Vrijdag 14/08/2020

Leesverhaal1945

‘Nu is het genoeg!’ Waarom moest de Aalsterse schepen Pierre Cornelis in 1945 dood?

Het familiegraf waar Pierre Cornelis ligt begraven. In Aalst is een kade en het voetbalstadion van Eendracht naar hem genoemd.Beeld Wouter Maeckelberghe

In de zomer van 1945 is alles opeens disproportioneel. De horror en de omvang van de Holocaust worden tastbaar. Oorlogsgeheimen wreken zich. De vergeten koning Leopold III en een tweede golf van repressie verdelen het oude België. Voor het eerst wordt gesproken over het land Israël. En dan valt ook nog de atoombom. De zomer van de waanzin, in zes verhalen. Vandaag deel 1: in Aalst werd schepen Pierre Cornelis geëxecuteerd. En waarom weten we nog altijd niet precies.

Het eerste wat een Oostendenaar treft als hij uit de trein stapt in zijn eigen stad, is de geur. De zeelucht, aangesterkt met klagerig meeuwengeschreeuw. Waarschijnlijk heeft ook Norbert Pattyn zoiets ervaren, die dag. Woensdag 16 mei 1945. Nu de oorlog voorbij is, is hij als soldaat van de foute kant teruggekeerd van het Oostfront.

Weinig is geweten over Pattyn. Het lijkt aannemelijk dat ook hij blij is dat hij de oorlog heeft overleefd en nu snel zijn familie wil terugzien. In het station staat een groepje mensen. Iemand roept: “Dat is Pattyn!” Hij wordt vastgegrepen en in het havendok gegooid. En verdrinkt. De krant Vooruit juicht het gebeuren de volgende dag toe: ‘Het volk maakte korte metten met de zwarten. SS-schurk in de dokken gegooid. Kort en goed.’

Het is het begin van de zomer van de waanzin.

‘Nu is het genoeg’

In zijn in 2015 verschenen boek En nu gaan ze boeten! schrijft historicus en programmamaker Geert Clerbout over die vreemde meidagen: “Elke dag arriveren er treinen met oud-verzetslui of werkweigeraars, en samen met hen hun verschrikkelijke getuigenissen. De mensonterende omstandigheden waarin Belgen maanden- of soms jarenlang in Duitse concentratiekampen hadden moeten leven, werden zo stilaan bekend bij het brede publiek.”

Tijdens de oorlog zijn tienduizenden mensen, vooral jonge mannen, als werkkrachten naar Duitsland gedeporteerd. In alle stations vormen zich groepjes. Telkens zo’n skelet in streepjespak met bolle ogen aan komt geschuifeld, groeit het besef dat slechts een beperkt aantal mensen zal terugkeren. De woede kolkt, zeker als in bioscoopzalen beelden worden getoond van het door de Amerikanen bevrijde concentratiekamp van Buchenwald. Bergen naakte mensenlichamen die worden afgevoerd naar massagraven.

In Aalst is het niet anders. Op maandag 7 mei zijn in het centrum van de stad de eerste aanplakbrieven op muren gepapt: ‘Waarde medeburgers, de oorlog is ten einde. Na lange jaren van terreur en lijden onder het juk van het nazibeest zijn diegenen die het Hitlermonster hebben gesteund met al zijn krachten, in volle vrijheid. Nu is het genoeg.’ Het aanplakbiljet is ondertekend met OF.

Het Onafhankelijkheidsfront (OF) was tijdens de oorlog de voornaamste koepel van ondergrondse verzetsorganisaties. Het was in de herfst van 1941 opgericht op initiatief van de Kommunistische Partij van België (KPB).

Met dit aanplakbiljet werd duidelijk dat iemand het op Pierre Cornelis gemunt had. Beeld rv

In zijn masterproef Oorlog en verzet in Aalst. Tussen verzet en criminaliteit. (2018-2019) beschrijft historicus Robbe Meerpoel hoe de leiders van de belangrijkste verzetsorganisaties een ‘onderzoekscommissie’ oprichtten die zou beslissen welke verdachten van collaboratie opgepakt dienden te worden. Hiervoor werd een zogenaamde Vliegende Brigade opgericht. “Zij hielden zich bezig met het ophalen van verdachten”, zegt Meerpoel. “Samen met Canadese soldaten ondernamen ze verschillende acties in bossen rond Aalst om die te zuiveren van Duitse soldaten. Dagelijks vonden aanhoudingen plaats. Op een gegeven moment waren er 2.000 mensen opgesloten in de pupillenschool.”

Net als nogal wat historici bestempelen de verzetshelden van het OF zichzelf vaak als extreemlinkse idealisten, Meerpoel ziet dat anders: “De leden van de Vliegende Brigade bevonden zich op het raakvlak tussen overtuiging en opportunisme. Ze werden door invloedrijke figuren gemanipuleerd, waardoor net deze groep de grens van de criminaliteit overschreed. Ideologie werd aangewend om geweld te rechtvaardigen. Door het brutale optreden heerste bij een groot deel van de bevolking angst voor de Vliegende Brigade. Er werden klachten ingediend wegens mishandelingen en plunderingen. Volgens burgemeester Alfred Nichels was het een bende wilden.”

Misverstand?

Een paar dagen na de eerste volgt een nieuwe aanplakbrief: ‘Waarde medeburgers, nu is het genoeg. Wij eischen als voorbeeld vandaag nog de aanhoudingen van (…), Cornelis Pierre, Dirk Martenstraat, en (…). In geval van niet inwilliging onze eischen zullen deze hierboven genoemden aan de volkswoede blootstaan en… gerechtigheid zal geschieden. Anderen volgen… Het Regionaal Komitéé van het OF.’

Pierre Cornelis is de 55-jarige directeur van de glucosefabriek Hyacinthe Leclercq en de visconservenfabriek Globus in Denderleeuw. Hij zetelt sinds 1932 voor de liberalen in de Aalsterse gemeenteraad. Hij is even schepen van onderwijs geweest, en tijdens de oorlog ook van bevoorrading. Hij is al sinds 1930 voorzitter van voetbalclub Eendracht Aalst, dat in de stilgelegde nationale voetbalcompetitie zevende staat met zeventien punten.

Dat zijn naam op het aanplakbiljet wordt vermeld is voor veel Aalstenaren een verrassing. Pierre Cornelis is razend populair. Hij is zo’n typisch Vlaamse pragmaticus die er tijdens de oorlog naar streefde iedereen te vriend te houden. Hij leverde met z’n fabriekje in Denderleeuw bokalen rolmops en ingeblikte paling aan de Duitsers. Hij hielp ook verzetslui aan voedsel voor ondergedoken kompanen.

Het Aalsterse schepencollege kwam vrij van trauma’s uit de oorlog. De door de nazi’s aangestelde Vlaams-nationalistische oorlogsburgemeester Victor Bocqé kreeg na de bevrijding een jaar gevangenisstraf wegens collaboratie, maar zag zich in beroep vrijgesproken. Onder impuls van de socialisten zou er een straat naar hem worden genoemd. Zelf zei Pierre Cornelis weleens: “Ik heb maar voor 23 procent gecollaboreerd.”

Het lijkt een kolossaal misverstand, dit aanplakbiljet. Tot er op dinsdagavond 15 mei rond halftwaalf wordt aangebeld ten huize Cornelis. Volgens de later door De Gazet van Aalst gepubliceerde aanklacht roepen drie mannen: “Wij zijn van de Veiligheid van de Staat!”

‘Zij gij Cornelis?’

Mevrouw Cornelis legt uit dat haar man niet thuis is. Dat die eerder die avond per telefoon is weggeroepen voor een dringende vergadering bij Eendracht Aalst. De mannen dringen het huis binnen en beginnen het gelijkvloers te doorzoeken. Ze verplichten mevrouw Cornelis om met hen naar de eerste verdieping te gaan. Dan horen ze de voordeur. Er komt iemand de trap op. “Zijt gij Cornelis?”, roept een van de mannen. De schepen antwoordt niet, hij gaat bij z’n echtgenote staan.

“Zijt gij Cornelis?”, vraagt de man nog eens.

“Ja, dat ben ik.”

De man trekt z’n machinegeweer en schiet. Een tweede dader schiet met zijn pistool. De schepen gaat tegen de vlakte. De drie mannen rennen de trap af, maar krijgen de voordeur niet open. Een van hen rent terug naar boven, pakt de sleutels van de stervende schepen en grist snel ook nog diens portefeuille mee.

Als mevrouw Cornelis de moordenaars smeekt om haar te sparen, zegt een van hen: “Als uw man nog leeft, kunt ge hem zeggen dat wij Duitsers zijn, en dat wij zijn verraad tegenover de Duitsers gewroken hebben. En als gij ons later herkent en gij verraadt ons aan het gerecht, dat zult ge hetzelfde lot als uw man ondergaan. Er staat nog vijfhonderd man achter ons.”

Net voor ze weggaan, hoort mevrouw Cornelis een van hen zeggen: “Rap, rap, we moeten de eerste trein hebben.”

Ze ontfermt zich over haar man. Hij zegt: “Die zwarte is mijn portefeuille uit mijn zak komen trekken.” In de ziekenwagen hoort een verpleger hem nog kreunen: “Ik heb dit toch niet verdiend?”

Het zijn zijn laatste woorden.

Arrestaties

De aanplakbrief laat weinig ruimte voor twijfel. De moord is het werk van wat rest van de Vliegende Brigade, die in de zomer van 1945 nog altijd een beetje boven de wet staat. België wordt na de bevrijding bestuurd door de regeringen Pierlot V, Pierlot VI, Van Acker I, Van Acker II en Van Acker III. Behalve bij Pierlot VI tellen al die regeringen communistische ministers. Zij hebben tijdens de oorlog met zo’n 15.000 gesneuvelden de grootste offers gebracht.

Dominique Walgraef zou de opdracht hebben gegeven tot de moord, maar het motief blijft een mysterie. Beeld rv

Het duurt tot eind 1946 voor speurders bij het parket in Dendermonde aan de hand van een persoonsbeschrijving van mevrouw Cornelis uitkomen bij Raymond De Bom uit Erembodegem. Hij is als tiener bij het verzet gegaan, hij was pas 21 ten tijde van de moord op schepen Cornelis. De Bom – toepasselijke naam voor een verzetsman – wijst meteen zijn twee kompanen aan: de Nederlandse ijzergieter Alfons Doms uit Aalst en bobijner Frans De Smedt, ook uit Aalst. Doms was 22 ten tijde van de moord, De Smedt 39. Ook Doms gaat snel over tot bekentenissen, De Smedt blijft lange tijd ontkennen. De Gazet van Aalst meldt op 13 mei 1948: “Hij was gewapend met een revolver, maar zodanig dronken dat hij zich niets meer van het moordtoneel kon herinneren. Later kreeg hij tijdens het onderzoek zijn geheugen terug, verstrekte bijzonderheden en verklaarde in opdracht van Walgraef gehandeld te hebben.”

Dat zeggen ook Raymond De Bom en Alfons Doms. De opdracht kwam van hem, Dominique Walgraef, een van de kopstukken van de Vliegende Brigade. En oorlogsheld, vooral.

Postsorteerder

Dominique Walgraef was tot mei 1943 postsorteerder in het centrale postgebouw aan het Muntplein in Brussel. Van daaruit stuurde hij twee jaar lang alles in de war wat hij in de war kon sturen. “Aan de Ortskommandantur en Feldgendarmerie gerichte verklikkingen werden door hem onderschept en kwamen nooit ter bestemming”, zo meldt het krantje De Weerstander na de oorlog. “Talrijke Patriotten werden zodoende van een zekeren ondergang gered.”

Eén keer presteerde Walgraef het om 4.000 uitnodigingen voor de grote Landdag van het collaborerende Vlaams Nationaal Verbond (VNV) van Staf De Clerq te doen verdwijnen. “Het gevolg was een fiasco voor De Clerq, die voor een kleine opkomst het woord moest voeren”, schrijft De Weerstander. “En zie, daags na den feestdag kwamen de uitnodigingen ter bestemming.”

Walgraef haalde ook vanuit Hamburg verstuurde plannen van onderdelen van Duitse oorlogsschepen uit de enveloppen. Op 9 mei 1943 werd Walgraef gearresteerd samen met Bric Nichels, de zoon van de vooroorlogse burgemeester Alfred Nichels.

Robbe Meerpoel: “Heel wat verzetslui wantrouwden Bric Nichels, die aan het begin van de oorlog mensen zou hebben geronseld voor het VNV. Walgraef is na een paar weken weer vrijgelaten en in augustus 1943 opnieuw opgepakt om naar Duitsland te worden afgevoerd. Hij kon ontsnappen en binnen de kortste keren was hij terug in Aalst. Het is heel lastig om een helder zicht te krijgen op de onderlinge verhoudingen. Volgens wat je in de archieven terugvindt, zou Pierre Cornelis in mei 1943 bij de Duitsers zijn gaan bemiddelen om Walgraef vrij te krijgen en heeft die laatste dan twee verzetsmensen verklikt. Volgens wat ik las, was Walgraef ervan overtuigd dat Cornelis in z’n portefeuille compromitterende bewijzen tegen zichzelf bewaarde. Daarom moest die portefeuille worden gestolen.”

Walgraef gaat in de maanden na de bevrijding in allerlei publicaties wild tekeer tegen Pierre Cornelis en Bric Nichels. “Alleen tegen hen”, merkt Meerpoel op. “Dit maakt het aannemelijk dat Walgraef inderdaad iemand verklikt had bij de bezetter en dat naast Cornelis eventueel ook Nichels daar iets van wist.”

Pathetische brief

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1946 staat Walgraef in Aalst nog op de vierde plaats op de lijst van de KPB in Aalst. Tegen de verwachtingen in, raakt hij niet verkozen. Hij wordt wel gezien als de plaatselijke coming man. Hij is goed bevriend met Edgard Lalmand, de minister van Ravitaillering of Bevoorrading. Walgraef heeft het zo weten te regelen dat De Bom, Doms en De Smedt een baantje hebben gekregen als controleur bij de bevoorradingsdiensten.

Als Walgraef vier dagen na het trio wordt gearresteerd, ontketent dat een storm van protest bij de de Nationale Unie van den Weerstand. Die belegt meteen “een massavergadering”. Minister van Justitie Albert Lilar ontvangt op 24 januari 1946 een pathetische brief, die later ook integraal wordt afgedrukt in De Weerstander: “Heer Walgraef is een weerstander van groote verdienste. Zijn aanhoudend strijden voor de zuivering en zijn hoogst vaderlandslievende houding hebben van hem de bijzonderste vijand gemaakt van de slechte burgers, helaas.”

De weerstanders eisen zijn onmiddellijke vrijlating. Of hij nu iets met de moord op de schepen te maken heeft of niet.

Het assisenproces vindt plaats in 1948. Het zijn de hoogdagen van Jozef Stalin. In Moskou roepen mensen ‘leve Stalin!’ als ze op zijn bevel worden geëxecuteerd. Iets soortgelijks overkomt Dominique Walgraef, zelf ook een toegewijde Stalinist. De KPB heeft zijn twee advocaten gefinancierd. Ze hebben hem anderhalf jaar lang bijgestaan, en beloofd dat ze zijn onschuld zullen aantonen in de rechtszaal. Daags voor het proces start, trekken zij zich terug. Op het KPB-hoofdkwartier op de Stalingradlaan in Brussel is beslist dat de belangen van de partij voorgaan op die van Walgraef.

Als andere leden van de Vliegende Brigade tijdens het proces wordt gevraagd wie op het idee was gekomen om de naam van Cornelis op dat aanplakbiljet te zetten, lijkt het alsof ze een lesje opzeggen: “Dat weten wij niet meer.”

Als het andere Aalsterse oud-KPB-kopstuk Bert Van Hoorick in 1982 zijn oorlogsmemoires publiceert, bladeren velen direct door naar het verwachte hoofdstuk over de moord op Cornelis. Van Hoorick heeft er niet meer over te melden dan dat “deze moord veel schade berokkent aan de nochtans populaire communistische partij”. Verder niets.

Raymond De Bom, die als eerste schoot, krijgt krijgt 15 jaar gevangenisstraf. Frans De Smedt, die ook schoot, 20 jaar. Een tragisch lot, voor een verzetsman die na de bevrijding door een notaris een lap grond kreeg aangeboden. En weigerde. Alfons Doms, ook al iemand die z’n naam niet heeft gestolen, komt weg met 10 jaar. Dominique Walgraef krijgt de doodstraf, die later wordt omgezet in levenslang.

Robbe Meerpoel: “Verder is er niks meer van de man gehoord.”

In Aalst is een kade en het voetbalstadion van Eendracht genoemd naar Pierre Cornelis.

Maandag: het vruchteloze wachten van de vrouwen in Meensel-Kiezegem.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234