van bekentenissen. Het is onvoorstelbaar dat het zovele jaren moet duren voor het Comité P. dat inziet."

Voor de betrokkenen is het "een zoveelste bewijs" dat hogere krachten vanaf eind 1996 alles op alles hebben gezet om het dossier rond de X-getuigenissen te kelderen en tussendoor dankbaar misbruik maakten van roddels over de vice-premier om hun doel te bereiken. Het aantal achteraf volkomen vals gebleken klachten tegen De Baets en zijn collega's is inmiddels niet meer te tellen. En het aantal dirty tricks om hen ten val te brengen evenmin.

Op 28 maart 1997 ontvangt BOB'er Aimé Bille een officieel kantschrift van de Brusselse procureur Benoît Dejemeppe met de instructie om nieuw onderzoek te verrichtten lastens een zekere B., een tweede getuige naast Olivier Trusgnach contra Elio Di Rupo. Bille zit in een onmogelijke positie want de commissie-vervolgingen in de Kamer heeft enkele maanden daarvoor klaar en duidelijk geoordeeld dat het dossier-Di Rupo waardeloos is en dat elke verdere juridische of politionele actie in dit dossier vooraf via het Hof van Cassatie moet worden voorgelegd aan de bevoegde kamercommissie. "Het document, dat ik ontving op 2 april van mijn superieur, commandant Duterme, was aan mij persoonlijk gericht", zegt Bille. "Wat moest ik doen? Een volkomen illegale daad stellen en dit hele schandaal herlanceren, of de orders van mijn directe overste én de baas van het parket naast mij neerleggen? Ik heb het tweede gedaan. Daarom: het doel van Operatie Beschadiging Di Rupo was niet Di Rupo, maar dat waren wij, speurders van de BOB Brussel. Nadat er tegen ons een disciplinaire procedure geopend werd, heeft het achttien maanden geduurd voor wij werden verhoord en ten aanzien van de rijkswachttop ons relaas mochten doen? Waarom?" Er is nooit een einde gekomen aan het gestook tegen De Baets, Bille en de anderen. De meest dolle fantasieën kregen in de loop der jaren bij hun opponenten binnen hun eigen diensten en het Brusselse parket de vorm van een officieel 'dossier'. Tot vandaag worden in Kamer en Senaat nog vragen gesteld rond de eindeloze vreemde kronkels in het dossier-Di Rupo.

Elio Di Rupo weet inmiddels al lang niet meer wat hij er allemaal nog van moet denken. "Ik was destijds kapot van die hele zaak", zei gisteren in Le Soir, in een reactie op de buiten vervolgingstelling voor Marnette. "Ik hoop nog steeds en ik verwacht een definitieve epiloog aan deze zaak. Wie heeft dit dossier opgezet? Waarom hebben de hoge gerechtelijke instanties niet de rol van democratische filter gespeeld? De pagina is omgeslagen, maar niet verscheurd. Het is onaanvaardbaar dat de auteurs van deze valse beschuldigingen ongestraft zouden blijven. Niet omdat ik toen vice-premier was, maar in naam van elke burger die in zijn eer wordt gekrenkt."

Denken dat Di Rupo ooit een antwoord zal krijgen, lijkt naïef. Aan de basis van de valse berekening van de naam van Trusgnach en het optillen van die fantasieën tot gerechtelijke realiteit, ligt niet alleen Marnette - wel vrijgepleit van 'lekken', niet van het maken van dubieuze processen-verbaal - maar ook diens toenmalige rechterhand Grégory Antipine. Hij pleegde op 15 augustus 1999 zelfmoord.

Dat was precies drie jaar na het losbarsten van de zaak-Dutroux.

Op 28 maart 1997, màànden nadat Kamer en Hof van Cassatie al een punt hadden gezet achter de tragikomische 'zaak-Di Rupo', gaf de Brusselse procureur Dejemeppe in het grootste geheim opdracht om het onderzoek te hervatten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234