Donderdag 09/12/2021

Noteer in uw agenda

Topregisseur, charismatisch man, groot bakkes, diep denker. En eindelijk weer te zien in ons land. Luk Perceval vertrok zes jaar geleden naar Duitsland om daar op hoog niveau te gaan werken. In 2012 is hij terug, voor even toch. Met schone kunsten, uitgesproken meningen en de ontembaarheid die we van hem kennen.

Luk Perceval drinkt thee en eet appeltaart. Hij lacht vanachter die kleine ogen, een jongen van vierenvijftig. Hij was de bezieler van de gevierde Blauwe Maandag Compagnie, de man achter het legendarische Ten Oorlog, de oprichter van Het Toneelhuis. En opeens was hij weg, naar groter en beter. Dat heeft hem zichtbaar goed gedaan. Ik zeg hem dat. Hij lacht nu ook nog met zijn mond en de rest van zijn gezicht. Het begin van een gesprek waarin hij met veel blote eerlijkheid vertelt over hoe het was en is.

Je bent aan de slag gegaan in Nederland met Toneelgroep Amsterdam en het stuk In ongenade. Was het acuut, de nood om terug te komen naar de Lage Landen?

"Ik heb België nooit echt gemist. Alleen mijn zonen, mijn familie en een paar heel dierbare vrienden. En natuurlijk zijn er een heleboel fijne mensen met wie ik graag nog eens zou willen werken. In die zin voel ik nu en dan een soort kleine nostalgie naar Antwerpen. Maar als ik er dan kom, wil ik meteen weer weg. Ik voel mij daar niet meer thuis. Mijn huis is verhuurd, de mensen die ik wil zien hebben vaak geen tijd. Dus hang ik een beetje verloren rond in de stad. En af en toe klampt iemand mij aan op straat: 'Wanneer kom je terug? We missen je werk.' Dat is fijn, maar waarom zou ik dat doen? Ik heb in Duitsland een ideale positie. Als Leitender Regisseur van het Thaliatheater in Hamburg ben ik lid van de directie. Ik mag mee de artistieke koers bepalen en de acteurs kiezen, maar ik draag geen eindverantwoordelijkheid voor het huis. Ik ben dus niet de pispaal voor alles en nog wat, zoals ik dat in België eenentwintig jaar wel was.

"Mijn Duitse status geeft me meer vrijheid op artistiek en persoonlijk vlak. Bovendien kan ik werken met de absolute top, een ensemble van veertig acteurs. Met de meesten heb ik al tien jaar, sinds Schlachten(de Duitse versie van 'Ten Oorlog', GO) een geschiedenis. We reizen met onze voorstellingen de wereld rond, de voorbije maanden waren we nog op tournee in Rusland en China. Duitsland investeert meer in cultuur, waardoor er meer middelen en mogelijkheden zijn. Ik heb niet alleen theater, maar ook een tv-serie en een documentairefilm kunnen maken, en er liggen twee scenario's klaar voor een langspeelfilm. Daar komt nog bij dat het publiek in Hamburg een groot hart heeft voor wat ik maak. We spelen jaarlijks voor driehonderdduizend toeschouwers. Daar kun je in België alleen maar van dromen."

Wil dat zeggen dat je echt nooit meer gaat terugkomen?

"Never say never. Maar ik voel nu niet die behoefte. Wat zou ik in België moeten komen zoeken? Ik heb een ensemble nodig, mensen met wie ik een parcours kan afleggen, een zoektocht, en dat vraagt tijd en vertrouwen. Wie kan mij dat bieden? In Vlaanderen is er nog één huis dat dat heeft: het NTGent, en dan spreken we van een tiental acteurs.

"Ik heb België eigenlijk altijd verstikkend gevonden. Met te veel volk in een te klein bushokje, dat gevoel. Ik herinner me dat ik eens met Ariane (Van Vliet, toen zijn vriendin, GO) behoefte had aan een rustige tête-à-tête op restaurant. Dat lukte gewoon niet. Ik was op dat moment artistiek leider van Het Toneelhuis, en ik kon nergens komen of ik werd aangesproken. In Duitsland kan ik gaan en staan waar ik wil.

"Ik ben trouwens ook geen typische Belg. Mijn ouders waren schippers, ik ben op mijn vijftiende al in mijn eentje gaan reizen. Ik was altijd graag weg. Het idee van een thuisland als veilige haven ken ik gewoon niet."

Als kind ben je met theater begonnen omdat je zo verlegen was, heb ik gehoord. Dat kan ik me nu zo moeilijk nog voorstellen.

"Toch was het zo. Op mijn zesde moest ik naar een schippersschool, een internaat. Mijn ouders kozen voor Franstalig onderwijs, kwestie van in één klap mijn talen te leren. Ik was geschokt toen ik daar aankwam. Ik verstond geen woord en er heerste een militair regime. Brutaliteit, onredelijke straffen. Dat maakte mij heel zwijgzaam.

"Toen mijn negen jaar jongere broer Peter geboren werd, vestigden mijn ouders zich aan de wal, en mocht ik naar een andere school. De nieuwe leraars wilden iets doen aan mijn extreme zwijgzaamheid. Op hun advies ging ik voetballen. Mijn eerste trainer maakte van mij meteen de kapitein van de ploeg, hij zag in mij een leidersfiguur, zei hij, heel vreemd. En mijn moeder had mij Déjeuner du matin van Jacques Prévert geleerd om voor te dragen op school. De leraar vond dat ik talent had, en moedigde mij aan om naar de academie van Merksem te gaan. Daar kreeg ik een rolletje van niets in Van den vos Reynaerde, en dat werd opgemerkt. Terwijl ik er mijn bedenkingen bij had: wie wil er nu in een maillot oefeningen doen? Maar ze hebben me daar mondigheid geleerd, en deftig spreken, en improviseren.

"Toen ik rond mijn vijftiende begreep dat ik te schriel was om voor Real Madrid te voetballen, ben ik me meer gaan toeleggen op theater. Ik heb alles gezien wat er in het Antwerpse te zien viel, ook alle voorstellingen van amateurgezelschappen. Ik wilde snappen hoe dat medium werkte, ik wilde absoluut het geheim ontdekken. En zo ben ik uiteindelijk op het Conservatorium terechtgekomen, bij Dora."

Had je dan het gevoel dat theater hielp?

"Helemaal niet. Voor mij was het theater in de eerste plaats een mogelijkheid om mij sociaal te bevrijden. Mijn ouders hebben in korte tijd drie keer alles verloren. Het was bittere armoe bij ons thuis. Dus droomde ik van een carrière waar enig aanzien en wat geld mee gemoeid was. En theater fascineerde mij. Ik vond het onwaarschijnlijk dat toeschouwers bereid waren om in een donkere zaal te gaan zitten en te kijken naar andere mensen op het toneel. Terwijl er in het ware leven niemand echt luistert en kijkt, gebeuren er op die scène dingen die confronteren. Ik zag Dood van een handelsreiziger, en Willy Loman die daar verslagen in zijn zetel zat, dat was mijn werkloze vader. Zo werkt het medium, denk ik: de herkenbaarheid is nergens groter, omdat echte mensen zich spiegelen aan echte mensen. Die directheid maakt theater emotioneel, gevaarlijk, levendig en politiek. Dat heeft me altijd waanzinnig gefascineerd."

Je hebt na wat omzwervingen furore gemaakt met je Blauwe Maandag Compagnie. Wat was het aangenaamst en het lastigst aan die tijd?

"Het schone was dat we vanuit een intuïtieve energie stukken hebben gemaakt. We dachten niet te veel na over wat we precies wilden vertellen, of waar de stad waar we in werkten al dan niet om vroeg. We hadden honger, we waren jong, en we wilden gáán. We waren fris verliefd, op elkaar soms ook, we sloten vriendschappen, we waren succesvol, en we dachten dat dat eeuwig zou blijven duren. Het meest trieste is dan het moment waarop je merkt dat die relaties scheeflopen. Heel pijnlijk, al dat verlies."

Hebben al die soorten relationele ellende voor jou het grote succes van Ten Oorlog overschaduwd?

"Absoluut niet. Ik put daar na al die jaren nog steeds kracht uit. We zouden Ten Oorlog met zeventien mensen spelen, we hebben de klus uiteindelijk met dertien acteurs geklaard. Door het vertrek van bepaalde acteurs kreeg nieuw talent kansen. Denk maar aan Wim Opbrouck, Koen van Kaam, Peter Seynaeve of Ariane Van Vliet.

"Conflicten horen bij theater. Een interviewer vroeg ooit aan Heiner Müller: 'Er wordt beweerd dat theater oorlog is, bent u het daarmee eens?' Waarop hij antwoordde: 'Het leven is oorlog, waarom zou theater dat dan niet zijn?' Theater is een doelloos schip waar je samen op verzeild raakt. Je hebt geen motor, je dobbert rond op zee, niemand weet welke kant het uit moet, en dan is er de regisseur die zegt: 'Ik denk dat we daar naartoe moeten.' In zo'n proces kampt iedereen met angst en onzekerheid, iedereen zoekt bescherming en vertrouwen. Maar door Ten Oorlog heb ik geleerd dat je niet eeuwig moet streven naar harmonie, dat niet alle vrienden voor altijd vrienden moeten blijven. Tegenwoordig ben ik minder behoedzaam, benoem ik de dingen gewoon, en daarna kun je verder. Net als het leven is het theater in essentie verandering, en elke verandering opent nieuwe perspectieven."

Na Ten Oorlog werd je artistiek leider van Het Toneelhuis, het eerste grote gezelschap nieuwe stijl in dit land. Hoe kijk je daarop terug?

"Nu doen de grote huizen het goed. Het zijn plekken waar iedereen wil werken. In mijn tijd was dat helemaal anders. Er waren nauwelijks makers die zin hadden om voor de grote zaal te regisseren, we kregen veel tegenwind uit politieke hoek, en we moesten aan participatief toneel doen. Wat een lulkoek. Het waren zeven heel moeilijke jaren. Al had dat ook weer zijn positieve kant. Het Toneelhuis was toen veel meer verplicht zich te positioneren, een politieke houding aan te nemen. De strijd met extreem rechts in Antwerpen veroorzaakte permanente stress. Ik zal nooit mijn live debat met Filip Dewinter in De zevende dag vergeten. Een gevecht op alle fronten.

"Als ik toen niet had kunnen terugvallen op een team van hartverwarmende Toneelhuismedewerkers, een paar dierbare vrienden en mijn liefdes, dan was ik al veel sneller naar Duitsland gevlucht. Daar ben ik die mensen nog altijd heel dankbaar voor."

De keuze voor een theaterstuk is vaak een antwoord op iets waarmee je op dat moment in je leven bezig bent. Heeft jouw nieuwste voorstelling In ongenade dat ook?

"De voorstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van Coetzee, dat het verhaal vertelt van David Lurie, een docent aan de universiteit van Kaapstad die ontslagen wordt na een affaire met een studente. Hij trekt naar zijn dochter Lucy die in the middle of nowhere een boerderij runt. Ik leid al vier jaar een school voor acteurs en regisseurs in Duitsland, en ik moet dikwijls aan Dora Van der Groen denken. Als jonge gast gaf ik les op het Conservatorium, en tijdens het toelatingssexamen zat ik met andere docenten toe te kijken. Bij de eerste jeugdige vrouwelijke kandidate smolten we collectief. Toen zei Dora: 'Jongens, met eender wie, maar nooit met de studentes.' In mijn huidige positie besef ik zeer goed: daar valt veel voor te zeggen. Dus ja, ik kan me de positie van de professor uit In ongenade voorstellen, en nee, ik verkeer niet in zijn geval (lacht hard)."

Het verhaal gaat over van alles, je legt eerst zelf die focus, en dan ontken je verdacht pertinent...

"(lacht) Ik weet dat niemand in België mij zal geloven, maar toch is het zo. Ik ben om allerlei redenen voor dit project gevallen. Tot mijn schande kende ik In ongenade niet eens, maar toen dramaturg Peter van Kraaij het mij gaf, heb ik het in één ruk uitgelezen. David Lurie en zijn dochter worden in haar huis overvallen door een paar zwarten, die Lucy ook nog eens verkrachten. Nadien probeert zij te verzoenen in plaats van te revolteren, tot wanhoop van de vader. Coetzee maakt van een ogenschijnlijk simpel verhaal een gelaagd epos. Over racisme, en hoe dat van altijd en overal is, en hoe dat aan alle clichés ontsnapt. Over Eros en Thanatos, over de strijd met ouder worden, over lust die je opvreet, een Faustverhaal in het Zuid-Afrika van vandaag, over de mens en hoe tegenstrijdig die is. En al die dingen ken ik ook, natuurlijk, die kennen we allemaal."

Het verbaasde mij dat je voor je grote herintrede hier net Ivo Van Hoves Toneelgroep Amsterdam koos.

"De keuze was nochtans simpel: Ivo was de enige die mij heeft gevraagd (lacht). Wim Opbroucks aanbod voor het NTGent kwam pas later.

"Bij het begin van de repetities heeft Ivo een speech gehouden. Over hoe hij en ik samen begonnen zijn in het Antwerpen van de jaren tachtig. Wij waren toen zo'n beetje de Capulet en Montague van het theater, inhoudelijk en esthetisch totaal onverzoenbaar. Hij vond het zelf een heerlijk ironisch speling van het lot dat we na zoveel jaren zouden samenwerken."

Er zijn nog altijd mensen die rood worden van woede als ze over jou spreken. Raakt je dat?

"Nee. Als het mij kon schelen wat anderen over mij denken, dan was ik allang gestopt. Ik heb geen tijd voor rancune. Daarvoor is het leven te kort en te kostbaar.

"Ik heb altijd gestreefd naar onafhankelijkheid. Toen ik als pril acteur nog verbonden was aan de KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg, GO), heb ik gezegd: als dit theater is, permitteer ik mij de vrijheid om iets anders te zoeken. Die vrijheid heb ik genomen, en dat blijf ik doen. Wat anderen daarvan vinden, is hun zaak."

Het voelt alsof je positiever, blijer in het leven staat dan zes jaar geleden. Klopt dat?

"Ik ben met de dag blijer met mijn beroep. Ik doe al dertig jaar waar ik zin in heb, wie kan dat zeggen? Ik heb mijn dromen altijd kunnen realiseren, ook al zei men, zoals bij Ten Oorlog bijvoorbeeld: 'Nu is hij zot geworden, wat een geschift plan.' Dat is een geschenk.

"Ik denk ook dat ik mensen tegenwoordig liever zie. Ik heb nog altijd een donkere kant, dat gaat waarschijnlijk nooit meer over, maar ik kan er tegelijkertijd om lachen. Ik word ouder en ik loop tegen mijn eigen grenzen aan. Dat leidt tot een interessant soort van relativeren. Als ik mezelf de laatste tijd in de spiegel zie, krijg ik vaak de slappe lach."

Het lijkt wel alsof je kalmer geworden bent en beredeneerder leeft.

"Echt? Zie ik er zo uit misschien? (lacht) Mijn moeder zegt altijd: 'Uiterlijk word je misschien honderd, maar innerlijk blijf je twaalf.' Ik weet het allemaal niet, maar wat ik wel kan zeggen: het is dezelfde ontroering, dezelfde razernij, dezelfde geschoktheid over het leven, de politiek en de maatschappij die mij altijd maar weer dat repetitiekot indrijft. Alleen stel ik vast dat ik tijdens de repetitie vaker zit te lachen, en dikwijls met dingen die anderen helemaal niet geestig vinden."

En wat vind je het lastigst aan leven?

"De eenzaamheid. Niet eens die van de kapitein op het schip die veel alleen moet oplossen, maar de existentiële variant. Ik werd me daar voor het eerst van bewust als zesjarige op die schippersschool, sindsdien sluimert die eeuwig en altijd, latent, ergens. Ik probeer voortdurend dat gevoel te doorbreken, aansluiting te vinden met dit leven, en met anderen. Een soort natuurlijke reflex, uit angst om alleen achter te blijven. Maar die reflex creëert op zich al een gevoel van er niet bij te horen. Het is waarschijnlijk de ergste kwaal die ons allemaal treft."

En zelfs de liefde helpt daar niet tegen? Je bent nu toch al twaalf jaar samen met je huidige vriendin.

"Dat wordt mij in België vaak gevraagd: ben je nog altijd samen met Annette (Kurz, een Duitse scenografe, GO)? Ja, dat is mijn relationeel record (lacht). Annette is mijn thuis. Maar niets is bestendig in het leven, ook al heb je af en toe zo'n moment van opperste geloof dat je voor altijd zou kunnen samenvloeien met die ander. Alles is vergankelijk. Hoe ouder je bent, hoe meer je met die waarheid geconfronteerd wordt, hoe meer dierbaren je ten grave draagt, en hoe meer je die waarheid moet accepteren. In die zin is ouder worden een soort bevrijdingsproces. Als je twintig bent, geloof je nog dat er een beter leven bestaat. Als je midden de vijftig bent, is het de kunst om dit leven te leren zien als het beste leven. Misschien is dat het geheim, de diepere waarheid, die we hier moeten leren."

˚In ongenadevan Toneelgroep Amsterdam Naar een boek van J.M. Coetzee dat hij Josse De Pauw liet bewerken tot een theaterstuk. In maart in Gent en Antwerpen. www.toneelgroepamsterdam.nl

˚Kleiner Mann - was nun? In 2010 geselecteerd voor het Berlijnse Theatertreffen als een van de tien belangwekkendste theaterproducties. Met Nederlandse boventiteling op 31 maart en 1 april te zien in De Singel in Antwerpen. www.desingel.be

˚Volgend seizoen doet Perceval ook een gastregie bij het NTGent. www.ntgent.be

˚www.lukperceval.info

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234