Maandag 03/08/2020

Notre-DameBoeken

Notre-Dame, een jaar later: waarom ook een brand deze kathedraal niet klein krijgt

De herstelwerken van de 13-de eeuwse kathedraal hebben al veel vertraging opgelopen, maar de Fransen houden voorlopig vast aan de deadline van 2024.Beeld REUTERS

Een jaar na de verwoestende brand bewandelen twee boeken over de Notre-Dame dezelfde historische paden. De moraal van het verhaal: de Parijse kathedraal kwam er ook in het verleden steeds weer bovenop.

De Nederlandse architect Rem Koolhaas bracht op zijn vierde zijn eerste bezoek aan Parijs. Zijn grootvader nam hem mee om hem de stad en haar monumenten te laten zien. Misschien werd daar wel het eerste zaadje voor zijn latere carrière geplant. “Ik stond versteld. Toen we de Notre-Dame bezochten, liet opa me elk stukje van de kathedraal zien. Hij legde alles uit, waardoor de kathedraal heel vertrouwd voor me werd.” Als jonge tiener las Koolhaas Victor Hugo’s De klokkenluider van de Notre-Dame. “Ik begreep dat de Notre-Dame zowel een symbool was als een provocatie, een uiting van moderniteit. Hoe kon iets dat zo oud was zo modern zijn?”

Koolhaas’ uitspraken zijn te vinden in Notre-Dame. De ziel van Parijs van de Franse journaliste Agnès Poirier. Het boek verschijnt precies een jaar na de brand in de beeldbepalende kerk en vervlecht de historie van het gebouw met die van een stad en een land. De Britse romanschrijver Ken Follett doet in Notre-Dame. Een beknopte geschiedenis van een beroemde kathedraal ongeveer hetzelfde, zij het in een vierde van het aantal pagina’s. De schrijvers gaan grotendeels langs dezelfde honken, zoals de ontstaansgeschiedenis en totstandkoming, Napoleons kroning tot keizer, Victor Hugo en zijn doorbraakboek, architect/restaurator Eugène Viollet-le-Duc, en de aanslag op Charles de Gaulle bij zijn terugkeer naar het bevrijde Parijs in 1944.

Royalty's naar het fonds

Beiden hebben hun eigen speciale band met het godshuis. Follett maakte als auteur onder meer furore met Pilaren van de aarde, een roman over kathedralenbouw. Poirier, die werkt voor Europese en Amerikaanse media, zag vanuit haar Parijse keukenraam de “felgele spiralen van rook de lucht in kringelen”.

Follett schreef in opdracht van zijn Franse uitgever. Het sympathieke aan zijn boek is dat de opbrengst en zijn royalty’s naar het fonds voor de herbouw van de Notre-Dame gaan. Het nadeel van zijn ‘beknopte geschiedenis’ is dat die meer op een lang essay lijkt dan een echt boek. Wat betreft informatiewaarde voegt het weinig toe aan wat is blijven hangen van alle media-aandacht net na de brand. Wat evenmin helpt, is de wijze waarop Follett zelf af en toe opduikt: van een foto van de auteur in gesprek met de hoofdarchitect van de herbouw, tot zijn trots op het bezit van een van de schetsen van Viollet-le Duc.

Poirier figureert alleen heel even in haar eigen boek, bij haar beschrijving van de avond van de brand. Daarna laat ze de geschiedenis het werk doen, ondersteund door gedegen bronnen­onderzoek en gesprekken met relevante zegslieden.

Sociaal werkstuk

Zo invloedrijk als Hugo’s De klokkenluider van de Notre-Dame zal haar boek bij lange na niet worden. Die roman bood naast een spannend verhaal ook een steekhoudend pleidooi voor een waardige behandeling en verantwoorde restauratie van de kathedraal. Zonder Hugo bijvoorbeeld geen Viollet-le-Duc. Het boek fungeerde als een extra waker over de Notre-Dame.

Het gebouw zelf, dat deels teruggaat tot de 12de eeuw, draagt geen handtekening. Wie verantwoordelijk was voor het eerste ontwerp zal waarschijnlijk altijd onduidelijk blijven. Poirier vindt dat in dit geval wel passend – vanwege het zweet en de levens van velen die aan de bouw werkten, maar evengoed vanwege het verdere verloop van de geschiedenis. Deze kerk is geen individueel maar een sociaal werkstuk, dat tot in alle hoeken de geschiedenis van stad en land ademt.

De Notre-Dame blijft volgens de auteur een gebouw van en omgeven door paradoxen. “Naast problemen van statica en dynamica moesten ook goddelijke mysteries worden opgelost”, schrijft ze. “Zowel bouwers als geestelijken werden geïnspireerd door goddelijke gratie, maar ook door wetenschappelijke feiten. De Notre-Dame imponeert de bezoeker met dat huwelijk van verlichte geesten, het aardse en het gewijde, maar ook met de eenheid van plechtigheid en sereniteit in haar ornamenten en de sobere, majestueuze kwaliteiten van haar lijnen.”

Ten tijde van de Derde Republiek (1870-1940) regelde Frankrijk de scheiding tussen kerk en staat op stringente wijze. Voor bevoogdende geestelijken bleef maar beperkt plaats. Vrijdenkerij kreeg ruim baan. De clerus werd voortdurend bespot, maar de Notre-Dame bleef daarbij buiten schot. Het instituut kerk had aan gezag verloren, maar het monument behield zijn troostende en bemoedigende functie als nationaal symbool. Nog vrij recent luidden de klokken van de kathedraal voor de bij een aanslag omgekomen tekenaars van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo, toch atheïsten bij uitstek.

Op de avond van de brand zakten oude en jonge Parijzenaars op hun knieën om hardop te bidden voor het behoud van het kerkgebouw. En in het ontkerkelijkte Frankrijk met zijn volk dat scepsis behoorlijk hoog in het vaandel draagt, waren toch veel mensen ontroerd bij die aanblik.

Forse beschadigingen

Een historisch overzicht helpt de brand van vorig jaar iets te relativeren. De Notre-Dame liep al eerder forse beschadigingen op. Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) sneuvelden glas-in-loodramen, het doksaal, de koor­afsluiting en het koorgestoelte. Toen in 1793 omliggende monarchieën de prille Franse republiek bedreigden, werden alle klokken, bronzen kunstvoorwerpen en zelfs het lood van lijkkisten omgesmolten tot kogels. In ­dezelfde revolutionaire tijd werd de kerk zelfs tijdelijk Tempel van de Rede (even het enig toegestane geloof in Frankrijk).

Steeds kwam de Notre-Dame er weer bovenop. Ook nu lijken er voldoende financiële middelen en urgentiegevoel beschikbaar. Het gevaar zit ’m hooguit in hedendaagse architecten die hun statement willen maken. Onmiddellijk na de brand regende het wilde ideeën, zoals voor een glazen serre, een zwembad en een bos op het dak van de kathedraal. Onder meer voor het herstel van de ingestorte torenspits zien sommigen iets nieuwerwets voor zich.

Rem Koolhaas werpt zich er alvast voor: “Een modern gebaar is niet passend. Het is essentieel dat we Viollet-le-Ducs voortreffelijke werk en filosofie behouden. Maar ik ben optimistisch. Ik ben er zeker van dat Frankrijk de Notre-Dame integer zal behandelen.” 

Ken Follett
Notre-Dame. Een beknopte geschiedenis van een beroemde kathedraal
 Vert. J. van der Meer, W. Oostendorp Meulenhoff; 64 blz. € 11,99

Agnès Poirier
Notre-Dame. De ziel van Parijs
Vert. R. NeugartenSpectrum; 250 blz. € 22,99

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234