Zondag 18/04/2021

NSA kreeg blanco cheque in België

Het Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingendiensten, het Comité I, wacht al vijftien jaar op het Koninklijk Besluit dat de relaties tussen onze veiligheidsdiensten en buitenlandse collega's regelt. Van deze juridische grijze zone maken diensten zoals het NSA dankbaar gebruik.

De afluisteraffaire bij Belgacom wordt nu onderzocht door het federaal parket, maar het Comité I voert al sinds de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden in juni vier eigen onderzoeken naar mogelijke NSA-activiteiten in België. De primeur van hun speurwerk - nog in volle gang - wordt binnen enkele weken in de Senaat verwacht. Toch maakt het Comité I nu al geen geheim van een pijnpunt, dat ook in de voorbije jaren steeds terugkeerde. Volgens griffier Wouter De Ridder van het Comité I gaan lange tradities van gegevensuitwisseling tussen onze inlichtingendiensten en buitenlandse collega's, "contacten die zowel formeel als minder formeel verlopen", gebukt onder een te vage wetgeving.

"In de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van 30 november 1998 werd de verplichting ingeschreven om samen te werken en informatie uit te wisselen met zusterdiensten op internationaal niveau. Belgische inlichtingendiensten moeten dus volgens de wet samenwerken met buitenlandse collega's", zegt De Ridder. "Alleen, de wet is wel zéér algemeen van aard. Normaal moest op de wet een Koninklijk Besluit volgen dat normen voor de samenwerking vastlegt. Maar dat is - bijna vijftien jaar later - nog steeds niét gebeurd. In de praktijk zijn er dus nog steeds geen juridische regels die bepalen onder welke voorwaarden onze inlichtingendiensten met buitenlandse collega's moeten samenwerken. Een voorbeeld zou kunnen zijn dat gegevensuitwisseling tussen beiden enkel kan mits een aantal garanties voor de privacy van onze eigen burgers, of burgers van landen die ondertekenaars zijn van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens."

Het Comité I hamert in elk jaarverslag op dit belangrijk juridisch vacuüm, dat in de praktijk een blanco cheque geeft aan inlichtingendiensten zoals het NSA wanneer onze staatsveiligheid of de militaire inlichtingendienst ermee samenwerkt. Wanneer de Belgen een hand geven aan hun Amerikaanse collega's belet onze wet niet dat zij dankbaar onze arm grijpen, want de regels zijn vaag.

Schuldig verzuim

Eresenator Hugo Vandenberghe (CD&V), die als politicus de inlichtingendiensten op de huid zat, diende bij het Comité I begin juli klacht in namens de Nederlandstalige Orde van Advocaten bij de Brusselse Balie om te weten wat onze veiligheidsdiensten afweten over de NSA-afluisterpraktijken. "Ik ben overtuigd dat onze inlichtingendiensten feitelijk op de hoogte waren en zijn van de activiteiten van de Amerikanen in België", zegt hij. "Als dergelijke massale aftap kan plaatsvinden op het niveau van financiën, e-mail en telefonie en onze diensten zeggen 'wij weten van niets', dan is dat ofwel schuldig verzuim, ofwel medeplichtigheid. Beiden zijn even erg."

In de Kamer werd gisteren alvast de politieke druk op staatsveiligheidschef Alain Winants fel opgevoerd. "We willen precies weten waar onze inlichtingendiensten van op de hoogte waren", zegt Renaat Landuyt (sp.a) van de commissie Justitie. "Ofwel wisten ze af van de NSA-praktijken, ofwel niet. In beide gevallen zitten ze met een probleem."

Stefaan De Clerck (CD&V) zegt dat tijdens zijn laatste mandaat als Justitieminister de wet op de Bijzondere Inlichtingenmetoden in 2010 net was doorgevoerd om de Belgische veiligheidsdiensten minder afhankelijk te maken van buitenlandse. De toekomstige Belgacomvoorzitter vraagt dat er nu snel lessen worden getrokken. "We moeten op Belgisch en EU-niveau onze privacystandaarden vastleggen en zorgen dat we niet meer afhankelijk zijn van de Amerikanen voor onze technologie, want nu geldt altijd het argument dat alleen zij voor onze veiligheid kunnen zorgen. We moeten zelf op alle vlakken autonomer en performanter worden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234