Donderdag 29/07/2021

NTGent: van publiekstheater tot 'een huis voor Johan Simons'

Nooit meer oorlog onder de torens

Begin januari 2001 stond het Publiekstheater figuurlijk in de steigers. In een huis zonder voorgevel werden scènes gespeeld in drie kamers die de drie podia (Groot Huis, Arca en Minnemeers) van het toekomstige theaterhuis moesten voorstellen. Voor die reclamestunt werd de gevel van een huis in Gentbrugge gesloopt. In mei 2004 komt het Publiekstheater (NTGent) met de slogan 'Een huis voor Johan'. Toekomstig artistiek leider Johan Simons is op zoek naar een huis. Zijn ze met ons kluten aan 't spelen?

Liv Laveyne

Slagveld met putten

"Het NTG is een slagveld en dat is het altijd geweest." Het zijn woorden van Jef Demedts, de langst aangebleven directeur bij het NTG (977-'91). Demedts wou twee jaar vroeger opstappen, maar een opvolger vinden was een probleem. Sinds de oprichting van het NTG in 1965 werden directeurs aan de lopende band ontslagen en terwijl vanaf de late jaren tachtig een hecht ensemble langzaam vastroestte, werd in het laatste decennium al even grondig 'schoonmaak' gehouden in het acteursbestand. Jean-Pierre De Decker was de eerste om dat te doen in 1997: voor wat hoorde wat, zo blijkt nu. De Decker mocht van de raad van bestuur directeur worden op voorwaarde dat hij tien van de twaalf acteurscontracten opzegde. De raad kan immers zelf geen acteurs ontslaan, enkel beslissingen van de directeur bekrachtigen. Zo ageerde de raad van bestuur via een 'omweg' tegen de 'grondwet' van het NTG.

Even tevoren was een fusie met de Blauwe Maandag Compagnie afgeketst omdat het NTG dat aanvoelde als een Antwerpse overname door Luk Perceval en zijn crew. De theateroorlog in 1999 zou niet tussen de steden maar in Gent zelf worden uitgevochten, toen De Decker zijn ambitieuze plannen onthulde om naar het voorbeeld van de Duitse stadstheaters ook kindertheater, musicals en volkstoneel te brengen. Het NTG voerde onderhandelingen met Speelteater/Kopergietery, het trio Johan Dehollander, Stef Ampe en Arne Sierens (later DAStheater), Victoria en Nieuwpoorttheater. "Annexatiedrang!" schreeuwden deze gezelschappen en vormden het Partnership, dat later 'Onder de torens' zou heten.

Ook de beoordelingscommissie stak haar afkeer niet onder stoelen of banken en maakte gewag van een 'supermarktmodel' waarbij veelheid de kwaliteit van de producten moest verdoezelen. Op vrijdag 2 juni 2001 zou het contract van De Decker hernieuwd worden, maar hij liep woedend weg na een intern onderhoud. "Ontslag", zegt Demedts. "Onenigheid", volgens huidig algemeen directeur Dirk De Corte. "Er zat niemand te wachten om het artistieke beleid over te nemen, het beste bewijs is dat we drie jaar hebben moeten wachten op een nieuwe artistieke leider." De Decker stierf een dag later. De Corte zou de komende jaren een financiële put van 80 miljoen frank proberen te delgen en de brokken met de andere Gentse theaterhuizen lijmen.

De donut van De Corte

De Corte werd algemeen directeur van een artistiek team (Alain Pringels, Domien Van Der Meiren, Mathias Sercu en Martine De Gos) dat het Publiekstheater zonder geestelijke vader De Decker boven de doopvont hield. Maar in hoeverre werden de ideeën van De Decker verwezenlijkt? Een multitheater bleek door de financiële problemen niet haalbaar en niet opportuun als men de wapenstilstand met de andere Gentse theaters wilde bewaren. Jeugdtheater bleef het terrein van de Kopergietery, musicals zouden later een forum vinden in de Capitole van Geert Allaert en het volkstoneel wordt in de toekomst nieuw leven ingeblazen in de Minard.

Bij de officiële opening van het Publiekstheater werden de drie podia tegelijk bespeeld: Montagnes Russes in een regie van Domien Van Der Meiren in Arca, Met angst en beven van Ignace Cornelissen (Het Gevolg) in het Minnemeers en 'n Meeuw van Alain Pringels in het Groot Huis. Het was duidelijk dat Arca het boeiendste plateau zou worden. Van Der Meiren, afgestudeerd als regisseur aan de toneelopleiding in Maastricht, werd er artistiek verantwoordelijke. In Arca zouden de komende drie jaar de artistiek en maatschappelijk interessantste voorstellingen uit de grond komen met werk van jonge makers als Tonic (Lear) en Union Suspecte (Leeuw van Vlaanderen).

Het profiel van het Minnemeers als "buffer met creaties uit de hedendaagse en eigen dramaturgie" kwam daarentegen nooit uit de verf. En in het Groot Huis waarde het spook rond. "Die daar (in onze schouwburg) optreden moeten leermeesters zijn en geen leerlingen. Maar leerlingen en leerlingen zijn aangeworven terwijl leermeesters en meesteressen zijn heengegaan", liet ene verbolgen Jan Staal zich ontvallen na een desastreus theaterjaar 1902 voor de Gentse schouwburg aan het Sint-Baafsplein. Was het dat spook dat een eeuw later opnieuw de kop opstak? Oude rotten als Nolle Versyp en Jef Demedts hadden plaats moeten ruimen voor een jongere generatie want 'de verpakking' moest anders, om het met de woorden van wijlen De Decker te zeggen.

Het was met die verpakking dat De Corte het de afgelopen jaren heeft moeten doen, al omschrijft hij het iets smakelijker als het 'donutmodel': de rand was gevuld, binnenin gaapte een gat. Communicatie en marketing liepen vlot, de zalen waren behoorlijk gevuld en zelfs de financiële toekomst zag er rooskleurig uit, maar het midden, de artistieke kern, was gebakken lucht. Vooral talent om de grote zaal te bespelen ontbrak. Sommige regisseurs zoals Alain Pringels kregen te veel herkansingen, grote zaalstukken overstegen zelden het plaatjestheater zoals Bloedbruiloft en Het gezin van Paemel en de repertoirekeuze getuigde veeleer van nattevingerwerk. De reden: een manifest gebrek aan artistieke visie op en naast de scène. De Corte: "Het is een vicieuze cirkel: hoe trek je talent aan? Omdat je talent in huis hebt. Zo bleef het Publiekstheater in diezelfde neerwaartse spiraal zitten waarin we begonnen waren." Exit Publiekstheater.

De roep naar artistieke leiding klonk steeds luider. In 2002 werd een profiel opgemaakt van de ideale artistieke directeur. Met drie kandidaten werden grondige gesprekken gevoerd: Ivo Van Hove (directeur Tg Amsterdam), Guy Cassiers (artistiek leider Rotheater) en Johan Simons (directeur ZT/Hollandia). Van Hove wilde in Amsterdam blijven, Cassiers koos voor Het Toneelhuis toen bekend raakte dat Luk Perceval Het Toneelhuis verliet. Terwijl op voorspraak van Gerard Mortier onderhandeld werd met Simons in Eindhoven doken geruchten op dat het meest getalenteerde kind Arca onder moeders vleugels vandaan wou. In juni dit jaar deed Simons zijn blijde intrede in Gent. En zoals elke nieuwe royal werd hij met open armen, maar ook met enige argwaan ontvangen.

Blik op Gent of Gent lonkt naar het buitenland?

Simons wil het stadstheater weer zijn centrumpositie geven (zie kader) en focust daarbij op het Groot Huis met een vast ensemble van voorlopig zes acteurs, drie Vlaamse en drie Nederlandse. Vanuit Hollandia komen Simons' vrouw Elsie De Brauw, Aus Greidanus jr en Betty Schuurman mee. Wim Opbrouck en Els Dottermans ruilen het Antwerpse Toneelhuis voor Gent en vanuit het Rotterdamse Rotheater komt de Vlaamse acteur Steven Van Watermeulen. Arca blijft een proefplateau, maar nu wel met oog op de grote zaal. Gent trekt ambitieus de internationale kaart want het zou dwaas zijn die Simons-troef niet uit te spelen: De Speler is een coproductie met de Volksbühne Berlijn en Op hoop van Zegen wordt geregisseerd door de Europese topper Christophe Marthaler. Opmerkelijk is evenwel dat in het nieuwe kunstendecreet slechts één kwalitatieve subsidievoorwaarde geldt: de uitvoering van het door het theaterhuis zelf opgestelde beleidsplan. Op welk punt een (stads)theater zich profileert (kunsteducatie, sociaal-artistieke werking of internationale uitstraling), wordt door het theater in kwestie zelf beslist. Dat betekent dat voor een stadstheater internationale uitstraling mag, maar geen must is bij de toekenning van subsidies.

Wel een essentieel gegeven bij de beoordeling voor een stadstheater is de relatie met de stad: dat wil zeggen met haar inwoners en de andere culturele actoren in kwestie. In het geval van het NTGent impliceert dat een goede verstandhouding met de leden van 'Onder de torens' ofwel de vijand ten tijde van de theateroorlog. Het Publiekstheater onder De Corte zocht afgelopen seizoen toenadering tot Victoria en de Kopergietery, waarmee ze respectievelijk White star en 't IJland coproduceerden. Daarmee getuigden de partijen (nog) niet van kwaliteit, wel van goede wil. Ook Simons belooft samenwerking: Sanne van Rijn, die de productie Spijt bracht in opdracht van Victoria, komt vast in dienst bij NTGent en ziet ook een nieuwe samenwerking met Victoria zitten. Met Les Ballets C de la B van Alain Platel zijn gesprekken aan de gang.

Concretere plannen zijn er met de Vooruit en dat kan er met Simons, die met ZT/Hollandia sinds kind aan huis is bij het kunstencentrum, alleen maar op verbeteren. Komend seizoen copresenteren Publiekstheater en Vooruit gastgezelschappen als De Tijd en Het Toneelhuis. Jong Hollandia speelt in de Vooruit en ZT/Hollandia herneemt Vrijdag. in het Groot Huis. Is de overhevelingpolitiek van het receptieve luik van Vooruit naar Publiekstheater/NTGent een teken aan de wand? De Vooruit stapt uit de carrousel van het Theaterfestival en eventjes was zelfs sprake dat het Publiekstheater die rol als gastheer (samen met Kaaitheater en deSingel) zou overnemen. Ook het tweejaarlijkse Time Festival, dat vroeger letterlijk en figuurlijk in de periferie plaatsvond, zal in 2005 het Groot Huis gebruiken als centrale ontmoetingsplek. Daarmee bevestigt het toekomstige NTGent duidelijk zijn banden met de 'alternatieve' kunstpartners, maar vooralsnog niet met de 'bredere' cultuurlaag. Maar zegt De Corte: "Tegenover coproducties met commerciële partners staan we niet weigerachtig zolang onze artistieke integriteit bewaard blijft."

Koers vooruit?

"Het Publiekstheater is als een mooi schip dat droog ligt: je moet het vlot trekken en weer vol zeil laten varen en die mogelijkheid zie ik. Ik zal nog veel tegenwind krijgen, maar op de een of andere manier zal ik dit schip weer leven inblazen", belooft Johan Simons. Vier jaar eerder liet De Decker zich met dezelfde metaforiek uit over de financiële tekorten van het NTG: "Het NTG is geen zinkend schip, het is een cruiseschip doch ik kan er niet mee varen want het ligt aangemeerd in Overmere-Donk." Daarmee hoopte hij de Vlaamse Gemeenschap aan te porren tot meer financiële steun zoals Het Toneelhuis in Antwerpen. Het is de vraag die velen zich ook nu stellen: komt het Publiekstheater zomaar weg met het schoonheidsslaapje waarmee het de afgelopen vier jaar van zijn (financiële) wonden kon herstellen? Of wordt het Gentse stadstheater beloond voor een beloftevol ogende toekomst? Het NTGent heeft koers gekozen en lonkt naar volle zee, nu is het hopen op wind in de zeilen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234