Dinsdag 04/10/2022

ReportageKenia

Nu alle aandacht naar Oekraïne gaat, wordt de situatie in Kenia steeds schrijnender: ‘Wat gaan we onze kinderen te eten geven?’

Enkele Turkana-herders proberen nu geld te verdienen met landbouw aangezien hun vee is uitgestorven. Beeld AFP
Enkele Turkana-herders proberen nu geld te verdienen met landbouw aangezien hun vee is uitgestorven.Beeld AFP

Terwijl de oorlog in Oekraïne de voedselprijzen opdrijft, dreigt in Afrika hongersnood. Miljoenen veehoudende nomaden zijn hun dieren verloren door aanhoudende droogte. In Turkana, Kenia, wachten vergeten klimaatvluchtelingen op hulp. ‘Onze kinderen zijn zo verzwakt dat ze de hele dag slapen.’

Carlijne Vos

Vierduizend dieren had hij voor de droogte begon. Nu heeft hij er nog twee over, gedoemd om ook te sterven. Lotiak Lokolio (47) beent langs ronde hutjes van takken – manyatta’s – in het zelfgebouwde vluchtelingenkamp en opent er een om het treurige restant van zijn voormalige rijkdom te laten zien. Twee geitjes, een zwart en een wit, huppelen weg de brandende hitte in, over de gortdroge aarde, op zoek naar een sprietje gras.

Op de vlakte om het kamp hebben lichte regens vorige maand een groene sluier over het landschap achtergelaten. Maar schijn bedriegt: “Dit gras stelt niets voor”, weet Lokolio. Onder de meedogenloze zon in dit barre noordwesten van Kenia is van deze zielige grassprieten over een week niets meer over, zo weten de pastoralisten, de veehoudende nomaden, uit ervaring. Bovendien, hun dieren zijn allemaal al dood. Wat hebben zij nog aan gras als er geen dieren meer zijn om te grazen?

De uitgestrekte vlaktes in Turkana, een provincie in het noordwesten van Kenia, zijn onheilspellend leeg. Normaal grazen hier duizenden geiten, schapen en kamelen rond de acaciabomen en -struikgewassen, maar ze zijn allemaal gestorven door de droogte die de Hoorn van Afrika al twee jaar in haar greep houdt.

droogte Afrika Beeld DM
droogte AfrikaBeeld DM

De droogte, de ergste in veertig jaar, bedreigt zeker 20 miljoen mensen met hongersnood en dit aantal zal de komende maanden flink oplopen. Het eerstvolgende regenseizoen wordt pas vanaf oktober verwacht – als het deze keer tenminste komt. Gewassen zijn niet ingezaaid, de voedselvoorraden zijn op en tot overmaat van ramp zijn de prijzen voor geïmporteerd graan en andere basisproducten verdubbeld als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

In het afgelopen regenseizoen van maart tot juni viel in Turkana nog geen 25 procent van de normale hoeveelheid neerslag. Tegelijkertijd worden andere ­gebieden in de regio, zoals in Somalië en Zuid-Soedan, eveneens overvallen door hevige regenval en overstromingen.

De weersextremen zijn een rechtstreeks gevolg van klimaatopwarming, zeggen deskundigen. Zij waarschuwen voor de sociale gevolgen: door klimaatverandering vluchten mensen immers naar andere, vruchtbaardere gebieden, waar ze in conflict komen met bevolkingsgroepen die er al eerder waren en de rechten op het gebied claimen.

Precies dat gebeurde met deze klimaatvluchtelingen uit Turkana, die nu in hun traditionele geruite dekens, met hun herdersstaf en krukje in de hand, werkloos in de schaduw van een grote boom zitten. Aan het begin van de droge tijd waren zij de grens met Zuid-Soedan overgetrokken om hun vee te laten grazen.

Toen twee jaar later ook daar de droogte toesloeg, en hun laatste dieren waren gestorven, keerden zij terug naar Kenia. Hulp hebben deze circa tweeduizend ­klimaatvluchtelingen in het kamp nog niet gezien sinds zij hier, bij Kaikor in de noordelijke deelstaat Kibish van Turkana, zijn neergestreken.

Alles kwijt

“We zijn alles kwijt”, roept een oude herder met een groen jagersmutsje, terwijl hij moeizaam opstaat. “Ik was zo rijk. Ik had honderden geiten, honderdtwintig koeien en tien ezels. Ze zijn allemaal dood. Toen de laatste twee ezels ook nog werden gestolen door veerovers uit Zuid-Soedan zijn we gevlucht. Nu heb ik niets meer. Dit is alles wat we te eten hebben.” Hij laat een kommetje zien met een handvol besjes van de boom boven hem.

Zijn vrouw, Lore Longolan, laat een ­slijmerige vrucht zien die ze tussen de ­bomen heeft gevonden. “Deze vond ik nog, maar de wilde vruchten en bessen uit de boom raken op. Wat gaan we onze kinderen dan te eten geven?”, vraagt ze wanhopig. De andere vrouwen, die met hun kleurrijke kralenkragen bij het gezelschap onder de boom zijn komen staan, knikken instemmend. Kinderen met bolle hongerbuiken en magere armpjes hangen aan hun rokken, vliegen zwermen rond de ogen van de zwakste kleintjes.

Van het concept klimaatverandering hebben de vaak ongeschoolde pastoralisten geen weet. Ze beseffen evenmin dat hun ellende zich afspeelt in de schaduw van de oorlog in Oekraïne, die alle aandacht én al het donorgeld opeist. Waar donoren voor Oekraïne in een maand 16 miljard dollar (15,6 miljard euro) bijeenbrachten, is van de benodigde 4,4 miljard dollar (4,29 miljard euro) voor de droogte in Kenia, Somalië en Ethiopië pas 2 procent binnen, zo waarschuwde Oxfam vorige maand. Late betalingen zijn gewoon in de wereld van noodhulp, maar de kloof tussen vraag en aanbod is nu wel heel groot.

De hulpgelden die burgers ontvangen in de vorm van zogenoemde cashtransfers zijn ook nog eens de helft minder waard door de gestegen voedselprijzen als gevolg van eerst de covidpandemie en toen de oorlog in Oekraïne. Vrijwel alle basisproducten zijn verdubbeld in prijs: mais, graan, kookolie, rijst, benzine en mest. Suiker, de enige energiebron voor de ondervoede Turkana, is zelfs verdrievoudigd in prijs.

Een winkel in het vluchtelingenkamp in Turkana. De prijzen voor basisproducten zoals meel en rijst zijn er verdubbeld in prijs.  Beeld LightRocket via Getty Images
Een winkel in het vluchtelingenkamp in Turkana. De prijzen voor basisproducten zoals meel en rijst zijn er verdubbeld in prijs.Beeld LightRocket via Getty Images

“Vroeger kon je voor 200 shilling (ongeveer 1,65 euro) aan boodschappen een familie voeden, nu heb je er net een beetje maismeel voor en dan heb je nog geen olie om het mee te bereiden”, vertelt Margareth Esra, die verderop bij Ekicheles een winkel runt. “Ik verkoop nu maar ­dingen op de borg of in ruil voor brandhout om mensen niet aan hun lot over te laten.”

De Turkana verloren in de afgelopen twee jaar driekwart van hun geiten, koeien, kamelen, ezels en schapen in deze regio. Dit laatste seizoen, dat tussen maart en juni regen had moeten brengen, was de genadeklap. “Het is verwarrend. Het land is groen, maar er zijn geen dieren meer en de magen zijn leeg”, zegt Sylvia Kai, vicevoorzitter van de gemeente Kaikor in de deelstaat. “Mensen sterven hier. In het kamp is niets te eten, geen water, er is helemaal niets. Mijn moederhart breekt als ik die ondervoede kinderen zie”, zegt ze als ze mistroostig door het kamp loopt.

De Keniaanse overheid, die vooral bezig is met de aankomende presidentsverkiezingen, heeft één keer voedsel gebracht. “Veel te laat en veel te weinig”, verzucht Kai. Als bestuur van de deelstaat staan ze machteloos tegenover de humanitaire ramp die zich onder hun ogen voltrekt. “Veehouderij is de ruggengraat van onze samenleving. Nu mensen al hun vee kwijt zijn, is de economie ingestort.”

De staatskas van Turkana is leeg na twee jaar zonder belastinginkomsten van de herders. Andere burgers in Kaikor kunnen ook niet helpen, omdat ze zelf niets meer verdienen of al tekortkomen door de hoge voedselprijzen, zo somt Kai de opeenstapeling van rampen op. “We ­hebben hier mzungu’s (witte mensen in het Swahili, CV) gezien die rapporten maakten over de droogte, maar we hebben ze nooit meer teruggezien.”

Iets verderop proberen hulporganisaties als het Rode Kruis of Mercy Corps toch zoveel mogelijk te doen met de ­beperkte middelen die ze hebben. Langs een zandweg door de droge rivierbedding wachten moeders met hun kinderen ­onder een boom op hun beurt voor de mobiele kliniek van Save the Children. De hulporganisatie bezoekt deze en 25 andere gemeenschappen elke twee weken, om ondervoede kinderen te screenen en te helpen.

Een klein, schriel jongetje stapt wat onzeker op de weegschaal en laat zich gewillig wegen. Zijn gewicht, lengte en de omvang van zijn bovenarm bepalen de mate van ondervoeding. Zijn moeder krijgt een tas vol Plumpy’nut mee, een calorierijk pindakaasmengsel waarmee kinderen binnen vier weken kunnen aansterken.

Landbouw als redding

Overal langs de weg zitten uitgehongerde gezinnen, die bij elke langskomende auto hopen op hulp, voedsel of water. Om aandacht voor hun leed te vragen, hebben ze de botten van hun gestorven dieren langs de weg opgestapeld.

Een weelderig groene tuinderij, waar spinazie, uien en peperplanten de hoogte in groeien, vormt een vreemde uitschieter in het droge landschap. Een twintigtal herders heeft hier een stuk grond gekregen voor geïrrigeerde landbouw. Het initiatief van de katholieke Kerk en een Israëlische ngo is bedoeld om de traditionele veehouders te leren andere inkomstenbronnen aan te boren en zo weerbaarder te worden tegen klimaatverandering.

De 35-jarige Tom Kachinga prijst zich gelukkig. “Ik zag dat iedereen om me heen zijn dieren kwijtraakte aan de droogte. Ik kan nu tenminste mijn groenten ­verkopen en zo mijn familie onderhouden.” Voor het hek van de tuinen bedelen oude vermagerde herders om een aalmoes. Plotseling komen ze in beweging – onder leiding van ‘Vader Alfred’ deelt de missie deze zaterdag pap uit aan ouderen. Voetje voor voetje schuifelen de wankele en graatmagere bejaarden, steunend op een stok en met een plastic mok in de hand, richting de grote pan met pruttelende maïspap op het open vuur.

Vader Alfred heeft er zojuist nog snel twee zakken suiker ingegooid voor de broodnodige energie. “Ik vrees dat de pastoralisten deze droogte niet meer te boven komen, ze zijn echt al hun dieren kwijt. Hun enige redding is landbouw”, wijst hij naar de tuinen. “Zij overleven het, hopelijk is dat een les voor de anderen om in de toekomst op zoek te gaan naar andere bronnen van inkomsten ­behalve veeteelt.”

Voor de 52-jarige Ebemgo Lomulen is het te laat, hij stapte vorige maand uit het leven. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf door de Turkana-gemeenschap. “We zijn gewend aan dood, door ziekte of ­ouderdom of honger, maar zelf een einde maken aan je leven is ongekend in onze cultuur”, zegt zijn broer Francis (47), die nu belast is met de zorg voor zijn weduwe en haar kinderen. In een hutje op het erf achter hem ligt hun 90-jarige vader on­beweeglijk met holle ogen weg te kwijnen van verdriet en voedselgebrek – nog geen week later blijkt hij gestorven.

“We hebben alles verloren”, zegt Lomulen, terwijl hij naar de lege vlaktes om zich heen wijst waar twee jaar geleden nog honderden geiten graasden. “Toen de droogte na vier gemiste regenseizoenen alle dieren had weggevaagd, verdween mijn broer ineens. We wisten niet waar hij was totdat hij twee dagen later werd gevonden in de kloof. Dood. Hij kon zijn ­verlies niet aan.”

Ergste droogte ooit

Tegen vier seizoenen zonder noemenswaardige regens blijken zelfs de door de wol geverfde Turkana-herders niet bestand. Terug in het vluchtelingenkamp zegt Lotiak Lokolio vaker droogtes te ­hebben meegemaakt. “Maar nog nooit zoiets als dit. Dit is de ergste droogte ooit.”

Lokolio voelt zich te zwak om zijn twee overgebleven geitjes te laten grazen, vertelt hij wanneer hij naast zijn ondervoede moeder in hun hutje heeft plaatsgenomen. De oude, sterk vermagerde vrouw kijkt hol uit haar ogen en reageert amper nog op haar omgeving. Ze zal hier sterven, net als mogelijk vele duizenden andere klimaatvluchtelingen in de regio.

Lore Longolan laat het hutje zien waar ze met haar man en acht kinderen slaapt. Een thuis kan ze het niet noemen, nu ze alles kwijt zijn. “Onze kinderen liggen de hele dag te slapen, zo verzwakt zijn ze van de honger. Zonder onze dieren zijn we onze trots en energie kwijt. Het water is zo ver weg, als we terugwandelen voel ik me zwak en duizelig.”

Van kapotte jerrycans heeft Longolan een rollende constructie gemaakt waar het water uit klotst tijdens het lopen. Maar het is beter dan niets, en een jerrycan op het hoofd dragen zoals ze gewend zijn, kan ze niet meer nu ze zo verzwakt is van de honger. “We rekenen nergens meer op, we kunnen alleen nog vertrouwen op God. Als God het zo wil, dan sterven we.”

droogte Afrika Beeld DM
droogte AfrikaBeeld DM
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234